Feb 062013
 

pieters proza  87b6b03bfd2f1548 o 239x300 De Scooter Reus (Detective) Pieter ZandvlietAbdel, door zijn vrienden Appie genoemd, waar ik niet aan meedoe,. ìk noem Appie gewoon Abdel, rijdt door de straten van Zotterdam Zuid. Op een racefiets. Net terug uit de polder voor zijn dagelijkse training op zijn gifgroene Colnago racefiets. Abdel is weg van wielrennen, en hij is er bovendien goed in. Hij won voor wielerclub Ahoy al heel wat wedstrijden. Abdel is net zeventien en van plan een groot wielrenner te worden. De beste Marokkaan op een racefiets hoeft hij niet meer te worden, dat is hij namelijk al. Wielrennen zit niet echt in de Marokkaanse cultuur. De oudere broers van Abdel zijn getalenteerde hardlopers. Daar zijn Marokkanen wel erg goed in. (zoals velen generaliseer ik een beetje erg)
Abdel heeft het ook geprobeerd, maar hij was erg blessure-gevoelig. Tijdens een revalidatie moest hij fietsen, en dat beviel zo goed, dat hij is gaan wielrennen. Wielrenner Robert Gesink is het grote voorbeeld voor Abdel. Of hij daarom zijn korte haar blond heeft geverfd, weet zelfs ik de schrijver van dit avontuur niet. Abdel zakt meestal na een training even af naar zijn vrienden op het trapveldje aan het Blinderziendeplein. Zo ook nu. Zijn vrienden zien Abdel al aankomen en roepen hem toe: ”Hé, daar is Appie in zijn ballenknijper”. Zoals eigenlijk iedere dag liggen de jongens in een deuk om hun grap.Ondanks het gepest, hebben ze respect voor Abdel. Ze hebben met elkaar afgesproken dat als Abdel de Tour de France zal rijden, dat ze er ook zullen zijn, om te juichen op een Franse berg met Marokkaanse vlaggen. Jusuf, een grote kerel, omhelst Appie en vraagt of hij een goede training heeft genoten. “Perfect”, antwoordt Abdel al zijn tanden bloot.
Abdel wisselt zijn wielrenschoenen in voor een paar sneakers en trapt een balletje mee met zijn vrienden.
Hij is er niet goed in, een Houten Klaas zogezegd. Al snel speelt Roberto, een Antilliaanse jongen, hem door de benen.”Panna”, zegt Roberto, wat betekent dat hij Abdel door de benen heeft gepoort.
Na een tijdje moet Abdel plassen en excuseert zich. Hij loopt naar de bosjes om zijn blaas vol sportdrank te legen. “Er bestaan maar weinig dingen die zo lekker zijn als het ontladen van een op knappen staande blaas”, denkt de nog maagd zijnde Abdel, als zijn gedachtes worden verstoord door het geluid van een opgevoerde scooter. Niemand van zijn vrienden heeft een scooter. Hij hoort zijn vrienden ook gillen, het “rot op kankerdikke” gaat al snel over in angstaanjagend gekerm. Dan hoort hij een vreemde stem zeggen: “Dit is wat jullie verdienen, vuil vies tuig”, en hij hoort de scooter vertrekken. Snel propt hij zijn pik weer in zijn koersbroek en rent naar het trapveldje terug.
Wat hij dan ziet is verschrikkelijk. Pure horror. Alle vijf zijn vrienden gillen het uit, ze zijn verminkt, hun gezicht zit onder het bloed. Abdel belt 112, en roept zenuwachtig dat er iets verschrikkelijks is gebeurd op het trapveldje bij het Blinderziendeplein. Gelukkig is de agent aan de andere kant van de lijn snel van begrip en stuurt er ambulance en politiewagens naar toe.
Abdel weet zich geen raad: Hij wil zijn vrienden helpen maar weet niet hoe.
Roberto gilt dat hij waarschijnlijk zoutzuur in zijn gezicht heeft gekregen.
De tranen staan in de ogen van Abdel. Welke idioot doet nou zoiets? “Kom op jongens, volhouden, de ambulance komt er al aan”. Kamel jammert van de pijn, maar opeens houdt hij op en blijft doodstil liggen. Abdel schudt aan zijn lichaam, maar hij lijkt overleden.
Even later constateert de ambulancebroeder dat Kamel inderdaad overleden is.
Abdel wordt meegenomen naar het bureau voor een ondervraging.
Naar waarheid vertelt hij, dat hij stond te plassen toen het gebeurde, en dat hij niemand gezien heeft. Dat hij alleen een scooter hoorde en iemand die riep: ”Dit is wat jullie verdienen, vuil vies tuig”.
Abdel huilt, hij is radeloos.

De weken na deze gebeurtenis, die het nieuws haalt, rijdt hij langs alle trapveldjes die er in Rotterdam te vinden zijn zijn trainingrondjes, maar de Zoutzuurgooier komt hij niet tegen.
Zijn vrienden zijn voor het leven verminkt. Het waren misschien geen lieverdjes, wie zijn dat wèl in de stad, denkt Abdel, maar dit verdienen ze niet.
Buiten het trainen gaat Abdel ook weer naar de Moskee, om troost te vinden in zijn geloof, de Islam.

pieters proza  87A5BEDA 8634 4EED 8844 1B01F72B0DAB 300x212 De Scooter Reus (Detective) Pieter ZandvlietDe rest van Nederland vergeet de gebeurtenis weer, tot er een soortgelijke zaak in Smalmeren gebeurt. Drie jongeren worden op een basketbalveldje gevonden met zoutzuurwonden in hun gezicht. Drie dagen later worden zes jongeren op de hoek van een straat in Maaslicht aan de andere kant van het land, met zoutzuur in het gezicht gegooid.
Steeds wordt een dikke man op een scooter gesignaleerd.
Nederland staat onder stress. Zoals altijd is iedereen aan het gissen en heeft Nederland opeens achttien miljoen rechercheurs die denken dat ze wel weten hoe je de dader kunt opsporen.
Buiten het journaal houdt de verdere media zich afzijdig, simpelweg omdat men niet weet hoe men deze vreemde, gruwelijke zaak in beeld moet brengen zonder op zijn bek te gaan door een heel dom verslag.
Een oude vrouw laat in Jijtrecht haar witte poedel Kaka uit, vernoemd naar de Braziliaanse spits met de zelfde naam. Als Kaka lekker zit te kakken, spuwt Gerda Vredeloos, zoals de vrouw door haar ouders genoemd is, haar gal over een woonwagenkamp waar ze naast staat. Dittegen Yuriaan Pietjes, een student geneeskunde, totaal ongeïnteresseerd in het gezeik van Gerda. Maar zijn klote-ouders, die gelukkig bij een verkeersongeval zijn omgekomen en nu als bottenpakket samen op een begraafplaats liggen, hebben hem geleerd beleefd te zijn. En dat doet hij, uit beleefdheid naar het gezeik van een verbitterde oude vrouw luisteren. Terwijl hij met verbazing kijkt naar de stevige drol die uit het kleine poepertje van Kaka ter wereld komt, gaat Gerda verder. “Ja, die kampers stelen als de raven, dealen alleen maar en hebben ontlastingschulden”. Gerda bedoelt belastingschulden, maar ze is niet voor niks nooit naar school geweest. Dan rijdt een groene Mini Cooper door een grote, wat modderige, regenwaterplas, die in een prachtige golf verandert en terechtkomt op Gerda, Yuriaan en Kaka. Ze zijn drijf- en drijf- en drijf- en drijfnat. Met gebalde vuist scheldt Gerda naar de idioot in de Mini Cooper. Als ze uitgeraasd is, kijkt ze Yuriaan aan. Die zegt: ”Sorry mevrouw”, en haalt vriendelijk uit boven op de kromme neus van Gerda. Zij reageert meteen door knock-out in de plas die net nog zo’n mooie golf was te vallen. Yuriaan rent naar rechts het zicht uit, en Kaka doet hetzelfde naar links. Het zou nog uren duren voor Gerda gevonden werd. In het ziekenhuis vertelde ze aan de politie dat Yuriaan, een vuile rotkamper, haar op de neus had geslagen.

