Jan 232012
 

Door Itam van Teeseling

Pieter Zandvliet is schilder en tekenaar. Zijn werk wordt gekenmerkt door strak neergezette figuren. Getekend, in zwart/wit. Geschilderd, in opvallende kleuren. Zijn werken zijn soms cryptisch, soms verwarrend en soms uiterst ontroerend. Vaak zijn ze mysterieus en doordrenkt van een soort waanzin die op het netvlies gebrand blijft. Het type kunst dat zeker een nader onderzoek waard is.

De kunst

,,Mijn eerste aanraking met kunst was vroeger, tijdens de vakanties met mijn ouders in Spanje. Wij gingen toen veel naar musea, waar ik onder andere Dali en Picasso zag. Picasso is zeker om zijn werk een grote inspiratiebron geweest, Dali meer als persoon denk ik. Hij deed waar hij zin in had.
Het surrealisme zelf heeft mij nooit zo geboeid. Het gaat bij het surrealisme toch meer om het tafereeltje denk ik. Dat vind ik vooral het saaie van surrealisme, het moet toch altijd wat zijn, en bij mijn werk hoeft het niet altijd wat te zijn, of voor te stellen.
Ik ben daar ook erg naar toe aan het werken. Ik ben me er vooral de laatste tijd heel erg van bewust dat het verhaaltje dat ik perse moest vertellen, dat ik daar eigenlijk geen zin meer in heb. Soms doe ik dat nog wel tussendoor, als ik teken vooral, maar bij schilderen probeer ik dat toch zoveel mogelijk te voorkomen. Soms is het gewoon een vreemd figuur dat ik schilder, met een bepaalde emotie. Het gaat me ook heel erg om de lijnen.

Title: |Interview| ,,Niets zo veranderlijk als een Pieter Zandvliet’’ | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter Ik dacht eerst ook heel veel na over wat voor effect een werk van mij op mensen zou moeten hebben, en daar wil ik dus ook van af. Ik besefte me op een gegeven moment dat het me gewoon begon te irriteren om daar over na te denken. Ik wil gewoon doen wat ik zelf wil op het doek en dan zien we wel welke kant dat opgaat. Ik werd er namelijk heel ongelukkig van.

Niets is zo veranderlijk als een “Pieter Zandvliet”, zeg ik altijd. Ik ben nu bezig met een muurschildering in mijn huis. Toen ik daaraan begon, toen had ik echt het idee dat de schildering niet goed werd. Ik voelde me ook niet zo goed. Dus ik ben daar mee opgehouden. De volgende dag toen ik opstond en toen ik er weer naar keek vond ik het er eigenlijk niet eens zo slecht uitzien. Ik ben toen verder gegaan met schilderen en merkte dat hoe beter ik me voelde, hoe beter en “swingender” de schildering werd. Ik kan erg verzuipen in de emoties van mijn werk. Ik heb mezelf er maar bij neergelegd dat ik zo ben.

Een kennis zei een paar dagen geleden: ,,In jouw werk zit iets heel liefelijks, maar ook iets dreigends.”

Mijn karakter speelt in zekere zin wel een grote rol in mijn werk. Hierbij kan mijn naaste omgeving mij ook erg beïnvloeden, terwijl ik naar de buitenwereld soms bijna autistisch kan zijn. De buitenwereld doet mij dan weer niet zoveel dus. Ik had vroeger het idee dat ik mijn inspiratie veel uit de buitenwereld haalde, maar het is vooral de sfeer die ik uit dingen haal die mij beïnvloedt. Dit kan dus net zo goed uit een bepaald boek zijn. Sferen zijn dus zeer belangrijk in mijn werk.

Een kennis zei een paar dagen geleden: ,,In jouw werk zit iets heel liefelijks, maar ook iets dreigends.” Ik stop het er niet bewust in, maar het is er altijd. Dat heb ik ook altijd heel erg in mijn jeugd gehad, dat ik heel erg bang voor mijn vader was, of ie daar expres werk van maakte weet ik niet. Maar aan de andere kant vond ik mijn moeder lief. Ik denk altijd bij mijzelf dat dat altijd een hele grote rol speelt bij de gevoelens die ik iedere dag heb. Soms zeg ik wat aardigs tegen iemand en dan moet ik er van mezelf toch nog effe iets sarcastisch of cynisch tegenaan gooien. Dat dubbele zit dus heel erg in mij.

Vroeger wou ik daarin heel erg veranderen, maar nu probeer ik ermee te leven. Want als je 39 bent en je Title: |Interview| ,,Niets zo veranderlijk als een Pieter Zandvliet’’ | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter probeert jezelf nog steeds te veranderen, ja, dan raak je op een gegeven moment wel een beetje in de war.
Ik denk trouwens wel dat ik graag de kluts kwijt ben hoor. Een “hobby” van me is ook om de structuur in dingen kwijt te zijn. Ik ben er wel naar op zoek, maar dan heb ik het bijna en dan draai ik me om. Het is misschien ook een soort van spanning creëren. Als ik bijvoorbeeld bepaalde omgevingen of situaties saai vind, dan wordt ik sarcastisch en vervelend en gooi de boel om. Misschien dat deze vorm van spanning ook in mijn werk terug te vinden is.
In mijn jeugd liep ik heel vaak tegen dingen op vanwege mijn dromerigheid; dat ik erdoor uitgelachen werd, of gepest. En dan zette ik die “andere” Pieter in, die dat dan ging verdedigen. En die Pieter was dus helemaal geen kunstenaar .
Die “Pieter” is er nog steeds. Als ik me zwak, of in een hoekje gedreven voel, ja dan wordt ik gemeen. Daar heb je het weer, dat contrast dat continu aanwezig is. De aanwezigheid van dat contrast voelt heel vervelend, maar ik heb het idee dat ik er nu een beetje uit aan het komen ben. Dat alles zeg maar op zijn plaats valt. Ik denk ook dat ik nu pas echt de werken ga maken die ik wil maken. En het proces ernaartoe? Tuurlijk, iedereen die een werk van me gekocht heeft, heeft dat niet voor niets gedaan. Maar elk werk dat je maakt is een stapje dichter bij wat je uiteindelijk wil maken.

Als ik me zwak, of in een hoekje gedreven voel, ja dan wordt ik gemeen. Daar heb je het weer, dat contrast dat continu aanwezig is.

Het is voor een kunstenaar ook belangrijk om te ontwikkelen vind ik. Daarom is in opdracht werken ook geen kunst voor mij. Als je zo gaat werken, dan ben je gewoon een ambachtsman.
Goya, om maar even een voorbeeld te noemen, was een ambachtsman totdat ie een beetje geflipt werd van de oorlog die hij gezien had. Mensen die vermoord werden enzo. En toen zag je werken, waarin je echt Goya zag, in tegenstelling tot bij de portretten die hij moest maken van het Spaanse koningshuis. Hij moest daar toch de mensen wat mooier schilderen dan dat ze waren, want ja, dat waren toch ook inteelt mongolen.
En die latere werken over de oorlog enzo, die ben ik nooit meer vergeten. Ik werd daar gewoon angstig van. En dan zeg ik: ja, dat vind ik nou goede kunst.
Een kunstenaar moet ook wel lijden denk ik. Vroeger dacht ik daar wel anders over, maar volgens mij ben je als kunstenaar ook wel een beetje gedoemd om te lijden.

De jeugd

Zonder kunst in mijn leven zou ik allang dood zijn. In ieder geval zou mijn leven er niet rooskleurig uit hebben gezien. Het dreigde ook zo te gaan hoor; ik liep bij het RIAGG, ik was altijd aan het vechten. Totdat ik de liefde van mijn leven ontmoette, mijn huidige vrouw. Zij heeft me wel een duwtje in de rug gegeven wat kunst betreft. Ze is mijn houvast, waardoor ik mijn kunst kan ontplooien. Haar aanwezigheid geeft me meer kracht.

Ik denk dat mijn gevoeligheid best wel moeilijk is in de harde kunstwereld. Maar ik heb een soort van scherm. Ik zie ook bij veel anderen die niet zo’n scherm hebben, dat ze er niet goed mee overweg kunnen. Ze gaan dan gluiperig lopen doen ofzo. Ik heb dat niet zo. Als iemand mij probeert te pakken, dan kan ik iemand wel behoorlijk terugpakken zeg maar. Dominantie wekt agressie bij mij op. Mijn vader was ook altijd dominant. Hij gaf ook nooit een compliment. Ik weet nog een keer toen ik huiswerk aan het maken was, dat hij zei: “Wat ben je nou aan het doen joh, denk je dat je student wordt ofzo? Daar ben je veels te dom voor.” Als je vader, iemand waar je zo tegen opkijkt zoiets tegen je zegt, dan denk je ook bij jezelf: “Dan zal ik wel te dom zijn”.
Ruzies met anderen kwamen ook bijna altijd voort uit dominantie van die personen. Als ik vocht, dan vocht ik dus eigenlijk tegen mijn vader. En dat was vroeger, maar zelfs als ik mijn vader nu zie, dan erger ik mij soms nog kapot aan hem.

