Jan 272012
 

Galerie Slaphanger in Rotterdam belooft dat niemand ook maar iets meer van kunst zal begrijpen na het zien van Hot Barbie Art, een expositie van J.W.P. Zandvliet, een ‘barbiekiller’ die Barbies omsmelt. Van 1 tot en met 29 april.

Title: Barbiekiller, Volkskrant 1995 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter

Title: Barbiekiller, Volkskrant 1995 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter

 

P.S dat Baby killer was waarschijnlijk een foutje :)

http://victorian.fortunecity.com/seurat/544/

 January 27, 2012  Posted by at 12:25 Media about Pieter No Responses »
Jan 272012
 

‘THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY’
comics als vensters op de wereld

 

De titel alleen is al prachtig: ‘I was in love with a French raver for 6 months – without any results!’. En na de openingszinnen was ik helemaal gewonnen voor Sheedy’s korte comic: “He was a constantly stoned ex-junkie raver. But he was not a victim. I could see his good points in his bee-oo-tee-ful eyes. He lived in a squallid squat with a bunch of lowlifes, but he always smelt so good, good, GOOD, GOOD, GOOD!” Literatuur?

Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter groepen jongens voetbalden in de straten en maakten zich ras uit de voeten toen een raam op twee hoog werd ingetrapt; een paar skateboarders zaten uit te puffen voor een winkel waaruit een soort post-King-Crimson-retro-rockband schalde.

Het was zo’n twee jaar geleden dat ik me voor het laatst in Slaphanger had vertoond. Ik kocht Martin S. Past’s boek annex cd In The Balkan Of The Mind, en een tape van Medusa Machine – met Carola van Het Lachende Varken op drums. De groep was uitgeroepen tot ‘band van de maand’ en een beeldend kunstenaar had ze met een werkstuk vereerd: een kruising tussen een gitaarhals en een sjamaanachtige totem.

Voor de gelegenheid was de winkel nu ingericht als expositieruimte, met posters aan alle wanden, ontworpen door de Amerikaanse tekenaar Marc Dancy. Het ging vooral om gigposters van allerlei rockbands – ik kende slechts die van de Sonic Youth Tour uit 1993. Alhoewel de ontwerper beslist over een eigen stijl beschikt, was ik niet echt onder de indruk van zijn posters. Behalve posterontwerper is Dancy tevens comics-tekenaar en illustreert hij fanzines en andere kleine bladen. Hij was zelf aanwezig en babbelde met iedereen die zin had in een gesprek. Ondertussen wisselden retrorock, metal en techno elkaar in de speakers gestaag af. Niet gespeeld op een CD-recorder, maar op een ouderwetse platenspeler, prominent opgesteld in de hoek van de winkel. Slaphanger verkoopt behalve comics uit binnen- en buitenland tevens CD’s, LP’s, t-shirts, cassettes en (fan)zines, maar ook bladen als Ravage en Mba-Kajere.Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter

Je kan geen galerie in Rotterdam vinden die zo sfeervol is als Slaphanger. Het publiek dat ik aantrof, vooral twintigers, was heterogeen en goedgemutst. Er waren mensen uit allerlei scenes; muziekliefhebbers, bladenfreaks, beeldend kunstenaars, skaters, activisten, enzovoorts. Allen waren ze hier bijeen voor de comics en Marc Dancy – comics als cross overs. Een echte winkel kan je Slaphanger ook niet noemen. Op de grond zaten mensen te kletsen, strips te lezen, en als je wilde afrekenen vroeg de shopkeepster: “O ga je al?” In de keuken kan je blikjes fris of bier uit de koelkast halen – middels een briefje wordt gevraagd een piek achter te laten op het schoteltje. Op het podium zong een skatepunker liedjes van Elvis Presley.

Inmiddels had ik Donna ontmoet, een Rotterdamse stripfanaat, en raakte met haar in gesprek. Donna is een zevenentwintig jarige Zuid-Afrikaanse die vijf jaar geleden naar Nederland verhuisde. Ze studeerde Engelse literatuur en sociologie en sympathiseert met het anarchisme en de vrouwenbeweging. Momenteel woont ze in het Poortgebouw, heeft ze gekozen voor de verpleging en schrijft ze zo nu en dan voor de vrouwenzine Lillith. Comics zijn haar grote liefde omdat hier, zoals ze zegt, ideeën, creativiteit, passie en de actualiteit van het dagelijks leven samenkomen.

Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter Donna: “Toen ik net in Nederland woonde heb ik bijna alle strips uit de centrale bibliotheek gelezen. Het was een soort vrije tijdsbesteding en eigenlijk ook wel een vluchtgedrag. In deze periode raakte ik bekend met het werk van Enki Bilal. Ik vond zijn stijl en zijn verhalen geweldig. Ik wou daar veel meer van, maar kon in de strip-scene niets vinden. Toen ik een keer Lambiek in Amsterdam bezocht stuitte ik op de underground-comix van uitgevers als Fantagraphics, Drawn & Quarterly en Slave Labor. Hier had ik niet alleen veel meer keuze, de comix waren bovendien veel goedkoper. Ik was meteen ‘hooked’. De reden dat ik meer van comix dan van strips ben gaan houden is het feit dat ze persoonlijke verhalen bieden – de comix die door vrouwen worden gemaakt spreken me het meest aan”.

Een belangrijk issue in comics-kringen is het vraagstuk van de censuur – vooral Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter in de Verenigde Staten. Alhoewel op de bladenmarkt veel mogelijk lijkt, valt de politie comics-winkels met grote regelmaat lastig, worden zaken gesloten, en worden comics die de ‘openbare zedelijkheid’ zouden bedreigen in beslag genomen. Nog altijd bestaat er in de bladen veel aandacht voor de strafzaak tegen Mike Diana en diens comics Hard Boiled.

Donna is ook fel tegen censuur gekant. “Maar dat wil niet zeggen dat ik alles even tof vind. Zo heb ik veel nagedacht over de zaak tegen Mike Diana. Ik vind dat hij niet vervolgd moet worden, maar toch vind ik dat hij te ver ging in zijn comics. Dat moet je toch ten minste hardop kunnen zeggen. Er zaten zulke heavy dingen bij – zoals die gewraakte comic waarin een gozer klaarkomt in een onthoofd babietje. Dan denk ik toch: walgelijk. Zulke kwesties stemmen je wel tot nadenken.” Ter illustratie haalde ze er even een aflevering van Hard Boiled bij. Maar deze aflevering bood geen voer voor discussies over censuur.

Andere aandachtspunten liggen in de overgang van comics naar tekenfilms. Sommige succes-comics worden in Japan naar animatiefilms overgezet om te kunnen voldoen aan de vraag van vele kabelstations die tekenfilms en cartoons uitzenden. Dit gebeurde ook met de sensitieve superman The Tick, wiens maker Ben Edlundt een filmcontract van het schatrijke Fox-TV in de wacht sleepte. Na enkele afleveringen kwam The Tick al in aanvaring met de censuurcommissie van Fox. Een aflevering was volledig opgebouwd rond een Unabomber-figuur. Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter “Volstrekt onaanvaardbaar”, oordeelde de staf in een intern memorandum (gepubliceerd in Harper’s Magazine #maart 1997). Aanslagen, explosies, ongelukken en verwondingen werden alle uit het script geschrapt. Bovendien werd ook de tekst gecorrigeerd. Bij teksten als: “There’s a bomb on the bus. So I say the bus goes boom, baby” werd door de commissie opgemerkt: “This will not be acceptable for the villain to say”.

