Pieter Zandvliet's Art World Gallery
August 14, 2020
Breaking News

Action painting

Title: Action painting | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Mijn eerste ervaring met muurschilderen stamt uit mijn pubertijd. Toen reden er al fietsen, zelfs autoś waren een algemeen goed, en andere straat en beeld bepalers van toen zijn er nu helaas nog steeds. Ik tekende mezelf op een schaal van één op één met krijt op mijn muur, zodat er nauwelijks nog over heen te schilderen viel, dan wel te behangen. Misschien zijn door die actie de huizen uiteindelijk gesloopt, wie zal het zeggen, wie zal het weten, lekker belangrijk. Ik was zwaar tevreden met mijn even beeld, in mijn enthousiasme, stormde ik de trap af naar al mijn ouders, twee als ik het goed heb. Ik was even vergeten dat ik niet had gevraagd op de muur te tekenen aan mijn ouders. Mijn vader begon nog met zijn kunst kritiek voor hij mijn schepping had mogen aanschouwen, mijn moeder moeder stortte pas ten gronde toen ze mijn werk zag. Je moet het er maar mee doen, je kunt je ouders niet uitzoeken, was dat maar waar.

Op naar de tweede ervaring, 1991. Ik stond in de wijk Delfshaven een beetje bekend als striptekenaar, overal zou je daar trots op zijn, en mee kunnen pronken, maar in Delfshaven was je dan een flikker die niet van voetbal hield. Ik hield wel van voetbal, maar had geen zin mij hier tegen te verzetten. Ik ben gek op het werk van de Amerikaanse kunstenaar Keith Haring, die overigens wel een flikker was, of hij van voetbal hield heb ik in geen van zijn biografie of dagboeken terug kunnen vinden, het zal waarschijnlijk dus niet het geval zijn, en bovendien is in Noord Amerika voetbal voor meisjes. Op onze Jeugdsoos vroeg Jan Walters, de jongerenwerker in die tijd, of ik een muurschildering wilde ontwerpen voor boven de ingang van de Helling. Nog voor hij zich had omgedraaid, om koffie te zetten was mijn ontwerp bij wijze van schrijven al af. Drie breakdansers, afgeleid van mijn held Keith Haring, maar dan wel een heel beroerde versie, die hij gelukkig niet meer heeft gezien, doordat de goede man in hetzelfde jaar als mijn grote doorbraak (wacht ik nog dagelijks op) aan AIDS overleed. Hans vond het ontwerp wel aardig, en de volgende dag ging ik naar De Kroon verfhandel, waar het altijd zo heerlijk rook, verf en kwasten kopen.

Weer een dag later begon ik met mijn schildering. Probleem 1 ik had nog nooit geschilderd, probleem 2 het waren over elkaar liggende latten hout die mijn breakdansers tot spasmen zouden doen veranderen, en probleem drie, het jeugdcentrum was gewoon open, en tussen de blowende mede jongeren moest ik mijn ding doen. Voortdurend werd mijn werk afgezeken, en helemaal onterecht was dit niet, maar beter werd het er ook niet van. Bij breakdancer twee gooide ik verf over een zeikerd heen, en brak er een vechtpartij los. Zo is het bij twee figuren gebleven. Hans moet medelijden met mij hebben gehad, want ik kon door hem mee met een jongeren uitwisseling naar Praag (zie stukje Praag), waar dien ten gevolge ik mijn vrouw Xandra door ontmoette.

Het duurde jaren voor ik mij weer liet verleiden tot een muurschildering. Dit was in 1996 toen ik eigenlijk alleen bezig was met het vervaardigen van Smeltkunst, melt art. Een goede vriendin Erik de Paal vroeg mij om mee te doen aan een live painting bij een groot jaarlijks terug kerend popfestival in het Beatrixpark te Schiedem (was het laatste jaar nog lang voor de Crisis). Kunstenaar Boris van Berkum hielp mij aan etalage benen, om te smelten. De beste graffiti spuiters van Rotterdam waren al druk bezig toen ik met Boris bij de muur verscheen, met de armen en benen in mijn armen. Het zag er eigenlijk al geweldig uit, Boris ging meteen los, terwijl ik daar wezenloos van emoties stond met de ontlede etalage poppen. Ik probeerde er vanaf te komen, door te zeggen dat mijn werk het geheel zouden ontkrachten, dit loog ik niet trouwens. Maar mijn goede vriendin Erik maande mij mee te gaan om de benen en armen te gaan smelten.

Tussen wat stekkerdozen zette hij mij en mijn verfbrandertje neer, en liep weer druk doende weg. Ik zette de brander aan. Het zat niet mee, de benen en armen waren keihard en wilde niet smelten, de stekkerdoos daarentegen wel, in een enorme zwarte rook sloeg de stroom met een knal uit. Niet alleen bij mij, maar in half Schiedam. Het Punkbandje I against I, had geen stroom meer, dan wel de nodige fantasie om akoestisch verder te spelen. Een groot met lucht opgepompt blikje cola zakte in elkaar over het publiek, en al snel stond ik tussen allerlei horeca werknemers, die woest op mij scholden, één frietboer raakte mij zelfs aan, begrijpelijk, maar weer ging het uit de hand lopen. Mijn goede vriendin Erik sprong ertussen. Ik besloot naar huis te gaan.

In 1999 heb ik ten tijden van de groepstentoonstelling in het Stedenlijkmuseum van Schiedam dan eindelijk de grote muurschildring gemaakt die ik altijd heb willen maken, wel afgeschermd van andere kunstenaars, en in 2001 beschilderde ik het rolluik van het Artotheek te Schiedam, wel afgeschermd door hekken. Dus u begrijpt ik ben niet bepaald een kunstenaar die top presteert met publiek om zich heen, en het besef dat er geen reet aan is om mij tergend langzaam lijntjes te zien zetten maakt het er voor mij nog veel minder interessant op, mij publiekelijk uitsteloven, en bij iedere ervaring ringelen de belletjes uit het verleden in mijn hoofd. En drank of drugs om mij hier van af te zetten heb ik geen zin in, laat ik dit verhaal dus afsluiten met de legendarische Roy Orbisson (hield niet van voetbal en was ook geen flikker), ¨Only the lonely¨…..

Leave a Reply