Jun 172019
 

Opzoek in het verleden eigenlijk, want ik weet natuurlijk inmiddels wel dat de Koning der jazz trompettisten in 1971 is overleden. Louis Armstrong (niet de stiefvader van leugenaar tussen twee wielen, wielrenner Lance Armstrong of de broer van de eerste man die de Maan vervuilde Neil Armstrong) is eigenlijk nooit overleden, hij leeft voort in de jazz van nu en gelukkig maar. Collega grootheid Miles Davis zei ooit (niet tegen mij) dat alles wat je op een trompet speelde al eens gedaan was door Armstrong, en als een super trompettist als Davis dat zei, moet dit wel waar zijn, mede doordat Miles Davis niet bekend stond door het uitdelen van complimenten.Title: Opzoek naar Louis Armstrong | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza

Zelf was ik krap twee jaar toen Armstrong overleed, had er naar alle waarschijnlijkheid geen flauw benul van wie er zoal overleed op de Wereld waar ik net een beetje aan begon te wennen. Voor het eerst kwam ik er achter dat Louis Armstrong ooit heeft bestaan door zijn vrolijke hoofd blazend op jawel een trompet. De plaat was uit de collectie van mijn vader, en ik vond de plaat geweldig de schorre stem van Louis die Hello Dolly zong, en zo gaaf kon blazen op een trompet. Deze plaat en een plaat van Fats Domino waren mijn absolute favorieten uit de niet geringe collectie van mij pa. Ik wilde ook op een trompet spelen, en mijn moeder maakte mij lid van drumband Piet Hein aan de Voorhaven in het hart van Delfshaven. Mijn zusje Angelique was in dezelfde drumband al majorette. De eerste les vond de leraar dat ik echt talent had, voor het eerst dat iemand buiten mijn lieve moeder tegen mij zei dat ik talent had en nog wel als trompetter. De tweede les vertelde dezelfde leraar, die waarschijnlijk een rot bui had, dat ik maar beter een ander instrument kon gaan bespelen, want mijn talent was schijnbaar onherstelbaar verdwenen. Hij kon de tyfus genieten met zijn andere instrument, dan maar geen grootheid in de jazz Wereld. Het enige instrument dat ik hier na tot vervelens toe heb bespeeld is mijn pikkie.

Maar ik bleef Louis trouw, ik hoopte Armstrong ooit eens tegen te komen, met zijn gigantische glimlach zou hij opvallen tussen de andere Surinamers bij ons in Rotterdam. Ik was er stellig van overtuigd dat Louis uit Suriname kwam, Amerika zei mij niet zoveel, echtte negers kwamen uit Suriname. Oude zeeschuimers die hier ooit met een boot aankwamen, er een meisje tegenkwamen en er bleven. Zo moest Dolly waar Louis zo mooi over zong dus wel een Rotterdams meisje zijn. Tot mijn tiende heb ik dus gedacht dat ik Louis weleens op de Nieuwe Binnenweg of de West Kruiskade zou tegenkomen, en hem vertellen dat mijn trompet leraar had verteld dat ik geen talent had. Natuurlijk had de lieve Surinamer mij mee naar zijn gigantische huis genomen, waar zijn vrouw Dolly dan voor ons Jazz muzikanten onder elkaar een bakkie Rotterdamse pleur zou zetten. Louis mij zijn mooiste gouden trompet aan zou rijken en ik hem zou verbazen met de lucht die in mijn longen zat. Dat had toch allemaal mooi geweest.

 June 17, 2019  Posted by at 00:22 Pieters Proza  Add comments

 Leave a Reply

(required)

(required)