Ook Donna meent dat je niet in de teksten moet snijden, omdat de taal juist het eigen karakter van de comics stimuleert. Inmiddels had ze al zoveel comics uit de rekken gehaald dat de plaatjes en titels me voor de ogen gingen duizelen. Om nog een voorbeeld van specifieke teksten te laten zien, bladerde ze door Bitchy Bitch en Naughty Bits, beide getekend en geschreven door Roberta Gregory. Een van de karakters is Bitchy Bitch – deze dame behoeft geen nadere uitleg, haar naam zegt immers genoeg. De teksten zijn inderdaad hilarisch. Wat te denken van deze: “Shit! I must’ve started my PERIOD. My panties are all damp. Shit! Better see to it before everything soaks THROUGH!!!Shit! Now I’ll probably get a YEAST INFECTION from sitting around in these damp PANTIES all day…”

Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter Bitchy Bitch is bitchie maar leuk, en eigenlijk vind ik haar ook wel aandoenlijk. Ik besloot deze mee naar huis te nemen. Ook nam ik Purity Plot (#10) mee, geschreven en getekend door Julie Doucet. Deze comic bevat prachtige en gedetailleerde plaatjes van het verwarde, alledaagse leven in een metropool. Bovendien heb ik nooit eerder zulke mooie en strakke zwart-wit-contouren gezien. Ten slotte steek ik ook de mini-comic Fishead’s Tea House – van Carolyn Ridsdale – in mijn tas. Beide laatste comics hebben eveneens een autobiografisch karakter. Wat is toch de fascinatie van de autobiografische strip?

Een tijdje terug vond ik bij CD-winkel Plato in Rotterdam de strip van de Groningse tekenares, schrijfster, fotografe en drumster Barbara Stok (geboren in 1970). Haar strip, getiteld Barabaraal, lag daar te koop. Alhoewel ik al eerder strips van Barabara was tegengekomen – in onder meer het stripblad Zozolala en het muziekblad Opscene – had ik Barbaraal niet eerder gezien. Bovendien was bij #2 een single gevoegd van de Melvins – live opgenomen in Vera te Groningen. Voor mij als Melvins-fan een voltreffer. Barbaraal is een autobiografische strip naar Amerikaans voorbeeld en #2 verhaalt over avonturen met jongens, overpeinzingen over sex en orgasmes, over muziek en concerten, eigenlijk over alles. Ik vind Barabaraal heerlijk getekend; Barbara heeft een vlotte stijl en haar plaatjes worden zeer afwisselend ingevuld – soms gedetailleerd, soms sober. Ook biedt ze – eveneens naar Amerikaans voorbeeld – een uitvoerige brievenrubriek, waarin ik een brief van Donna vond. Dus stuurde ook ik Barabara een brief. Een mooie gelegenheid om te vragen wat comics voor haar betekenen en wat haar motieven zijn om een autobiografische strip uit te geven.

Barbara: “Ik raakte pas echt geinteresseerd in strips, toen ik het autobiografische werk van Robert Crumb leerde kennen. Dat vond ik Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter fantastisch. Vervolgens ben ik me gaan verdiepen in meer Amerikaanse “underground’-comics. Die zijn heel moeilijk in Nederland te krijgen, dus bestel ik al mijn stripboeken rechtstreeks bij de uitgeverijen. Over het algemeen denken mensen dat stripboeken voor kinderen, jongetjes en nerd-achtige mannen zijn. De meeste mensen hebben helemaal geen idee watvoor geweldige strips er allemaal voor volwassenen bestaan. Sommige stripverhalen zijn pure literatuur. Maar langzaam begint de comic ook in Nederland een ander publiek te krijgen. In de Verenigde Staten horen ‘alternatieve’ muziek en comics veel meer bij elkaar. Ook hier beginnen muziekliefhebbers de weg naar de stripwinkel te ontdekken, omdat ze een keer “Hate” van Peter Bagge hebben gelezen en er achter zijn gekomen dat dat soort strips geen ene jota te maken hebben met Kuifje en Donald Duck. Ze ontdekken dat er strips bestaan waarin je de sfeer van de donkere concertzaaltjes kunt proeven. Strips die duidelijk zijn gemaakt door tekenaars die niet de hele dag wereldvreemd achter hun werktafel zitten, maar die zich ook wel eens lekker klemzuipen in de kroeg. Mijn favoriete tekenaars zijn Joe Matt, Aline Kominsky-Crumb, Peter Bagge en Julie Doucet”.

Aan de Hate-comics van Peter Bagge bewaar ook ik goede herinneringen. Zo biedt ‘The Enigma That Is George Cecil Hamilton The Third’ (in: Hate #3 1990) Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter een unieke schets van een nieuwe generatie jonge autodidacten die zich vooral bezig houdt met het doorspitten van onafhankelijke zines, tijdschriften en boeken. Zo ook de ‘nerd’ George: “George is your typical self-styled scholar with little academic training. Instead of sticking with text books or other more objective (i.e.: boring) sources, he gets most of his information from various alternative publications and bitter rant tracts that help confirm his beliefs in just about any conspiracy theory that you can think of”. Bagge toont zich afkerig van iedere vorm van heldenverering en in zijn verhalen gaat iedereen vroeg of laat wel op zijn of haar bek. Ook van persiflages op de heldencultuur is Bagge geen liefhebber. Zo veroordeelde hij Shannon Wheeler’s Too Much Coffee Man (een comic waarvan ik overigens wel een liefhebber ben). Hij schreef Shannon: “I have such bias against Super Heroes that it extends to parodies of them as well. But that’s my problem, and if you’re into it then do what you must”.

In ‘Guys, Gals, Gays…and Buddy Bradley’ (in Hate: #5 1991) ontmoeten we de weirdo Steve, een soort Bob Black die thuis een immense verzameling zines heeft – opgebouwd sinds de jaren vijftig. Buddy & Leonard grasduinen verkikkerd in zijn collectie, maar Steve irriteert zich aan hun gebrek aan politiek bewustzijn. Als Steve over de Golf Oorlog begint merkt Buddy van achter een comic op: “I had no intention of either fighting or protesting…I simply drank more beer and read more comic books…that was my response to the Gulf Crisis”.

Het maken van een strip of comic biedt nauwelijks perspectief zonder een Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter grondige Do It Yourself-ideologie. Zeker in Nederland. Alles rondom Barbaraal (oplage: 500) wordt door de maakster zelf verzorgd: verhalen bedenken, het scenario schrijven, tekenen, lay-outen, de strips kopieren, nieten, vouwen, plakken, knippen, persberichten rondsturen, brieven beantwoorden enzovoorts. De verspreiding wordt gedaan door uitgeverij Het Raadsel (Amsterdam/Antwerpen). Aanvankelijk hield Barbara de distributie ook in eigen hand, maar daar bleek geen beginnen aan – ze kwam niet meer aan de tekentafel toe: “Het uitbrengen van een blad kost je handenvol tijd. Al met al ben ik met die hele strip fulltime bezig, ik financier alles zelf en maak vrijwel nul komma nul winst. Mijn motivatie is puur mijn eigen enthousiasme. Je moet gewoon veel zelfdiscipline hebben en zoveel mogelijk tijd besteden aan tekenen. Het bedenken van de verhalen gaat automatisch – ik heb nog een hele stapel ideeen liggen waarmee ik nog wel tien jaar zoet ben als ik in hetzelfde tempo blijf tekenen”.