pieters proza  151 1000 221x300 De Scooter Reus (Detective) Pieter ZandvlietWe schakelen even in zijn vier door naar de idioot in de Mini Cooper, waarin onze helden Ardianto en Leo zitten te praten, zich niet bewust van de plas waar ze een moment ervoor door zijn gereden. Leo vertelt dat hij een nieuwe relatie heeft na het scheiden van zijn echtgenoot Ben. Hij heeft nu een vriendin, Lia Prop, een stewardess uit Mutsdam.
Hij ziet haar niet vaak, maar als ze elkaar zien kunnen ze niet van elkaar afblijven, vertelt Leo met de vlindertjes in zijn buik. Dit in tegenstelling tot de buik van Ardianto. Daarin ontwikkelt zich een misselijkheid door het weeïge verhaal vol romantiek van Leo. Ardianto kent de gevoelens van liefde niet, en al helemaal niet voor seks. Hij zet de autoradio wat harder. Het nummer “Marihuana Maria” van Rika Jansen klinkt door de Mini Cooper. Leo kijkt naar Ardianto, denkt “sterf” en houdt verder zijn mond over zijn nieuwe liefde Lia Prop. Adianto is blij dat Rika Jansen Leo de mond heeft gesnoerd. Hij luistert verder niet naar het liedje uit 1969 maar denkt aan de zoutzuurgek. Er ontbreekt ieder spoor, en omdat het gebied waar hij in opereert heel Nederland is, is het verdomd moeilijk hem te pakken. Ardianto en Leo zijn op weg naar Zotterdam voor een gesprek met Abdel.
Wie weet kan die zich nu wat meer herinneren.
Rick James swingt via de radio de Mini Cooper door met zijn hit “Super freak”. “Toepasselijk”, denkt Ardianto, “zij zijn ook op zoek naar een Super Freak. Rick James wist het al”.

Uit een alleenstaand huis in Broek van Holland klinkt de opera “Carmina Burana”, het favoriete nummer van Snorretje Hakenkruis toen hij nog een lévende legende was.
In het huis staat een grote dikke kerel voor een spiegel de Snorretje Hakenkruis-groet te doen.Een beetje dom dan wel onwetend is de vetbaal wel, want hij groet met zijn linkerarm. Zijn peenhaar zit in een scheiding en heeft eenzelfde snorretje als Snorretje Hakenkruis had. Qua gewicht zou Snorretje Hakenkruis wel drie keer in de vette hoop ellende kunnen. Het groeten met de arm gaat steeds sneller, alsof de kerel aan het trainen is op vliegen doodslaan. Zo nu en dan ontsnapt er,door de inspanning, ook een scheet Aan de wand van de krappe huiskamer hangt veel Nazi-merchandise; een overbekende vlag met hakenkruis, foto’s van Snorretje en tussen deze troep ook krantenknipsels met artikelen over de zoutzuurgek. U had het waarschijnlijk al eerder door dan ik: De idioot, druk doende voor zijn spiegel,ìs de zoutzuurgek. Ik ben maar wat trots dat ik zulke slimme lezers heb. Snel ook. Sneller dan Ardianto onze detective. Het is me toch wat: Als wij niet in de huiskamer van die dikke vetklep waren, had het nog gezellig kunnen worden met ons; u, de lezer, en ik, de schrijver.
De vetklep heet eigenlijk Daniel Pruttelkoorts. Hij is helemaal weg van de Nazi’s.
Zijn missie is: Al het jongerentuig aanpakken met zoutzuur. Maar daar hadden wij al het één en ander van begrepen.
Daniel stopt eindelijk met zijn belachelijke gegroet. Alsof Snorretje daar nu nog op zit te wachten…
Hij eindigt met de woorden ”zeer geil vuren”. Zijn Duits is mijlenver af van je-dat.
Hij steekt een sigaret in de fik en loopt naar buiten, waar hij uitkijkt over een deze dag slapende Moordzee. Tevreden blaast Daniel een wolkje uit over zijn te kleine lippen. Hij straalt, kijkt alsof hij er toe doet, alsof hij de hele tijd door een mensenmassa gegroet wordt.
Het stuk verdriet piekt zijn peuk de lucht in en, voor wie het wil weten: Het peukje landt in het zand net naast een blauw-grijs schelpje, waarvan de inhoud in achttienhonderdvijfentwintig is overleden aan ouderdom. Ja, het is allemaal ongelofelijk.

