Feb 262013
 

pieters proza  57DtSQNr 1350599098 300x200 Landverrader uit angst Pieter ZandvlietOp een zanderige, goudgele ondergrond was ik aan het knikkeren.
Al best lang, want mijn knieën deden een beetje pijn op het zand.
Het ging erg moeilijk zo in het zand met mijn knikkers.
Terwijl ik bezig was met mijn weinig wereldverbeterende geknikker, voelde ik iets in mijn rug prikken tussen mijn
schouderbladen, op mijn ruggengraat.
Met een pijnlijke grimas keek ik om.
Op die ruggengraat stak een bajonet, daaraan zat een zilveren geweerloop die werd vastgehouden door een soldaat in
vreemdelingenlegioen-outfit.
Hij lachte vriendelijk, had rode wangen en een begin-twintigste-eeuwse krulsnor.
“Waar is je familie?” vroeg hij op zeer vriendelijke toon, alsof hij mij een koekje aanbood.
Het drong tot mij door dat ik zat te knikkeren, terwijl de Fransen ons land bezet hielden.
Een naar, angstig gevoel kroop van mijn hersenen naar mijn onderbuik, om daar uit te broeden tot misselijkheid.
“Nou”, zei de snor nog altijd vriendelijk, met een Frans accent.
Ik stond op en wees naar een torentje. Een torentje uit de Romeinse tijd, midden op de zandgele vlakte.
Verder was er niks te zien, het landschap had veel weg van een schilderij van Salvador Dali.
De Fransman liep achter mij aan, helaas met de bajonet nog steeds op mijn ruggengraat.
Bij het torentje begon de snor in het Frans te roepen. Heel spectaculair, veel te opwindend voor dit droge landschap.
Het leek verdomme in de verste verte niet op Nederland.
Aan de horizon verschenen tanks en heel veel soldaten, die er allemaal even cliché als de snor uitzagen.
Een druk-doende kerel, met een nog veel grotere snor, gebaarde dat de soldaten de toren binnen moesten gaan, met
mij voorop.
Het was donker in het torentje. We gingen naar boven. Het duurde heel lang, veel te lang, want zo groot was het
torentje niet.
Boven aangekomen, herinnerde ik mij dat mijn ouders beneden zaten.
We daalden de trap weer af, die nu veel korter leek.
Daar zaten ze, smerig en uitgemergeld in een hoek: Mijn ouders, met het lijkje van mijn zusje Angelique rustend op hun
schoot.
“Daar zijn ze”, riep ik opgewekt, alsof we een vreemde stam hadden ontdekt.
Ruw trokken ze mijn  ouders overeind, en ze liepen met ze  weg.
Mijn vader keek met tranen in zijn blauwe ogen naar mij om en zei: “Waarom Pieter? Waarom?”.
De soldaten trokken hem weg.
Waarom? Wist ik veel, omdat ik bang was dat de snor mij anders zou vermoorden.
Niet echt sportief, ik weet het.
Maar ik was nog maar een jongetje van zeven, en om het wat goed te praten: Ze hadden mijn ouders zonder mijn hulp
ook wel gevonden, het torentje was het enige waar ze zich konden verstoppen op de immense zandvlakte.
Daar stond ik dan met mijn dode zusje in het torentje.
Net toen ik wilde huilen sloeg iemand zijn arm om mij heen.
Het was de snor, die mij weer vriendelijk aankeek..
Dit maakte veel goed.
Ik omhelsde mijn nieuwe vriend,maar werd hierin verstoord door twee schoten en ijselijk gegil van mijn ouders.
De snor aaide mij over mijn hoofd.
Zwetend werd ik wakker in mijn bedje, met een heel groot schuldgevoel.

pieters proza  share save 171 16 Landverrader uit angst Pieter Zandvliet

 Leave a Reply

Connect with Facebook

(required)

(required)