Lag het aan Donna’s rondleiding of zijn er vandaag werkelijk zoveel vrouwelijke striptekenaars? Barbara: “Vrouwelijke striptekenaars zijn schaars, maar daar begint nu langzamerhand verandering in te komen. Persoonlijk boeit me die hele discussie niet zo, zolang mijn werk maar niet anders wordt beoordeeld dan dat van mannelijke tekenaars, en zolang er maar niet steeds de nadruk op wordt gelegd dat ik vrouw ben”. Ook de meer op tekst gerichte autobiografische zines of perzines (“personal zines”) maken een snelle ontwikkeling door – en ze worden gemaakt door mannen en vrouwen. Waarom, vroeg ik mezelf af, is het autobiografische vandaag zo belangrijk? Barbara: “Daar kan ik geen algemene Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter uitspraken over doen, omdat ik niet voor anderen kan spreken. Wat mezelf betreft: ik zal wel een enigszins egocentrisch persoon zijn, en er zal ook wel ergens een exibitionistisch trekje in me ziten. Anders zou ik natuurlijk nooit mijn hele prive-leven zomaar openbaar maken!”

Naast het autobiografische karakter heeft Barbaraal ook een kritische uitstraling. De wereld wordt niet geconsumeerd zoals die wordt aangeboden. Normen en waarden worden genuanceerd en de alles doordringende commercie wordt voortdurend gehekeld. Barbara: “Zonder moralistisch te worden probeer ik met mijn verhalen mijn kijk op de wereld over te brengen. In het hoofdverhaal van Barbaraal 2 schemert bijvoorbeeld subtiel door hoe ik bepaalde heersende normen probeer te relativeren. Poepen is vies, eten is lekker, over orgasmes praat je niet. Waarom is dat zo en niet anders? Ik heb het idee dat er wereldwijd een grote groep mensen is met een gemeenschappelijke kritische kijk op de maatschappij en het leven, en die daaruit voortvloeiend een min of meer gemeenschapelijke smaak hebben wat betreft films, boeken, muziek, tijdschriften en ook stripboeken. Ze houden niet van commerciele massaproduktie, maar van kwalitatieve produkties, gemaakt uit passie in plaats van voor het geld. Ik denk dat je in veel alternatieve films en muziek net zoveel kritiek kunt vinden op onze maatschappij als in stripboeken. In het muziekwereldje voel ik me trouwens nog meer thuis dan in de stripwereld. Ik speel zelf drums in de band Txotxo en ga regelmatig naar concerten. Tegenwoordig luister ik ook veel naar techno, drum ‘n bass, digital hardcore en allerlei nummers in het schemergebied tussen dance en noise”.

Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter Een dag nadat ik Barabara’s brief ontving vertoefde ik in Amsterdam alwaar een andere stripliefhebber – Martin, van Atheneum – een boek in mijn handen duwde waaraan hij veel plezier had beleefd: Old Cake Comix. Comics by Women, samengesteld door Maaike Hartjes. In deze bundel zijn ruim dertig vrouwelijke tekenaars uit binnen en buitenland vertegenwoordigd, waaronder bekende namen als Lian Ong, Jose Vonk, Roberta Gregory, Carolyn Ridsdale en Barbara Stok, maar nog veel meer mij onbekende talenten. De variatie aan stijlen is enorm, hetgeen het boek meer dan de moeite waard maakt (ten minste dat vond ik; Donna is minder enthousiast en hekelt de slechte Engelse vertalingen). Bijzonder leuk vond ik de ‘Little Diaries’ van Maaike en Bitchy Bitch’s hersenkronkels over het feminisme. Ook de jongen in Barbara’s ‘A Night of Bad Sex’ werkte op mijn lachspieren. Een heerlijk vondst vond ik Lee Kennedy’s persiflage op het communisme, getiteld ‘China Girl Huge Breast Triumph’. En Ilah’s strip ‘Cordelra’ vond ik vergelijkbaar met de onzekerheden en misverstanden die Harold Pinter altijd zo treffend op het toneel wist te zetten. Met Sheedy’s ‘I Was in Love with a French Raver’ opende ik dit artikel. De bundel Old Cake Comix is gepubliceerd in het Engels – net zoals de zines staan ook de comics in Nederland nog in de kinderschoenen.

Title: 'THE BUS GOES BOOM BOOM, BABY', Weena 1997 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter Ik besloot Galerie Slaphanger vaker te bezoeken. Terwijl ik met Donna door strips bladerde, wisselde Kees van muziekcentrum Dodorama adressen uit, en discussieerde Marc Dancy met enkele bezoekers over censuur. Ook ga ik binnenkort eten in het restaurant van het Poortgebouw, luister ik naar gloednieuwe live-opnames van de Melvins, en ben ik opnieuw gedoken in oude jaargangen van De Vrije Balloen. Waar comics niet allemaal goed voor zijn.

bronnen:
* Peter Bagge, Hate (#3 1990/#5 1991), Fantagraphics Books, 7563 Lake City Way, NE Seattle, WA 98115, USA – fl. 5,65;
* Julie Doucet, Purity Plotte (#10 1996), Drawn & Quarterly Publications, POBox 48056, Montreal, Quebec, Canada H2V458 – fl. 9,10;
* Galerie Slaphanger, Rosenermanzstraat 67, 3026 TV Rotterdam (010-4769153). Openingstijden: di-vr. 13.00-17.30 – za. 13.30-16.30;
* Roberta Gregory, Naughty Bits (#11 1994), Fantagraphics Books, 7563 Lake City Way NE, Seattle, WA 98115, USA – fl. 6,90;
* Gary Groth, A Dream of Perfect Reception. The Movies of Tarantino, in: The Baffler (#8 1996), POBox 378293, Chicago Ill. 60637, USA;
* Maaike Hartjes, Old Cake Comix. Comics by Women (Oog & Blik Amsterdam/Het Raadsel Amsterdam/Antwerpen 1997) isbn. 90-73221-56-0, fl. 14,95;
* Lilith (#12 1997), door en voor vrouwen, gemaakt in Groningen en Rotterdam. #12 bevat nieuwe publikaties op het gebied van vrouwenliteratuur en -comix; Donna’s column ‘Sexisme is niet het probleem’; kanttekeningen bij Malou van Hintum; en Sascha Esseboom over de geheimen van de genotsorganen. Postbus 2107, 9704 CC Groningen. Fl. 2,-;
* Pork or Chicken? (#17 1997), bevat onder anderen Gary Groth’s kritiek op Tarantino en de perikelen rond The Tick & Fox-TV, p/a Vredenoordlaan 10a, 3061 RL Rotterdam;
* Carolyn Ridsdale, Fishead’s Tea-House, Microzine/Slab-O-Concrete 1994, POBox 148, Hove, BN33DQ, England, UK – fl. 1,50;
* Barbara Stok, Barbaraal (#2 1997), Postbus 1012, 9701 BA Groningen – fl. 15,- inclusief Melvins-single. Met Barbaraal en haar band Txotxo staat Barbara op 12-13 september 1997 op het Crossing Border Festival te Den Haag. Ook verschijnen strips en foto’s in het muziekblad Opscene, de Duitse undergroundzine Tell en zijn er Engelstalige bundels in voorbereiding.
* Shannon Wheeler, Too Much Coffee Man (#3 1994), Adhesive Comics, POBox 5372, Austin, Texas, 78763-5372, USA – fl. 5,65.

 January 27, 2012  Posted by at 12:19 Media about Pieter No Responses »
Jan 272012
 

Uit: Ravage #286 van 11 juni 1999

 

Mail art: planetaire ontmoetingsplaats zonder centrum

Deze maand opende Galerie Slaphanger in Rotterdam een expositie over Mail Art, onder de titel: What Is Mail Art Really? De tentoonstelling is vooral bedoeld als een introductie tot de wereld van de Mail Art en beoogt een overzicht van de huidige stand van zaken.Title: Mail art: planetaire ontmoetingsplaats zonder centrum, Ravage 1999 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter

Sinds mijn prilste jeugd ben ik al gefascineerd door de post, of ‘snail mail’, zoals velen dit trage medium in het digitale tijdperk typeren. Ik kom uit een geslacht van postbodes en bracht als knulletje uren door in het minuscule postkantoortje van mijn opa. Ook mijn eerste kennismaking met Amsterdam verliep via mijn grootvader die me meenam op de routes die hij ooit liep in de jaren 1918-1921. Zijn bijnaam was “de Post” en ook wij nakomelingen werden steevast aangesproken als “de kinderen van de Post”.