pieters proza  49GV5es99 1350603203 300x284 De Scooter Reus (Detective) Pieter ZandvlietInmiddels zijn Ardianto en Leo in Zotterdam-Zuid aangekomen. Leo loopt mank, door het schot in zijn bovenbeen door wijlen presentatrice Fokelien Smeersma in het avontuur “Verf met bloed”.
De wond in de schouder van Ardianto die ook híj cadeau kreeg van Fokelien doet nog pijn. Er wil maar geen korstje op komen. Het ene lichaam is nu eenmaal eigenwijzer dan het ander, dat hoeft een arts Ardianto echt niet te vertellen. Leo belt aan bij het ouderlijk huis van Abdel.
Abdel doet open, en stelt zich voor. Ook vraagt hij of de heren hun schoenen uit willen doen, wat ze meteen doen. De moeder van Abdel,Esma geheten, heeft heerlijke mintthee gezet, met tal van honingzoete lekkernijen. Fatih, de vader van Abdel, zit naast Leo en Ardianto op de bank. Hij lacht vriendelijk, alsof hij bij het gesprek betrokken is. In werkelijkheid heeft de goede man wel iets anders aan zijn hoofd danweer dezelfde vragen die gesteld worden aan zijn zoon Abdel. Wàt hij aan zijn hoofd heeft blijft voor mij een raadsel, de man is één en al vage onduidelijkheid, maar verder geen kwaad woord over Fatih. Abdel vertelt hetzelfde verhaal dat hij inmiddels al keer op keer heeft verteld: Dat hij de dader niet gezien heeft. Inmiddels is Abdel al meerdere malen op TV en radio geweest. Hij heeft er zelfs een sponsor aan overgehouden; een bedrijf in universele stofzuigerzakken. Er gaan zelfs geruchten de ronde dat Abdel in een TV reclame komt, samen met zijn idool Robert Gesink, maar dat is nog niet in kannen en kruiken. Ardianto heeft het idee dat hij en Leo een beetje voor lul naar Zotterdam zijn gereden: Wat Abdel vertelt wisten ze al.
Opeens breekt Abdel door de gedachten van Ardianto heen: Hij herinnert zich iets. Op de avond van de zoutzuuraanval op zijn vrienden, is hij in de polder net voor Zotterdam ingehaald door een kerel: Een hele grote dikke kerel in een strak zwart lederen overall op een zwarte scooter. Jje kon zijn gezicht niet zien door een zwarte kap. Abdel heeft nog een tijdje uit de wind achter de scooter gereden, maar moest na een paar kilometer afhaken, omdat de scooter èrg hard reed. Abdel probeert zich de cijfers en letters op de nummerplaat van de scooter te herinneren, maar dat is teveel gevraagd. Of dit de dader is weet Ardianto niet, maar het zou zo maar kunnen. ”Leo, geef zijn signalement door aan de politie, ze moeten naar hem uitkijken. Als hij de dader níet is meldt de man zich vanzelf. Zoniet, dan is dit de dader, althans de kans is dan groot. Abdel komt enthousiast met een plan, waar hij lang over heeft na lopen denken. Ardianto en Leo zijn één en al oor, terwijl vader Fatih glimlachend zijn hoofd schudt en zegt: “Die domme jongen van mij altijd grote mond, en veel fantasie”.
Abdel negeert zijn vader en vertelt: ”Het is ons wel duidelijk dat die morbide scooteridioot het gemunt heeft op jongeren. Hij moet vol haat zitten. Als ik mij nou eens bij een TV programma als Netpanty, ik bedoel Netwerk, uitspreek over hoe ik over die dwaas denk, en hem min of meer probeer uit de tent te lokken?”. Verwachtingsvol kijkt het wielertalent Ardianto aan. Die zegt: ”En hoe denk je hem uit de tent te lokken, Abdel?”. “Door te zeggen waar ik altijd mijn trainingsronde doe, en dat ik niet bang voor hem ben, iets van dien aard”. Ardianto kijkt Leo aan, die een schaal vol zoetigheid in gelijkmatig tempo leeg eet. “Ik zal er over nadenken Abdel, je hoort snel van mij, en heel veel beterschap voor je vrienden in het ziekenhuis. Weet je trouwens of die de dader hebben gezien?”. “Jusuf vertelde dat de dader heel dik was, ongeveer twee meter lang. Op zijn scooter zat aan de voorkant zo’n rood lampje, die van links naar rechts beweegt. “Zoals die in de Knightrider, je weet toch?”. Ardianto zet zijn zwarte hoed schuin, omdat die de neiging heeft steeds recht op zijn schedel te rusten, en merkt op: ”Dat moet haast wel de kerel zijn waarachter jij uit de wind reed dus”.

