Feb 142013
 

pieters proza  verliefd op een jehova getuige 300x300 Verliefd op een Jehova getuige Pieter ZandvlietZo tussen mijn achttiende en één en twintigste levensjaar zat ik vaker in Spanje bij mijn familie dan in Nederland.
En natuurlijk ook voor de zon en het eten, de cultuur, de taal en de dames.
Op de één of andere manier is het mij nooit gelukt er flink op los te paren.
Hoe graag ik ook wilde en er alles voor deed en liet, een playboy was ik niet.
Want een echte playboy word niet op iedere griet stapel verliefd, dat zou hem zijn hart kosten (op de één of andere manier moet ik bij playboy altijd aan de oude man denken die achter een bordje met muntjes zit bij het openbaar toilet in het Schiedamse winkel centrum) .
Ja gevoel kan je maar moeilijk uitschakelen, althans daar had Hitler geen moeite mee, hoewel haat ook een gevoel is natuurlijk, waarschijnlijk was hij overgevoelig, in ieder geval gestoord en morsdood wat dan weer fijn is.
Maar goed we gaan nu naar het strand van Badalona een voorstad van Barcelona, waar ik zeventien jaar geleden met mijn Oom Wim op een handdoek lag, althans beide op een eigen handdoek.
Mijn oom ging dagelijks tijdens de siësta zonnen, hij was dan ook abnormaal bruin, hij hield hier maar mee op toen huid kanker bij hem werd waargenomen, daar schijnt de zon niet goed voor te zijn.
Terwijl mijn oom zeurde dat ik niet zoveel aftershave op moest doen als ik ging stappen, omdat dit ordinair was, viel mijn oog op een slank meisje met stijl lang bruin haar.
Voordat oom Wim erover zou beginnen wat ik het best aan kon trekken besloot ik een duikje te nemen in de Middellandse zee, die lag daar toevallig ook in de zon.
In het voorbij lopen van het meisje groette ik haar met,”Hola”, ze lachte lief terug als wonderschone groet.
Ik nam een duik en zwom een eind borstcrawl de zee in, helemaal niet om indruk te maken of zo.
Na dit staaltje hard zwemmen ging ik in de branding zitten, toen er een schaduw over mij heen viel, ik verwachtte dat dit de schaduw van mijn oom was die mijn zwem techniek kwam bekritiseren, maar toen ik angstig omkeek zag ik een knulletje van een jaar of veertien mij vrolijk aankijken.
Hij reikte mij de hand en stelde zich voor als Ruben.
Hij vroeg of ik Fransman was, als hij had gevraagd of ik Duitser was had ik nu nog in een Spaanse gevangenis gezeten.
Ik vertelde hem dat ik Nederlands was, hoewel ik best Fransman had willen zijn.
Hij vroeg of ik bij hem kwam zitten, net toen ik wilde zeggen dat ik met mijn oom was en niet wilde ingaan op zijn misselijke versier truc, zei hij dat hij met zijn twee nichtjes was, en hij wees naar het meisje waar mijn oog op was gevallen.

Ze hete Cristina, en haar mollige nicht, sorry haar naam is mij ontschoten.
Laat ik die Gertruida Johanna Catarina dopen en het verder niet meer over haar hebben.
Terwijl Ruben honderd uit vertelde, zag ik mijn oom op de achtergrond het strand verlaten.
We zouden samen wat gaan eten, dus excuseerde ik mij met moeite.
Maar ik had wel een afspraakje geregeld helaas met Ruben erbij, ze hadden mij gevraagd me rond te lijden door Barcelona, dat zag ik wel zitten, ik vertelde maar niet dat ik daar bijna iedere dag kwam.
De volgende dag stond ik bij de afgesproken bushalte, precies om half twee.
En dat is erg dom als je met Spanjaarden, in dit geval Catalanen afspreekt, een uur later kwamen ze aan gekakt.
En ze hadden zich nog gehaast ook.
Een half uur later liepen we over de Ramblas druk te babbelen.
Op een terras op mijn favoriete berg de Monjuich vroeg Cristina of ik gelovig was.
Nee zei ik naar waarheid.
Sta je er wel open voor vroeg ze haar grote bruine ogen nog wat groter makend.
Natuurlijk zei ik bijna verzuipend in mijn eigen kwijl.
Wij zijn namelijk Jehova getuige.
Ik sloeg mijn glas Cola kapot op de rand van mijn tafeltje, en drukte die des Duivels in haar gezicht.
Nee hoor, ik vroeg heel dom of het zwaar was.
Volgens haar niet, het was juist een verlichting.