Ik koester mijn verzameling brieven als een piratenschat en besteed doorgaans een dag per week aan het schrijven of beantwoorden van brieven. Brieven, zines, voedingsmiddelen, genotmiddelen, tapes, kunstwerken… alles kan werkelijk via de post worden gedistribueerd. Het horen klepperen van de brievenbus is een van de spannendste momenten van de dag. Zo ontving ik op mijn laatste verjaardag een geweldige collage van Audra McCabe uit Portland, getiteld Birth Day – een prent die nu de muur van mijn huiskamer siert. Ik was dan ook present tijdens de opening van een Mail Art tentoonstelling die op 8 mei van start ging in Galerie Slaphanger: What Is Mail Art Really?

Ontmoetingsplaats

Title: Mail art: planetaire ontmoetingsplaats zonder centrum, Ravage 1999 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter “Mail Art is de artistieke moeder van het internet”, schrijft Guy Bleus in een aan dit onderwerp gewijd nummer van het literaire periodiek Ballustrada (#4, 1998). Van zo’n opmerking kijken we niet langer op, want iedere zichzelf respecterende subcultuur meent dat haar informele organisatiestructuur de grondslagen heeft gelegd voor de non lineaire, digitale netwerken die het Net vandaag domineren. En inderdaad, lange tijd fungeerde het postsysteem als een traag, maar autonoom medium voor het verzenden, uitwisselen, en becommentariëren van collectieve fascinaties. Beroemde, nu wellicht vergeten postnetwerken als de Science Corresponding Club en de New York Corresponding School, hebben een grote invloed uitgeoefend op de vormgeving van subculturen, verlangenmachines, nieuwsgroepen en nieuwe media.

Alhoewel de politieke en artistieke mogelijkheden van de post in de vorige Title: Mail art: planetaire ontmoetingsplaats zonder centrum, Ravage 1999 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter eeuw al werden onderzocht door bladenmakers en agitators, kwam de fascinatie voor het ‘postale medium’ eerst goed op gang in het futurisme, in dada en het surrealisme. Als een autonome kunststroming met een eigen naam – Mail Art – dateert ze echter van de jaren zestig. Via de correspondentienetwerken van obscure avantgardeclubjes, zoals de Gutai Group, Fluxus, Arte Povera, en Poesia Visiva, werden in die jaren de mogelijkheden van een ‘artistiek werelddorp’ pas goed onderzocht. Mail Art werd een internationaal netwerk van duizenden kunstenaars die communicatiemedia als post, telefoon, fax en internet als media voor hun kunsten gebruiken. Niet alleen is het postsysteem goedkoop, tevens waarborgt de post een veel grotere mate van privacy dan het net.

Mail Art begint daar waar het op nut gerichte gebruik van de post eindigt: van indirecte correspondentie (het versturen van post naar onbestaande adressen, fictieve personen of willekeurige adressen) tot geurbrieven, van het verzenden van cartoons tot het ‘mailen’ van E Mail Art zoals Spaceman’s Testicles of Famous People.

In zijn informatieve artikel noemt Bleus Mail Art “een planetaire ontmoetingsplaats zonder centrum”. Woon en verblijfplaatsen doen niet ter zake, de activiteiten vinden altijd onderweg plaats, kunstcritici en curatoren zijn afwezig, voorschriften en programma’s zijn hier onbekend.Title: Mail art: planetaire ontmoetingsplaats zonder centrum, Ravage 1999 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter

Door middel van tal van informele netwerken – zowel via de post als via zines en het net – blijven Mail Artists op de hoogte van ontwikkelingen in hun veld. Bovendien waken zij ervoor dat het netwerk autonoom en democratisch blijft: iedereen moet kunnen deelnemen, intensiteit moet voorop staan, en exclusiviteit wordt gehoond.

In Ballustrada verhaalt Carola van der Heyden hoe kritisch het Mail Art netwerk reageerde op het project Metamorphoses dat zij in 1992 uitvoerde. Zij vroeg zes vrouwen om via de post in een roulerend systeem uitdrukking aan en commentaar te geven op het thema van de metamorfose. Veel Mail Artists bleken in hun wiek geschoten omdat het project slechts zes deelnemers erkende waardoor het vrije en uitnodigende karakter van het medium werd aangetast. Bovendien mochten louter vrouwen participeren: opnieuw een staaltje van exclusiviteit die Mail Artists juist willen bestrijden.

Maatschappijkritiek

De expositie die op 8 mei jongstleden van start ging in Galerie Slaphanger te Rotterdam benadrukt juist het autonome, vrije karakter van Mail Art. Alhoewel de organisatoren de gedachte “Van Mail Art naar E Mail Art” hoog inTitle: Mail art: planetaire ontmoetingsplaats zonder centrum, Ravage 1999 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter het vaandel dragen, is E mail Art volstrekt afwezig in de Maasstedelijke tentoonstelling. We treffen hier louter papier aan. Dat is ook geen wonder, want Slaphanger is sinds jaar en dag vooral gespecialiseerd in intieme, gedrukte media als comics en (fan)zines.

Via haar eigen correspondentienetwerken riep Slaphanger wereldwijd op tot het inzenden van materiaal. Welnu, dat materiaal kwam er ook. De bezoeker kan nu duizelen bij het aanbod van de honderden Mail Artists die reageerden op het Rotterdamse verzoek. Uit alle uithoeken van onze aardkloot stuurden mensen hun kleine kunstwerkjes in. Opvallend sterk vertegenwoordigd zijn inzendingen uit Korea, Italië, de Verenigde Staten en België inderdaad, landen die een kloeke Mail Art traditie kennen. Naast een grote variatie van micro sculpturen, boekwerkjes en collages wordt veel ruimte in beslag genomen door zelfgemaakte brief en postkaarten die, gelegen op een grote tafel, een prachtige caleidoscopie van de Mail Art vormen.

Galerie Slaphanger heeft er alles aan gedaan het ‘klassieke’ karakter van Mail Art onder de aandacht van de bezoeker te brengen. Het materiaal is niet geselecteerd door een aangestelde curator, kwaliteitscriteria zijn afwezig, en alle inzendingen hebben een plaatsje gekregen in de winkel. Dit heeft tot gevolg dat er grote kwaliteitsverschillen bestaan en alle denkbare thema’s kriskras door elkaar heen lopen. Daarmee biedt de expositie vooral een overzicht van wat er vandaag allemaal gaande is in de wereld van Mail Art. Bovendien blijkt deze wereld nog lang niet over haar hoogtepunt heen: ook de organisatoren verbaasden zich over de enorme respons die hun oproep kreeg.Title: Mail art: planetaire ontmoetingsplaats zonder centrum, Ravage 1999 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter

Opvallend is de combinatie van krachtige slogans en intense beelden waarin een ferme maatschappijkritiek en een afkeer van de dwang tot passief consumeren doorklinken. Voor menig postgebruiker geeft Mail Art tevens uitdrukking aan anti technologische argumenten, zoals geschiedt in een publicatie van Zine World: “Don’t visit our website, we don’t have one”.

Galerie Slaphanger is allang geen pure stripwinkel meer, maar begint zich zo langzamerhand te ontwikkelen tot het centrum van een rijke, nog altijd uitdijende “Do It Ourselves cultuur” in Nederland. In die cultuur is Mail Art een springlevend communicatiemiddel.

Siebe Thissen

What Is mail Art Really? Expositie te Galerie Slaphanger, Rozener Manzstraat 67, Rotterdam (010 4769153). Nog te zien tot 7 augustus 1999. Openingstijden: wo.do.vr. 13 18.00 uur en za. 13 17.00 uur.
Over Mail Art, zie onder meer Stewart Home, The Assault On Culture. Utopian Currents from Lettrism to Class War (AK Press 1989) en het themanummer “Mail Art” van het literaire periodiek Ballustrada (jaargang 12, 1998, nummer 4), uitgegeven door de Stichting Zeeuws Licht, p/a Oranjestraat 24a, 4532 BS Terneuzen (0115 696760).
SpacemanSpiff Productions: http://members.xoom.com/bagOlafz/testicles.html

 

Jan 262012
 
Jan 262012
 
 

Uit: Ravage #264/265 van 7 augustus 1998

 

Tekenen in eigen beheer

Wie de moeite neemt in de stripwinkel de doos ergens verborgen in de hoek door te struinen kan veel moois tegenkomen. Handiger is het om eens een bezoekje af te leggen bij Galerie Slaphanger in Rotterdam. En paradijs voor iedereen die eens wat anders wil dan Kuifje en Sjors en Sjimmie.“Nee, de volwassenenstrip is niet dood, maar erg veel levenslust heeft ze ook niet meer. Ze is marginaal geworden, gepubliceerd door kleine uitgevers als Oog & Blik, Sherpa, De Harmonie of Griffioen, of door de auteurs zelf. Maar laten we wel zijn: een auteur die geen voorpublicatie heeft in krant of tijdschrift, wiens boek geen duizenden exemplaren verkoopt, wiens werk niet gesubsidieerd wordt door de overheid, heeft stomweg weinig overlevingskansen”, aldus Mat Schifferstein in zijn inleiding van Stripjaar 1997 het jaarboek over de recente ontwikkelingen op het gebied van het beeldverhaal.

In Nederland zijn er maar weinig auteurs die doorbreken tot een breder publiek, de auteurstrips zijn op dit moment zo goed als verdwenen uit de fondsen van de grote uitgevers. Uitgevers en winkeliers meiden elk risico en daarom wordt de huidige markt gedomineerd door de goedverkopende genre en pulpstrips. Nieuwe delen van bekende strips als Blake & Mortimer, Asterix, XIII en Largo Wich worden met uitgebreide promotiecampagnes onder de aandacht van het publiek gebracht. De productie hiervan is geïndustrialiseerd en het zijn niet langer creatieve auteurs maar door managers geleide teams die aan de lopende band strips produceren. Het resultaat: meer van hetzelfde.

Volgens Schifferstein zal de Nederlandse stripmarkt de komende jaren steeds meer gaan lijken op de Amerikaanse boekenmarkt: goed verkopende pulp en genreboeken in kiosken en populaire boekhandelketens en steeds minder ‘auteurs’boeken, slechts verkrijgbaar op een beperkt aantal verkooppunten.

Zoals altijd gaat er achter de kaalslag van de markt een andere wereld schuil. Veel tekenaars gaat het immers niet in eerste (en zelfs niet in laatste) instantie om het grote geld, naambekendheid of ‘overlevingskansen’, maar om het plezier van het tekenen zelf. En als uitgevers of striptijdschriften niet geïnteresseerd zijn in jouw werk, geef je het toch gewoon zelf uit. Ook Schifferstein is dat niet ontgaan: “Uitgaven in eigen beheer tenslotte, worden steeds talrijker en beter verzorgd.”

Stijlen

Een bezoekje aan het Rotterdamse Galerie Slaphanger, een expositieruimte voor jonge kunstenaars en verkooppunt van t-shirts, kaarten, platen, cd’s, tapes en vooral strips, leert dat hiermee niks teveel is gezegd. Hier vind je uitgebreide verzameling in eigen beheer uitgegeven strips. ‘Normale’ stripboeken waarin een held spannende avonturen beleefd, zitten er nauwelijks tussen. De verscheidenheid aan stijlen is groot, evenals de verhaalvormen en gebruikte materialen. Van glossy vierkleurendruk tot zwart-wit kopieën, van dunne lijntekeningen tot collages en fotomontages. Sommige uitgaven zijn niet groter dan een postzegel, andere zijn weer op posterformaat.

Volgens beheerder Pieter Zandvliet is deze grote variëteit ook het leuke van in eigen beheer uitgegeven strips: ,,Er zit geen uitgever achter die zegt dat je het niet op een bepaalde manier mag tekenen of niet op een bepaald formaat mag uitbrengen. Mensen tekenen het zoals zij dat willen en brengen het uit op het door hen gewenste formaat. Iedereen verzint rare dingen, en wil dat laten zien. Sommige mensen maken maar tien exemplaren, maar het is wel te gek.”

Zelf is hij vooral gefascineerd door de manier waarop mensen spelen met verschillende tekenstijlen. ,,Charles Burns bijvoorbeeld die tekent met van die dikke lijnen. Zijn verhaaltjes vind ik nooit zo leuk, maar die tekeningen zijn echt prachtig. Ik ben overigens niet de enige, want mensen komen speciaal voor zijn boeken naar de winkel. Marc van Elburg kan ook grandioos tekenen, maar die ligt weer niet zo goed in de markt. Hij zet dingen neer zoals hij op dat moment wil. Hij doet het niet voor iemand anders, toch wordt ook dat gewaardeerd.”

Van Elburg’s uitgaven kenmerken zich niet alleen door een geheel eigen chaotische tekenstijl, maar ook door de verschillende vormen. Zo gaf hij een surprisedoos uit gevuld met allerlei dingen en een klein tasje vol met tekeningen. Om goedkoop aan een kleurenomslag te komen, beschilderde hij voor Section 5,3 and one een oude VPRO gids. Recent verscheen Anale Tijden waaraan ook Pieter heeft meegewerkt. Zij stuurden elkaar post op en tekende daar weer overheen. ,,Dat viel niet altijd mee”, aldus Pieter. ,,had je net iets moois getekend, ging die ander er keihard overheen.”

Bij Anale Tijden, zitten ook ‘gratis’ tapes, die volgens hetzelfde procédé tot stand zijn gekomen. Het resultaat is een geluidscollage waar de honden geen brood van lusten. Bij elk exemplaar van het blad zit een andere tape. Pieter: ,,Als je geluk hebt duurt hij maar een paar minuten, maar ik zal jou er straks een van 90 minuten meegeven.” Bedankt.

Mensen die in eigen beheer strips uitgeven mijden het gangbare. Veel striptekenaar gebruiken collages, foto’s en andere middelen. Volgens Pieter word men hierin steeds creatiever. Zeefdrukkers uit Marseille bijvoorbeeld gebruiken reclamefolders om overheen te drukken. Daardoor hebben ze goedkoop een kleurige ondergrond die vreemd contrasteert met de vaak heftige tekeningen.

In het breken met de conventies zit het verzet tegen de beelden die de striptekenaars dagelijks op zich afgevuurd krijgen. Om deze reden zijn de uitgaven volgens Pieter ook voor anderen interessant. Het verstoort de geordende dagelijkse werkelijkheid. ,,Als de dingen heel erg duidelijk zijn, zeg maar de Hergé stijl (van Kuifje, FK) dan raak ik verzadigd, dat kan ik al snel niet meer lezen. Als diezelfde tekenstijl zou worden gecombineerd met een hele chaotische tekst is het wel spannend.”

Geweld

De reflectie op de alledaagse werkelijkheid is ook aanwezig in de onderwerpen die in de strips aan bod komen: school, werk, liefde en het laatste jaar ook veel zelfmoord. Pieter: ,,Een soort intense droefheid, die zie ik in veel strips”

Helaas niet alleen in de strips: in een half jaar tijd hebben een JWG jongere die in Slaphanger werkte, een kunstenaar die daar net geëxposeerd had, een andere medewerker en nog iemand die vaak in de winkel kwam zelfmoord gepleegd. ,,Daar word je natuurlijk niet vrolijk van”, verzucht Pieter. ,,De maatschappij wordt ook steeds harder en dat zie je terug in de strips. Op dit moment domineert geweld en grovere sexvormen. Overigens niet alleen bij de self publishers. De Japanse uiterst gewelddadige mangastrips zijn onder jongeren razend populair.”

In undergroundkringen zijn vooral de strips van Mike Diana omstreden. Inmiddels mag hij van de Amerikaanse justitie niet meer tekenen (zie elders in deze Ravage). Diana is echter niet de enige die het wel erg bont maajt. Ook uit Slovenië komen hele gewelddadige strips. ,,De hoofden vliegen je letterlijk om de oren”, aldus Pieter.
,,Dan denk ik ook wel eens van shit, heftig. Maar kijk eens een avondje tv, zo erg kan manga het niet maken. Van Diana wordt gezegd dat hij een slechte invloed zou hebben op kinderen, maar een kind van drie leest die strips toch niet, die vindt er niks aan.” Een ander ontwikkeling is de opkomst van de autobiografische strip. De Amerikaan Robert Crumb begon hier ooit mee, maar tegenwoordig is vooral onder vrouwen dit genre populair.

Bandy Bitchy bijvoorbeeld van de Amerikaanse Roberta Gregory en in eigen land Barbara Stok en Maaike Hartjes. Volgens Pieter zijn de autobiografische strips populair omdat men zich meestal als anti held afschilderd. ,,Ik denk dat veel mensen zichzelf herkennen in de anti held. Het dagelijks leven zit nu eenmaal vol blunders en mislukkingen; het is geruststellend om te zien en lezen dat dit voor anderen ook geldt. Hoewel ik het wel eens leuk zou vinden als iemand zichzelf als held zou afschilderen, denk ik niet dat het verkoopt.”

Jezelf bloot geven is niet voor iedereen eenvoudig, daarom is het volgens Pieter goed als mensen eens in de winkel komen kijken. ,,Veel mensen die hier komen en rondneuzen vertellen dat ze ook tekenen, maar het nooit durfden op te sturen naar een tijdschrift of uitgever. Hier zien ze dat je het gewoon zelf kan uitgeven. Desnoods maak je tien kopietjes, maakt niet uit, als je het maar doet. Wij verkopen het wel. Als iemand de moeite doet om het zelf uit te geven, moet je het ook verkopen. Ik hoef er zelf niets aan te vinden. De klanten moeten zelf maar uitmaken of het leuk is. In een gewone stripwinkel staan dit soort dingen vaak in een klein doosje verborgen in een hoekje en ziet niemand ze. Dat is jammer omdat ze zo nooit onder de aandacht komen van het publiek, dat daardoor altijd maar dezelfde dingen blijft kopen.”

Tijdschriften

Dat self publishing ook kan leiden tot commerciële successen bewijzen inmiddels bekende tekenaars als Peter Pontiac, Gummbah en Berend J. Vonk. Ook zij zijn ooit met eigen uitgaven begonnen. Hetzelfde geldt voor tijdschriften. Tonnio van Vught, inmiddels hoofderdacteur van het bekende stripbald Zone 5300 is ook ooit begonnen met het in eigen beheer uitgegeven blaadje Barwoel.

Pieter: ,,Hij moet op een gegeven moment gedacht hebben dat de tekenaars daar niks mee opschoten en wilde hen meer bieden. Via Robert van de Kroft van Sjors en Sjimmie is hij toen een groot blad gaan maken. Veel van hun tekenaars zijn doorgebroken. Gummbah staat nu in de Volkskrant terecht overigens maar dat geldt niet voor allemaal. Ik vind het overigens nog steeds een goed blad en er verschijnen nog steeds nieuwe tekenaars in. Maar een aantal mensen die vaak hier komen, hebben wel eens wat opgestuurd en horen dan helemaal niks. Dat is flauw.”

Voor deze mensen zijn er gelukkig nog genoeg andere bladen. Incognito uit Zaandam bijvoorbeeld, geeft onbekend talent een kans. Of Techno dat gemaakt wordt door mensen van de ACI, de kunstacademie in Enschede. Pieter: ,,Dat is weer veel gestoorder, daar staan hele slechte tekeningen in. Zo slecht dat het weer leuk wordt. Het zijn ook meer kunstenaars, grafisch heel ongehoorzaam.”

Tommy uit Vlissingen geeft naast zijn punkfanzine Orange Sucks het stripblaadje Helter Skelter uit. Soms in een oplage van slechts tien exemplaren, maar het laatste nummer (# 15) waarin ook bijdragen van bekendere tekenaars als Chris Crielaard, Valium en Mike Diana staan, verscheen in een groter oplage.

Uit Eindhoven komt Achter de Geraniums uit Groningen Impuls van Reinder Dijkhuis. Evenals zijn stadsgenote Barbara Stok ligt bij hem de nadruk op de autobiografische strip.

Slaphanger gaf tot voor kort zelf Climax uit. Pieter: ,,Heel veel van wat we binnen kregen stopten we daarin. Eigenlijk zonder serieus te selecteren. Desondanks valt de kwaliteit best mee.”

Het meeste materiaal in Slaphanger komt uit het buitenland. Vooral uit de Verenigde Staten en Canada. Maar ook uit Brazilië, Uruguay en er is zelfs een strip China. Pieter: ,,Die zag ik liggen in een Chinese winkel en heb ik toen voor Slaphanger gekocht. Er staat geen tekst in dus je kunt de grapjes begrijpen, al zijn ze wel heel flauw.” Het begrijpen van de tekst lukt meestal wel omdat veel striptekenaars voor het Engels kiezen, ook die uit Brazilië, Uruguay, Slovenië en andere Europese landen. Pieter: ,,Dat is wel slim om dat je dan een veel groter publiek kunt bereiken. Zelfs de Finnen zijn over gegaan op het Engels. Vroeger deden ze nog wel eens een verklarende woordenlijst Fins Engels bij hun strips. Dat schoot niet echt op want dan moest je de hele tijd woorden gaan opzoeken.”

Uitdaging

Het publiek in Slaphanger is zeer gevarieerd. Van mensen in driedelig pak tot jonge punks. Die komen vooral op de platen, cd’s en tapes af en zijn nauwelijks geïnteresseerd in de strips. Omdat steeds meer (punk)fanzines ook strips opnemen en ze rondsnuffelen in de winkel, komt hier wel verandering in.

Pieter: ,,Dat vind ik ook een uitdaging, om de verschillende scenetjes te mengen. Er komen hier ook mensen specifiek voor het mooi uitgegeven stripboek. Die probeer ik te interesseren voor de uitgaven in zelfbeheer. Mensen die hier komen voor de politieke bladen die we ook verkopen probeer ik te interesseren voor de strips en andersom. Als we een duidelijke politieke strip hebben liggen en ik wijs ze er op, nemen ze hem bijna altijd mee. Ook hebben we een bak homostrips. Het is wel grappig om te zien hoe mensen, naar ik aanneem hetero, daar nieuwsgierig in snuffelen. Laatst was er iemand die al voor de derde keer hetzelfde stripboek uit die bak pakte om het te lezen. Toen vroeg ik hem of die het niet eens moest kopen. Het zou ook wat bekender moeten worden in homo kringen dat we die dingen verkopen, maar eigenlijk zouden we dan veel meer van dat materiaal moeten hebben. Dat geldt overigens in het algemeen, we hebben lang niet alles hier liggen wat er verschijnt.”