In de Mini Cooper (het wordt toch tijd dat ik wat geld krijg voor de reclame die ik maak voor de Mini) vraagt Ardianto zich af waarom zo’n opvallend figuur als de scooterreus nog niet gepakt is.
Leo heeft een enorm harde pik in zijn broek. Dat krijgt hij altijd als hij heel veel zoetigheid eet en van sportdrankjes. Hij hoeft er niet eens geil voor te zijn, het zit, zoals nu naast de Ardianto die de zaken hardop overdenkt, alleen maar in de weg. Het zou zomaar kunnen dat Leo in een vorig leven Sultan was. Die aten veel zoetige lekkernijen om de potentie hoog te houden, en hun harem rustig. Zo ziet u maar: Soms kun je maar beter niet van het ene leven naar het andere overstappen.
Wie zou dat geintje eigenlijk bedacht hebben, dat reïncarneren? Ben je eindelijk een beetje aan je leven gewend, ga je hartstikke de pijp uit, en kan je opnieuw beginnen. Wat een gedoe. En ervaring heb je ook niets aan, want je bent alles vergeten, nou, bijna alles. Ik weet bijvoorbeeld nog dat ik in mijn vagina aardappelen de grens over heb gesmokkeld uit België, ten tijde van de Hongerwinter. Dat was echt geen pretje; die Belgische boeren stonden je Goddomme gewoon uit te lachen, als ik moeilijk onder mijn rok stond te doen met een zelf uit de klei getrokken Eigenheimer.En helpen ho maar.Misschien dat ik om deze reden de Vlaamse frieten laat voor wat ze zijn. Dus het is niet zo dat ik niet in reïncarnatie geloof. Zeker niet. Ik geloof er juist heel erg in. Misschien ben ik er wel het meest van overtuigd dat mens en dier reïncarneren. Wat ik nu ga opschrijven is eigenlijk het harde bewijs dat wij allen reïncarneren. Let goed op, want het is echt het laatstedat ik kwijt wil over reïncarneren. Op deze manier haalt het alle spanning uit dit verhaal. Maar goed,als je als een ouder iemand terugkomt, we noemen ze ook wel opa of oma, dan is dat veelal vervelend.Als het niet vervelend is dan heeft u geluk gehad. Ze zijn dan rimpelig en hebben iets aandoenlijks. Als een baby geboren wordt heeft die dat ook: Langzaam gaat de baby er jonger uit zien. Later in diens leven gaat ie er weer ouder uit zien. Ja, een cirkel, leuk en bovendien onzinnig. Ik ga snel verder met ons verhaal.
Ardianto zet het raampje op een kiertje. Er hangt een vreemde geur in de auto. Hij is niet voor niks detective en denkt de geur van een lul te ruiken, maar hij vind het beschamend zijn collega te vragen of die het ook niet een heel klein beetje naar lul vindt ruiken. Het maakt de rit er wat minder aangenaam door.

pieters proza  a12 212x300 De Scooter Reus (Detective) Pieter ZandvlietEvert Zatzaad zit, zoals eigenlijk bijna iedere dag na het avondeten, op zolder in zijn huis te Broek van Holland op zijn dwarsfluit te oefenen.Hij doet dit al jaren en, het moet gezegd, hij is een talent in het volhouden. De klanken die hij de wereld in fluit zijn ronduit beroerd en niet te nassen.
Hij heeft dezelfde zwarte bos haar als Frank Zappa in de tijd dat hij tegen heilige huisjes aantrapte met zijn Mothers. Ook heeft Evert een even mooie snor vergezeld van een sik, zoals Zappa die ook aan zijn bek had hangen. Andere overeenkomsten tussen de gitaarlegende en Evert zijn, dat ze het- zelfde postuur en lengte het leven doordragen dan wel droegen, de prachtige grote neus is identiek, de volle lippen en de ogen zijn gelijk en de kinderen van Evert lijken als drie druppels water op elkander. Dan heb je de overeenkomsten wel zo’n beetje gehad. Je kan wel stellen dat ze verder totaal niet op elkaar lijken, Frank en Evert, Zaadgraat en Zappa. Als Evert net lekker in zijn rotgeluid zit, klopt diens oudste zoon op de deur en doet open. Evert stopt met het verkrachten van zijn dwarsfluit en zegt geïrriteerd: ”Wat moet je Dweezle, stuk gemalen poppenstront, onbelangrijk rot wezen dat je d’r bent”. “Mama vraagt of u beneden wilt komen”, zegt de sullige jongen. “Pleuris hoer”, zegt Evert terwijl hij achter Dweezle aan de trap afloopt. Beneden vraagt Adelaide, de mooiste vrouw van het Westelijk halfrond, of hij er bezwaar tegen heeft, als ze hem, mèt de kinderen, verlaat. Evert denkt na. Hij beseft dat hij de mooiste vrouw van het Westelijk halfrond heeft, die bovendien heerlijk kan koken, altijd zin heeft in
seks, waar ze ook nog erg bedreven in is. Tijdens de seks denkt ze ook aan hem, en niet alleen aan zichzelf. Ze heeft keurige kinderen grootgebracht zonder Evert daar teveel bij te betrekken. Haar ouders zijn vriendelijke mensen die op sterven na dood en steenrijk geworden zijn,dit laatste door hun gezamenlijke uitvinding van het stomazakje-zonder-condens. Evert kijkt zijn vrouw aan en zegt, kortweg,”nee” . Vervolgens gaat Adelaide de keuken weer in, om een heerlijke bak koffie te zetten. Als Evert al weer half de veel te stijle houten trap op is gelopen, roept Adelaide hem weer. Woest loopt hij weer naar beneden en schreeuwt, daar aangekomen: ”Wat is er nou weer? Je kunt nog niet pissen zonder mij, nutteloos gevaarte”. Met een rood blosje op haar prachtig mooie wangen, vraagt Adelaide of Evert zijn lul wil laten zien. Evert haalt zijn lul uit zijn broek en vraagt, geïrriteerd tot op het bot, of ze plannen heeft een coltrui te gaan breien voor het opperwezen tussen zijn dijen. Zijn vrouw antwoordt niet, neemt zijn ongewassen snikkel tussen haar lippen en vult de tijd die ze op de koffie moet wachten nuttig in. Na het oud-nederlandse zaklegen, met enorm gekreun en krampjes in zijn wenkbrauwen van het lekkere klaarkomen, gaat Evert de Nigeriaanse herdershond uitlaten. Hij moet wat voor de kost doen. En de hond in de zilte zeelucht uitlaten is dan zo gek nog niet. Dat hij vergeten is zijn kop leut leeg te drinken, is wel weer een beetje een smet op zijn verder goede leventje.

