Arthur zit krap achter zijn spel computer, net terug van een dag van een lelijk betonnen gebouw waarin niks dan ellende, school noemt men dat, als zijn moeder hem roept dat zijn grootvader aan de lijn is. Kut opa zegt Arthur zwaar geïrriteerd. opa heeft geen mobieltje maar een zwarte bakelieten huis telefoon, waardoor de ouders van Arthur speciaal voor opa een huis telefoon hebben gehouden. Zijn ouders van vaders kant zijn wel handig op het internet en staan nog volop in het nu. Maar opa Bertus verdomd het met de tijd mee te gaan, wat ook wel zijn charmes heeft, maar niet als Arthur net online wil gaan gamen, dan moet die ouwe lul opdonderen.

Beneden neemt Arthur een gekke bek trekkende de telefoon van zijn boos kijkende moeder over. Ha die opa zegt Arthur gemaakt. Even zoals gewoonlijk zegt zijn opa dan niks, tot Arthur zegt opa bent u daar. Waarop opa zegt, oh jongen ik kon je even niet vinden. Opa ligt dan helemaal in een deuk, arme man. Jongen heb je zin om morgen na school bij je grootouders langs te komen, het was alweer voor de oorlog dat wij je zagen, gaat opa grapjurk verder. Ik heb namelijk een stapel oude superhelden boekjes van je vader gevonden op zolder, er zitten mooie dingen tussen.

Het wordt inderdaad wel weer eens tijd dat hij bij zijn grootouders langs gaat, het is er altijd gezellig. Dus maken de mannen een afspraak voor de volgende middag.

De volgende dag rijd de vijftienjarige Arthur naar het vrijstaande herenhuis van zijn grootouders.

Arthur is een redelijk goede gamer, maar leest ook graag strips dus hij is best benieuwd wat opa Bertus hem gaat laten zien.

Oma Johanna staat al voor de deur op haar kleinzoon te wachten, vrolijk staat ze met haar rode wangen te zwaaien. Arthur glimlacht en kijkt al op tegen de omhelzing tegen oma’s enorme borsten, waarvan de tepels waarschijnlijk al jaren naar haar knobbel tenen kijken.

Na de verstikkende omhelzing loopt Arthur achter zijn oma de gang in naar de huiskamer, waar opa hem in een bokshouding uit de tijd dat boksers nog lange broeken droegen huppelend staat op te wachten. Niet slaan hoor opa zegt Arthur zoals iedere keer. Hij heeft er wel eens aan gedacht om zijn opa te verassen met een loopkick of een uppercut, maar het blijft toch zijn opa. Al snel zit het gezelschap in de keuken aan de keukentafel met een kop thee, het koekje slaat Arthur al jaren over, die zijn waarschijnlijk nog van de verloving van zijn ouders over gebleven. Terwijl Arthur zijn oma over zijn school verteld, loop opa de kamer uit.

Even later komt hij gelukkig terug, want Arthur was wel door de leugens over zijn school prestaties heen. Opa verteld dat hij al de strips in de doos van zijn vader nogmaals heeft gelezen, hij is er duidelijk door opgewonden. Dat waren pas helden jongen, zegt hij terwijl hij zijn ontbrekende biceps laat zien. Arthur is vooral verwonderd over de Nederlandse namen voor de Amerikaanse helden van Marvel comics en DC comics. Om er wat te noemen: Spinneman, De onbegrepen Rauwe bonk (de Hulk), Durfal (Dardevil), Ijzerman, Drakeman, Na-aper, de Gruwel, Hagedis, Wyatt Wingfoot, Zwarte panter en De Vleermuis (Batman). Wat zal zijn vader zich hip hebben gevonden met de comics. Bladerend door de prachtige strips vraagt Arthur aan zijn opa of er ook Nederlandse striphelden hebben bestaan. Opa denkt na en kijkt naar oma alsof die het zou moeten weten. Oma schenkt er geen aandacht aan, ze zit Pitface van haar favoriete schrijver Herman Brusselmans te lezen, dan is ze helemaal weg, en wie weet waar de Belgische schrijver kennende.

Ja zegt opa dan na lang nagedacht te hebben, je had er wel één in de jaren zestig. Katman hete die vent. Hij droeg een zwart wollen pak gebreid mat lang harige angora wol, waardoor hij op een echte kat leek. Hij was pijlsnel, doordat heel hard rennen maakte dat de wind die hij dan maakte zorgde dat de jeuk van zijn pak minder werd, Katman was namelijk allergisch voor wol. Buiten de jeuk liep hij altijd te snotteren.

Een kneus dus onze Nederlandse superheld zei Arhur lachend. Opa nam het uiteraard voor Katman op. Katman was allerminst een kneus, hij had zelfs een staart waardoor hij op grote hoogte zijn evenwicht kon bewaren. Een staart zei Arthur verbaasd. Nou het was eigenlijk zijn enorme lul, die door een botsing in de jeugd van Katman met een Amsterdams paaltje heel hard naar achteren is geslagen, en op de één of andere zeldzame manier heel erg is gaan groeien. Hoe Katman de liefde bedreef, daar is niks over bekend, maar het zal wel iets met een achter uitkijk spiegel zijn geweest.

Zijn gevaarte zat ook in het zwarte wol met om de eikel een puntje witte wol waardoor het nog meer op een staart leek.

En hoe is het met Katman afgelopen opa ? Dat weet alleen de tekenaar van Katman, Jip Snolstra.

Maar Jip is met zijn dronken kop een bouwput ingelopen, en daarmee kwam er een einde aan de avonturen van Katman.

Heeft u strips van Katman, nee helaas jongen die waren trouwens op een gegeven moment verboden, vanwege de staart eigenlijk. Weer wat geleerd zegt Arthur voor hij afscheid neemt van zijn grootouders en het huis verlaat met een doos vol striphelden.

Voor de echte geïnteresseerde in een Nederlandse stripheld, ga eens naar de website van het Nederlands stripmuseum:https://www.michaelminneboo.nl/2013/08/nieuwe-nederlandse-superhelden-in-aantocht/

Mocht u mijn eerste roman willen lezen, die kunt u in mijn webshop vinden https://www.pieterzandvliet.com/homepage/boek-mijn-zoon-jordi-de-imbeciel/

Title: De enige Nederlandse superheld | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza