Pieter Zandvliet's Art World Gallery
February 17, 2020
Breaking News

De Zeemeerplus

Title: De Zeemeerplus | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Maanden van te voren verheugde ik mij al op de “Open Ateliers”. Mensen mogen dan geheel gratis even in de kunstenaar zijn hol kijken, ik bedoel in het kunstenaarshol, met desgewenst een kopje thee, koffie of iets anders waar het lichaam een dampende urine van kan brouwen. U vraagt, wij draaien. Gisteren zat ik handenwrijvend te wachten op de eerste bezoekers. Een lichte erectie kon ik niet onderdrukken. Niet door de opwinding, want die heb ik namelijk altíjd, hihi. Na een uurtje hield ik op met wrijven omdat ik mij bedacht dat het met brandwonden in de handpalmen náár handen geven is, en dan krijg ik ze vaak nog terug ook.

Ik begon wat door de kamer te ijsberen met Elvis, mijn viervoetertje, hangend met  zijn gebit in mijn zak met ballen. Het beestje moet namelijk niks van ijsberen hebben, en geef de rakker eens ongelijk.

Heeft u het gegeven? Dan kan ik verder nu. Of tóen, het ligt er natuurlijk maar aan wanneer u dit stukje leest.

Ik rukte de hond los, deed mijn ballen terug in de zak en liep de tuin in, waar ik keer op keer maar weer verdwaal. Dat is het nadeel van een tuin zo groot als een stadspark.

Na een tijdje zag ik een vrouw zitten op ons witte klassieke schommelbankje, tevreden in het zonnetje een boek lezend van Elvis Presley, die gedacht moet hebben: “Ik heb zoveel platen gemaakt, in films gespeeld en er zijn zoveel boeken over mij geschreven, laat ik eens gek doen en ook een boek schrijven”. Met de garantie op een bestseller, want elke fan moet dat boek natuurlijk lezen, al had The King aan elke pagina zijn schijtorgaan afgeveegd. Maar het boek, met de titel ”Het is helemaal niet fijn om Elvis te zijn”, is geen bestseller geworden, er is maar één boek van verkocht, door waarschijnlijk de dame in mijn klassieke schommelbankje, maar het kan evengoed een tweedehands boek zijn dat de vrouw heeft gekrégen. Ik besloot om de vrouw, die er goed uitzag, te verblijden met een goede opener. Ik boog, nam symbolisch mijn hoed af met een parmante zwaai, trok hiermee de vrouw haar aandacht en zei: ”Dag mejuffrouw, kent u misschien Abiodun Ovewole, frontman van de Last Poets?” Dit is echt een aanrader voor elke potentiëleversierder. De vrouw keek mij wat geïrriteerd aan, een zacht zuchtje van opwinding glipte over mijn volle lippen. Toen zei ze, tot mijn kleine verbazing, dat ze de Last Poets kende, die “had ze tot vervelens toe moeten aanhoren”. Maar gelukkig wist ze niet dat de frontman Abiodun Ovewole heet. Ik hou niet van wijsneuzen.

“U heeft de Last Poets tot vervelens toe moeten aanhoren zegt u, vanwaar eigenlijk?”.

De vrouw wendde met een zeer geïrriteerd aura haar hoofd af om verder te lezen in haar boek. Met een pijnlijke klap viel het kwartje: Dit was mijn vrouw! Snel maakte ik mij uit de voeten, in de hoop dat ze mij verder niet zou gaan verdenken van avances. Dit was namelijk al de derde keer deze week dat ik mijn eigen vrouw per abuis het hof wilde maken met mijn opener Abiodun Ovewole van de Last Poets.

Hijgend kwam ik veel later aan bij een vijver, ònze vijver. Mijn blaas zat behoorlijk vol vloeibare afvalstoffen, dus haalde ik de Reus van Rotterdam uit mijn broek, en stond weldra heerlijk te plassen in devijver. Onze vijver. Ik plas altijd met mijn ogen dicht, dus schrok ik mij het apezuur toen ik een zware stem hoorde roepen: “Vind je het normaal over iemand zijn kop te plassen?”. Mijn hele broek was nat door mijn urine. Gelukkig is mijn broek van leer, zodat ik hem met de mouw van mijn Italiaanse overhemd kon droogdeppen. Ik keek naar het grijs behaarde hoofd in de vijver, ònze vijver, die mij woest aankeek. “Pardon meneer, ik had u niet gezien”. “Dat plast maar overal tegenwoordig”. “Dat deed ik vroeger ook al meneer, niet alleen tegenwoordig”. De kerel schudde zijn hoofd waarbij zijn lange haren en volle baard meedeinden. Wat moeten ze anders?

“Mijn naam is Pieter, met wie heb ik de eer?”. “U heeft over het hoofd van Harm staan zeiken, aangenaam”. De man zwom naar de kant en kroop het water uit. Tot mij verbazing zag ik dat Harm een vissenstaart had!Ik had te maken met een zeemeerplus! Ik was altijd in de veronderstelling geweest dat alleen Neptunes een zeemeerplus was. Ik ging naast Harm in het malse gras zitten. We zeiden niks, maar keken des te meer voor ons uit over het water heen. Ik ervoer dit moment als zeer aangenaam, een heel klein beetje geil zelfs, al zou ik niet weten waar ik mijn plasser zou moeten laten bij Harm, bedacht ik mij toen ik de prachtige vissenstaart van Harm stiekem inspecteerde.

“En Harm, hoe is het om geslachtsloos tussen de zeemeerminnen te vertoeven?” doorbrak ik de stilte. “Prima, de zeemeerminnen zijn ook geslachtsloos”. “Hoe planten jullie je dan voort Harm?”.

“Wij planten ons niet voort, we zijn gecreëerd door Neptunes”.  “Ja, tuurlijk, en ik kan op mijn lul het Wilhelmus fluiten ”, zei ik lachend. Harm keek mij weer woest aan, de vervelende klootzak. Ik haalde hard uit, heel hard, bovenop zijn neus. Harm ging knock out, het watje.

Ik sprong op en sloeg met een zeis zijn lichaam in twee stukken. Het bovenlichaam wierp ik in de vijver, de enorme vissenstaart nam ik mee naar mijn vrouw. Ze zal verbaasd zijn over mijn vangst. Ze zat nog altijd in het boek van Elvis te lezen toen ik haar toeriep dat ik een vis had gevangen voor het avondeten. Ze keek op en begon te huilen. Ze riep de naam van Harm.

De twee bleken elkaar te kennen zonder dat ik ervan wist! Dit wilde ik niet weten. Ik wierp de vis voor haar muiltjes neer, schreeuwde dat ze haar geslachtsloze vissenstaart in haar holle kies kon duwen en liep weg, trillend van woede, op zoek naar de vergetelheid….

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *