Feb 072013
 

pieters proza  68627 517659291599362 1040981968 n 178x300  We zijn in oorlog Pieter ZandvlietHeerlijk zit ik aan onze eettafel onze eettafel na te tekenen, niet op een velletje boom, maar gewoon zo op onze eettafel.

Doe ik altijd op 1 september 2004.
Met naast mij een gezondheid drankje, genaamd Kefir.
Een drankje waarmee je de weg naar de eeuwenoude weg naar een lang leven kunt vinden.
Handig drankje dat Kefir want dan hebben mijn vakanties een doel, ik ga daar iedere keer met een krat Kefir op zoek naar die eeuwenoude weg.
Niemand heeft hem tot dusver gevonden, tenzij u honderd en twintig jaar een lange tijd vind.
Ja tijd is betrekkelijk, als je aan je kloten (indien bij u voorradig) een touwtje vastmaakt en die weer aan een rijdende fiets, ja dan is honderd en twintig jaar een lange tijd.
Tien seconden is dan allang.
Maar om niet teveel tijd te verliezen aan mijn gezondheid drankje, ga ik verder met de intro waar ik altijd zo’n moeite mee heb.
Ik was dus onze eettafel aan het vol tekenen, toen ik achter mij de TV hoorde praten.
Hij/zij zei “WE ZIJN IN OORLOG” hij/zij zei het niet in hoofdletters trouwens, maar dat sterkt deze zin nog wat aan.
Ik draaide me verschrikt om.
Het bleek dat niet mijn TV deze zin uitbraakte, maar een bebaard slecht opgedroogd manneke.
Zijn naam heb ik gelukkig verdrongen.
Laat ik hem dus Dokter andersom Schaambaard noemen en het verder niet meer over hem hebben.
Ik was flink van slag.
Wat was ik in hemelsnaam toch voor onbelangrijks aan het doen.
Terwijl we in staat van oorlog waren, zat ik lekker onze eettafels te tekenen, stoephoer die ik was, of graag wilde zijn.
Ik rende door mijn kamer heen, gilde we zijn in oorlog.
Ik remde even, we, ik was toch alleen.
Maar er zouden vast nog wel meer mensen in oorlog zijn.
Voorzichtig sloop ik naar het raam, nee nog niemand lag dood op straat.
Jammer, want dit had het verhaal er een stuk spannender op gemaakt.
Waar ik normaal het gestommel uit de haven hoorde komen, hoorde ik nu bommen vallen.
Misschien was dit altijd al zo, en was er geen haven.
We waren misschien wel mijn hele leven in oorlog, en ik maar vrolijk mijn leven leiden.
Maar goed ik was nog in leven, en besloot mijn maatregelen te treffen.
Naar buiten kon ik niet gaan, dus ging ik naar mijn slaapkamer.
Daar trok ik een sexy pantypak aan.
Geheel naakt dook ik in dit nylon.
Van onder tot boven was ik nu gekleed.
Uit een oude doos pakte ik een enorme dubbele dildo (dildo met aan weerskanten en plasbolletje) als wapenstok.
Ja ik heb een nogal gevarieerde garderobe.
Trok mijn gouden glitter gympies aan, deed een roze vergiet op mijn hoofd en was paraat.
Er was een klein probleem, nee ik schrijf hier niet over mijn geslachtsdeel.
Maar over onze vijand, ik wist in met wie we in oorlog waren.
Toch rende ik naar buiten.
De buurvrouw groette mij vriendelijk, nog voor het goede mens zich kon verbazen sloeg ik haar keihard neer met mijn dubbele dildo.
Iedereen kon immers de vijand zijn.
Op mijn weg naar de Passage waar Schiedam zijn winkeltjes heeft, zoveel dat ze het maar het centrum hebben genoemd.
Sloeg ik achtereen volgens buiten oosten, de postbode, een tasjes dief, de dominee en ongeveer dertig volslagen onbekende.
In de Passage bleef ik rammen, mijn pantypak zat vol ladders.
Dit maakte mijn outfit nog enigszins stoer.
Ik voelde me een echte held.
Onder het meppen ontwaarde ik zelfs een trotse erectie.
Net toen ik die groette, liep ik tegen een vuist aan.
Het werd grijs voor mijn ogen, mijn benen werden zwaar en ik viel neer.
Ik ontwaakte alleen even uit staat van bewusteloosheid om au te zeggen, omdat ik bij het vallen mijn erectie had gekneusd.
Voor de tweede keer ontwaakte ik uit mijn bewusteloosheid in een politiebusje.

Nu zit ik in een inrichting onder de medicijnen op hun eettafel soldaatjes te tekenen.
Moraal van dit verhaal “laat je niet gek maken door de TV en zijn vriendjes”

pieters proza  share save 171 16  We zijn in oorlog Pieter Zandvliet

 Leave a Reply

Connect with Facebook

(required)

(required)