Feb 262013
 

Title: Landverrader uit angst | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Op een zanderige, goudgele ondergrond was ik aan het knikkeren.
Al best lang, want mijn knieën deden een beetje pijn op het zand.
Het ging erg moeilijk zo in het zand met mijn knikkers.
Terwijl ik bezig was met mijn weinig wereldverbeterende geknikker, voelde ik iets in mijn rug prikken tussen mijn
schouderbladen, op mijn ruggengraat.
Met een pijnlijke grimas keek ik om.
Op die ruggengraat stak een bajonet, daaraan zat een zilveren geweerloop die werd vastgehouden door een soldaat in
vreemdelingenlegioen-outfit.
Hij lachte vriendelijk, had rode wangen en een begin-twintigste-eeuwse krulsnor.
“Waar is je familie?” vroeg hij op zeer vriendelijke toon, alsof hij mij een koekje aanbood.
Het drong tot mij door dat ik zat te knikkeren, terwijl de Fransen ons land bezet hielden.
Een naar, angstig gevoel kroop van mijn hersenen naar mijn onderbuik, om daar uit te broeden tot misselijkheid.
“Nou”, zei de snor nog altijd vriendelijk, met een Frans accent.
Ik stond op en wees naar een torentje. Een torentje uit de Romeinse tijd, midden op de zandgele vlakte.
Verder was er niks te zien, het landschap had veel weg van een schilderij van Salvador Dali.
De Fransman liep achter mij aan, helaas met de bajonet nog steeds op mijn ruggengraat.
Bij het torentje begon de snor in het Frans te roepen. Heel spectaculair, veel te opwindend voor dit droge landschap.
Het leek verdomme in de verste verte niet op Nederland.
Aan de horizon verschenen tanks en heel veel soldaten, die er allemaal even cliché als de snor uitzagen.
Een druk-doende kerel, met een nog veel grotere snor, gebaarde dat de soldaten de toren binnen moesten gaan, met
mij voorop.
Het was donker in het torentje. We gingen naar boven. Het duurde heel lang, veel te lang, want zo groot was het
torentje niet.
Boven aangekomen, herinnerde ik mij dat mijn ouders beneden zaten.
We daalden de trap weer af, die nu veel korter leek.
Daar zaten ze, smerig en uitgemergeld in een hoek: Mijn ouders, met het lijkje van mijn zusje Angelique rustend op hun
schoot.
“Daar zijn ze”, riep ik opgewekt, alsof we een vreemde stam hadden ontdekt.
Ruw trokken ze mijn  ouders overeind, en ze liepen met ze  weg.
Mijn vader keek met tranen in zijn blauwe ogen naar mij om en zei: “Waarom Pieter? Waarom?”.
De soldaten trokken hem weg.
Waarom? Wist ik veel, omdat ik bang was dat de snor mij anders zou vermoorden.
Niet echt sportief, ik weet het.
Maar ik was nog maar een jongetje van zeven, en om het wat goed te praten: Ze hadden mijn ouders zonder mijn hulp
ook wel gevonden, het torentje was het enige waar ze zich konden verstoppen op de immense zandvlakte.
Daar stond ik dan met mijn dode zusje in het torentje.
Net toen ik wilde huilen sloeg iemand zijn arm om mij heen.
Het was de snor, die mij weer vriendelijk aankeek..
Dit maakte veel goed.
Ik omhelsde mijn nieuwe vriend,maar werd hierin verstoord door twee schoten en ijselijk gegil van mijn ouders.
De snor aaide mij over mijn hoofd.
Zwetend werd ik wakker in mijn bedje, met een heel groot schuldgevoel.

 February 26, 2013  Posted by at 13:17 Pieters Proza No Responses »
Feb 242013
 

Title: Amor Amor Amor | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Hartje winter, overal sneeuw en gure kou. Heerlijk voor de een, vervelend voor de ander. Ik trek geen partij, kies voor het midden, dan kan ik alle kanten op. Ik kies voor het verleden! Ergens in de zomer van 1989, Badalona Spanje.  U kent vast wel Amor. Ja, dat ietwat mollige ventje met grote ogen, goudgele krulletjes en vette Pampers om zijn billetjes. Hij schiet zijn pijltjes op willekeurige mensen die, indien geraakt, niet de moord pruimen maar verliefd worden.
Onder anderen Andre H6 zong er wat mij betreft één van zijn weinige slechte liedjes over met: Amor, Amor,
Amooooooooooooor.
Maar dit verhaal zit vol nog veel slechtere liedjes.

Achterin de zelfvervaardigde bestelauto van mijn ouders, althans, zelf, mijn váder heeft de auto gemaakt, reden we naar
vrienden in Badalona, Spanje.
Ik had er zin in, want het jaar voor deze had ik voor het eerst echt de liefde bedreven met Juanita, de dochter des
huizes. Ergens ver in Frankrijk stopten wij op een parkeerplaats om in de auto te overnachten. Nou,ikdacht het niet. Ik
besloot niet tussen mijn ouders in de toch wat krappe bestelauto te gaan liggen, en probeerde de slaap te vatten op
een houten bankje.
Net toen ik mij heel stoer begon te voelen, hoorde ik gepiep.
Nog geen halve meter van mijn duffe kop stond een vuilnisbak, helemaal van onder tot boven bedekt met grote ijverige
ratten.
Binnen een mum van tijd stond ik in paniek op de ramen van de bestelauto te rammen.
Eerst schrokken mijn ouders zich bijna een vroege dood.
Toen ik naar de vuilnisbak wees, maakte de schrik plaats voor een bulderlach.
Mijn vader was meteen over zijn slaap heen, en we reden weer verder.

Bij het passeren van de Spaanse grens en het zien van de bekende Osborne stier begon mijn lul, sorry, hart, sneller te
kloppen.
Het zou niet lang meer duren, en ik zou Juanita in mijn armen sluiten.
We werden hartelijk verwelkomd met heerlijk eten aan een grote tafel met de hele familie.
Ook Juanita was van de partij, met haar éénjarige dochtertje op schoot, en inmiddels een vriend.
“Wat niet leuk”, dacht ik, zachtjes stervend in zelfmedelijden.
Het hoofdstuk Juanita was voorbij. Al een jaar blijkbaar.
Haar jongere broer Jose, mijn vriend, zat in het leger en was binnen een jaar een beul geworden.
Hij vroeg of ik hem samen met zijn vriendin Angeles naar de bus in Barcelona wilde brengen. Hij moest voor het leger
een week naar Castellon bij Valencia.
Natuurlijk wilde ik dat. Weg van de gezelligheid. Weg van Juanita. Niets liever dan dat.
Even later zaten we in de bus naar mijn grote liefde, Barcelona.
Angeles had zwart lang haar en prachtige bruine ogen. Jose had een goede smaak, oordeelde ik in mijn hoofd, omdat
mijn tanden mij lief waren.
Jose rook heerlijk in zijn soldatenkloffie, maar tegen de geur van zijn vriendin kon hij niet op: Die was  hemels.
Hier moet Amor het pijltje al in mijn rug hebben geschoten, dat teringventje, geen rekening houdend met
vriendschappen. Gewoon schieten. De heilige terrorist.
Ze zouden hem in een bak met pedofielen moeten werpen met zijn kutpijltjes….
In Barcelona, vlak bij een groot busstation, namen wij plaats op een terrasje en aten wat tappa’s.
Jose vertelde dat hij Taekwondo-kampioen van de provincie Catalonië was geworden, en er op hoopte nu kampioen van
Spanje te worden.
Ik was één en al oor. Angeles daarentegen zat verveeld voor zich uit te dromen.
Niet veel later namen wij afscheid van Jose en gingen met de bus terug naar Badalona.

Title: Amor Amor Amor | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza We zaten lekker te kletsen. Angeles vertelde dat ze geen Catalaanse was, maar dat ze uit Andalusië kwam. De bus
stopte, en Angeles merkte toen pas dat wij te ver waren doorgereden.
Het was de laatste bus, dus moesten we terug lopen.
Het was pikkedonker.
Angeles gaf mij een arm, waardoor ik haar haar nòg beter kon ruiken. Was het Lavendel ? Was het Kamille ? Was ik een
nicht ? Aan de opstand achter mijn gulp te voelen, dat laatste niet echt.
Opeens begon Angeles zachtjes te schokken. Ze huilde.
Ik vroeg wat er was. We stonden onder een lantaarnpaal in the middle of nowhere.
De tranen maakten haar ogen nog mooier. Ze zei dat het niet goed ging tussen haar en Jose.
Ik wist niet wat ik hierop moest zeggen, kòn niks meer zeggen, omdat haar tong in mijn mond verdween.
Ik duwde haar onmiddellijk van mij af en gaf een klap op haar wang, waardoor ze naar achteren viel met haar lekker
ruikende hoofdje tegen de rand van een net aangelegde stoep. Ik zei woest dat ik dit niet pikte, mijn beste vriend een
beetje in de maling te nemen…..
Ja, dat had ik kunnen doen, maar ik deed mijn uiterste best zo goed mogelijk haar gehemelte te masseren met mijn
tong,  met haar tong te dansen middels mijn tong en wat al niet meer.
Het kon mij niet lang genoeg duren. Voor mijn part een week, tot nèt voor Jose weer terug zou komen.
Al snel bleek dat ik ook niet álles kon hebben. Ja, blauwe ballen, die had ik van geiligheid.
Na het bekknuffelen liepen wij zwijgend verder, ik meende dat ik Amor zachtjes kon horen lachen.
Thuis aangekomen lag iedereen op bed.
Angeles vroeg of ik de volgende dag naar de bakker wilde komen waar ze werkte. Dat leek megezellig.
De volgende ochtend vroeg werd ik gewekt door mijn vader. Ontzettend vroeg  gingen wij hardlopen, vóór het ontbijt.
Best een afknapper.
Tegen de middag nam ik de bus naar Barcelona. Na een tijdje stapte een magere zigeunerin in, ze had een baby op
haar schoot.
Ze stonk ontzettend naar de urine en de stront. Ik werd misselijk en probeerde mijn ontbijt binnen te houden, maar de
bus moest ergens voor remmen en alles kwam er uit, over de zigeunerin en haar baby heen.
Ik schaamde mij kapot en verontschuldigde mij, maar het lopende toilet was terecht woest en vervloekte mij. Het ergste
was dat de mensen in de bus voor mij begonnen te klappen.
De zigeunerin verliet de bus, mij achterlatend met de sadisten.
Bij een fontein op de Ramblas spoelde ik mijn mond.
De bakkerij zag er erg lux uit.
Een meisje achter de toonbank vroeg ik naar Angeles.
Ze riep breed-grijnzend dat er een blonde stoot voor Angeles was, die met een rood gezicht verscheen en mij wenkte
met haar mee te lopen.
Ze vertelde dat ze pas over een uurtje siësta (pauze) zou hebben en dat ik maar even achterin de bakkerij moest
wachten. Aan een houten tafeltje nam ik plaats, en al snel stond het tafeltje vol gebakjes en pasteitjes. Ik knapte al snel
bijna uit mijn broek.
De bakkersmeisjes stonden in een gang te grinniken.
Ik zwaaide wat, alsof het voor mij gewoon was ,zoveel vrouwelijk schoon.
Het was de eerste keer in zeventien jaar, dus om nou te zeggen dat dit voor mij allemaal vreemd was…
Niet veel later liepen wij door Barcelona. Uit de winkels die wij passeerden hoorden we: “One night with you“ van Elvis
Presley. Van mij mocht het ook  middag of ochtend zijn.
We gingen op een bankje zitten in een stadparkje. Ik keek wel even voor ik ging zitten of het vuilnisbakje geen
piepende bezoekers had.
Angeles vroeg mij dingen over Nederland. Alles overdreef ik een beetje om Nederland te promoten.
Wàt ik overdreef is mij ontschoten. Het was mijn vak niet, en overdrijven is een vak. Vandaar.
Na een tijdje streelde ik Angeles haar haardos en stak mijn tong maar weer eens in haar mond.
Dan gaat de tijd opeens heel snel en ze moest weer werken.
We hebben allerlei leuke dingen samen gedaan; naakt zwemmen in het nachtelijk Badalona, gedanst op een schuimfeest
in een discotheek, uit gegeten, veel op haar bed gelegen en naar hele slechte romantische liedjes geluisterd. Ik zal wat
namen noemen; Kylie Minogue, Jason Donovan, Milli Vanilli toen ze allebei nog leefden, en nog meer crap.
Maar we hebben niet geneukt, de kers op de taart zeg maar.
U zult misschien denken: Die Pieter heeft nog wel een beetje hart in zijn donder!” Dat is ook zeker zo, maar mijn
erectie zat in de weg.
We hebben het geprobeerd, maar toen ik met mijn roede op de poort klopte, keek ik recht in het glimlachende gezicht
van mijn vriend Jose, in zijn gespierde armen de trofee die hij net gewonnen had met taekwondo.
Op een foto, dat wel,  maar ik kon het niet.
Gelukkig maar.
Angeles en Jose heb ik nooit meer gezien.
Mijn ouders vragen zich nog steeds af waarom ze niks meer horen van hun Spaanse vrienden.Schaam!!!

 February 24, 2013  Posted by at 18:31 Pieters Proza No Responses »
Feb 232013
 

Title: Meneer Gebuis | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Na mijn blindedarm operatie kwam ik langzaam bij in het Dijkzicht ziekenhuis.Naast me hoorde ik iemand opgewekt zeggen, zo jongen je hebt het overleefd.Langzaam werd het beeld van een oudere man zichtbaar, pik zwart haar met vet, naar achteren gekamd als Jules Deelder, die dit prachtige Maffiosi kapsel in ere houdt.In zijn streepjes pyjama keek hij mij vriendelijk toe.Ik heet Pieter zei ik door mijn misselijkheid heen.Ik ben Ap, Ap Gebuis en heet je welkom in het ziekenhuis, grapte hij.En ik ben Leen, Leen Swartouw zei een rijkelijk besnorde andere oude man in het bed tegenover mij. Naast zijn bed stond een houten been.Daar weer naast lag een grote oude bebrilde reus zijn krantje te lezen, en toonde ons verder geen blik waardig.Daar lag ik dan als de veertienjarige tussen de mannen uit andere tijden.Leen Swartouw vertelde me dat hij uit een rijke havenfamilie kwam en altijd het zwarte schaap was geweest. Ze wilden niks van hem weten en hij niks van zijn familie.Hij praatte ontzettend enthousiast en breed gebarend, heerlijke kerel.Dat was de reus naast hem allerminst met mij eens. Hij snauwde continu dat Leen zijn bek moest houden.En Leen ging dan heel even wat zachter praten, maar als hij mij of meneer Gebuis zag lachen, bulderde hij er weer vrolijk op los.Het mooist was wanneer hij zong en danste op 1 been.Wat hij zong weet ik niet meer, maar voor mij was hij een rasartiest.Deze voorstelling gebeurde terwijl de norse oude reus op de operatiekamer lag voor een pacemaker wissel. Hij kwam nooit meer terug. Zijn overlijden maakte het er in onze kamer niet minder gezellig op.

Met meneer Gebuis deelde ik mijn liefde voor de wielersport.In zijn jonge jaren zo vertelde hij, was hij een talent volle wielrenner. Hij droeg altijd een rode wollen wielertrui, ze noemde hem dan ook de rooie. Hij zei dat men tijdens een wedstrijd niet mocht demarreren in dorpjes. Voor de wielerleken onder ons, demarreren is weg rijden uit het peleton. Meneer Gebuis die niks met de kerk had, maakte hier altijd gebruik van en kwam juist dan weg uit het peloton en behaalde zo menig overwinning, want in de eindsprint maakte hij als kleine opdonder geen kans.Het kwam wel eens voor dat zijn rivalen een pompje onder zijn neus duwden en hem waarschuwden als hij weer probeerde weg te komen dat ze het pompje tussen zijn spaken zouden steken.Maar daar, zo zei hij trots, had hij lak aan.Soms moest hij eerst honderd kilometer fietsen naar een wedstrijd, om die vervolgens te rijden en dan fietste hij weer honderd kilometer terug.Daar had ik natuurlijk grote bewondering voor.Later toen hij al een schilders bedrijf had, kwam hij in aanraking met de zeilsport.Hij heeft heel veel wedstrijden gewonnen in de Regenboog klasse, waaronder die tijdens de Sneek week, dan heb je zeilwedstrijden tussen Friesland en Holland. Hij had veel voordeel uit zijn wielertijd waarbij je ook voortdurend rekening moet houden met de wind.Op de een of andere manier ben ik gek op dit soort verhalen en is het best raar dat ik nooit in een bejaardenhuis ben gaan werken.Hoewel bij nader inzien heb ik het geprobeerd, maar werd afgekeurd door mijn zwakke rug. Ze hadden me toch achter de bar kunnen zetten, eikels!Maar goed, ik maakte met meneer Gebuis een afspraak voor een dagje zeilen op de Kralingseplas.We reden er naar toe in zijn rode citroen, en natuurlijk was zijn zeilboot ook rood.Hij liet mij van alles zien over de verschillende golven, aangebracht door de wind op het water.Na een tijdje gooide meneer Gebuis het anker uit en zag hij door zijn verrekijker een vrijend stelletje liggen in het malse gras. Na wat onderling getwist, kwamen we er achter dat het twee dames waren.Helaas werden we ontdekt, en haalde meneer Gebuis zenuwachtig het anker binnen.Niet lang na dit dagje zeilen bezocht ik meneer Gebuis en zijn lieve Joodse vrouw in hun huisje aan de Doggerstraat te Rotterdam.Zijn vrouw schreef mijn naam in het hebreeuws en vertelde mij over de Joodse cultuur terwijl meneer Gebuis mij enthousiast klassieke muziek liet horen.Dit waren gezellige bezoekjes.De laatste keer dat ik Meneer Gebuis bezocht haalde hij zijn film projector voor de dag.Hij had alleen pornofilms, niet veel. Misschien drie, maar dat mocht de pret niet drukken. Hij drukte me op de borst dit niet aan mijn ouders en mevrouw Gebuis te vertellen.De film ging over een hitsige dame, die in de ogen van meneer Gebuis jong was, maar in die van mij oud. Ze zag er niet uit en sprong van erectie naar erectie, God wat had dat mens het druk.Ze had een opvallende paarse clitoris, dat is me altijd bijgebleven.Eigenlijk kan ik me niet herinneren wat meneer Gebuis aan het doen was.Waarschijnlijk keek hij net als ik naar de film en moest hij lachen hoe gefascineerd ik naar miss super Klit zat te staren.Toen ik thuis kwam vroeg mijn moeder wat ik gedaan had, weer over wielrennen praten zeker.Nee, we hebben een seksfilm gekeken schoot eruit.Tja, ik mocht er niet meer naartoe en daar baalde ik flink van.Ik had een belofte gebroken met mijn grote vriend meneer Gebuis.Het heeft waarschijnlijk geen zin er nu nog langs te gaan. Beetje morbide om op het kerkhof een seksfilm te kijken met meneer Gebuis.

 February 23, 2013  Posted by at 18:42 Pieters Proza No Responses »
Feb 222013
 

Title: Jacht seizoen (voor iedereen met een hekel aan jagers) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Het meesterlijke pianospel van Walter Gieseking die het werk van Claude Debussy ten uitvoer brengt, klinkt uit een oude boerderijwoning. In de keuken van de boerderij zit Engbert Zultlip, met zijn broodmagere lichaam,  zorgvuldigheid een prachtige vlinder in een heel klein houten lijstje te bevestigen. Het is zaterdag, de dag dat Armke en Daatje ,de vrouw en dochter van Engbert, boodschappen doen. Dan heeft Engbert tijd voor de dode vlinders, zijn grote hobby. Overal door het huis hangen zijn exemplaren in de kleine lijstjes te pronken aan de wanden. Van beroep is Engbert aardrijkskundeleraar op een middelbare school. Hij haat zijn werk en alles wat daar maar enigszins bij komt kijken, maar hij weet dat er brood op de plank moet komen in huize Zultlip. Als de bruin-oranje vlinder achter het glas in het lijstje zit, hangt Engbert hem boven het bed, aan de zijde van zijn vrouw Armke, ter verrassing. Hij verheugt zich er nu al op haar gezicht te zien als ze vanavond de verrassing ontdekt. Ze zal, zoals iedere zaterdag- avond, uitgelaten haar handen op de gezonde Hollandse roodgekleurde wangen plaatsen en een gilletje van vreugde slaken. Vervolgens zal ze Engbert omhelzen, wat, indien zij niet ongesteld is, op een vertrouwelijke vrijpartij zal uitdraaien. Prachtig als het van beide kanten gemeend zou zijn, maar van Armke was het na de tweede vlinder al een toneelstukje. Het orgasme was altijd al gespeeld ten tijde van de echtelijke daad, het oudhollandse ringsteken. Engbert beweegt wat met zijn heupen en komt dan al snel klaar. Hij is in de veronderstelling dat zijn vrouw er tevreden mee is, en is al blij dat hij dit, het bedrijven van de liefde, alleen op zaterdag hoeft te doen. Vermoeiend gedoe allemaal.
Dan zet Engbert de cd van Watler Gieseking op pauze. Tegen beter weten in, want als hij straks terugkomt van zijn dagelijkse boswandeling, zal Gieseking plaats hebben moeten maken voor een cd van zijn zeventienjarige dochter Daatje. Die staat dan heftig mee te schreeuwen op Shakira, Lady Gaga of Anouk. Het pubermeisje is er gek op. Het is de leeftijd. Verder is het een braaf meisje dat nooit echt ergens komt buiten school. In een wat te grote groene regenjas gaat Engbert vrolijk fluitend het bos in. Voor de zekerheid heeft hij een netje aan een stokje bij zich, al weet hij dat het nog wat te vroeg is om vlinders te vangen. Hij probeert Claude Debussy’s pianospel te evenaren, wat hem tot een totaal belachelijke idioot maakt, maar dat heeft verder niemand door in het bos ter hoogte van Lutten. Na een tijdje hoort Engbert takken breken. Hij weet dat het vast geen zwarte panter is en sluipt op het geluid af, de spanningen van opwinding gieren door zijn lichaam. Terwijl hij sluipt ziet hij op de grond een stukje van een weggegooid Mars- papiertje liggen. Als hij het op wil rapen om in zijn zak te doen, stoot hij tegen de gespierde kont van grote bruine rode ree aan. Het beest schrikt net als Engbert. Het prachtige beest wil wegrennen, als er meerdere malen wordt geschoten. Het beest zakt door zijn poten, en kijkt Engbert hulpeloos aan. Dan hoort Engbert gelach en kijkt recht voor zich uit: Daar staan wat jagers. Een hele dikke, met een sigaar in zijn mond, zegt: ”Dat is schrikken he, maak dat je wegkomt anders schieten wij jou ook dood”. Engbert rent, zijn netje vallend op de drassige ondergrond, met tranen in de ogen weg, terwijl de jagers hem uitlachen. Ze zien hem wel vaker wandelen, en hebben er vaak over gedacht hem een keer voor de leut neer te schieten. Als ze hem in het vizier van hun geweer hebben, doen ze wel eens of zij de nietsvermoede Engbert door het voorhoofd schieten.
Het lachen en de grote bruine ogen van de ree spoken door het hoofd van Engbert. Hij is woest, en dat is hij eigenlijk nooit. Hij zint op wraak tegen de jagers. Maar, thuisgekomen, beseft hij dat hij geen kans maakt tegen die gasten. Hoe kan hij ze aanpakken, die vuile laffe ratten? Dan krijgt hij een idee: Zijn neef Knelis uit Rotterdam zou hem kunnen helpen met wat van diens vrienden. Meteen pakt Engbert de telefoon, en belt, na jaren, Knelis op.De telefoon wordt echter niet opgenomen. De hele week probeert Engbert zijn neef te bellen. Hij gaat tot verbazing van zijn vrouw niet naar zijn werk, en gaat ook niet wandelen in het bos. Armke weet niet wat er gebeurd is met de jagers in het bos, Engbert vond het niet nodig zijn vrouw bij zijn sores te betrekken.

