Mar 162013
 

pieters proza  Carnaval 2 212x300 Teletietmachine naar zonderlingen gestorven stervelingen  (deel 1) Pieter ZandvlietZo bent u er klaar voor ?
Ik zit voor een rijtje klapstoelen (klapstoelen dragen hun naam al heel langs, en waren zoń driehonderd jaar geleden heel wat geavanceerder dan nu, in concertzalen van vooral Duitsland en Burkina faso stonden ze voor het publiek, en dat publiek was veelal rijk en lui, dus die vonden het niet nodig te klappen, dus tilde men het zitvlak wat op, en klapte het stoeltje, daar moet je nu mee komen) Maar goed ik zit op een klapstoeltje voor een rijtje klapstoelen die niet kunnen klappen, klote klappers. U kunt plaats achter mij nemen, als u tenminste zin heeft om samen met mij in de Teletietmachine dit verhaal in te vliegen, samen maken we een brom geluid alsof we echt door de tijd reizen, leuk hé? Weer eens iets anders, dan weet ik veel waar u zich mee bezig houdt, in ieder geval met iets anders als het zitten Vroemen in mijn teletietmachine. Ga nou maar zitten zeikerd!

Daar gaan we dan, hou je goed beet, anders moet ik dat doen, en daar wilt u niet aandenken. We vliegen al snel boven mijn kindertijd in Delfshaven. Kijk maar goed, daar ziet u een klein blond ventje met een zacht wit broodje, waaruit warme pindasaus op zijn jasje morst, staan. Dat ben ikke, Zes jaar oud, net een broodje warme Pindakaas bij Hagestein de patatzaak voor een gulden gekocht, en nu mijn moeder aan het blij maken met een pindasaus jas. Ik sta daar niet geheel voor de kat zijn klootjes dat ranzige broodje te verorberen, ik sta te wachten… Op heertje Tikketik, zo noemde ik de oude man die altijd voorover gebogen met vrij snel liep, en de naam die ik hem gaf dankte aan het getik dat zijn kruk op de stoep maakte, in zijn andere arm torste hij een boodschappen karretje voort. Ik heb hem nooit voor zich uit zien kijken, altijd naar de grond, mijn vader zei dat hij opzoek was naar dubbeltjes. Hij droeg altijd een keurig grijs pak, met daaroverheen een eveneens grijze regenjas en een prachtige, u raad het al grijze hoed met gleuf in het midden. Hij had een grote neus, en een aristocratisch gezicht. Hij woonde in een benedenhuis aan de Schoonerloostraat waar altijd de gordijnen dicht zaten. Ik volgde hem namelijk altijd. Hij stopte af en toe, om een peuk of misschien een dubbeltje op te rapen. Volgens de verhalen in Delfshaven was hij heel erg rijk. Maar zoals u wel weet zijn zwervers ook altijd heel rijk, het zou kunnen maar is behoorlijk onwaarschijnlijk, maar beter een goed verzonnen verhaal dan de doodsaaie werkelijkheid, die er soms niet om liegt. Op de één of andere manier vind ik het erg prettig over deze mensen te schrijven, waarschijnlijk zou niemand meer weten dat ze ooit rond hebben geleefd op deze aardkloot. Van hoeveel zogezegd mensen voor de grijze massa weten wij niet bijna alles in ons hersens gescheten door de media. Maar goed u weet nu nog niet veel over heertje Tikketak, niet meer als ik, maar neem van mij aan dat hij er liep, en hij was bijna niet bij te houden, hij keek altijd nors en had in beide wenkbrauwen een krulletje, meer weet ik echt niet, gelukkig maar.

pieters proza  Carnaval 1 212x300 Teletietmachine naar zonderlingen gestorven stervelingen  (deel 1) Pieter ZandvlietOkay gaan we nu naar de kinderlokker. Er kwam een paar huizen bij ons vandaan een oude man wonen, eveneens met een regenjas en een hoed met gleuf, de vieze versie van die van heertje Tikketak, Onder zijn ranzige hoedje kwam bij de broodmagere man vet grijs krullend haar uit. Op zijn neus ruste een ronde bril met enorme jampot glazen, twee ontzettend grote (door de jampot glazen vergroot) blauwe domme ogen keken je aan, nietszeggender ogen heb ik nooit meer gezien, hoewel George W. Bush aardig in de buurt komt. Onze kinderlokker stonk ook heel erg naar de urine, ik ruik het nog. Volgens een gesprek dat ik opving van mijn moeder, tante Sien en tante Ida, die overigens niet mijn tantes waren, was de oude kerel net ontslagen uit de gevangenis (wat waarschijnlijk het bejaardentehuis was). Hoe kon hij met die ogen nou een misdaad begaan. Hij bleek volgens de dames gezeten te hebben voor het lokken van kinderen. Nou mij heeft dat lopend urinoir nog nooit lastig gevallen, en zoals u net kon zien, was ik een knap kind hoor. Ik heb hem wel een paar keer met mijn vriendjes uitgescholden, maar waarschijnlijk was hij nog doof ook, toen we merkte dat hij niet achter ons aankwam rennen, lieten we hem rustig verder gaan met stinken.

Er liep ook een oud mannetje met een donkerblauwe Franse baret (bloedblaar) op zijn vrolijke ronde hoofd. Een soort stads boertje, als ik hem tegenkwam maakte het mannetje altijd grapjes, die ik niet kon verstaan door een zware sigaar die op zijn onderlip lag, en zijn waarschijnlijk geweldige grappen omzette in een soort wezenloos gebral. Maar daar moest ik wel om lachen, dat gebral en die vrolijke kop, geweldig. Hij woonde op de eerste verdieping van een oud herenhuis aan de Havenstraat, op een keer kwam er allemaal rook uit zijn huisje. Het kereltje was in slaap gevallen met een sigaar in zijn mond, zijn huisje stond in brand. Hij heeft het overleefd, zei mijn moeder, Maar ik heb hem hierna nooit meer terug gezien.

Oepserdepoeps mensen, het is al laat, we moeten weer terug naar het heden, tot de volgende keer maar weer….

 March 16, 2013  Posted by at 19:10 Pieters Proza  Add comments

 Leave a Reply

(required)

(required)