Apr 052013
 

Title: Montserrat | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Het was 1983, de dag dat ik met mijn Ouders, zusje en een gedeelte van de Catalaanse familie Moner Bernal naar Montserrat gingen. In een klein busje, waar men normaal zijn ergste vijand nog niet in zou laten zitten, laat staan een kilometers hoge berg op, die Montserrat heet. Er staat een groot Klooster met een kerk, deels uitgehouwen uit de rotsen, schitterend. Al had ik toentertijd totaal gaan zin in dit opgedrongen uitstapje. Veel liever was ik op het strand, of lag ik tussen de benen van reis genoten Juanita, de jongste dochter van de Familie Moner Bernal. Ze had een wel zeer kort rokje aangetrokken, wat de dag er leuker opmaakte. Jose haar broertje zat naast mij, hij was mijn beste vriend. Zijn vader de zeer kippige nachtwaker bestuurde zijn stok oude gevaarte. Hij was een hele lieve man, zijn naam was Francisco en hij stonk enorm uit zijn mond. Naast hem zat Conchita, die de hele tijd zuchtte dat ze het warm had. Ze was in haar leven veertig keer geopereerd, aan weet ik veel wat allemaal, ze was ,een groot litteken, erg dik en klein. Ze had al acht kinderen op de Wereld gezet. Verder zong ze heel hard militairen liederen en vrat alles wat bewoog, de hele dag door. Zij en haar man waren totaal andere types, het enige dat ze deelde was het stinken uit hun bakkes.

In de buurt van de heilige berg, zag je hem al opdoemen, hij was zo anders als alle andere bergen die ik ooit heb gezien, ik was meteen verliefd, op de wat blanke berg. Hij bestaat eigenlijk uit allemaal fallus vormen, of misschien langwerpige borsten, iets daar tussen in. Langzaam reed het volgepropte hoog bejaarden busje de berg op, heel langzaam. Hoger en hoger, terwijl andere auto’s on toeterend inhaalde, en gebaarde dat de arme Francisco getikt was. Hij liet zich echter niet uit het veld slaan, met de nodige stinkende walm vergezeld, vertelde hij over de Zwarte Madonna , die onder een stulp in de Kerk staat. En dat er word gezegd, dat sommige mensen bij een bezoek, hun geheugen verliezen. Heel boeiend, maar lang niet zo boeiend als de benen van Juanita, waar ik uit angst voor de hoogte buiten het busje naar keek, nou ja, dat deed ik ook wel zonder de berg op te rijden. Twee jaar later zou Juanita de eerste vrouw zijn waar ik de liefde, veel te kort mee bedreef.

Het busje kreeg het al maar moeilijker, de motor maakte verdomd rare geluiden, mijn vader keek benauwd voor zich uit. En ja hoor de motor viel uit, de laatste honderd meter moesten mijn vader, Jose en ik het busje omhoog duwen, het had leuk geweest als de dames uitstapte, maar helaas.
Zo liepen wij druk doende achter het busje, de drukke parkeerplaats van Montserrat op. Toeristen maakte fotoś van ons, en men lachte ons vriendelijk uit. We waren drijfnat van het zweet. Na wat water gedronken te hebben gingen wij in de achterlijke lange rij voor de kerk staan, ik vlak achter Juanita, die mij meerdere malen met haar kont weg duwde. Mijn plasser klopte harder als Zwarte Piet op de deuren 5 december. Eindelijk konden wij de koele kerk in, een lange gang leidde ons naar de zwarte Madonna, een niet al te groot beeld (zie internet) dat deels van goud is. Conchita kwam hij Heilig klaar toen ze voor het beeld stond, en gaf de glazen stolp waaronder het beeld stond een zoen, even als Jose, Juanita en Francisco, mijn ouders en zusje keken vies naar het beeld, en liepen door zonder zoenen. Ik koos een tussenweg, door het glas voorzichtig te aaien. Hier was ik best een tijdje mee bezig, want mijn reisgenoten waren uitzicht, en de rij achter mij begon te zeuren. Ik kwam daar niet iedere dag, dus ze moesten niet zeken. Rustig liep ik weg, eerst heel koel, toen wat sneller, en al snel rennend, in paniek, ik was mijn familie kwijt.
Ik trok een deur open, en liep naar binnen, een grote ruimte, waar ik helemaal alleen was, ik wilde weer terug de deur door, maar kreeg hem niet open. Ik was doodsbang mijn geheugen te verliezen. Ik hoorde raar gezang, heel laag en spookachtig. (Gregoriaanse gezang) Ik keek omhoog, waar onder boogjes achter elkaar Monniken liepen, onder hun capuchon,, die kwamen mijn geheugen natuurlijk jatten. Ik had het niet meer. Ik rende de ruimte door, eindelijk vond ik een andere deur, die ik met alle mogelijke moeite open kreeg. De zon verblinde mijn zicht. Toen ik weer kon zien zag ik dat ik op de parkeerplaats was, waar het busje al op mij wachtte. Wat was ik blij da oude busje te zien, en later mijn familie, die zich er niet van bewust waren, mij kwijt geraakt te zijn. Mijn geknuffel kwam dan ook wat vreemd over.
De berg af naar beneden was nog veel enger dan naar boven. Maar we kwamen thuis in Badalona, waar ik er serieus over dacht maar Katholiek te worden…

 April 5, 2013  Posted by at 15:55 Pieters Proza  Add comments

 Leave a Reply

(required)

(required)