Title: Jacht seizoen (voor iedereen met een hekel aan jagers) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Hij besluit zijn neef te gaan opzoeken, en neemt die zaterdag de trein naar Rotterdam. Hij mag zijn neef Knelis allesbehalve. Het is een a-sociale bruut, onbehouwen en grof gebekt, maar hij weet dat Knelis wel van hem houdt, al weet hij niet echt waarom.
In de trein zit Engbert tegenover een stel. De man lijkt veel ouder dan de jonge vrouw.
Engbert kijkt naar buiten, naar het afwisselende landschap, steeds weer een ander weiland, met steeds weer andere slootjes, hij kan er in verzuipen. Niet in de slootjes, nou ja dat kan ook natuurlijk, maar hij kan verzuipen in het làndschap. De jonge vrouw vertelt de man tegenover Engbert, dat ze droevig werd van de neurotische beesten in de diergaarde die ze bezocht hadden. De man glimlacht naar Engbert met op zijn gezicht de blik van “laat dat domme wicht maar een eind lullen, ik heb geen relatie met haar aangeknoopt om haar wijsheden”. Dit haalt Engbert uit de blik van de man, maar even later noemt de jonge dame de man “papa”.
Title: Jacht seizoen (voor iedereen met een hekel aan jagers) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Op Rotterdam Centraal is het zoals altijd erg druk. Iets waar Engbert helemaal niet van houdt, maar ja waar houdt hij wel van…
Hij wordt draaiërig van de vele gezichten die schichtig aan hem voorbij flitsen.
Vanaf het treinstation loopt Engbert naar de Leopoltstraat in het Centrum van Rotterdam, waar zijn neef hopelijk nog woont. De snelle housebeats die, de straat inlopend, op Engbert af komen zijn alvast een teken dat Knelis er waarschijnlijk nog woont. En ja hoor, het naambordje Knelis Zultlip hangt er nog. Engbert drukt op de bel. Eigenlijk drukt hij op een zilveren knopje dat de bel doet rinkelen, maar dat doet niet ter zake. De deur wordt open gedaan door een jongen in een zwart trainingspak met een blow, hangend op zijn onderlip. De jongen neemt Engbert in zich op en probeert hem te herkennen. Als dit niet lukt draait hij zijn hoofd naar achteren en schreeuwt: ”He Knelis, ik denk dat je vriendje hier voor mijn muil staat”. Dan komt Knelis de gang ingelopen. Op zijn gezicht verschijnt een grote grijns als hij Engbert ziet staan, die ook probeert te glimlachen, maar dit lijkt meer alsof hij al drie dagen niet kan poepen. “Neefie van me, ouwe rukeend, wat doe jij hier?”, schreeuwt de kale Knelis. Hij loopt  in zijn boksershort met het logo van Feyenoord erop. Vóór Engbert kan antwoorden tilt Knelis hem op, tegen zijn getatoeëerde lichaam. Na de knuffel zegt Knelis dat Engbert verder moet komen. In de huiskamer zitten nog twee kerels, de donkere is Ary, de hele bleke magere is Alardus en de jongen die de deur open deed is Ieman. Er staat naast de bank een papegaaienkooi met daarop een grote grijze papegaai die doorlopend schreeuwt:”Hé scheet, ik neuk je in je reet”. Engbert gaat,na zich voorgesteld te hebben, tussen Ary en Alardus in zitten. Het zit wat krap. Er worden slechte grappen over en weer gemaakt, en herinneringen opgehaald, vooral door Knelis, uit hun jeugd. Herinneringen die Engbert niet dierbaar zijn, hij had alle herinneringen verbannen, en had niet gedacht zijn neef ooit nog te zien. Na een tijdje wil Engbert even een leuke grap plaatsen: “Zo, dat was een mooie wedstrijd he, vorige week tegen PSV”, doelend op de 10-0 nederlaag van Feyenoord. Er wordt niet gelachen. Wel springt Knelis over de salontafel en haalt vol uit op het gezicht van de even hiervoor nog lachende Engbert.
Ary en Ieman willen ook op de arme Engbert inhakken, maar de van zichzelf geschrokken Knelis duwt ze weg. Hij zegt: ”Klootzak, je weet toch dat het zwart voor mijn ogen wordt als je iets kuts over mijn kankerkluppie zegt?”  Knelis kijkt naar de lachende Ary, die voor Sparta is en zegt: ”Hé, stomme lul, ga mijn neeffie naar de EHBO brengen, ik denk dat hij zijn neus heeft gebroken”.
Even later zitten Ary en Engbert in de donkerblauwe Amerikaanse slee van Knelis. Het bloed blijft lopen uit de neus van de arme Engbert. Op de radio vertelt men dat er een negenentwintigjarige vrouw wordt vermist. Ary zegt, door het bericht heen:”Zie je nou wel, je moet je hoertje aan de lijn houden. Ja toch? Allemaal kutjes”. “Gaat het met je neus vriend?”, vraagt Ary bezorgd aan Engbert, die van de pijn een antwoord op de vraag naar de bekende weg overslaat.
De dokter in het ziekenhuis heeft dezelfde analyse als Knelis; een gebroken neus.
Een paar uur later zit Engbert weer, tussen Alardus en Ary in, op de bank bij Knelis. Er is nog een jongen bij komen zitten met lang sluik ongewassen haar.  Hugo heet hij, Hugo Zonders. Eindelijk komt Engbert toe aan zijn vraag: Of zijn neef de jagers in het bos bij de van Tottenhamstraat een lesje wil leren. Knelis kijkt Engbert serieus en een beetje streng aan, en zegt, in zijn kruis grijpend: ”Je kan mijn kloten opblazen, het tuitje hangt erbij”. De mannen liggen in een deuk, behalve Engbert, die verdwaasd naar het kruis van zijn dikke neef kijkt en hem nu nog meer dood wenst dan vroeger. Dan zegt Knelis: ”Tuurlijk ga ik mijn fijn portie familie helpen. Ja toch? We gaan die jagers matten”. Engbert is voor het eerst die week weer blij.
Die nacht slaapt hij laat in, op de bank, mede doordat de bezoekers laat weggaan.
De volgende ochtend heeft Knelis een uitsmijter klaargemaakt. Die is wat aangebrand, maar daar zegt Engbert niks over. De andere vier jongens komen opvallend vroeg binnen. “Wat zijn jullie vroeg uit de veren”,zegt Engbert, waarop Ieman naar zijn neus wijst en zegt: ”Ja Eng, de witte motor he”.
Title: Jacht seizoen (voor iedereen met een hekel aan jagers) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Niet veel later zit Engbert op de achterbank van de Amerikaanse slee krap tussen Ary, Ieman en Hugo, Knelis rijd en Alardus zit naast hem. Er hangt een walm van skunk in de auto. Scheldend op andere weggebruikers rijdt Knelis zijn Rotterdam uit in de richting van Overijssel. Er worden pilletjes geslikt en poedertjes gesnoven om Engbert heen, die het allemaal best vindt. De gabberbeats knallen de auto door. Je kunt niet zeggen dat de mannen niet hun best doen zich een beetje op te peppen voor een spannend avontuur.
Langs de rijksweg staat een witte Opel Manta, helemaal opgepimpt tot een soort sportwagen. ”Effies lief zijn”zegt Knelis, en parkeert zijn slee achter de Opel Manta.
Knelis stapt uit, terwijl de anderen in de slee blijven zitten. Het is wat koud buiten.
Een man met zijn vriendin staan wat moeilijk te doen onder de motorkap van de Manta.
“Kan ik helpen?”, vraagt Knelis. De man schrikt en stoot zijn vlotte hoofd tegen de motorkap van zijn wagen. Knelis schiet in de lach, waarop de man kwaad zegt dat Knelis moet lachen als zijn vader begraven wordt! Rinus, de vader van Knelis, is twee weken daarvoor begraven en net als nu kon Knelis toen niet lachen: Zijn vader was zijn alles. Knelis pakt de kerel bij zijn leren jack, tilt hem van de grond en werpt hem in de grasberm, terwijl zijn kortgerokte vriendin staat te gillen. De kerel gaat staan en wil iets uit zijn binnenzak halen. Dan springen Hugo, Ary, Ieman en Alardus op de man en blijven op hem intrappen tot hij geen krimp meer geeft. “Dat is vriendschap”, zegt Knelis tegen de vriendin van het slachtoffer. Hij pakt het mobieltje waarmee de vrouw 112 wilde bellen en gooit het op de rijksweg. Dan zegt hij: ”Trek het je niet aan moppie, die kakker verdient niet beter”. De vrouw kijkt naar de man die daar in de berm ligt. Eigenlijk is dit wel een mooi afscheid van haar pooier zo. Ze draait zich naar Knelis om en geeft hem een kusje op zijn voorhoofd.
De rit gaat verder. Nu rijdt Ary en is Knelis met Linda, zoals de vrouw heet, op de achterbank gaan zitten naast Hugo, Ieman en Engbert.
Na een tijdje meent Engbert een smakkend geluid te horen. Zijn oren zijn vlijmscherp door al zijn boswandelingen. Het lijkt alsof er iemand kauwgom aan het kauwen is en daar heeft Engbert best trek in. Hij kijkt naar de gezichten om hem heen om te zien of er iemand kauwgom eet, maar niemand die er kauwt. Als Engbert naast zich kijkt, ziet hij de hand van Knelis, die Linda aan het bevredigen is. Engbert kijkt hem aan, waarop Knelis vriendelijk naar hem knipoogt.
“Zo, je woont hier mooi neefie, je bent een succesverhaal”, zegt Knelis als de slee geparkeerd wordt voor de boerderij.
Armke, met haar dochter Daatje, staat met open mond van verbazing als ze het gezelschap uit de slee ziet stappen, met haar man en zijn in het verband verpakte neus er tussenin.
Engbert wil voorop het huis inlopen, maar Knelis neemt de leiding en zwaait de boerderijdeur open, waar Armke achterstaat. Ze valt voorover op de grond. “Oh lieve meid”, zegt Knelis, en helpt haar op. Er blijven drie van haar voortanden op de grond liggen.”We zullen maar niet gaan zoenen he”, zegt Knelis, naar de bebloede mond van Armke wijzend. Snel legt Engbert het één en ander aan Armke uit, die, ondanks de klap van de deur op haar gebit, het wel leuk vindt, een beetje levendigheid in huis. Hugo is al snel Daatje een beetje aan het plagen. Als iedereen aan de door Armke gemaakte erwtensoep met slagersworst zit, zijn Hugo en Daatje verdwenen naar de kamer van het meisje, en de rest laat zich wel raden. Ik schrijf verder niet graag over seks, alleen als het echt moet.
Er wordt heel veel gedronken, gerookt en drugs gebruikt, behalve door Engbert. Armke doet vrolijk mee, voor het eerst van haar leven.
Engbert valt tussen het vrolijke gezelschap in slaap. Knelis en Linda naaien zich bijna de hele nacht een slag in de rondte in het bed van Engbert en Armke. Armke wordt door Hugo, Ieman en Alardus gevuld als een varken voor een feestmaal. Het is een drukke boel op de boerderij.
Als Engbert de volgende dag wakker wordt liggen er overal naakte mannen om hem heen. Armke staat in de keuken de ontbijttafel klaar te maken. Engbert geeft haar een kusje op haar wang. Armke lacht lief naar hem en denkt: “Sterf maar, slappe klootzak”.
Title: Jacht seizoen (voor iedereen met een hekel aan jagers) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Na het ontbijt vertrekken de mannen naar het bos. De mannen en Linda, die ook graag mee wil. Ze houdt van dieren. “Die moet je met rust laten, zegt ze terwijl ze haar bontjas sluit.
Hugo heeft een grote gettoblaster op zijn schouder staan: Van een verrassingsaanval is geen sprake.
De jagers zitten in twee auto’s. In de ene auto vijf jagers en in de auto die ernaast staat ook vijf jagers. Ze zitten allemaal te roken en communiceren via een walkie-talkie met elkaar. Een raampje openen om met elkaar te praten zou de kou maar binnenhalen. Zwier, de leider van de jagers, een jager die over de hele streek bekend is vanwege zijn jachtkunst, kijkt door een verrekijker.
Hij heeft een grote kop, rood van de hoge bloeddruk en de jenever waarvan hij om de tien minuten een flinke slok neemt. De andere jagers drinken bier, veel bier. In de auto naast die van de wat oudere jagers waar Zwier in zit, zitten de wat jongere jagers. Ze hebben er zin in, en zingen mee op piratenhits. Dan krijgt Zwier de groep Rotterdammers in zijn verrekijker te zien.
“Wie zijn die klootzakken? ”, vraagt hij mompelend vanonder zijn snor vandaan.
Hij vraagt aan Tiemen, de oude grijsaard die naast hem zit, of hij op de gettoblaster wil schieten.
De man stapt uit, en probeert via het vizier op zijn geweer de groep te vinden. Dat lukt na een tijdje.
Hij richt op de gettoblaster en schiet, maar mist de gettoblaster. Wel schiet hij de knieschijf van Linda naar de vaantjes. Ze schreeuwt het hele bos bij elkaar van de pijn. Er ontstaat paniek. Het is duidelijk, de jagers hebben een signaal afgegeven. Knelis maant de groep zich terug te trekken. “Wat krijgen we nou, vuile stadse nichten”, zegt Engbert verontwaardigd.
“Rustig neeffie, we gaan ons even bewapenen bij de auto, en komen dan terug.
Bij de slee weet Engbert niet wat hij ziet. De mannen bewapenen zich met honkbalknuppels, allerlei soorten messen en pistolen. Armke brengt Linda naar het ziekenhuis en de mannen gaan het bos in. Nu zonder gettoblaster. Ze zijn doodstil. In het bos besluit Knelis dat ze zich moeten opdelen in groepjes van twee, Engbert en zijn neef vormen een duo.
Ze komen samen al snel bij de twee wagens van de jagers.
Er zit maar één jager in, de jonge Christoffer. Hij moet op de wagens passen.
Als hij Engbert en Knelis ziet aankomen stapt hij dapper uit. Hij richt zijn geweer op Knelis en zegt dat ze moeten ophoepelen.
“Ophoepelen”, herhaalt Knelis spottend. Hij maakt een beweging naar rechts alsof hij iets hoort. Ook Christoffer kijkt, wat hij beter niet had kunnen doen, want Knelis trapt het geweer uit zijn handen. Doodsbang vraagt Christoffer of ze hem niks willen doen;  hij is pas getrouwd, vertelt hij bibberend. Knelis omhelst hem, en klopt hem op zijn rug.”Natuurlijk doen wij jou niks vriend”.
“Kom, we gaan Engbert”. Als Engbert wil vragen waarom ze niks doen gilt Knelis: ”Wegwezen, rennen!” Achter zich vliegt de auto waar Christoffer opgelucht weer instapte de lucht in en een seconde later de tweede auto. Knelis lacht hartelijk om het tafereel. Engbert vraagt geschrokken wat hij gedaan heeft. “Toen ik op zijn rug klopte deed ik een granaat in zijn capuchon”, zegt Knelis dan. Engbert is van slag. Hij loopt als een dood vogeltje het bos weer in met zijn neef.
Ary en Ieman hebben de kooien met fazanten van de jagers in het bos gevonden en laten de beesten vrij. Als ze staan te genieten van hun daad, komen twee jagers op hun af. Ze gooien hun geweer neer en zeggen dat ze hun mores komen leren. De twee jagers Sijbrand en Lefert zijn ferme knapen, en voor niemand bang. Ook Ary en Ieman zijn voor niemand bang. Een gevecht breekt los.
Als Sijbrand en Lefert aan de winnende hand zijn pakt Ieman een dolk en duwt die in de longen van Sijbrand. Zijn stem verandert van een lage zware stem in een piepstemmetje door het lucht die uit zijn longen naar buiten komt. Het is voor Ary en Ieman niet moeilijk ook Lefert in elkaar te slaan.
Hierna rennen ze juichend het bos verder in.
In heel het bos wordt er over en weer geschoten. Het lijkt wel oorlog.
Hugo komt in paniek op Engbert en Knelis afgerend. Hij zegt dat Alardus door zijn kop is geschoten. Zijn lichtblauwe trainingspak zit onder het bloed van zijn maat.
De drie mannen verschuilen zich achter wat struikgewas om bij te komen.
Zwier staat bij het levenloze lichaam van Hugo. Hij heeft hem neergeschoten.
“Ze gaan er allemaal aan”, tiert Zwier, en vraagt aan Bartholt en Engelbertus of ze het lijk willen begraven.
Met de oude Tiemen en Esken loopt hij door, op zoek naar het andere tuig.