pieters proza  17A3C15D CEE3 434E A352 E50838D9296B 300x240 De Scooter Reus (Detective) Pieter ZandvlietAan de horizon ziet Evert een groot Iraans marineschip varen. Hij ziet natuurlijk niet dat het een marineschip is van Iran, maar hij ziet wel dat het geen drijvend luchtbed is met daarop een verdwaalde toeriste. Vandaar ook dat hij naar het schip wuift. Dat zou hij naar een schip uit Iran nooit en te nimmer doen. Op het schip staat de jonge marinier Memed door zijn verrekijker naar de kust van Libië te kijken, althans, dat denkt de goede man. Als hij wist dat het de kust van Nederland was, zou hij naar de kapitein gaan en aan de dronkaard melden dat ze uit koers lagen. “Bij Allah, daar loopt Frank Zappa, die was toch gestorven aan prostaat kanker?”. Hij schudt zijn hoofd en zegt tegen de overvliegende meeuwen: ”Die Amerikanen nemen ook altijd iedereen in het ootje, je krijgt een hangzak van die gasten”. Hij loopt naar zijn hut dit verhaal uit.

Evert denkt aan een interview dat hij die ochtend op de radio heeft beluisterd met een duo dat geen furore maakte omtrent de eeuwwisseling, de Krimpo’s geheten. Wat dat woord betekent weet hij ook niet, en kan hem ook geen reet schelen. De Krimpo’s maakte de muziek die het wilde; elektronisch, noise, gitaar en soms een mix van deze ellende.Ze brachten wat tapes en Cd’s uit.De laatste, bijna dansbare, cd had zelfs een oplage van tien, vertelde één der Krimpos trots aan DJ Rotvervelend. Het bleek dat de Krimpo’s tijdens het interview paddo’s hadden gebruikt, wat hun antwoorden er niet beter opmaakte. Evert haat muzikanten die drugs gebruiken. Dat is de reden waarom hij met Adelaide is getrouwd, die bleek ook niet van muzikanten te houden die drugs gebruiken. Maar op piloten die stijf onder de chemische genotmiddelen zitten is het echtpaar verzot. Dan passeert Evert, zijn plasser lostrekkend van zijn gulp doordat die plakt van de blow-job een stukje naar boven in dit verhaal, het huis van Daniel Pruttelkoorts. Evert heeft wel zin in een verzetje. Hij haat die dikke vette randdebiel als zijn schoonzoon. Niet dat zijn dochter al een vriendje heeft, maar hij weet zeker dat hij die verdomde schoonzoon even veel zal haten als die dikke klootzak.
“Hé, ranzige vetzak, lig je weer aan dat zielige piemeltje van je te trekken?”, vraagt Evert, lachend om zichzelf, wat blijk geeft van een goeie grap want als je zelf niet om de door jou gebrouwen grap kan lachen zal hij wel niet leuk zijn en moet je al helemaal niet van andere mensen verlangen dat die wel om je grap kunnen lachen. Laat staan in een deuk liggen. Daniel schrikt op van die stomme Turk. Hij is in de veronderstelling dat Evert een Turk is, een stomme. Hij stond net weer te oefenen op zijn groet voor Snorretje Hakenkruis. Zo hebben wij allemaal onze boeiende bezigheden.
Daniel, die voor de Duvel en zijn ouwe moer niet bang is, loopt naar de voordeur aan de achterkant van zijn huis. “Wat mot je,uitkeringstrekker?”, vraagt Daniel, die zelf nog nooit gewerkt heeft en leeft op het geld van de staat. De spottende blik van Evert verandert in een geschrokken blik: “Die leren overall, daar hadden ze het over op televisie, Daniel die dikke mafketel is de Scooter reus”.
Verbaasd kijkt Daniel naar Evert, die de benen neemt. Hij gaat de politie bellen. Dan krijgt Daniel door waarom Evert de benen neemt en gaat in de achtervolging. De strakke broek die Evert aan heeft helpt niet bij het rennen, en zijn teenslippers al helemaal niet. Er leuk uit zien heeft zo zijn nadelen, ervaart Evert als een grote klauw hem bij zijn col pakt en hem naar achteren trekt.
“Pak hem”, gilt Evert angstig naar zijn Nigeriaanse herder, die omkijkt en er verder niet over wil nadenken wat zijn baas aan het doen is. Zijn baas rukt zich los van Daniel, maar die grijpt de enkel van Evert, waardoor die met zijn kin op het trottoir belandt. “Ik trek je ruggengraat aan barrels, etterbak”, schreeuwt Daniel met een rood hoofd terwijl hij op de rug van Evert aan diens hoofd aan het trekken is, alsof hij de dop niet van de fles afkrijgt. Terwijl Evert haast de moord steekt denkt Daniel na wat hij eventueel met het lijk van Evert gaat doen. Ja dames, zo ziet u maar, er zijn mannen die twee dingen tegelijk kunnen doen. Langzaam verliest Evert zijn bewustzijn.
Een krakerige stem komt uit het donker: ”Wat bent u aan het doen meneer?”. Daniel kijkt verschrikt om. Een oude kerel staat verbaasd te kijken. Snel gaat Daniel van de rug af van Evert, draait diens lichaam op de rug en doet alsof hij mond-op-mondbeademing toepast, hopend dat het oude mannetje een eind opmietert. Maar het mannetje komt er bij staan. “Ik ben blij dat er mensen zijn die elkaar helpen in deze ruwe tijden”, zegt het oude mannetje vriendelijk. “Hij word niet echt wakker he? Ik zal de ziekenwagen even gaan bellen”, zegt het mannetje. “Wat moet ik nu doen?” denkt Daniel, en breekt per ongeluk de nek van Evert. Nu heeft hij echt een groot probleem, het staat hem tegen het oude mannetje dood te slaan. Hij kijkt naar het oude mannetje dat langzaam op weg is naar zijn huisje. “Misschien zat die oude kerel wel in het verzet tegen de Duitsers”, denkt Daniel. Woest laat hij het dode hoofd van de arme Evert los en rent op het kereltje af en tilt hem op.
Hij werpt het mannetje hard tegen een muur aan. Het blijft levenloos liggen. Nu moet Daniel wegwezen, de politie zal er zo aankomen en achter zijn identiteit komen. Hij is zeer slecht bezig geweest. Even later rijdt Daniel weg op zijn zwarte scooter, met in een rugzak glazen flesjes, gevuld met zoutzuur. De oorlog kan beginnen.

pieters proza  9OJyonep 1350602041 300x199 De Scooter Reus (Detective) Pieter ZandvlietTerwijl Daniel die nacht een spoor achterlaat van mensen die verminkt worden door zijn zoutzuur, is hij het spoor nu helemaal bijster en gooit zijn flesjes zoutzuur tegen zo’n beetje iedereen aan die hij passeert. In zijn lelijke kop is er iets geknakt; hij is nu in de volle overtuiging dat iedereen die hij tegenkomt goed was in de Tweede Wereldoorlog. De politie is overal net te laat bij.
Na een tijdje loopt er niemand meer op straat, iedereen zit voor de buis.Niemand durft meer naar buiten. Daniel besluit in een Duitse bunker te schuilen. Ik zei dat er niemand meer de straat op durft, maar dat geldt voor wandelaars en fietsen. Hele hordes auto’s met gewapende mensen rijden wel rond, door heel Nederland, op zoek naar de scooterreus. Abdel is waarschijnlijk de enige fíetser, die rondrijdt met een mes in zijn koersshirt. Dat zal waarschijnlijk voor niks zijn, maar dat weet Abdel natuurlijk niet.
Ardianto en Leo zijn inmiddels aangekomen in nachtelijk Broek van Holland. Ze zijn zenuwachtig. Overal zijn er verminkte, en hier twee dóde mensen gevonden. Ze zouden dolgraag de dader vinden, maar ze zijn helaas geen superhelden. Die zouden de scooterreus allang in het gevang hebben, nog voor hij iemand verminkt zou hebben. Nederland is al veranderd in een onoverzichtelijk zooitje, maar tot de dag van vandaag had niemand kunnen denken dat Nederland nòg onoverzichtelijker kon worden.
Al snel leidt het spoor naar het huis van Daniel. Ardianto en Leo hebben de identiteit van de scooterman te pakken, en mèt de speurneuzen heel Nederland. Ardianto besluit een stukje langs het strand te gaan wandelen. Even zijn hoofd op orde brengen. Leo gaat bij de buren van Daniel wat vragen stellen.
Ardianto houdt van de zee. Zeker als, zoals nu, de zon langzaam uit de horizon tevoorschijn komt. Voor het eerst in zijn leven voelt hij zich eenzaam. Zou die enorme plas golvend water dat bij hem naar boven halen? vraagt Ardianto zich af, zich verbazend over zijn eigen gevoelens. Hij staart naar een vuurtoren. Maar wacht eens even, dat is geen vuurtoren, die heeft geen rood licht.
Het is het lampje in de scooter van Daniel, die voor een Duitse bunker staat. Ardianto realiseert zich dat de scooterreus daar in die bunker zit. Hij zet zijn eenzaamheid opzij en sluipt op de bunker af, met zijn revolver in de aanslag. In de bunker zit Daniel tegen een muur aan te slapen, naast een kaarsje dat deels zijn enorme lichaam verlicht. In zijn hand heeft hij een flesje zoutzuur zonder dopje in de aanslag voor mogelijke indringers. Ardianto ziet Daniel zitten. Als hij de kolos wakker maakt, weet hij dat ie meteen zoutzuur zal gooien, dus hij moet het flesje zien te pakken. Heel voorzichtig, op kousenvoeten met schoenen aan, sluipt hij op Daniel af. Ardianto is voor het eerst in zijn leven bang. Nog even en hij weet hoe het is om emoties te hebben!… Vrij makkelijk haalt hij het flesje zoutzuur uit de hand van Daniel, die diep lijkt te slapen. Ardianto zet het flesje op de betonnen grond neer en zet zijn revolver op de slaap van Daniel. Het allerliefst zou hij schieten, en daarná vragen aan Daniel zich over te geven, maar hij kiest ervoor heel hard te schreeuwen, met een door de angst net te hoog stemmetje. ”Politie, handen omhoog”. Daniel is niet onder de indruk. Daniel is namelijk hartstikke dood door een herseninfarct. Ardianto zucht, en is erg blij dat niemand zijn hoge stemmetje heeft gehoord. Hij gaat naast de dode Daniel zitten en denkt na. Echt spannend was dit niet. Althans, voor het einde van een film of een goed boek zou dit niks zijn. En als verhaal voor de pers komt hij er als held ook niet echt sterk uit. Ardianto gaat weer staan en trekt zwartleren, beetje verwijfde handschoen aan. Dan haalt hij wat flesjes uit de rugtas van Daniel en gooit die één voor één tegen de muur bij de ingang van de bunker. Dan loopt hij daar naar toe, pakt zijn revolver en schiet een aantal keer op Daniel’s lichaam. Nu is het net of Daniel hem heeft aangevallen en Ardianto de flesjes heeft ontweken. Niet helemaal eerlijk, maar wie heeft gezegd dat de wereld oprecht is?

Ardianto komt er weer uit als de grote held, en daar doet hij alles voor…..pieters proza  yIO5b 1350604106 222x300 De Scooter Reus (Detective) Pieter Zandvliet

pieters proza  share save 171 16 De Scooter Reus (Detective) Pieter Zandvliet

 Leave a Reply

Connect with Facebook

(required)

(required)