May 132013
 

Wielrennen speelt sinds ik op dertien jarige leeftijd mijn voetbal schoenen aan de in ruilde voor een racefiets een belangrijke rol in mijn Title: Wielrennen in een wollen koersbroek | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza leven gespeeld.
Ik wilde niks liever als de Nederlandse Luis Herrera worden, de kleine Colombiaanse tuinman, en de door mij zeer aanbeden klimgeit die in de tour de France iedereen zelfs Bernard Hinault zijn hielen liet zien, dansend alsof hij een tochtje op zondag maakte schoot hij omhoog.
Dat wilde ik dus ook, een klimmer worden.
Het was het enige onderdeel van het wielrennen waarin ik mede door mijn gewicht sneller was dan mijn vader, wat de keuze voor mij nog makkelijker maakte natuurlijk.
Alleen de bergen in Zuid Holland zijn natuurlijk op geen hand te tellen, hiervoor fietste ik drie keer per week na schooltijd naar de meest vervuilde berg die ik ken, de Brienenoordbrug.
Ik fantaseerde me weg van die vieze rijksweg waar ik eigenlijk reed, ik reed natuurlijk op de Tourmalet, wat scheelt het.
Buiten mijn vader had ik maar één training maatje, mijn school vriendje Bennie Lang (bodypainting), hij had een bloedhekel aan klimmen, hij was er dan ook niet goed in, maar hij gaf nooit op.

Ik sloot me aan bij de Rotterdamse wierenvereniging de Pedaalridders, en meteen werd ik Clubkampioen, wat een talent zult u misschien denken, nou dat niet hoor ik was de enige in mijn leeftijd categorie, dus ik was zowel de winnaar als mijn enige tegenstander.
Vrij surrealistisch, na mijn rondjes stond ik te braken van de inspanning die eigenlijk voor niks was geweest, ik had er net zo goed drie dagen over kunnen doen.
Bij mijn eerste wedstrijd werd ik voor de start streep door andere wielrennertjes uitgelachen, ten eerste omdat ik veel kleiner was, ten tweede dat ik de enige Pedaalridder was en ten derde om mijn trotse blik waarschijnlijk.
Ik had in mijn blonde hoofd de wedstrijd al gewonnen.
Voor deze wedstrijd had ik al een heleboel wielerrevues gelezen, wat ik had ze bestudeerd.
Ik zou er gebruik van maken dat ik niet in een ploeg zat.
Meteen na het start schot reed ik zo snel als mijn lichaam dat kon weg,
Dit varkentje zou ik wel even wassen, de omroeper noemde mij Jan Jandoliet, wat de pret niet mocht drukken.
In het publiek zag ik mijn vader heel vermoeid kijken.
Twee rondes verder toen het peloton met voorbij zoefde, en achterliet wist ik waarom mijn vader zo vermoeid keek, ik was kapot, uitgewoond in het Kneteman’s zogezegd.

Ik ben nooit een goeie wielrenner geworden, na wat valpartijen werd ik een angstige rijder in het peloton.
Wat dat betreft kon je mij wel vergelijken met een slecht sturende Colombiaan.
Toch ben ik het wielrennen altijd trouw gebleven, middels literatuur, en prachtige verhalen uit het verleden.
Ten tijden van de Tour de France ben ik helemaal in mijn nopjes, ieder jaar weer.
In de avond uurtjes kijk ik naar het tour journaal en geniet met volle teugen.
Prachtige sport hoor, onvergelijkbaar wat ik hier dan ook niet ga doen.

Wel wil ik nog iets kwijt over een training rit met mijn vader.
Ik reed in een wollen wielrenbroek, gekregen van Aad de Masseur van mijn vader.
Aad had heel veel beroemde wielrenners gekneed, en vertelde hier mooie verhalen over.
Overal stond hij op foto’s met wielrenners als bijvoorbeeld Didi Thurau die volgens Aad zo ijdel was, dat hij zelfs de onderkant van zijn wielerschoentjes poetste.
Zo kwam ik ook aan mijn wollen wielrenbroek, die van een baanrenner was geweest waarvan ik de naam ben vergeten.
Aad gaf mij die cadeau, hij jeukte niet alleen verschrikkelijk, hij slobberde ook nog om mijn bovenbeentjes heen.
Ergens fietsend bij Nootdorp moest ik het achterwiel van mijn vader laten gaan.
Ik was alleen nog bezig met krabbelen, wat had ik een jeuk.
Kreunend stapte ik af om gênant in mijn kruis te krabbelen, ik was even de tijgerbalsem vergeten die ik tegen de kou op mijn benen had gesmeerd en die dus nog aan mijn handen zat.
Het kon mij niet schelen dat passerende scholieren naar me riepen dat ik een viezerik was, ik leek wel een schurftige hond.
Eindelijk reed ik weer verder, de jeuk had nu plaats gemaakt voor een branden
gevoel aan mijn edele deeltjes.
Dit was nog veel erger, ik ging steeds harder fietsen niet alleen om zo snel mogelijk te kunnen douchen, maar ook om de wind die dan extra lekker langs mijn kruis gleed.
Op de Doenkade langs vliegveld Zestienhoven passeerde ik mijn verbaasde vader, hij kwam naast me rijden en vroeg of ik peper in mijn reet had.
Nee geen peper maar tijgerbalsem riep ik.
Hij moest erg lachen, en begreep meteen waar ik het over had…………..

 May 13, 2013  Posted by at 18:47 Pieters Proza  Add comments

 Leave a Reply

(required)

(required)