Title: Jacht seizoen (voor iedereen met een hekel aan jagers) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Garret zit een peukje te roken op een grote zwerfkei, met zijn walkietalkie gereed voor als hij iets verdachts ziet. Opeens lijkt iets te steken in zijn rug. Als hij voelt op de plek waar de stekende pijn is, voelt hij dat er een vlindermes in zit. Verschrikt draait hij zich om, en kijkt recht in het grijnzende smoelwerk van Ary. “Dag vriendje, mag ik mijn mes terug?”, vraagt Ary spottend.
Garret wil zijn geweer pakken, maar Ieman is op het toneel verschenen, trapt het geweer in twee stukken en duwt Garret op de grond, wat het mes in zijn rug verder drukt, en hem doodt.
Ary pakt de walkietalkie, en roept;”Hé, boeren cocksuckers, we komen eraan”.
Verschrikt zich afvragend wat cocksuckers zijn luistert Zwier naar Ary.
Hij weet dat Garret nu ook is overmeesterd. Hij begint te zweten en gaat schuilen, met Tiemen en Esken, in het struikgewas.
“We wachten ze op”, zegt Zwier dan, aan zijn jenever lebberend.
De jonge Derck loopt langs de weilanden. Hij heeft het gehad in het bos, ze kunnen de pleuris krijgen allemaal.
Misschien vinden ze hem een lafaard en een deserteur, het zal hem de witte reet roesten. Hij gaat naar de stad, hem zien ze hier nooit meer.
Derck zou drie jaar later dood gevonden worden, in een gezellige hoofdstedelijke steeg, overleden aan een overdosis, met een glimlach op zijn gelaat.
Terug naar het roerige leven van drie jaar daarvoor.
Door een verrekijker ziet Knelis Zwier, Tiemen en Esken zitten.
“Aha daar zitten ze”, zegt hij tegen Engbert en Alardus.
De drie beginnen te schieten op hun vijanden, die dit terug doen. Over en weer dus.
Engelbertus en Bartholt gaan, als ze klaar zijn met het begraven van Hugo, op het geluid van de schoten af.
Zoals ook Ary en Ieman dit doen.
Engelbertus en Bartholt naderen langzaam de driftig schietende Knelis, Engbert en Alardus.
Ary en Ieman doen het zelfde bij Zwier, Esken en Tiemen.
Bijna gelijktijdig beginnen ze hun opponenten te beschieten. Engbert wordt door zijn hoofd geschoten evenals Alardus. Knelis schiet Engelbertus en Bartholt het leven uit.
Als hij door zijn verrekijker kijkt, ziet hij dat Zwier hem staat te begluren door diens verrekijker.
Knelis en Zwier zijn de enige overlevenden van deze uit de hand gelopen situatie.
Zwier roept naar Knelis, dat hij vindt dat het zo wel welletjes is, en of Knelis dat ook niet vindt?
Knelis hoort brandweerwagens die naar de brandende auto’s onderweg zijn.
Als hij nu weg gaat en die lul in dat groene pakkie aan de overkant ook, zal hij zijn neef en vrienden niet vergelden. Hij denkt diep na en roept dan dat hij het ook welletjes vindt.
Knelis en Zwier lopen beiden een andere kant uit. De leiders geven het op.
Zwier is blij dat het is afgelopen, de man heeft in zijn broek gezeken van de angst.
Als hij de weg  het bos uit oploopt wordt hij geschept door een brandweerwagen, en is zijn leventje geweest.
Knelis vertelt op de boerderij  wat er gebeurd is. Daatje is er kapot van. Haar Hugo dood. Haar vader, daar zit ze, net als Armke, haar moeder, niet mee. De dag erop gaan alle vlinders de vuilnisbak in. Eindelijk. Tot de dag van vandaag gaat Armke met Knelis en hebben ze samen een zoontje, Engbert genaamd.

Van Linda hebben ze nooit meer iets gehoord.

Ik wel natuurlijk. Linda is een bordeel begonnen, en is één van de beste hoerenmadammen van Madagaskar….

 February 22, 2013  Posted by at 22:51 Pieters Proza No Responses »
Feb 212013
 

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Anton en Zacharias Snoezepoes hebben de oude varkensstal bij hun boerderij te Punkborst laten ombouwen tot een bed & breakfast,die ze “In de aap gelogeerd” hebben genoemd.
De eerste gasten hebben hun intrek voor een dag gereserveerd: Een vierkoppig gezin uit Glijmuiden,bestaande uit vader Eduard, moeder Marie, dochter Anna en zoon Quotiënt. De ouders gaan de hele dag naar bossen in de omgeving van Punkborst, terwijl de kinderen hetzelfde doen als thuis in Glijmuiden; beetje twitteren, beetje gamen en de ijskast leeg eten en drinken. Zacharias vindt het maar niks. Die kinderen moeten de natuur in! Hij begrijpt ook wel dat de kinderen niet met die twee duffe ouders in het bos willen gaan wandelen, maar met iemand als hij willen ze dat vast wèl. Hij vat de koe bij de hoorns en klopt aan bij de bed & breakfast. Anna doet, verveeld en duidelijk gestoord in waar ze mee bezig was, de deur open. “Hai meis, hebben jullie zin om met Oom Zacharias naar het bos te gaan?”. Anna neemt de verwijfde Zacharias in zich op.Die staat met één hand op zijn smalle heup en de andere houdt hij met een slap polsje voor zich, wachtend op het antwoord van Anna.
“Quo, die nicht met dat enge loopje vraagt of je met hem naar het bos wil, hij zegt om te wandelen”.
Anton voelt zijn hoofd rood worden, wacht geen antwoord af en loopt terug naar de boerderij.
Hij altijd met zijn ijverige gedoe. Hij vergeet gewoon dat het nog eeuwen zal duren voor zijn geaardheid geaccepteerd zal worden. Verdrietig gaat hij maar stofzuigen met de muziek van Marc Allmond loeihard aan. Anton is loodgieter en vandaag aan het werk. Zacharias mist hem. Híj had die brutale kutpubers wel een lesje geleerd. Dan wordt er aangebeld. Zacharias doet de stofzuiger uit en loopt naar de deur. Daar staat Quotiënt. “Hoi knullebul, ga je toch mee wandelen in het bos?”.
“Het ventje rent, na “NOT” gezegd te hebben, terug naar de bed & breakfast en roept tegen zijn zus dat hij nu tien euro krijgt. De tranen lopen over de wangen van Zacharias. Hij werpt een blik op de keurig gesorteerde keukenmessen die boven het aanrecht aan de muur hangen. Nee, dat kan hij niet maken, maar hij zou die twee kutkinderen er maar wat graag aan vast rijgen.
Hij hoopt dat de volgende gasten wat leuker zijn en kijkt op zijn computer wie dat zal of zullen zijn: Ypsilon Utrecht. “Vreemde naam”, denkt Zacharias. Maar het zal vast een leukere gast zijn dan deze lui. Hij denkt terug aan de voorgaande nacht, hoe hij en zijn gespierde mannetje buitenaards de liefde hebben bedreven. Hij liet zelfs een variant op de kutscheet, waar hij en Anton erg om moesten lachen. Na de vrijpartij zeggen hij en Anton altijd:”Die arme hetero’s toch”, om elkander vervolgens lekker te omhelzen en in een diepe slaap te vallen. Die gedachtes vrolijken Anton weer op: In een mum van tijd poetst en lapt hij het hele huis schoon. Als hij in de keuken een heerlijke Toscaanse pasta staat te bereiden, komt Anton binnen. “Hé mokkeltje van me, ben je lekker aan het koken meid?”. Al zegt Anton dat iedere dag, Zacharias moet er erg om lachen. Na wat gekus van de twee tortelstengeltjes, vraagt Zacharias of Anton een lekker koud Arabiertje wil. Dit grapje maakt Zacharias ook iedere dag. En een biertje lust Anton wel. Het echtpaar heeft het al vijf jaar heerlijk samen. Ze zijn nog steeds verliefd.
Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Het is tien voor half 6 in de avond, als in een rood Bedford busje drie mannen zenuwachtig om zich heen en naar buiten zitten te kijken. Het zijn de drie bejaarde broers Dirk, Izaäk en Lodewijk.
Ze hebben zwarte bivakmutsen over hun grijsharige kop getrokken en zijn van plan juwelier “Ring van de Kok” om klokslag half 6 te beroven. Ze staan pal voor de juwelier geparkeerd en zitten, om niet teveel aandacht te trekken, wat voorover gebogen. De drie broers hebben genoeg van hun schamele pensioentje en willen als weduwnaars lekker naar een warm land, om te genieten van hun laatste jaartjes op deze mooie wereldbol. Op de radio zingt Grace Jones zachtjes La Vie En Rose van Edith Piaff op onnavolgbare wijze, al wil ik Liesbeth List ook niet teniet doen: Die kan er ook wat van. Achter het Bedfordbusje op de Schiedamseweg te Zotterdam staat een witte Honda Civic met vier Antilliaanse kerels met panty’s over hun dreads en gezichten getrokken. Het zijn geen volbloed-Antillianen, ze zijn half Nederlands. Op de schoot van Robert, de grootste, ligt een kapmes. Op de schoot van Rene, de kleinste, náást Robert, ligt een pistool op schoot. Op de achterbank zitten Samuel en Ricardo te blowen, zij hebben geen wapens. De kerels zijn van plan juwelier “Ring van de Kok” om klokslag half 6 te beroven. In de Honda Civic luisteren de boys naar “I shot the sherrif”, vertolkt door Bob Marley and the Domino’s. Ongeëvenaard, al wil ik Eric Clapton and the Wailers ook niet te niet doen, want die kon er ook wat van, die jongen. Ook de broers in het rode Bedfordbusje zijn bewapend: Alle drie de broers hebben een Duits pistool uit de Tweede Wereldoorlog op hun schoot liggen. Om half zes doet de oude Otto Kok zijn rolluik naar beneden, wat heel langzaam gaat, met heel veel herrie. Tot grote ergernis van mevrouw Sanne van Ham, die erboven woont.
De drie bejaarde mannen springen met veel kreunen en steunen het busje uit. Uit de Honda Civic doen Robert en Rene hetzelfde. Zo staan de overvallers vol verbazing rechttegenover elkaar. Dan kijken de overvallers om als ze een scooter de stoep op horen rijden. Het zijn twee jongens. De achteropzittende jongen springt voor de juwelier de scooter af en wil de juwelierszaak binnen rennen. Hij stopt als hij Robert hoort schreeuwen dat hij moet opdonderen. “Echt niet”, zegt Lodewijk, en hij schiet in Robert’s bovenarm. Of dat de bedoeling was zullen we nooit weten, omdat Rene Lodewijk neerschiet. Murat, die nog voor de inmiddels vergrendelde voordeur van de juwelier staat, schiet op de andere overvallers en wil bij Hakan achterop de scooter springen, maar die rijdt al weg.
Snel duikt hij in paniek achter een auto.Er breekt een schietpartij los. Al het winkelend publiek springt achter auto’s of rent in paniek winkels binnen om te schuilen voor de kogelregen.
Juwelier  Otto Kok ligt dubbel van het lachen om de situatie en hoopt dat ze elkaar zullen afknallen. Hij is in de loop der jaren al vaak genoeg overvallen. Mevrouw Sanne van Ham heeft het schieten gehoord en gooit nu planten waar de potten nog aanzitten haar raam uit naar de overvallers. En dat doet ze goed, want ze schakelt alle overvallers uit voor ze elkaar kunnen doodschieten. Ik schrijf àlle overvallers, maar Samuel en Ricardo zitten nog altijd in de Honda Civic, lekker te blowen en te genieten van Bob Marley. Ze krijgen pas wat in de gaten, als ze wat later in de loop van politiepistolen kijken.
Ja mensen, het is Godgeklaagd in het Nederland van 2018. Situaties als deze overval zijn aan de orde van de dag. Het komt steeds vaker voor dat meerdere overvallers tegelijk één juwelier willen overvallen. Sigarenzaken zijn er niet meer omdat tabak verboden is, dus die brengen het er goed vanaf. Politici worden nog maar zelden vermoord om wat ze in de Tweede Kamer zeggen. Ze worden nu veel vaker in huiselijke kring vermoord, omdat ze daar de verkeerde beslissingen hebben genomen. Niet alleen ons kikkerlandje is in het Wilde Westen veranderd. Nee, heel de wereld is in de war. Sport- merken die uniformen voor legers fabriceren. Er zijn al legers die met reclame op de uniformen oorlogvoeren. Alle dierentuinen zijn ontruimd vanwege het drastisch cellentekort. Zo kan ik wel even doorgaan, maar daar zit u niet op te wachten want waar u op wacht is een nieuw avontuur van detective Ardianto en zijn trouwe maat Leo Zonderhart.
Ardianto zit lekker thuis voor de buis.
Op het politiebericht wordt vermeld dat er een man wordt vermist uit Rouwbeen, ene Ypsilon Utrecht. Sinds wannéér hij precies vermist wordt weet de politie niet, omdat zijn vrouw hem nooit echt miste. Er volgt meteen op deze een andere vermissing. Een man uit Koekblik, ene Xantippe Zwendeldarm. Maar Ardianto heeft daar geen aandacht meer voor. Koekblik is een dorpje dat grenst aan Zaadgraad, waar onze held woont.
Hij belt zijn collega Leo Zonderhart, die net de liefde bedrijft met zijn lieftallige vrouw.
“Het is de baas schat, even opnemen”, onderbreekt Leo het meest natuurlijke wat twee mensen kunnen doen buiten eten, slapen en tv kijken. “Met Ardianto, heb je tijd om mij thuis op te pikken Leo?”. Natuurlijk kan Leo geen nee zeggen tegen zijn baas, dat weet ook zijn vrouw.
Dus wat later rijdt Leo, met gespannen ballen die niet hebben kunnen doen waar ze door Onze Lieve Heer voor zijn uitgevonden, naar Ardianto. Gelukkig kan Leo zich er geestelijk van afzetten: Hìj is de baas, en niet zijn ballen. Hij denkt aan het optreden waar hij de voorgaande avond is geweest met zijn vrouw. Het was een vreemd concert: Figuren in zwarte gewaden maakten tergend-langzame muziek, die hem liet nadenken. Er moest een bóódschap achter de performance van die band zitten, maar wèlke, dat is niet duidelijk. En misschien ook wel helemaal niet belangrijk. De band, die zich Masonic Youth noemt, heeft hem er toe aangezet op youtube naar hun filmpjes te kijken. Zo ver had een band Leo nog nooit gekregen, en hij gaat toch zo vaak als het kan naar optredens van verschillende bands toe.

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Ardianto komt al naar buiten als hij de auto van Leo ziet aankomen. De Mini Cooper is nu een gloednieuwe zilvergrijze Mercedes Cyberwidow uit de zoveel serie.
Het populaire duo gaat op weg naar een nieuwe zaak in Koekblik. Leo vraagt hoe het met Donny, de jongere broer van Ardianto, gaat.
Donny zit in voormalig diergaarde Blijdorp zijn driejarige straf uit voor een dubbele moord.
Donny was aan zo’n beetje alles verslaafd waar je verslaafd aan kan raken, behalve werken.
Hij woonde in Den Vaag, waar hij op een kwade dag over straat slenterde en aan een groepje van vijf jongens een paar euro vroeg voor een slaapplaats bij het Leger des Heils. “Rot op, vuile vieze teringjunk, ga je moeder neuken”, kreeg hij van de grootste jongen te horen, vergezeld van een flinke rochel in Donny’s zwarte, lange haar. Een tweede jongen trapte Donny in zijn rug en de anderen vielen hem ook aan. Donny schermde met zijn armen het hoofd af. Het was niet de eerste keer dat hij in elkaar geslagen werd. De grootste jongen schreeuwde, op Donny inslaand, dat diens leven geen reet waard was omdat hij toch maar een junk was. Dit raakte Donny,ondanks dat hij door de drugs zijn emoties een beetje kwijt was geraakt. Hij was een junk, op zeker, maar wèl een mens!
Woest sprong Donny omhoog, sloeg zijn hoofd naar achteren tegen de kaak van de grootste jongen, die meteen uitgeschakeld op de grond viel. Ook de andere jongens kregen het pak slaag van hun leven. Ze hadden de pech dat de oud Thai-kickbokskampioen juist vandaag had besloten zich te verdedigen. Met als gevolg: Twee dooien, één blijvende hersenbeschadiging en twee bij wie zo’n beetje elk botje in hetlichaam gebroken was.
“Het gaat veel beter met Donny, hij is clean en begonnen aan een studie voor sportleraar”, beantwoordt Ardianto de vraag van Leo. De Mercedes wordt netjes geparkeerd bij het rijtjeshuis waar de vermiste Xantippe Zwendeldarm woont.
“Zou er iemand thuis zijn Chef?
“Dat weten we alleen als jij op de bel hebt gedrukt, Leo”.
De deur wordt opengedaan door een kerel met lang, bruin, krullend haar en een snor die langs zijn lippen naar beneden loopt, een zogenaamde “pornosnor” uit de jaren zeventig. Zijn strakke beige pak stamt uit dezelfde tijd als de snor. De hippe man is Cedric, de zoon van de vermiste Xantippe. Cedric is in tranen en vertelt dat hij niet zou weten waar zijn vader is. Hij gebruikte geen medicijnen, zelfs geen Viagra, en had absoluut geen vijanden. Kortom, aan Cedric hadden Leo en Ardianto geen klote.
Ontevreden gingen ze weer op huis aa

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Na de ondervraging van Leo en Ardianto rijdt Cedric Zwendeldarm naar zijn stamkroeg Het Lepe Lever. Hij kan wel een borrel gebruiken.
Na de barman verteld te hebben dat ze nog niks weten over waar zijn vader is, neemt Cedric plaats aan een tafeltje met een wollen kleedje erop.
Aan het tafeltje zit de oude Harrie.
Na een tijdje was Cedric de volgens hem geïnteresseerde Harrie  druk aan het vertellen over waarom men toch steeds nieuwe kantoorpanden neerzet, terwijl andere leegstaan en wegrotten, soms zelfs ongebruikt. Misschien dacht Harrie: “Ja, pik-omhoog, dat doen ze voor de poen”, maar dat is gissen, want hij onderbrak Cedric’s boeiende verhaal met: “Ik heb zin in kut!”. Even was Cedric verbouwereerd.  Hij is best iemand die zo nu en dan, misschien meer “dan” dan “nu”, mensen een handje helpt. Meestal het graf in, maar het blijft helpen. Een kut heeft Cedric echter niet, dus daar kon hij ketting- roker Harrie niet aan helpen. Wat moest hij hier nou op antwoorden? Misschien met: “Ja, ik ook Harrie, ik ga snel naar huis, tot ziens”, of: “Nee, doe mij nog maar een fluitje”. Harrie keek erg ongemakkelijk, hij meende het oprecht, van die kut.Wat het niet minder gênant maakte, hiermee Cedric’s verhaal over leegstaande kantoorpanden naar de klote te hebben geholpen.
Na diep nadenken kwam Cedric tot het volgende weloverwogen antwoord: “Harrie, zet hem op de automaat”.
Harrie zuchtte, en ging nog moeilijker kijken.
“Dat gaat ook vervelen toch, dat gesjor aan je jongeheer?”
Cedric wilde nòg iets stompzinnigs zeggen, maar dit keer was hij blij dat Harrie hem onderbrak.
“Ik heb gewoon zin in een kut. Godverdomme man, ik heb al jaren niet geneukt”.
Mensen keken naar het tafeltje. Cedric probeerde een blik te bedenken die de mensen zou laten denken: “Nou, die gast neukt iedere dag zijn  ruggengraat aan barrels”, maar hij kon hem niet vinden.
Kon die lul niet naar het slachthuis gaan?  Daar dwaalde vast nog wel ergens een arm diertje met weelderige geboorte-uitgang rond.
“Ga naar de hoeren, Harrie”.
“Gadverdamme man, daar moet ik niks van hebben hoor”.
“Nee de hoeren van jou ook niet. Maar daar gaat het nu niet om. Je smacht naar een kut, en die hebben ze hoor, zoveel kutten kan jij in je eentje niet vullen”.
Cedric hoopte niet dat zijn woorden Harrie opwonden, want hij stond op en liep regelrecht naar het toilet.
Net toen Cedric de benen wilde nemen kwam de lange magere slungel terug.
“ Cedric, weet jij geen leuke meid ?“.
Cedric werd er wat melig van en zei,” Ja, een hele leuke, maar die heeft geen kut”.
Hij verslikte zich in het lachen om zijn eigen grap toen hij naar Harrie’s droevige gelaat keek.
“Nee Harrie, ik zou je daar zo een-twee-drie niet aan kunnen helpen”.
“Kutzooi”, zei Harrie gepast.
“Van wat voor soort vrouwen hou je eigenlijk, Harrie?”  lulde Cedric stompzinnig de rook van het café in.
“Ach, ik hoef er verder niks van of mee. Alleen een wippie maken, meer niet eigenlijk”.
Als je de zin zo terugleest zou je denken: “Die Harrie is niet zo moeilijk”, maar eigenlijk is hij een enorme egoïstische oetlul, die geen kut op aarde verdient.
Maar, het moet gezegd, wel een éérlijke egoïstische oetlul.
“Apart hangen”, zou mijn vader zeggen.
“Hoe lang is het geleden dat je geneukt hebt, Harrie?” vroeg Cedric, omdat hij het niet kon laten.
Harrie fronste zijn door de zware shag uitgedroogde krentensmoel.
“Ik weet het niet, te lang geleden in ieder geval”.
“Heb je eigenlijk wel eens geneukt Harrie”? Nu begon Cedric gemeen te worden, en begaf hij zich op glad ijs.
Harrie liep, zoals Cedric al verwacht had, rood aan, mommelde wat, maar kwam niet uit zijn woorden. Dus sloeg hij maar met zijn vuist op tafel.
Zou hij bekennen dat hij maar wat had geluld en helemaal niet wist hoe een kut voelde, en in huilen uitbarsten,of Cedric aanvliegen?
Het werd het laatste: Hij wilde Cedric afmaken.
Een beetje terecht is dat wel.
De tafel en alles viel om.
De barman kwam tussenbeide en flikkerde Harrie de straat op.
Met gebogen rug liep de arme Harrie het leven van Cedric uit, waarschijnlijk op zoek naar zijn kut.
Cedric keek lachend op zijn imitatie-Cartier, en concludeerde dat het tijd was om te gaan bowlen.

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Anton en Zacharias liggen vroeg onder hun dekbed, ze hebben geen zin in tv.
Het is voorleesavond. Dan leest Zacharias altijd een kort verhaal voor van een schrijver des vaderlands: De helaas te vroeg overreden 骯髒的老鼠. U ziet het goed, de schrijver deed graag interessant en liet zijn naam in Chinese tekens omzetten.
Zonnesteek
In mijn bed werd ik gewekt door een warme straal over mijn gelaat.
Met mijn ogen nog dicht dacht ik al:”Nee hè, een zenuw naar de vaantjes”.
Maar nee, het was een zonnestraal die de vrijheid had genomen via een kier het gordijn langs te glippen.
Meteen sprong ik naast mijn bed, trok mijn zwembroekje flink mijn reet in, pakte een witte badjas, mijn meest trendy teenslippers, sloeg een badhanddoek met daarop een afbeelding van de overleden pornoster Jeff Stryker over mijn breedste schouder en liep via de havens Schiedam uit, richting het strandje bij de Erasmus brug.
Het was er al gezellig en druk, toen ik mijn melkwitte lichaam insmeerde met een zonnebeschermer faktor heel veel.
Vermoeid van de wandeling viel ik in een diepe, welverdiende slaap.
Opeens schrok ik wakker: Mijn lichaam brandde als de hel.
Ik zag mensen naar mij wijzen en hoorde hier en daar giechelen. Kon mij wat schelen, ze moesten lachen op hun begrafenis.
Het was al laat, want de zon, die mijn huid zo had aangepakt, wilde net òndergaan.
Op blote voeten rende ik naar het midden van de Erasmusbrug, om zo dicht mogelijk bij de zon te komen.
Daar aangekomen, ging ik los.
“Ik heb je eindelijk door, zogenaamde zon, al eeuwenlang neem jij de boel in de maling, heetgebakerd figuurtje dat je daar bent.
Ik ben de eerste die het weet. Die het zéker weet: Jij bent niet de zon. Dat heb je ook nooit beweerd, dat moet ik toegeven, maar jij bent God, en niet minder dan hem. Ze zeggen niet voor niks: “Ik heb het licht gezien”, ja daar sta je van te kijken hè rakker?.
Heb ik nu een prijs gewonnen, of straal je mij hier op de Erasmusbrug even hartstikke dood?”

