Jan 252013
 

Pieter Zandvliet21 jaar was ik, alles wat kon mislukken tot een gedegen normaal rendabel man met een gouden toekomst had ik achter de rug, en nog veel meer zou volgen. Maar dat schept wel leuke situaties voor mijn trouwe lezers, alle drie.
Ik had net een wilde en korte romance achter de rug, hij was echter niet uit mijn hoofd, maar ik besloot te solliciteren op een baan, als post jongen op de postkamer van een Rotterdams advocatenkantoor. Een dag eerder had ik op dezelfde enerverende baan gesolliciteerd in de Van Nelle Fabriek, en ik had het onlangs mijn warrige voorkomen net niet gered, zo vertelde een vriendelijke man mij per telefoon.

Stront zenuwachtig ging ik met tramlijn 6 naar het Centrum van Rotterdam, waar het advocaten kantoor zich bevond. Op een stoeltje moest ik wachten tot mijn naam werd omgeroepen, ik heb tachtig keer in tien minuten gedacht weer wegtelopen, net toen ik besloot aan mijn gedachte gehoor te geven werd mijn naam omgeroepen, en leek het alsof ik al dol enthousiast was om naar de sollicitatie te rennen. Een sacherijnig kijkende bril dragend mollig figuurtje gunde mij geen blikwaardbig, toen ik hem groette. Mijn haat was geboren, en alle ziektes die je kon krijgen zou ik gelijk aan Sinterklaas zo aan de man toebedelen, en dan zonder eten naar bed.
Hij gemaande mij met een hand gebaar voor hem te gaan zitten. Daar stopt het, ik weet niet waar ik het verder met de kerel over gehad heb, of met mij. Tot hij zei dat ik was aangenomen, en dat hij mijn baas was. Laat ik hem Lex Goudsmit noemen, om da ik liever geen echtte namen van de personen in dit stukje wil noemen. Al was de kerel op leeftijd, en dan nog met al die ziektes zonder pepernoten, nee die zal mij niet meer aanklagen, en hij zal vast niet één van mijn drie lezers zijn. Mocht da wel zo zijn, krijg dan alsnog de pest.

De maandag op deze vrijdag stapte ik weer op tramlijn zes richting mijn baan. In de tram voelde ik de knoopjes van mijn jas op mijn borst en buik, ter inspectie keek ik even hoe dit kon, nou ik was vergeten een trui, shirt of blouse aan te doen. Ik kon niet meer terug, want dan zou ik de eerste dag al te laat om mijn werk komen. Ik kocht vlot een wit shirt bij de Hema, Obstakel opgelost.

Op de afdeling van mijn werk waar de postkamer zich bevond werd ik voorgesteld door Lex Goudsmit aan al mijn vriendelijke collegae, op e´en vriendelijke na, degene die mij in moest werken, Albert mol. Deze verwijfde kerel was erg populair bij alle secretaresses, hij viel ze nooit lastig denk ik. Het duurde een week voor alles wat ik moest doen een beetje liep, toen kwam er een afscheidsfeestje van Albert Mol, ik werd dronken, geen goede zet. Ik vergeet het veelal als ik dronken ben geweest, dus werd ik door Lex Goudsmit tot de orde geroepen, ik weet niet wat ik gedaan had, maar het leek hem beter als ik op personeels- feestjes geen drank meer dronk. Even later zat ik achter mijn bureau, de faxen liepen binnen uit heel de Wereld, terwijl ik eens bekeek wat er in de kast stond, kantoormaterialen en sigaren die de advocaten soms kwamen kopen, de secretaresses kochten de kantoormaterialen, en het geld ging naar Lex Goudsmit, maar ik bracht natuurlijk de nodige zelf verzonnen procentjes in rekening. Ik ging de post en faxen rond brengen, bij iedere secretaresse werd ik steeds verliefder, een buik vol vlinders, wat een baan. Na twee weken kreeg ik een collega op de postkamer, met de naam Kuttschreuter, ja die naam is dan weer wel echt. Steeds als hij zijn naam noemde schoot ik in de lach. Dit deed een vriendschap geen goede, hij werd dan ook al snel ziek, en kon ik weer alles alleen doen. Met pijn in mijn hoofd omdat ik die ochtend tegen een pilaar was aan gelopen toen ik mijn collega’s vrolijk groette, besloot ik het archief in de kelder een beetje op orde te gaan brengen. Twee uur later wekte een secretaresse mij daar, ik lag in een archief kast siësta te houden. Gelukkig was de vrouw mij goed gezind, en zou niks verklappen. Ze liep weg, ik bekeek haar eens goed, en dacht eraan haar ten huwelijk te vragen….

Op een kwade dag was ik een fax vergeten te brengen bij advocaat Leen Jongewaard. Ik zag dat ik drie uur te laat was en de fax Urgent was. Ik maakte er een mooie prop van en wierp die sierlijk in de prullenbak. Toen kwam de Secretaresse van Leen Jongewaard binnen, ze vroeg naar de fax, ik zei dat die niet binnen was. Ze geloofde mij niet en begon in de fax apparaten te kijken, maar vond niks. Toen liep ze pissig weg. De dame was nog niet weg, toen die weer open werd gedaan door een woedende Leen Jongewaard, die mij de huid vol schold, ik bleef ontkennen, terwijl Leen voor de prullenbak stond waarop de prop fax waar urgent duidelijk op te zien was stond te schelden.
Na een kwartier hopen op zijn hartaanval, ging hij weg. Toen ik dacht dat ik ervan afwas kwam Lex Goudsmit ook nog even vloeken. Toen die weg was, pakte ik een sigaar, die ik op een bankje aan het stadhuisplein genietend oprookte. Daar besloot ik geen striptekenaar te worden maar advocaat of notaris. Op het gerechtsgebouw aan de Noordsingel had ik eerder die week al stiekem pruiken van de rechters staan passen in hun kleedkamer, waar ik post moest brengen, en die stonden mij goed, zo vond ik. Mijn moeder was blij verheugd met mijn nieuws, van mijn vader kreeg ik een oud pak die ik drie weken aanhield. Als ik in het veel te grote pak de post rond bracht hoorde ik de secretaresses achter mij giechelen, maar dat boeide mij niet, ooit zouden die mij gehoorzamen.
Toch bleef ik het tekenen trouw, ik maakte namelijk onder werktijd karikaturen van de secretaresses. Lex Goudsmit schrok zich een ongeluk toen ze zagen dat ik de tekeningen in mijn kantoor had opgehangen, met mijn naam overal groot op. Ik moest ze weghalen van de lamzak zonder leven.
Ik besloot de winst van de sigaren niet meer met hem te delen, en rookte inmiddels al meer sigaren als alle advocaten tezamen. Na zes weken ontsloeg ik mezelf, het was genoeg geweest….

 January 25, 2013  Posted by at 16:38 Pieters Proza Tagged with:  Add comments

 Leave a Reply

(required)

(required)