Pieter zou graag meer materiaal van andere continenten willen hebben. Bijna alles komt uit de VS en Europa. Ook in Nederland weet men de weg naar Slaphanger niet altijd te vinden. ,,Dat is misschien maar goed ook, want als we alles in huis zouden halen wat er in eigen beheer wordt uitgegeven dan barsten we uit de winkel.”

Freek Kallenberg

Adressen -Galerie Slaphanger, Rözener Manzstraat 67, 3026 TV Rotterdam. Tel: 010 4769153. Geopend di. t/m vr. 13 17 uur.
-Marc Elburg, postbus 68, 7700 AB Dedemsvaart.
-Achter de Geraniums, Otto Veniusweg 90, 5643 RG Eindhoven.
-Helter Skelter,, Clijverstraat 27, 4381 PT, Vlissingen.
-Impuls, Bloemstraat 30a, 9712 LE Groningen.
-Incognito, Bergblauwstraat 296, 1043 ML Zaandam.
-Techno, Guido de Groot, Pluimstraat 77, 7511 BE Enschede.
-Zone 5300, Postbus 6080, 3002 AB Rotterdam.
-Stripjaar 1997, Mat Schifferstein (red.), uitgeverij Sherpa i.s.m. Stichting Beeldverhaal Nederland.

 

 January 26, 2012  Posted by at 13:59 Media about Pieter No Responses »
Jan 262012
 
Expositie Vreemde Streken in Kunsthuis Secretarie
zondag 28 november 2010 11:12
Meppel – De exposanten van de nieuwste tentoonstelling in Kunsthuis Secretarie hebben alle drie naam gemaakt als kunstenaar van onalledaags prettig toegankelijk werk. Tot en met 23 januari is een expositie van hun werk in de Secretarie te bekijken. Ze zijn geen vreemden in Meppel. René Maagdenberg houdt atelier aan het Noordeinde in Meppel, Pieter Zandvliet werkt vlakbij, in de oude melkfabriek van Nieuwleusen en Ben Haveman komt uit een grote Meppeler familie.
De opening zondagmiddag om 16.00 uur wordt net zo bijzonder als de tentoonstelling: Lisa Maagdenberg bewerkte een gedicht volgens het toonklokprincipe van Peter Schat. Een bijzondere verschijning is kunstenares Emmy Dijkstra, muzikale bijval komt van multi-instrumentalist Arnout Dalkmann en er is een uitvoering van componist en elektronisch muzikant René Splinter.
 January 26, 2012  Posted by at 13:49 Media about Pieter No Responses »
Jan 262012
 

Betaalbare kunst voor onder de kerstboom

gepubliceerd op www.rotterdamsdagblad.nl – vrijdag 22 december 2000


Het was meteen al een drukte van belang. Door schade en schande wijs geworden bij de eerste editie van Kunstkerst vorig jaar waren de kunstliefhebbers er nu vroeg bij. De vorige maal was het mooiste al voor de neus weggekaapt.

 

Betaalbare kunst, da’s nooit weg. Met prijzen die variëren van een gulden tot 495 piek. Dé kans om een leuk cadeautje voor onder de kerstboom te scoren derhalve. En dus was het gisteravond om even na zevenen al dringen geblazen in Pand Paulus aan de Korte Haven in Schiedam.

Er blijkt wel heel veel in de categorie 495 gulden te hangen. Soms zelfs ook nog wel daarboven. ,,Maar,” zegt een man met kennersblik, ,,ik vind het over het algemeen een goede prijs-kwaliteitverhouding.” Dan klinkt er een knal. Een ‘papegaai op stelten’ van Eric Ruijers (495 piek) is van de muur gevallen. Meteen verdringen geïnteresseerden zich. ,,Is het nu voor de halve prijs?” Nee dus. Even later hangt het kunstwerk weer op z’n plek.

Alle muren hangen vol. Michel Snoep heeft het halletje bij de toiletten als tentoonstellingsruimte toebedeeld gekregen. Niet de beste plek, maar hij zal ongetwijfeld alles verkopen.

De Rotterdamse kunstenaar Leen Looijschelde weet hoe hij zijn werk aan de man moet brengen. Goed gekeken in de winkelcentra heeft ie. Van hem zijn er echte aanbiedingen: van 990 nu voor 495 gulden. Drie beschilderde lampjes voor 35 gulden per stuk van Sage trekken de aandacht. Want dat is pas echt een schappelijk prijsje. Een kwartier na de opening zitten daar al stickers op. Die zijn verkocht.

Wat doe je met een gulden? Want voor dat bedrag zou je op Kunstkerst 2000 al je slag kunnen slaan. Gevonden: een ansichtkaart. Maar je kunt er ook een kopje glühwijn voor kopen. Of een lootje voor de kunstkerstboomverkiezing. Er zijn door kunstenaars zes bijzondere kerstbomen gemaakt. Variërend van een als boom verknipt stuk vloerbedekking tot een aantal aan elkaar geschakelde computers.

Kunstkerst 2000 is vandaag nog geopend tot negen uur ‘s avonds en morgen van twaalf tot vijf uur. Dan wordt ook bekend wat de bijzonderste kerstboom is geworden.

 January 26, 2012  Posted by at 13:34 Media about Pieter No Responses »
Jan 262012
 

Uit: Ravage #278 van 19 februari 1999

 

A WOMEN’S COMIC WORLD

“Ik kan niet tekenen, maar ik kan wel verzamelen”, schrijft stripgek Donna in haar voorwoord van de prachtige catalogus A Women ‘s Comic World 1999. Op zaterdag 23 januari jongstleden opende Galerie Slaphanger te Rotterdam een expositie die geheel is gewijd aan vrouwelijke striptekenaars, voornamelijk uit Nederland. De expo biedt een geslaagd overzicht van de stijlen en stromingen die vandaag opgang maken in de stripwereld.‘A Women’s Comic World’ getuigt ook van de gestage opmars van vrouwelijke striptekenaars, al maken de oprichters van Slaphanger – Pieter Zandvliet en Xandra Severien – aan de bezoekers duidelijk dat kwaliteit een eerste vereiste is. Ook Donna stelt dat tekenen “geen specifiek sexe kenmerk is”, maar dat ze zich met strips van vrouwelijke tekenaars beter kan identificeren: “Kenmerkend is dat ze vaak autobiografisch zijn. Die zijn makkelijker om bij in te leven. Verhaaltjes over nooit aan een opdracht kunnen beginnen, teveel drop eten, rondlopen op je werk in een wit uniform met een grote bloedvlek, naar de meest dildo achtige winterpeen op de markt zoeken… daar kan ik me mee identificeren”.Net zoals tijdens de magistrale expositie van tekenaar Marc Dancy (6 juni 1997) was het ook nu weer propvol en uiterst gezellig in Slaphanger. Grote prenten hingen aan het plafond bevestigd, kriskras door de winkel, en groepjes mensen verdrongen zich voor de tekeningen. Veel stripmakers waren in levende lijve aanwezig zodat de fans persoonlijk kennis konden maken met hun favoriete tekenaars. Zo schudde ik zenuwachtig de hand van Maaike Hartjes ik ben al jaren een fan van Maaike ‘s Dagboekjes (al verbaasde ik me over haar mysterieuze verschijning ik had me namelijk een heel andere dame voorgesteld: babbelgraag, klein, sproeterig en met een rond buikje).

Niet alleen de expositie is de moeite van een bezoek waard, vooral de catalogus is een juweeltje geworden. Op de kartonnen omslag prijkt een prachtige psychedelische prent van Maria Colino een juiste keuze, want haar tekening is het hoogtepunt van de collectie. Bijzondere vermelding verdienen ook Lorna Miller (de ons reeds bekende Witch) en Farida Laan, wiens Juffrouw M.A. & Rock a Betty tot de grappigste en wellicht best getekende strip van de catalogus behoort. Ook is er ruimte gereserveerd voor de politieke cartoons van KA, bekend van haar venijnige commentaren in onder meer Ravage en Buiten de Orde.

De tentoonstelling en de catalogus zijn het resultaat van een enthousiast collectief dat ook in deze kolommen wel eens in het zonnetje mag worden gezet: Sjaan, Ka, Maaike, Femke, Donna, Robin, Menno, Sascha, Pieter en Xandra. ‘A Women’s Comic World’ is nog te bezoeken tot 1 april en de catalogus is verkrijgbaar voor slechts drie knaken. (Siebe Thissen)

A Womens’s Comic World – Galerie Slaphanger, Rosener Manzstraat 67, 3026 TV Rotterdam. tel/fax: 010 4769153. Slaphanger is open van dinsdag t/m vrijdag (13.00 17.30u) en op zaterdag (13.30 16.30u)

 January 26, 2012  Posted by at 13:30 Media about Pieter No Responses »
Jan 262012
 

Wie niet op de academie zit mag zijn werk exposeren in Galerie Slaphanger

01/04/95, 00:00

Barbiepoppen met ingedeukte, afgebrande borsten en dubbelgeklapte benen, beschilderd met de mooiste kleuren. Kunstenaar Pieter Zandvliet (25) uit Rotterdam is helemaal weg van Barbies.

Title: Wie niet op de academie zit mag zijn werk exposeren in Galerie Slaphanger, Trouw 1995 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter Pieter is een alternatieve kunstenaar. Vanaf vandaag exposeert hij zijn mooi verminkte barbiepoppen in Galerie Slaphanger.

Die galerie is het initiatief van Ambulant Jongerenwerk in Rotterdam. Jonge kunstenaars tussen de 15 en 25 jaar kunnen hun werken exposeren en verkopen in het winkeltje voor in het pand. Niet alleen beeldende kunstenaars zijn welkom, ook musici en striptekenaars mogen met hun werk binnenwandelen. “Alleen jongeren van de kunstacademie mogen bij ons niet exposeren. Dat zou niet eerlijk zijn tegenover de anderen die niet op zo’n school zitten en minder kans hebben op een expo.”Title: Wie niet op de academie zit mag zijn werk exposeren in Galerie Slaphanger, Trouw 1995 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter

Pieter en zijn vriend Ricardo Suares (24) hebben de taak om alternatieve kunstenaars warm te maken voor Slaphanger. Veel interesse komt van de punkers, maar ook miskende striptekenaars weten de weg te vinden naar de stichting. “Sommigen zijn in het begin wantrouwend. Ze vinden de naam van de galerie maar niets. Maar na een tijdje zijn ze net zo enthousiast als wij”, zegt Title: Wie niet op de academie zit mag zijn werk exposeren in Galerie Slaphanger, Trouw 1995 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter Ricardo, die in augustus zelf zal exposeren.

 January 26, 2012  Posted by at 13:07 Media about Pieter No Responses »
Jan 262012
 

Pantani-museum volgende maand open

gepubliceerd op www.rotterdamsdagblad.nl – dinsdag 19 april 2005
eva crouwell

De stichting die na de dood van Marco Pantani is opgericht, heeft het voornemen in mei een ‘Museo della Bicicletta’ ter nagedachtenis aan de Italiaanse wielerheld te openen. De organisatie ziet de ‘Gran Fondo Marco Pantani’ – de eerste, open amateurwielercours ter ere van ‘Il pirato’ – als ideaal startmoment voor het museum in zijn geboortedorp Cesenatica.
Title: Pantani-museum volgende maand open, Rotterdams dagblad2005 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter

 

Wanneer het dorp eind mei overspoeld zal worden met toeristen en deelnemers aan de wielerwedstrijd voor amateurs, zal ook het officiële monument voor Pantani worden onthuld. Het bronzen beeld komt aan de Piazzo Marconi, ofwel de strandboulevard, te staan. Het kunstwerk is gemaakt door oud-judoka Emanuela Pierantozza en zou eigenlijk op 14 februari, de sterfdag van Pantani, worden gepresenteerd. Dit werd om onduidelijke redenen uitgesteld.

Het museum zal in een oude ruimte van de spoorwegen neerstrijken. Het Museo della Bicicletta wordt opgedragen aan Marco Pantani, maar wat er precies te zien zal zijn is nog niet duidelijk. Op de website van de stichting worden bezoekers verzocht de foto’s, videofilmpjes, schilderijen en andere kunstwerken die zij van Pantani hebben gemaakt digitaal op te sturen. Die worden vervolgens op de site ‘tentoongesteld’.

Iemand die daar bij toeval, maar wel met oprecht enthousiasme gebruik van heeft gemaakt, is de Schiedamse kunstenaar Pieter Zandvliet. ,,Ik zou mijn schilderij van Pantani aan zijn ouders aan willen bieden, als dat zou lukken,” aldus Zandvliet.

De kunstenaar is al lange tijd wielergek, zijn vader stak hem op zijn dertiende met het virus aan. De Schiedammer reed jarenlang amateurwedstrijden, op zijn 21ste zelfs triathlons. Tot de kunst de overhand kreeg. ,,Ik heb nog steeds spijt dat ik niet professioneel ben gaan fietsen. Toch is er voor mij geen verschil tussen mijn liefde voor wielrennen en kunst.”

De tragisch geëindigde Italiaan is de enige sportheld – en publieke figuur – die Zandvliet ooit heeft afgebeeld. Alleen Elvis komt zo nu en dan zijn werk binnenstappen. ,,Dat is wat Pantani ook zo intrigerend maakt. Het drugsgebruik, de totale adoratie van zijn fans. Bij allebei sijpelde dat menselijke er doorheen. Heel anders dan bij andere beroemdheden, die vind ik bijna altijd plastic.”

Geïnspireerd door een krantenartikel grijpt Pieter Zandvliet kort na de dood van Pantani verf en spuitbus en knalt er een soort karikatuur uit. De roze wolk slaat op de roze trui van de Italiaan, maar helpt de kunstenaar ook iets essentieels te ontwijken: ,,Ik ben niet zo technisch. Het tekenen van een fiets moest bij deze tekening wel zó precies zijn, dat ik het daarom bewust heb vermeden.”

Het kroontje en de vleugels spreken voor zich, de ‘scheuren’ op de achtergrond staan voor alle bergen die de Italiaan bedwongen heeft. ,,Lance Armstrong is een goede allrounder. Maar Pantani is de meest formidabele klimmer die ik ken.” De aantrekkingskracht van Pantani zit volgens Zandvliet ook gedeeltelijk in zijn uiterlijk. ,,Dat kleine mannetje met die kale kop en donkere, dromerige oogjes. Hij zag er altijd uit alsof hij er eigenlijk niet bijhoorde. Het was alsof er iets om hem heen hing…” Vandaar dat de Schiedammer zijn kunstwerk heeft ondertekend met ‘A Grande per Questo Mundo’, ofwel ‘te groot voor deze wereld’.

 January 26, 2012  Posted by at 12:59 Media about Pieter No Responses »