Even nam ik de tijd om te kijken wat God zou doen, maar nee hoor.Niks.
Dus ging ik door: “Je bent God, je kunt alles zien. Straks ga je de mensen aan de andere kant van deze aardschroot bespieden met je zonnestralen. Ben je daar klaar dan komt meneer gewoon weer terug, of houdt zich kalm achter een pak dikke grijze wolken.Wat zeg je?  Wat ik met deze informatie ga doen?  Schreeuwen tot de hele Wereld zal weten dat jíj God bent, en niemand anders……
Dit stukje is het enige dat 骯髒的老鼠 in zijn leven schreef. Het meeste deed de goede man daarvóór.
Anton vindt er geen reet aan,aan het stukje, en graait naar het “stukje” van Zacharias onder het dekbed. De man is onverzadigbaar. Hij is altijd in voor een wippie, en niet alleen met Zacharias. Hij paalt een ieder die zijn gunsten belieft. Zacharias is natuurlijk in de veronderstelling dat hij de enige ware voor zijn Antonnepon is en waarom zouden we het hem verklappen? Het zou hem ongelukkig maken, en daar is Zacharias toch veel te aardig voor. Verder is Anton ook geen kwaaie pief. De goede man doet geen vlieg kwaad, en heus niet alleen omdat zijn leuter daar niet in past. Een flinke portie in- veel-landen-bedreven-maar-toch-verboden seks breekt los.
In de bed & breakfast is het gezin nog wakker. Vader en zoon brengen tassen naar de auto en gaan alvast zitten. Wat later komen moeder en dochter eraan met bestek, servies en wat goedverzorgde planten.Ook de dames stappen in en de auto rijdt rustig weg. Ze zouden de volgende morgen, na het ontbijt, bed & breakfast “In de aap gelogeerd” verlaten, maar nu is het wat makkelijker: Als ze nu gaan hoeven ze niet te betalen. In de vorm van het bestek, servies en de goedverzorgde planten nemen ze ook nog wat als aandenken mee. Het gezin komt ook niet uit Glijmuiden, maar het zijn moderne nomaden, die overal dit soort rot geintjes uithalen. Geen inkomsten voor het nu nog het liefde-bedrijvende paartje dus.
Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Ardianto kijkt nog wat naar de televisie voor hij naar bed gaat. Zoals bij mijn trouwe lezers bekend, ga ik nu vertellen wáár Ardianto naar kijkt. Want de tv staat gewoon áán, zoals het hoort. Sinds twee dagen worden er door het hele land met zwarte verf geschreven leuzen op muren, auto’s en ramen gekladderd. Waarschijnlijk door een gek, want aan de spreuken en leuzen is geen touw vast te knopen. Om er enkele te noemen: Als een lul stinkt is het geen lollie. Smurfen doen het met geweten. De boer laat wat hij is. Alleen in een kut kom je nooit te laat. Waarom zou God niet bestaan als zoveel mensen geloven van wel?. Het is duidelijk niet de reguliere graffiti, maar de schade loopt al in de miljoenen vrolijke euro’s en er zijn al heel wat politie-eenheden op de been om de spreukenman, zoals de dader genoemd wordt, te stoppen. Wat vreemd, want het zou net zo goed een vrouw kunnen zijn. Ardianto slaakt een zucht, klikt zijn tv uit en gaat onder een mooie gekleurde sprei liggen, gebreid door Ardianto’s grootmoeder Nancy die nog altijd in leven is en tot op de dag van vandaag van die mooie spreien vervaardigt. Het is een dekselse creatieveling, de grootmoeder van Ardianto. Nou, we laten Ardianto en de rest van de mensen in dit verhaal slapen, en wachten samen even tot de volgende morgen. Gezellig.
Met een harde klap valt een groot dienblad met daarop een uitgebreid ontbijt voor op zijn minst vier personen op de Italiaanse plavuizen. Het roosje in een glazen vaasje valt als laatste kapot op de grond, omdat Zacharias die nog even in zijn handen hield tot hij zag dat het gezin zijn “In de aap gelogeerd” had leeggehaald. Zacharias gilt de naam van zijn geliefde, die nog op bed ligt. Zacharias loopt door de bed & breakfast, de tranen lopen als zo vaak over zijn goedgesoigneerde wangen. Dan komt Anton aan in zijn ochtendjas. Hij ziet meteen wat er scheelt, en omhelst Zacharias. “Kom wijffie, we rijden even naar Middenleusen om nieuwe spulletjes te kopen. Alles komt op zijn pootjes terecht”. “Pootjes”, herhaalt Zacharias giechelend. Na een vluggertje en een frisse douche in “In de aap gelogeerd” rijden de twee zielsverwanten naar Middenleusen voor de nieuwe spulletjes, want de volgende gast is in aantocht.
Leo Zonderhart zit met een ontbijtje, gemaakt door zijn lieve vrouw en steun en toeverlaat Lia Prop, naar de televisie te kijken. In Zotterdam is een galeriehouder gearresteerd. Gekleed in een fel-oranje badpak stond de kerel in zijn galerie alsof het de gewoonste zaak van de wereld was er zo bij te lopen. Een bezoeker voelde zich geïntimideerd door de galeriehouder en heeft de politie gebeld. Tv-beelden op het journaal tonen de man, die, woest om zich heen slaand en trappelend, uiteindelijk door een flink aantal agenten een busje in wordt geduwd. De arme man schreeuwt dat hij er bij mag lopen hoe hij dat wil en dat, wat betreft de verkoop van de kunst, het er sinds zijn nieuwe outfit op vooruit was gegaan. “Wie noemt zijn galerie dan ook Slaphanger? Dat is vragen om problemen”, merkt Lia op terwijl ze een heerlijke lasagne met kippenlever de oven induwt. Leo moet lachen: Zijn vrouw heeft humor, is een lekker wijf en kan goed koken. Hij is, sinds hij met haar getrouwd is, ook weer in zijn katholieke geloof getreden. Tijdens zijn huwelijk met Ben was hij uitgetreden. Hij bidt nu iedere dag dat het plezier wat hij met Lia beleeft nog lang mag duren. Ze denken al aan kinderen. Wat een geluk daar in huize Zonderhart!
Ardianto heeft het daarentegen een beetje zwaar. Zijn moeder Quendelynn heeft hem net gebeld. Ze vertelde dat haar ex-man, de vader van Ardianto, zelfmoord heeft gepleegd. Ardianto heeft zijn vader al heel lang niet gezien. Quendelynn vertelt dat ze de man aan een boom hangend gevonden hebben: Met een zwart badpak (hij ook al) aan, daaronder een zwarte nylon, twee kattenoortjes op zijn kalende hoofd, handschoenen aan met daarop nageltjes geplakt en zwarte balletschoentjes aan met dezelfde nageltjes. Wat Quendelynn en Ardianto niet weten en ook niet wìllen weten, is dat vader Lonny een liefde voor katten had opgebouwd na zijn scheiding met Quendelynn. In zijn huis vond men meer dan tachtig katten. Hij viel geregeld in zijn poezenpak boeren uit de omgeving aan die de katten van hun land joegen. Menig boer kreeg de schrik van hun leven als de poezenman hen wild- krijsend besprong: Velen hebben er littekens aan overgehouden. Als ze van de schrik bekomen waren en iets terug wilden doen, was de poezenman al weer gevlogen. Zijn baan als hoogleraar aan de Universiteit van Geeuwarden had de poezenman opgegeven, om zich geheel in te zetten voor de katten. Hij onderhield ook contacten met andere kattenliefhebbers, waaronder Jos Brink, die bekend stond als een groot kattenliefhebber, maar die schreef Lonny nooit terug, mede omdat Jos al drie jaar was overleden. De uiteindelijke zelfmoord pleegde de arme poezenman omdat hij zelf, op één van zijn vluchten na een aanval op een boer, een kat het leven uit reed. Dit kon de poezenman man niet verwerken. Als Ardianto van zijn moeder hoort dat ze niet naar de crematie van haar ex man gaat, is Ardianto allang blij: Dan gaat híj ook niet. In zijn ogen is er niks zinlozer dan het bezoeken van begrafenissen en crematies. Medeleven hoeft hij niet te tonen: Dat staat nergens in de wet. Nu gaat het er misschien een beetje op lijken dat onze held geen hart heeft: Waarschijnlijk zitten we dan ergens in het midden.
Piepende zooltjes op glanzende houten vloeren, waar kan dat anders zijn dan op… jáwel, de bowlingbaan. In dit geval bowlingbaan De Drie Gaatjes te Gieren. Er is een toernooi gaande. Het team van Cedric staat zoals bijna elk toernooi breeduit aan kop. Ze zijn gekleed in gouden pakken zoals Elvis die droeg op de cover van zijn elpee: 50.000.000 Elvis-fans can’t be wrong. Niks ten nadele van the King. Ik ben een groot bewonderaar van de man en, net als velen, er een die ooit Graceland wil bezoeken om ‘s te kijken of de man daar vroeger wel leuk heeft gewoond. Maar goed, ik had het over die titel, 50.000.000 Elvis fans can’t be wrong. Er hoeft maar één iemand te denken dat zijn filosofie de goeie is en het gaat voor heel veel mensen fout, dus eigenlijk zegt die titel niks noppes nada. Dat u dat even weet. Ik moet niks hebben van misverstanden in mijn boeken. Die bewaar ik voor de werkelijkheid. Het team van Cedric doet het dus goed vanavond; er worden strikes gegooid als dat er kindjes worden geboren in Afrika. Cedric doet weer erg theatraal, maakt sexy heupbewegingen na elke gegooide strike van zijn gouden handschoen zonder vingertopjes. Na de heupbewegingen, die wat aan Tom Jones, wat aan Elvis Presley en  wat aan het begin van een stevige hartaanval doen denken, schreeuwt Cedric, op zijn magere kippenborst slaande met twee vuisten:” Who is the man?” Tot drie keer toe herhaalt hij deze woorden, waarop zijn teamleden zoals afgesproken gillen:” Cedric”. Teamleden van andere bowlingteams hebben een bloedhekel aan Cedric en zijn arrogante afgezaagde maniertjes en de teamleden van De Drie Gaatjes, het team van Cedric, doen ook maar alsof ze Cedric mogen. Er zijn maar weinig mensen in de omgeving van Cedric die hem mogen. Hij kleineert iedereen,te pas en te onpas, schept altijd op en het ergste: Hij barst van het geld. Niemand weet hoe hij aan dat geld komt, want werken komt niet in het woordenboek van Cedric voor. Ze noemen hem achter zijn rug om de Flikkerpoedel. Dit vanwege zijn lange bos krullen en omdat men hem nooit met vrouwen ziet. Het team van Cedric wint het toernooi. Tevreden rijdt Cedric in zijn Ford Mustang bouwjaar 1969, de enige oranje op de wereld die fel ros is. In de auto klinkt muziek van the Creedence Clearwater Revival, de favoriete muziek van Cedric.
De nieuwe gast van bed & breakfast In de aap gelogeerd heeft zijn intrek genomen. Een klein mannetje met een zwart bolhoedje op zijn hoofd, een geel shirt aan, een zwartleren broek en daaroverheen gelukkig een beige regenjas. Het mannetje heeft opvallend grote wenkbrauwen. Hij is minstens zeventig jaar oud, het zou net zo goed minstens tachtig jaar kunnen wezen, daar wil ik geen discussie over voeren. Zacharias en Anton vinden hun gast een beetje vreemd, maar een stuk vriendelijker dan de familie die hun bed & breakfast hebben geplunderd.
Even tussendoor, heeft verder niks met dit verhaal te maken: Ik kom er net achter dat ik het liedje “Als je huilt” van Andre van Duin helemaal uit mijn hoofd ken. En ik altijd maar denken dat ik geen liedje uit mijn hoofd ken. Leuk he?
Het mannetje met de bolhoed is niet alleen zeer vriendelijk, hij is ook hoffelijk en heeft aangeboden voor Anton en Zacharias te komen koken. Eerst stond Zacharias, die zelf graag mensen met zijn kookkunsten verwent, wat sceptisch tegenover het voorstel maar hij ging al snel overstag toen hij de vriendelijke, afwachtende blik van het mannetje zag. Anton en Zacharias maken het gezellig met theelichtjes die ze door de hele kamer neerzetten en aansteken. De open haard wordt aangedaan en lekkere sandelhoutwierook geurt door het huis. “Laat de kok maar komen” zegt Zacharias, waarna Anton een misplaatst grapje maakt door voor te stellen het kleine bolhoedje te verkrachten. “Ik moet er niet aan denken, zo’n oud kaboutertje, wat een wansmakelijk idee Antonnepon”. Anton lacht om de reactie van zijn geliefde. Dan gaat de bel. Het bolhoedmannetje is gearriveerd met tassen vol boodschappen, klaar om een heerlijk maal te maken. Terwijl het mannetje met de bolhoed driftig staat te koken doen Anton en Zacharias een dansje op de hit Disco Revivalman van De Astma Boys. Het is erg gezellig en Zacharias is de boevenfamilie alweer vergeten. Na het dansje draagt Anton een oude column van Duco Zwakheup aan Zacharias en de rustig doorkokende man met het bolhoedje voor:

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Erectiestoornissen

Wakker worden met Dries van Agt was nu niet bepaald een droom van mij, maar het gebeurde me gisterochtend.
Hij vertelde dat hij het dieptreurig vond dat de koningin niet aanwezig zou zijn bij de uitvaart van de Paus.
Nu wil ik Beatrix geen hand boven de kroon gaan houden, maar ik zou, na de begrafenissen die zij in korte tijd heeft meegemaakt, ook geen zin hebben in nog maar eens een hoop komedie.
Ik ben echter maar een gewone burger. Beatrix is koningin, ze wordt dus geacht dit te kunnen.
Blijkbaar verschillen burgers niet zoveel van koninginnen.
Als ik haar was had ik een stand-in gestuurd, net als Sadam Hussein dat altijd deed. Wie weet is er een stand-in opgehangen.
Had Dries ook weer blij geweest. Gelukkig zat hij niet naast mijn bed, maar in de wekkerradio naast mijn bed.
Opeens werd Dries opzij geduwd door een commercial. Een vrouw zei met lieve maar daardoor niet minder opdringerige stem:” BEDERF JE WEEKEND NIET DOOR ERECTIE STOORNISSEN, NEEM…” en een pikverhardende pillennaam rolde haar bek uit.
Nu hing mijn plasser inderdaad halfstok. Niet vanwege de uitvaart die dag van die populaire Pool in en nu onder het Vaticaan, maar vanwege Dries zijn geouwehoer.
Toch maakte ik me niet druk dat mijn pik mijn weekend zou gaan bederven. Die reclamedoos blijkbaar wel.
Wat moet ze met al die harde piemels????
Waar bemoeit ze zich überhaupt mee???
Mocht ze de behoefte hebben kan ze zo van lul op lul springen, waar dan ook, nee, madam maakt zich juist HARD voor de niet omhoogkomende plassers.
Arm arm mens.
Hoewel, arm, ze moet voor deze onzin toch wel een bom geld krijgen, anders zou ze dit toch nooit doen? Waarschijnlijk maakt het haar allemaal geen fuck ui, waar ze reclame voor maakt. Ze leent zich net zo makkelijk voor kinderzitjes, of stokbroodpropaganda.
Iedere dag krijg ik e-mailtjes van virtuele dames, die mij viagra aanbieden of penisvergroters.
Een tijd lang maakte ik gebruik van deze diensten, tot ik buiten auto’s hoorde toeteren.Mijn penis was een meterslange hefboom geworden, die de straat versperde. Ja, toen ben ik er maar mee gestopt, je wilt immers alles, behalve een slechte naam hebben.

