Menu

Spaanse romantiek te Overijssel

0 Comment


Title: Spaanse romantiek te Overijssel | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Het is twee en veertig graden boven nul, op een afgelegen plaats in een buitenwijk van Mallaga.
Op een veldje staat een grote kartonnen doos met daarop het woord Prica, een grote Spaanse supermarkt keten , onder wat verdord struikgewas.
Om de doos heen lopen uitgemergelde straathonden, met weinig interesse in de kartonnendoos.
Uit de doos komt gehuil en gejammer vandaan.
In de doos zit Elvis, de hoofdrol speler van dit verhaal.
Hij is de kleinste in de doos tussen zijn broertjes en zusjes.
Hij ziet er droevig uit, met zijn mooie licht bruine oogjes.
Moeder is al uren geleden vertrokken, en het lijkt erop dat ze haar kroost is vergeten.

Dorst honger en verlangen naar zijn moeder doet Elvis luider huilen.
Dit wekt de aandacht van een dikke man, in een blauwe tuinboek op.
Hij loopt op de doos af, en ziet de angstige broertjes en zusjes, die als ze de grijnsende kerel zien nog harder beginnen te huilen.
De man tilt kreunend de doos op, terwijl hij het liedje Manuela van Julio Iglesias fluit.
Elvis laat een angst scheetje, en .één voor één ruiken zijn broertjes en zustertjes even aan zijn kont, rare gewoonte, maar dat is familie traditie, die het stel ondanks de angst er in houden.
De fluitende griezel zet de doos achter in zijn neon groene bestelbusje.
In het busje hangt de geur van angst, die het voor Elvis en zijn familie er niet gezelliger op maakt.
Het busje baant zich toeterend een weg door de drukke straten van Mallaga.
Door een raam kan Elvis het buiten voorbij zien flitsen, verder als de doos is hij eigenlijk nooit geweest. Wat mist hij zijn moedertje, die haar familie in één klap kwijt is.

Dan stopt het busje en komt de dikke kerel weer in beeld, hij tilt de doos andermaal kreunend op, ze lopen een gebouw in.
Het gebouw blijkt een gevangenis, want overal ziet Elvis cellen.
De man doet een cel open, en gooit de doos leeg op de betonnen vloer, Igor probeert langs de kerel te glippen, maar die trapt de oudste broer van Elvis tegen de cel muur aan.
Dan sluit hij de deur, en zegt”jullie gaan er allemaal aan”.
Elvis vraagt zich af wat hij en zijn familie gedaan hebben, dat ze eraan gaan, en hier in die stinkende cel zitten.
Er zitten heel veel anderen in de cel, met gemene gezichten.
Hij en zijn familie zitten dicht tegen elkaar aan.
Gelukkig laat iedereen ze met rust.
Overal ligt stront, het is een zooitje, dat dit mag, denkt Elvis terwijl hij zelf door de knieen zakt, en een flinke bruin dampende jongen neer poept.

Dan ziet Elvis in een hoek een mooie rood harige meid alleen in een hoek zitten
Ze kijkt hem angstig aan, Elvis loopt rustig op haar af, en vraagt hoe de bibberende schoonheid heet.
Ze zegt dat ze Toos heeft, wat een mooie naam liegt Elvis.
Hij verteld haar zijn naam, en gaat tegen haar bibberende magere lichaam aanzitten.
Ze zeggen niks tegen elkaar, maar genieten met volle teugen van hun prille samen zijn.
Langzaam houdt Toos op met bibberen, en voeld zich gelukkig tegen het lichaam van de veel kleinere elvis aan.

De hele nacht zitten ze zo tegen elkaar aan.
Vroeg in de ochtend komt de man met een dame het hok in.
Hij grijpt Toos beet, die hard begint te janken.
Elvis bijt de kerel in zijn enkels, de man trapt hem weg.
Zijn liefde, nu alweer bij hem weg gehaald.
Elvis is zijn moeder kwijt, zijn vader heeft hij nooit gekend, en nu is ook zijn liefje weg.
Hij huild, zijn familie komt weer tegen hem aan zitten.
Zo gaan weken langzaam voorbij.
Iedere dag is het vechten voor eten, Elvis heeft er een wond van in zijn nek overgehouden.

Op een dag komt de kerel met dezelfde dame binnen, als toen ze Toos mee namen.
Nu tilt hij Elvis op, en twee van zijn zusjes.
Ze sluiten het hok weer, en lopen naar een wit bestelbusje, hij en zijn zussen worden achter in het busje geplaats.
De vrouw bestuurt het busje.
Zou hij zijn Toos weer te zien krijgen, dat zou veel goed maken.
Ergens in de bergen rond Mallaga stopt het busje, twee mannen tillen Elvis en zijn zussen op.
Ze zien er vriendelijk uit, en aaien Elvis door zijn haren.

Op een plaatsje met een grote muur erom heen laten ze Elvis en zijn zussen los.
Hij rent meteen rond, maar vind nergens zijn Toos.
Hij zou het liefst dood willen, hij is nu een paar maanden oud, maar voor hem hoeft het allemaal niet meer, die ellende.
De vrouw tilt Elvis op, en aait hem.
Dit geeft hem een goed gevoel.
Veel minder goed bevalt hem het bad waar de dame hem in wast.
Dat doet hij normaal namelijk liever zelf.
De vrouw praat tegen Elvis, ze zegt dat hij naar Nederland zal vliegen.
Hij denkt dat het mens hem voor een vogel aanziet, die vliegen, en zij ziet ze vliegen.
De volgende ochtend heel vroeg word Elvis die lekker tussen zijn zussen zit gewekt.
Door weer twee andere mannen, hij en zijn zussen belanden in een hok.

Hij is te moe om na te denken, en valt in slaap.
Later wordt hij wakker van gerommel.
Door de spleetjes van zijn ogen ziet hij dat het hok tussen allemaal koffers staat.
het geronk van een motor is niet te harden.
Dan bonkt het gevaarte waar ze zich in bevinden ergens op.
Niet veel later stopt de motor.

Het hok word op een kar geplaattst, en die rijd een groot gebouw binnen, het is erg koud.
Dan komen er mensen op het hok afgelopen, Elvis is nieuwsgierig, en gaat vooraan in het hok zitten.
Een man doet het hok open, en een kleine dame pakt hem op, en aait hem ongevraagd.
Achter de dame staat een kerel glimlachend naar hem te kijken.
Wat zouden ze nu weer van plan zijn, denkt Elvis.
De vrouw loopt met Elvis het gebouw uit, zijn zussen gaan met andere mensen mee.
Buiten staat een witte Mercedes, de bestuurder is een kale man met grote blauwe ogen.

Hij zit op de achterbank, en valt in slaap op schoot van de dame.
Hij word wakker, en ziet dat de Mercedes voor een oude melkfabriek staat.
Hij wordt nu gedragen door de glimlachende brildrager.
Even later zet de brildrager, die Pieter blijkt te heten hem in het gras.
Dan komt Toos op hem af gerend, dit is te mooi om waar te zijn, ze is nog loops ook, dat zijn leven zo mooi kon worden, had hij nooit gedacht.

Elvis woont sinds 2010 in Nieuwleusen, zijn Toos in Zwolle, maar ze komt geregeld bij hem op bezoek.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *