Zo, ik neem lekker plaats achter mijn donkergrijze laptop, die ik eigenlijk nooit op mijn lap (knieën) zet, maar wel zet ik mijn hulpje op tafel. Title: De prins van Lupsen | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Een “table- top” zou dus als naam meer bij mijn laptop passen, maar hoe ik hem ook noem, klagen doet hij nooit. Hij is van het merk, even kieken, oh het blijkt dat hij niet van een merk is, maar gewoon van míj.
Kortom, ik heb er zin an een supervet sprookje voor u te schrijven, en voor niemand anders. U zult uzelf naar alle waarschijnlijkheid de vraag stellen, na het lezen van dit sprookje, “waar haalt die knappe welopgevoede man het toch iedere keer weer vandaan?”  U stelt uzèlf die vraag omdat, als u hem aan mij zou stellen, ik het waarschijnlijk niet zou horen. Maar ik zal u vast uitleggen, voor u uzelf die vraag stelt,waar ik het vandaan haal. Nergens, ik haal het helemaal nergens vandaan, dan hoef ik lekker de deur niet uit. Ik draai gewoon aan mijn rechter oorlel, bekijk dan de dingen aan de binnenkant van mijn ogen, je weet wel hoe Clown Bassie dat ook deed, en dan verschijnt er een film, die ik schrijvende volg. Zo krijg ik een verhaal op papier. Best oneerlijk, want ik kijk het gewoon af en geniet vervolgens achteroverleunend in mijn nooit luie stoel.
De film begint.

In een hemels groot hemelbed met donkerblauwe zijden lakens, ligt een Prins, de twintiger Prins von Leerlul, in zijn onderbroek. En die is echt van niemand anders.
Het is een hele speciale slip, op maat gemaakt. Prins von Leerlul heeft namelijk een afschrikwekkend groot geslachtsdeel tussen zijn koninklijke dijen, waar een olifant jaloers op zou zijn.
Toen ik het voor het eerst hoorde dacht ik: “Zo, dat wil ik ook wel, zo’n mammoettanker onder de mannelijke trotsknotsen”. Maar toen ik verder luisterde naar het verhaal over Prins von Leerlul wreef ik tevreden over mijn kleine rakker en we dachten: ”Ons niet gezien, zo’n grote lul als die van de Prins”. In het kleine vrijstaatje Lupsen, even voorbij Emmen te Drenthe, weet bijna iedereen dat de Prins een groot probleem tussen de benen heeft hangen. Er gaan geruchten in het rijke staatje dat Koningin Minima, de moeder van de Prins, toen ze zwanger was van hem, DUHHHH, zich flink tegoed heeft gedaan aan kakelverse stierenmelk. Het lieve mens kreeg daar enorme borsten van, die nu van ellende iedere morgen na het dromen door twee sterke lakeien over haar schouders worden gelegd, waardoor het lijkt alsof de Koningin drie hoofden heeft. Als ze dit niet zou doen, zou ze subiet voorovervallen, en daar heeft niemand niks aan natuurlijk. Buiten deze last voor Koningin Minima, is de reuzenpiemel van Prins von Leerlul waarschijnlijk ook het resultaat van de stierenmelk. Liegen de mensen in het vrijstaatje Lupsen, dan lieg ik, maar ik denk dat de waarheid ergens in het midden hangt. Toen Minima zwanger werd van Prins Achterhuid, heeft Minima geen druppel stierenmelk meer gedronken. Sterker nog, alle stieren in Lupsen gingen op de bus naar de Spanje. Het maken van Prins Achterhuid was een hels karwei. Koning Solexander kreeg een pluche, rode doek voor zijn ogen, anders zou hij zijn koninklijke elfde vinger, ook wel de nagel zonder vinger genaamd, niet op strijdsterkte krijgen door het aanzicht op de enorme borsten van Minima, die naar aanleiding van haar borsten beter Maxima had kunnen heten.Het hielp ook niet mee voor een flinke portie rampetampenromantiek dat de twee Lakeien de borsten van Minima beet hielden. Nu ik hoef u verder niet uit te leggen dat ook adellijke mensen op deze aarde hàrd werken. Prins Achterhuid zal de nieuwe koning worden als koning Solexander aftreedt, omdat het uitgesloten is dat Prins von Leerlul ooit een vrouw zal vinden die vrijen met hem overleeft, laat staan dat ze hem een kindje zou kunnen schenken.
Niet dat het Prins von Leerlul een dikke worst kan schelen dat hij geen koning wordt. Hij zou graag een meisje willen. Hij zou er zo alles voor opgeven. Daarbij wordt zijn karrenvracht ook nooit helemaal stijf, en als hij klaarkomt duurt het vier uur voor er een lading zaad uit zijn Koninklijke eikel komt. Het zaad is dan al hartstikke dood.
Nu ligt de prins lusteloos in zijn bed, tussen schilderijen uit de hele wereld. Er hangen ook zeldzame schilderijen en tekeningen van de Leidse kunstenaar Eric Schreurs. De prins vindt dat deze kunstenaar de mooiste natte vrouwenkutjes schildert die er ooit door een kunstenaar zijn geschilderd. Ze spreken de prins erg aan, misschien is dat doordat ze allemaal lipjes hebben, wie zal het zeggen. Hij heeft ook een groot werk van de Nieuwleusense  grootmeester Monobrain Die man kan, buiten zijn sterke lijnvoering, een kleur ros mengen die verder nooit geëvenaard is. De Prins noemt het gekscherend iedere dag om half elf “bedorven-eikeltjes-ros”. Andere bekende kunstenaars waar werk van aan de kasteelmuur hangen zijn: Tom Oomes, Bombastus, Tommy de Roos, Marjo van Soest, Theo Gootjes, Luuk Bode en Gert Geldgebrek. En dan zijn dit alleen de Néderlandse kunstenaars. Over de rest ga ik het niet eens hebben.
Verder is er niet veel bijzonders in de kamer van de prins te ontdekken. Misschien dat de enorme latex vagina zo groot als een babykamer middenin de kamer een beetje uit de toom valt, maar verder is het niet het beschrijven waard. U heeft zelf ook de nodige fantasie er een leuke kamer van te maken. De vagina is trouwens een geschenk van Osama Bin Laden, die ook de rotste niet is. Dat was trouwens hartstikke leuk, die gebeurtenis. De prins werd zestien, toen de latex vagina de balzaal binnen werd gereden door vier lakeien van Vaticaanse bloeden. De blije Prins trok, met een zaal vol genodigden, zijn slip naar de enkels. Er vielen zelfs dames flauw, waaronder zangeres Lia Lepra, op wiens oeuvre de Prins verzot is. Later op de avond zou ze, heel angstig op de schoot van de prins, haar hit ”extravert haar”, een ongelofelijk kutliedje dat nergens over gaat, ten gehore brengen. Net voor  de  jarige Prins zijn purperen uiteinde in het latex wou rammen, kwam het knappe hoofd van Eddy Wally tevoorschijn. Hij zei, vrolijk als altijd: ”Voor jou, grote vriend”. Het feest ging tot in de late uurtjes door, echter zonder Prins von Leerlul, die heeft drie weken aan één stuk met zijn nieuwe speeltje gespeeld.
De Prins ringelt met een belletje. Een lakei met een scheve neus verschijnt in het vertrek en vraagt waarmee hij de Prins van dienst kan zijn. “Haal Nazi de clown” zegt de prins.
Nazi de clown heet eigenlijk Nasser de clown, maar de Prins plaagt hem graag een beetje. Nasser vindt dat allesbehalve erg, als de Prins dan maar wel ooit heel pijnlijk aan zijn einde komt.
Even later struikelt Nazi de clown zoals iedere dag opnieuw de kamer van de Prins binnen, valt op zijn gelaat, kijkt vanaf de grond de Prins aan en zegt: ”Oepserdepoeps”.
De Prins ligt dan in een deuk. Hij is in de veronderstelling dat Nazi de clown zich pijn heeft gedaan.
“Vermaak mij, Nazi”, gebiedt de prins de clown. Nazi glijdt op zijn grote schoenen naar de stereo en zet ”Smooth criminal”, van ‘s-werelds meest onderschatte kinderschoentjesverzamelaar Michael Jackson luid op. Nazi doet een grappig dansje. Zwetend en puffend, want Nazi is al drieëntachtig jaar oud. “Sneller dansen, oude zak”, gebiedt de Prins vriendelijk. Nazi doet zijn uiterste best.
De prins vindt van niet en blijft gillen: ”Sneller, sneller, sneller”.
Dan struikelt Nazi zo met zijn rode clownsneus de latex vagina in, die allesbehalve lekker ruikt.
De prins komt zijn bed uit en waggelt naar Nazi, wiens benen uit de latex vagina komen. De arme clown stikt haast. De Prins trapt Nazi tussen zijn benen verder de vagina in, en ligt in een deuk. Hij kijkt naar het grote glazen raam, met uitzicht over de Lupsense vallei.
Dan pakt hij de vagina beet en rijdt die naar het raam. Zo, meteen er doorheen drie hoog naar beneden. De Prins heeft het reuze naar zijn zin. De clown heeft goed zijn best gedaan. Die is ook gebóren om mensen te laten lachen…..
Nasser zou de val overleven, maar heeft wel ontslag genomen na vijfenvijftig jaar aan het hof gewerkt te hebben. Nu reist de clown door Europa, een streep van lijken achter zich latend.
Hij vraagt aan willekeurige passanten of ze aan zijn bloempje willen ruiken dat op zijn jas gespeld zit. Dan knijpt hij in de vrolijke bloem, waar onverwachts water uit komt,de ogen van de passant in. Die probeert dan het water uit de ogen te wrijven. Nasser haalt dan  uit met een honkbalknuppel en blijft verbitterd slaan tot de passant eindelijk maar stopt met ademen. Wat moet die ook anders?
Tot zo ver Nazi de clown, die is uit beeld. Terug naar de Prins.
De Prins is een bijzonder creatief persoon. Zo is hij nu bezig met het roodschminken van zijn geslacht. Als hij eindelijk klaar is loopt hij zijn vertrek uit, naar de kamer van zijn broertje, troonopvolger prins Achterhuid. Zonder te kloppen loopt hij het vertrek binnen. Prins Achterhuid een boek aan het lezen, “De directeur van Ronald Giphart”, een geweldig boek. Hij kijkt zijn oudere broer, die erg moeilijk staat te doen met zijn penis onder zijn armen gerold, verveeld aan, want hij weet al wat de domme lul gaat doen: Die rolt zijn roodgeverfde lul uit, met een stoot tegen de sofa waar Prins Achterhuis op zit te lezen, en zegt dan: ”Zie je dat, lelijk broertje van mij?  Dat is toch net een rode loper?” Waarop Prins Achterhuis aan Prins von Leerlul vraagt, zijn kamer te verlaten. En dat doet hij. Luid lachend. De imbeciel. Te pas en te onpas laat de Prins zijn trucje van de rode loper overal in het kasteel, dat bij de meeste mensen bekend staat als paleis, zien. Het personeel moet er steeds weer hartelijk om lachen. Móet, want lachen ze niet, dan wacht de kerker. Dat is het enige vertrek in het kasteel zonder centrale verwarming, en dat is geen pretje.
Verder gebeurt er eigenlijk geen reet in Lupsen. Wat wel blijkt uit het feit dat Lupsen de enige vrijstaat ter wereld is die niemand ooit heeft opgemerkt, en het bestond al ver voor de Hunnen hun stenen bedden opstapelden. Toch is het niet pluis in Lupsen. Ergens in een klein eikenhouten huisje aan de rand van het Onbrandbare bos spelen zich gruwelijke taferelen af. Een prachtig mooi aan de cocaïne verslaafd meisje, Sneeuwwitje, wordt daar gevangen gehouden door zeven hele lelijke kereltjes, verstoten uit het rijk der fabelen omdat ze alles naaiden wat ook maar een beetje bewoog. Verschrikkelijk houden ze huis! En dan hebben ze ook nog een heks als vriendin die haar eigen familie heeft uitgemoord. De trut deelt appels uit met radioactief gif, getrokken uit Tjernobyl’s rabarber. De lelijke kereltjes eten de appels niet, maar Sneeuwwitje wèl. Nu is de inhalige meid in slaap gevallen en geeft meer licht dan Parijs. In een groot aquarium zonder water ligt ze al weken te slapen. Het ziet er prachtig uit. Zo mooi. De dwergen zijn er rustig van geworden en geven nu ook al een beetje licht. Net genoeg om het licht uit te laten, zeg maar.
Prins von Leerlul rijdt in zijn straalwitte Lamborghini door de pittoreske straten van Lupsen.
Met een gangetje van 180 kilometer per minuut rijdt hij voorzichtig, genietend van de lente die opkomt; bloemetjes, bijtjes, vogeltjes en heerlijke luchtjes van nieuw vrolijk leven, het is aan de prins wel besteed. Een natuurliefhebber zogezegd. De holle bómen zijn zijn favoriet. Dan moet de prins uitwijken. Maar hij is prins, dus hij verdomt het en rijdt over de eerder beschreven heks heen. De radio-actieve appeltjes vliegen door de lucht, vergezeld van ledematen en veel bloed.
Nadat de Prins eindelijk klaar is met het slippen door wat er over is van de heks, stapt hij tevreden uit, geenszins van plan zijn dag te laten verzieken door dit incident. De prins kijkt naar de bloedstrepen op de grond. Kunstenaar Jackson Pollock zou er diens petje voor afnemen, op zeker.
Dan voelt de Prins een handje dat aan zijn bovenbeen schudt. Zonder erover na te denken geeft de prins een sidekick, en ziet dat hij een Title: De prins van Lupsen | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza lelijk kereltje tegen het bolle voorhoofd heeft geraakt.
Het kereltje ligt te kermen van pijn. “Jongen toch, je liet mij schrikken”,zegt de Prins.
“Zal ik je naar huis brengen?”, vraagt de Prins dan.
Het kereltje ligt tegen de muur van zijn houten huisje aan, na wat tanden zorgvuldig op de grond te hebben gespuwd. Terwijl het parmantige kereltje langzaam sterft, probeert de Prins hem tevergeefs op te kikkeren met een verhaal over hoe fenomenaal de cd Medulla van de IJslandse zangeres Bjork wel niet is. Onbeleefd sterft het kereltje. “Jammer” zegt de Prins hoofdschuddend,” ik was gehecht aan die kleine rakker”. Hij kijkt naar de paarse voordeur van het houten huisje en klopt aan. Als hij ziet dat er een trekbel zit, denkt hij: “Die zie je niet vaak meer, trekbellen. Wat leuk.
Dan doet een lelijk klein kereltje de deur open. De Prins kijkt verbaasd van het levende lelijke kereltje naar het dode lelijke kereltje.
“Mot je wat, vuile flikker? ”, vraagt het kereltje, dat niet weet dat de prins van Lupsen voor hem staat.
“Volgens mij vind ik jou niet aardig”, zegt de Prins Hij tilt dan het lelijke kereltje op en breekt subtiel diens nek. Dan voelt hij een vreselijke pijn in zijn Koninklijke kruis. Hij word verdomme gebeten! ”Rot op, klotehond”, schreeuwt hij. Dan ziet hij dat het wéér zo’n lelijk teringventje is.
Met het andere lelijke kereltje nog in zijn hand slaat hij het bijtertje in drie klappen hartstikke het leven uit. “Wat een ontvangst voor een Prins”, denkt hij, balend dat zijn witte Armani-kostuum onder het bloed van die lelijke kereltjes zit. Dan wordt  de prins verblind door fel, bijna Hemels licht. In een glazen aquarium ligt de vrouw van zijn leven lekker te slapen, met om haar heen weer vier van die kleine griezeltjes, die hem gemeen aankijken. “Wie zijn jullie?” vraagt de prins aan de kleine verkrachters. “Wij zijn de zeven dwergen”, zegt de knapste opstandig. “Dan zijn jullie incompleet”, zegt de prins,  terwijl hij een, met zijn naam ingegraveerde, zilveren Magnum uit zijn binnenzak tevoorschijn tovert. De Prins schiet de gemeen kijkende lelijke kereltjes allen de kop eraf. Zonder klagen gaat wat van hen rest rustig op de prachtige, roodgelakte plavuizen liggen.
De Prins loopt naar het aquarium. Hij wordt zowel verblind door de schoonheid van Sneeuwwitje, als door  het radio-actieve licht dat het meisje zo mooi uitstraalt. De Prins is sprakeloos. In dit geval niet erg, omdat niemand hem zou horen als hij nu druk zou gaan staan kwebbelen. De vlinders gierden door zijn maag. Het zaad kookte in zijn ballen. Deze vrouw moest zíjn vrouw worden. Heel traag boog de Prins zijn gezicht naar dat van de slapende Sneeuwwitje. Hij plaatste zijn zachtjes hijgende mond op die van haar en kuste haar intens. Hij proefde haar slapende tong en draaide rondjes in haar mond. Na een uurtje of drie gaf de Prins het op:  Sneeuwwitje werd niet wakker. Zelf begon de Prins hetzelfde licht als Sneeuwwitje te geven. Hij voelde zich verdrietig en beroerd te gelijk, die twee gaan wel vaker samen. Langzaam dommelde de Prins net als Sneeuwwitje de dood in.
Niet veel later, door de witte Lamborghini voor het houten huisje, werd de Prins naast Sneeuwwitje gevonden. De koning verbaasde zich over de straling en liet bisschop Klauwenthuis, de bisschop van Lupsen, het huisje heilig verklaren. Het werd een bedevaartsoord. Je kon bewijzen dat je er geweest was doordat je het heilige licht gaf en niet lang daarna stierf. Dit kleinigheidje weerhield de mensen er echter niet van het bedevaartsoord in Lupsen te bezoeken. Tot op de dag van vandaag…..