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza De drie mannen liggen in een deuk. “Ik stop met koken jongens, ik heb er geen zin meer in, sorry”. Verbaasd kijken Anton en Zacharias elkaar aan. Dan loopt Zacharias naar zijn keuken en maakt zonder mokken het eten;de puinhoop die het bolhoedmannetje heeft gemaakt, af. Onderwijl gaat het bolhoedmannetje op de bank zitten, naast Anton. “Zo, jullie zijn dus kontarbeiders, Anton”. “Kontarbeiders is weer een nieuwe en niet minder vervelende benaming van onzekere hetero’s om onze homofiele medemens te kleineren en ja, we zijn homofiel zover dat u nog niet duidelijk was”. Anton is overduidelijk geïrriteerd. “En u, waar doet u het mee? Kinderen, dieren, lijken misschien?”
“Mijn excuses vriend, het”kontarbeiders” schoot eruit, het is inderdaad ongepast van mij”. “Het is al goed meneer, wat is uw naam eigenlijk?”. Net als het bolhoedmannetje wil antwoorden op Antons` vraag komt Zacharias met het eten uit de keuken en gemaant de mannen plaats te nemen aan tafel. Anton zet een cd van The Art of Noise op, gaat aan tafel zitten en valt meteen de heerlijke Chili sin carne aan. Sin is Kastiliaans voor zonder, want deze Chili is vrij van dode dieren.
Bij de eerste hap begint Anton te draaien met zijn ogen en te kokhalzen.
“Wat is er schatje, schatje wat is er nou?” Zacharias slaat zijn man op de rug, terwijl het bolhoedmannetje roerloos het tafereel bekijkt. Anton loopt rood aan en snakt naar adem terwijl hij gele gal uitbraakt over de keurig verzorgde eettafel. Anton valt van zijn stoel. Zacharias buigt huilend over Anton heen. “Je hebt hem vermoord nichterige reetkever. Niet dat het wat uitmaakt”. Dan staat Zacharias op, rent naar de keuken om een vleesmes en een broodmes te pakken en rent terug de kamer in om dat kleine pestpokkenventje in stukken te snijden. Zijn stoel is  echter leeg, alleen zijn bolhoedje ligt  er nog op. Angstig zwaait Zacharias met de messen om hem heen. “Waar ben je, kom op dan klootzak, je hebt mijn man vergiftigd, vuile rat”.
Zacharias doorzoekt alle hoeken en gaten van de boerderij, maar het mannetje is nergens te bekennen. Dan schrikt Zacharias op. Hij is Anton helemaal vergeten. Snel belt hij een ambulance en meteen maar de politie. Hij raapt al de moed die hij in zijn lichaam heeft bij elkaar en loopt naar de bed & breakfast. Er brandt geen licht, misschien heeft die kleine griezel zich ergens verstopt. Met de twee messen nog altijd in zijn zweterige handen gaat Zacharias bibberend In de aap gelogeerd binnen en doet het licht aan. Dan slaakt hij een hoog gilletje. Overal op de muren staan spreuken met zwarte verf geschilderd.Zelfs over de schilderijen heen. Zacharias valt flauw.
Cedric Zwendeldarm zit lekker op de bank in zijn ruime Villa. Niemand heeft hem gevraagd naar zijn vader tijdens het bowling toernooi. De wezels durfden vast zijn bui niet te verpesten. “De politie zal hem nooit vinden” denkt Cedric met een grijns op zijn smoel. Dan staat hij op en doet een deur open die naar de kelder van de Villa leidt. Beneden doet hij een zware kelderdeur open. In een hoek zit een magere man in roodgeruite pyjama met een handboei vastgemaakt aan de centrale verwarming. Het is Xantippe Zwendeldarm. “Zo pa, beetje naar je zin hier jongen?”. “Waarom moet ik hier in de kelder zitten jongen, wat heb ik je misdaan?”. “Niks vader, u heeft mij een fijne jeugd bezorgd, eerlijk waar, maar ik neem u op deze manier in bescherming”. “Maar voor wat neem je mij in bescherming? Voor wat?”. “Lieve vader, die mij dierbaarder is dan wie dan ook, ik wil niet dat je aan kleine kinderen zit, je bent een pedofiel”. “Wat, een pedofiel, hoe kom je daar nu bij?  Heb ik jou ooit met een vinger aangeraakt?”. “Niet  met een vinger, niet met je lul, maar ik vind het niet goed om te horen van de mensen uit de buurt dat ik zo’n aardige vader heb, die altijd lief is voor kinderen. Dat vertrouw ik niet. Ik sluit je dus hier op. Je kan alles krijgen, maar wel hier in de kelder vader. Niet huilen vader, je weet dat je mij daar zeer mee doet. Zo lang hoef je hier niet te zitten. Je hebt prostaatkanker, dus zolang zal je niet meer leven”. Xantippe wil wat zeggen, maar barst in huilen uit. Hij zit hier opgesloten in de kelder van zijn gestoorde zoon. Die jongen was altijd al vreemd en op het sadistische af, maar dit slaat alles. Hij is nu in de veronderstelling dat zijn vader een pedofiel is met prostaatkanker. “Ik ga maar weer pa, je bent niet echt gezellig met dat gejammer van u. Welterusten. Gelukkig hoeft moeder dit allemaal niet meer mee te maken, vader”.
Dan sluit Cedric de deur en loopt weer fluitend de trap op naar boven. Dit omdat je een trap nooit opgaat naar beneden, dat moge duidelijk zijn. In de kamer gaat Cedric achter zijn laptop zitten en leest een verhaaltje dat hij die ochtend geschreven heef;.
Het is fijn om uniek te zijn

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Ik zat al diep in de vrijdagmiddag, toen ik besloot mijn dagelijkse sessie wolkstaren voor een keer over te slaan.
Ik was heel erg geil, vreselijk.
Op zo’n dag kan ik met geen bewegend wezen meer een normaal gesprek voeren zonder hem/haar  in mijn morbide gedachte aan mijn spuitpuist te rijgen.
Dat is moeilijk praten hoor.
Mijn eikel plakte al tegen de wand van mijn mintgroene nylon slip aan.
Gelukkig was ik al thuis, net uit mijn werk, het huis voor mij alleen.
Dit omdat ik al jaren alleen woon.
Ik liep naar mijn kamer en onderwijl deed ik mijn kleren uit.
Ik kon gewoon niet wachten.
Alle muggen in mijn slaapkamer zou ik gaan doodschieten met mijn dodelijke, lava- hete zaad.
In de slaapkamer besloot ik mijn leren slip met rits aan te doen, die ik voor mijn verjaardag gekocht had.
De reetveter trok ik wat verder mijn bilspleet in, alvorens ik op mijn bed plaats nam.
Per ongeluk drukte ik met mijn grote teen (het kan ook de teen ernaast geweest zijn) mijn TV aan.
Gadver, Frans Molenaar de mode-ontwerper deed zijn verhaal.
Mijn mannelijkheid werd opeens angstig klein.
Ik had die lul zijn pisbek wel willen volschijten.
Ik besloot hem toch maar even aan te horen.
Hij had het over zijn wens alle Zebra’s ter wereld te laten afslachten, zodat iedereen een mooi overhemd van Zebraleer aan zou kunnen.
Uniek vond hij dit.
Nou kon mij zijn idee van het begrip uniek mij zwaar niet schelen.
Maar ik projecteerde het woord uniek maar eens op mij zelf.
Was ik wel uniek? Ik rukte me al zo lang ik mij kon heugen af, ben nog nooit met een levend wezen naar bed geweest en heb er al helemaal nooit mee geneukt.
En ik ben toch alweer 39 jaartjes jong.
Ik herinner mij nog de eerste keer dat ik klaarkwam.
Ik stond naast mijn wijlen grootmoeder (165 lang), ze las op de schommelstoel voor uit Roodkapje, geloof ik.
Ik stond wat onschuldig met mijn knuistje in mijn korte broekje aan mijn piemeltje te frummelen.
Toen voelde ik een heel warm gevoel opkomen. Net toen ik mijn broekje naar beneden deed om eens te kijken wat er loos was, kwam ik klaar.
Oma vertelde rustig door. Tot mijn grote schrik zag ik een druppel zaad langs haar wang lopen.
Ze pakte een zakdoek en haalde de druppel weg.
Ze glimlachte naar me en zei dat ze van al dat vertellen ging zweten.
Maar goed, terug naar een ander verleden.
Ik lag dus te luisteren naar Frans Molenaar, en ging me af vragen of ik ergens uniek in was.
Triest moest ik concluderen dat ik echt nergens uniek in was.
Grienend viel ik in een diepe slaap.
Zwetend werd ik wakker, het was inmiddels al donker.
Ik had het, ik wist nu hoe ik uniek zou kunnen zijn.
Ik heb namelijk een erg groot plasgaatje.
U voelt hem waarschijnlijk al aankomen.
Ik stak mijn wijsvinger in mijn eikelgaatje en begon mezelf te vingeren alsof mijn leven ervan afhing.
Mijn lul werd keihard en het gaatje omsloot mijn vinger.
Al snel voelde ik mijn kolkende zaad omhoog komen. Plop, ik trok mijn vinger eruit en mijn zaad kwam er al vlak achteraan.
Ik was uniek. Gelukkig.
Ik kon eikelvingeren en nog klaarkomen ook.
Het is fijn om uniek te zijn………………..
Cedric moet lachen om zijn verhaal. Hij was van plan het naar tijdschriften te sturen, maar die zouden het vast niet plaatsen, die preutse honden. Hij zet een plaat op van The Dirtys, een heftige garageband uit Amerika, die helaas maar één plaat hebben gemaakt, maar wel van absolute wereldklasse. Dan pakt Cedric, zijn hoofd op en neer buigend op de muziek, een foto in een zilveren lijst. Zijn oudere broer staat erop. Als achttienjarige soldaat kijkt hij lachend de wereld in, een mooie toekomst in het verschiet. Een maand nadat de foto is genomen werd Hildo, zoals de broer heet, op een kerkhof gesnapt; hij lag naakt op een net begraven vrouw, die overleden was doordat ze gestikt was in een stuk harde chocolade. Zo kwam Hildo in de bak te zitten en kreeg hij TBR om van zijn necrofilie af te komen. Na twee jaar kwam hij vrij, maar al snel vergreep hij zich andermaal aan een vers lijk. Hierna is hij ontsnapt, en tot op de dag van vandaag is Hildo Zwendeldarm spoorloos voor de politie, want af en toe stuurt Hildo zijn broertje Cedric nog brieven uit, meestal, oorlogsgebieden, waar veel slachtoffers vallen, die hij dan…….
Dan heeft Cedric ook nog een jongere zuster ,Joleen Zwendeldarm. Althans, ze heet nu Joleen Edeldarm. Ze heeft haar achternaam veranderd omdat ze niks meer met haar zieke familie te maken wil hebben. Ze woont in een klooster te Lourdes en leeft daar als non. Cedric twijfelt of hij voor vanavond een call-girl moet bellen, maar de vorige keer had zo’n trut de politie op hem afgestuurd omdat hij haar klappen had gegeven. Daar had hij nu dus geen zin in. Cedric besluit nog een stukje voor zichzelf te schrijven;