Title: |Interview| ,,Niets zo veranderlijk als een Pieter Zandvliet’’ | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter Mijn moeder was ook wel dominant, maar niet tegen mijn vader. Ik denk dat dat mijn jeugd heel erg verziekt heeft. Ik vind dat zij hem juist had moeten waarschuwen. Een keer zat mijn vader in de kroeg tijdens avondeten en vroegen mijn zusje en ik aan moeder of we eten kregen en dan zei ze: ,,Eet je kop maar op met zout.”, en dat was dan de avond. Het klinkt op zich allemaal nogal aso, maar ja, dat was het eigenlijk ook.

We deden ook wel leuke dingen natuurlijk, maar wij hadden altijd weer die angst dat onze vader boos zou worden. Je zou wel kunnen zeggen dat we onderdrukt werden. Dus in zoverre was mijn jeugd echt niet leuk. Maar in mijn fantasie kon ik het gewoon leuk hebben. Dat heeft me ook in de war gebracht, want de realiteit heb ik nooit echt gezien. Achteraf, als je oud bent zie je pas dat dingen vroeger raar waren.
Dat je bijvoorbeeld twaalf bent en je met je vader 120 kilometer gaat wielrennen, waarvan 80 kilometer met tegenwind, zodat je ballen bloeden in je broek en dat je zit te janken naast je vader terwijl hij dan zegt dat je gewoon door moet gaan, zulk soort dingen.

Ik denk dat ik vroeger heel weinig heb geleerd. Ik merk dat vooral aan andere mensen die bepaalde dingen wel kunnen. Misschien is dat ook wel waarom ik de kunstenaar ben die ik nu ben. Want als ik meer structuur had gekregen, dan was het misschien wel heel anders gelopen.
Dat ik vroeger weinig heb geleerd komt denk ik ook doordat ik geopereerd werd aan mijn rug. Ik ben geboren met een rugaandoening en op mijn achtste werd ik daaraan geopereerd,waardoor ik daarna een jaar lang thuis op bed moest liggen voor herstel. Hierdoor kreeg ik een nog grotere achterstand.
Ik trok mij ook altijd terug op mijn kamer, waar ik mijn eigen wereld had, met tekenen, spelendingetjes, noem maar op. En dit duurde akelig lang. Ik zat op mijn 17e, 18e nog met speelgoed te spelen. En ja, dat hoort natuurlijk al lang voorbij te zijn.

Op sommige momenten ben ik gewoon gek en tegenwoordig laat ik dat toe in mijn werk.

Het RIAGG zei ook dat ik een soort van vluchtgedrag vertoonde, onder andere omdat ik daar ook de boel bij mekaar fantaseerde. Dat ik paarse politieagenten zag en dergelijke. Ik was toen veertien. Ze zeiden dat ik minder met mijn vader moest omgaan, wat ze natuurlijk niet had moeten zeggen, want toen wou ik niet meer naar het RIAGG. Achteraf hadden ze wel een punt eigenlijk.
Op sommige momenten ben ik gewoon gek en tegenwoordig laat ik dat toe in mijn werk. Die gekte kan ik niet loslaten als er mensen om me heen zijn natuurlijk, maar die gekte zit wel heel erg in mijn werk. En daar hou ik zelf van om naar te kijken, maar het is alles behalve fijn natuurlijk.
Ik moest enkele jaren geleden in Parijs exposeren op een designschool, en toen was daar een leraar die met me ging praten over mijn werk. Ik zei tegen hem: ,,Vrolijk hè die werken?”, omdat iedereen in Nederland dat zo’n beetje altijd tegen mij zegt. Maar toen zei hij dat hij ze helemaal niet vrolijk vond. En ja, toen was zo’n beetje heel mijn avond verpest. Iemand had mij “ontmaskerd”. “

Earlier published on www.itamvanteeseling.nl