Daar zat ik dan naast Cristina en de rest van haar familie in de Koninkrijkzaal van Badalona.
Mijn Spaanse taal heb ik aangeleerd op straat, alles wat me in de taal van pas kwam aan woorden heb ik me aangeleerd, het gezwam van de kerel die door een microfoon stond te zeiken begreep ik dan ook niet.
Gelukkig kon ik me concentreren op de benen van Cristina, ook best Hemels.
Ik vroeg me onderwijl arrogant af of ik voor deze mooie meid Jehova getuige wilde worden, het was immers het proberen waard, als we getrouwd zouden zijn was het mij tegen Jehova.
Dat moet de man van pornoster en voormalig getuige Kim Holland toch ook gedacht hebben.
In ieder geval lag ik er die nacht wakker van in de keuken van Oom Wim.
Ik durfde hem niet te vertellen over mijn liefde voor een Jehova getuige, hij zou niet meer bijkomen.

Ik was in de Koninkrijkzaal uitgenodigd door de vader van Cristina om bij ze te komen eten.
Nou en dat was me een maaltijd niet normaal meer.
Juan een grote kerel vertelde dat hij in Duitsland had gewerkt, en sprak steeds Duits, na twintig keer gezegd te hebben dat ik geen Duits kon of wilde spreken gaf ik het op en deed maar of ik hem verstond, hij was immers zo enthousiast.
De wijn ging er goed in, een beetje te goed, want toen ik wilde opstaan om de wijn om te toveren tot urine in het toilet viel ik stront lazarus in de armen van Juan, die in een deuk lag.
Ik lachte ook tot dat ik het woest kijkende gezicht van Cristina zag.
Na het plassen wilde ik weg gaan, maar dat mocht niet, ik moest en zou daar blijven slapen.
Met dubbele tong belde ik mijn oom.
Die me de huid vol schold dat ik een slapjanus was die dronken werd bij het eerste bezoek aan de ouders van een meisje.
Een beetje gelijk had hij wel.

Niet veel later viel ik gelukkig zonder te kotsen in slaap.
In de ochtend gloren gingen mijn ogen met moeite open, maar het beeld van een swastika deed ze wijd open staan.
Ik lag tussen de nazi uniformen, foto’s van Hitler en weet ik veel wat voor zielige rotzooi nog meer.
Ik wilde alleen nog maar weg.
Verward en met koppijn van de beroemdste kater des wereld liep ik in mijn onderbroek in de huiskamer tegen de moeder van Cristina aan.
Die duwde me op een stoel en gaf mij koffie.
Ik vroeg haar van wie dat nazi museum was.
Ze zei lief lachend dat die van haar oudste zoon was, het was alleen maar zijn hobby zo zei ze.
Cristina was aan geschoven, en toverde gelukkig een stralende lach op haar gezicht, ze gaf mij een boekje.
Geen bijbel maar wel iets over jonge Jehova getuigen wat ik echt zou moeten lezen.
Ik beloofde dit plechtig en nam afscheid.
Op een bankje in een parkje bladerde ik het boekje door, het ging over seks, dat wil zeggen wat je allemaal niet mag.
Mijn interesses verzwakte helemaal toen ik zag dat je jezelf niet mocht bevredigen.
Met een prachtige gooi belande het boekje in een donker groene prullenbak.
Jehova had het van mij gewonnen……….

 February 14, 2013  Posted by at 11:48 Pieters Proza  Add comments

 Leave a Reply

(required)

(required)