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Goedemorgen

“Goedemorgen buurman” zegt mijn buurvrouw vrolijk als ze mij in haar vizier krijgt. Uit beleefdheid? Of wil ze echt weten hoe ik de koude ochtend ervaar? Wat moet ze met die informatie? Gelukkig zal het lieve mens er niet van worden. De ochtend is de ochtend maar, of hij nou goed is of slecht. Goede morgen zeggen is een beleefdheidsvorm, misschien al duizenden keren beschreven door veel betere schrijvers, realiseer ik mij, een traan de dood inpiekend. Genietend kijk ik naar de traan op het laminaat onder mij. Wat was het toch een mooie traan. Verdomme, ik ben mijn buurvrouw vergeten in dit verhaal. Van buurvrouw naar traan. Waarom eigenlijk? Ik vind mijn buurvrouw aardig. Ze praat wat veel, maar zegt ook iets, wat dan weer een groot voordeel is of mag zijn. Als ik iemand uit de grond van mijn hart een goede morgen wens, is het mijn buurvrouw wel. Op haar gezicht staat beschreven dat als iemand er niet uitkomt, mijn buurvrouw de eerste is die hulp komt bieden. Niet dat ik die hulp ooit  nodig heb gehad of misbruikt. Nee, zoals ik al schreef; dat staat op haar gezicht in de vorm van hanenpootjes, rimpeltjes en groefjes beschreven. Met zo’n buurvrouw is een boek totaal overbodig. Voor wat dikkere boeken ga ik naar het bejaardentehuis. Daar staan de bestsellers des levens op de gelaten van de bibberende oudjes volgeschreven. Daar is geen tatoeëring voor nodig. Als er iemand is die ik echt een spetterende goede morgen wens, dan is het wel alle oudjes met gezichten als bestsellers. Gingen ze maar nooit dood, dan waren geschiedeni boeken niet nodig. Sommige oudjes zien de goede morgenwens natuurlijk als een geheugensteuntje, want die weten niet of het ochtend is. Dan is het toch fijn als iemand je dat even doorgeeft. Laatst nog wenste iemand mij en de persoon naast mij een goedemorgen terwijl het al avond was. De persoon naast mij lag bijna onder haar stoel van het lachen, terwijl ik bijna bezweek van de diepe ellende die deze meest uitgescheten grap op aarde met zich meebracht. Hem wenste ik zeker geen goede morgen en de lachende persoon naast mij al helemaal niet. Een beetje goede morgen misbruiken om grappig over te komen, tief nou snel je graf in. Goede morgen misbruikt men ook vaak als iemand iets raars doet. Bijvoorbeeld iemand bevredigt zichzelf oraal, een ander ziet dat en zegt in het luchtledige; ”goede morgen”. En dan echt niet vasthoudend aan het tijdstip, nee, dat is totaal ondergeschikt. Of iemand komt de bakkerswinkel binnen, kijkt op de klok en zegt “oh, het kan nog, goedemorgen”. Volkomen kut. Het goede morgen moet uit je hart komen en niet van een klok. Wie weet loopt die wel achter, sta je daar met je goede morgen. Nou, ik ga douchen en wens een ieder een goeden dag.

Hierna gaat Cedric lekker slapen.

Drie dagen later rijden Leo en Ardianto naar bed & breakfast In de aap gelogeerd. Anton heeft de vergiftiging overleefd. Ypsilon Utrecht, de oplettende lezers van een goed geschreven detective konden lezen dat Ypsilon op het poltiebericht een paar bladzijde terug vermìst werd, heeft rattengif in het eten gedaan nog voor Zacharias het koken zo lief overnam. Zacharias moet bed houden, want de goede man heeft een zenuwinzinking aan alle gebeurtenissen overgehouden. Jammer, want hij gaf pit aan dit verhaal. Nu ligt hij dus in bed tegen een nachtlampje te praten met waanbeelden en vol met medicijnen waar ik liever geen reclame voor maak.
Anton maakt een lekkere cappuccino voor Ardianto en Leo. Zacharias had er vast een lekker zelfvervaardigd koekje bij aangeboden, maar Anton is niet zo’n keukenprins, althans, een loodgieter werkt natuurlijk ook vaak in de keuken, dus in dat opzicht is Anton weer wel een keukenprins. Gaap. Anton beschrijft hoe de spreukenman er uitziet en loopt vervolgens met Ardianto en Leo naar In de aap gelogeerd. Ardianto neemt wat leuzen en spreuken in zich op: Door het maken van kunst vergeet ik mijn verdriet maar tevens de afwas. Een plasser zit vaak in een klein broekje. Een dag niet geleefd maakt niet uit, want je hebt er nog een heleboel. Het verleden is net zo verrassend als de toekomst. Ook u bent een batterij. De waarheid is een leugen. Ardianto zucht en denkt over de omschrijving die Anton gaf over de spreukenman. “Meneer, vertelde u nou dat de spreukenman een bolhoed op zijn hoofd had?”. “Ja meneer, hij heeft hem hier laten liggen”. Leo snelt naar de auto. “Op de landweg hier naartoe zag ik een kereltje met een bolhoed op zijn hoofd fietsen”. Na Anton bedankt te hebben voor zijn medewerking en Zacharias beterschap te hebben gewenst rijdt de Mercedes van Leo met piepende banden het erf van In de aap gelogeerd af.

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Inmiddels rijdt de spreukenman in het plaatsje Koekblik. Hij stopt en kijkt in het rond. Hij heeft dorst, misschien kan hij wel ergens wat drinken. Er staan alleen maar Villa’s, en die rijke lui staan nou niet bekend als erg gul en hartelijk. Toch fietst de spreukenman, die een reserve-bolhoed op zijn hoofd heeft, een oprijlaan op. Hij heeft zich drie dagen verscholen in het Witte Dennenbos bij Klapborst. Heeft daar alleen wat leuzen op bomen geschilderd en is weer vertrokken op een fiets die hij van een oud boerinnetje in klederdracht heeft afgepakt. Hij belt aan bij de Villa. De deur gaat open: ”Wat moet jij, klein pikkie?”, vraagt een man in zijn zijden ochtendjas. Een man die wij beter kennen als Cedric Zwendeldarm. “Ik wil vragen of u een beetje water voor mij heeft, want ik heb dorst gekregen van het fietsen”. “Je moet ook niet fietsen, dan had je hier ook niet aan hoeven bellen. Ik zat verdomme lekker met mezelf te spelen”. De deur valt met een klap weer dicht. Beteuterd kijkt de spreukenman naar de dichtgeslagen deur. Dan gaat de deur weer open. “Geintje vriend, moet kunnen toch, kom binnen en doe dat achterlijke bolhoedje af”. De spreukenman loopt achter Cedric de Villa in. “Neem lekker plaats op de bank. Wat wil je drinken? Water en frisdranken schenk ik hier niet”. “Een glaasje melk graag”. “Dat schenk ik ook niet voor je in. Een biertje misschien?”. “Prima”, liegt de spreukenman, die geen bierdrinker is. Niet veel later staat er een glas koud bier voor de neus van de spreukenman, die hij van de dorst snel leegdrinkt. “Hartstikke bedankt meneer. Ik hou u niet langer op, ik ga maar weer eens”. “Weer eens? Je bent hier voor het eerst, en ik wil niet dat je weggaat. Ik ben erg benieuwd naar wat een vreemdeling met een belachelijk hoedje op zijn kop hier in Koekblik doet. Je verkracht toch geen jonge meisjes he?”. De spreukenman wil antwoorden. Eigenlijk wil hij het liefst de kop van Cedric inslaan, maar waarschijnlijk wint hij dat niet. “Erg spraakzaam ben je niet he, maar wat doe je hier?”. “Ik ben hier in de omgeving op vakantie”. “Alleen?”. “Ja, ik geniet dan het meest”. “Ja ja, dus een verkrachter. Die werken altijd alleen”. “Meneer, hoe komt u er toch bij dat ik een verkrachter ben, en te uwer informatie; ik ben impotent”. “Dat ook nog, een impotente verkrachter, dan hebben die meisjes er helemaal niks aan”. “Ik denk dat ik maar eens ga”. Cedric springt op en legt de spreukenman in de houtgreep. “Jij denkt inderdaad dat je gaat, want in werkelijkheid hou ik je hier vast, in de houtgreep, en jij gaat oom Cedric eens mooi uitleggen wat je hier nu werkelijk doet. “Ik ben de spreukenman”. “De wat?”. “De spreukenman, ik verf overal mijn spreuken en leuzen op muren en bomen”. “Wat voor spreuken zijn dat dan, idioot gedrocht?”. En de spreukenman begint wat spreuken op te noemen.

Ardianto en Leo rijden nu door Koekblik op zoek naar de spreukenman.” He Leo, dat is ook wat, daar woont die Cedric, van wie zijn vader vermist is”. “Ik denk dat we de spreukenman even laten voor wat hij is, ik heb nog wat vragen voor Cedric. Op het bureau kwamen er wat rare dingen over zijn broer die een ontsnapt necrofiel blijkt te zijn naar boven, dus daar wil ik het één en ander over vragen”. Leo parkeert de Mercedes, en de mannen lopen over de oprijlaan naar de voordeur van de Villa. Als Ardianto op de bel wil drukken hoort hij iemand schreeuwen. Hij kijkt via het raam in de deur de gang in en ziet het bolhoedje van de spreukenman op de grond liggen. “Leo, de spreukenman zit binnen. Trap de deur in”. Leo trapt de deur in tweeën en ze rennen met getrokken pistolen het huis binnen. Als ze de kamer binnenlopen zit Cedric te huilen op de grond met op zijn benen de spreukenman, dood naar het plafond starend. “Wat is hier gebeurd?”. “Hij schreeuwde allemaal spreuken die ik niet begreep. Het leek alsof hij tegen mij aan het schelden was. Toen werd ik erg boos en heb per ongeluk zijn nek gebroken”. “Leo, sla hem in de boeien en bel de politie dat ze die gek ophalen”. Ardianto doorzoekt het huis en vindt na een uur of twee zoeken de vader van Cedric, de oude uitgemergelde Xantippe, in de kelder.
Leo en Ardianto verbazen zich erover dat twee vermiste personen elkaar toevalligerwijs in het zelfde lijf tegenkomen. Nou ja, op een gebroken nek na dan. Twee vliegen in één klap…..

 February 21, 2013  Posted by at 13:25 Pieters Proza No Responses »
Feb 202013
 

Title: Vliegramp naar geluk | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Een vliegtuig vliegt waar hij hoort: Hoog in de lucht.
Aan boord uitgelaten Nederlanders op de terugweg naar Nederland, waar ze horen. Ze komen uit Las Palmas op de Canarische eilanden. Ik zeg uitgelaten, maar één persoon, namelijk Alphons Prut, zit met zijn voorhoofd tegen het vliegtuigraampje naar buiten te kijken. Hij is niet uitgelaten, blij of verdrietig, hij is gewoon Alphons die zich het allerliefst nergens mee bemoeit. Hij is al vierenveertig jaar getrouwd met Lucia die, wèl uitgelaten, naast hem zit. Ze zijn niet gelukkig getrouwd, maar ook niet ongelukkig. Ze leven sinds hun trouwdag ergens in een Kerkje in Vrouwenpolder langs elkaar heen. Zijn vrouw zoekt altijd met iedereen contact. Zo ook nu. Ze tapt moppen en verblijdt of verveelt het gehele vliegtuig, ze is een ras- entertainer.
De vakantie was, zoals ieder jaar, op dezelfde plek; een toeristisch gedeelte, gezellig en leuk als je er van houdt. Alphons absoluut niet, Lucia wel. Iedere avond gaat de vierenzestigjarige vrouw op stap, om laat in de avonduurtjes bezopen van de sangria of bessenjenever terug te komen. Niet zelden braakt ze het hele appartement onder en ruimt Alphons zonder te klagen alles op. Hij vindt het best, als hij maar niet aan hoeft te horen hoe gezellig zijn vrouw het heeft gehad en welke interessante mensen ze wel niet ontmoet heeft. Hij heeft de stille hoop dat hij zijn vrouw overleeft en dat hij de laatste jaren van zijn ingetogen leven kan genieten van het niet jaarlijks op vakantie gaan. Dat is toch niet zoveel gevraagd? Overdag gaat Lucia liggen bakken op het strand, althans dat zegt ze. In werkelijkheid laat ze zich zo nu en dan flink naaien door macho’s die hun beste jaren al ver achter zich hebben gelaten. Ze hebben inmiddels allemaal dezelfde achternaam: Viagra.
Alphons vermaakt zich met het lezen van boeken. Voor deze vakantie had hij “De renner” van Tim Krabé en “De kopgroep”  van Mart Smeets meegenomen, goudhaantjes voor de wielerfanaat. En dat is Alphons, al kan hij zelf niet fietsen vanwege een ferme collectie aambeien die zijn anus al sinds zijn jeugd opfleuren. Verder heeft hij voor de veertien dagen vakantie het heerlijke boek Toos van Herman Brusselmans en Vrouwen van Charles Bukowski meegenomen. Samen met deze boeken gaat hij iedere ochtend eerst naar de slijterij om een fles goede Rioja te kopen, dan naar de bakker voor een heerlijk stevig stokbrood en in de supermarkt koopt hij een stuk Manchego kaas en een krant.Vervolgens loopt hij een stuk de bergen in, waar hij iedere dag onder een oude boom gaat liggen lezen, eten, drinken en wat slapen. Met niemand heeft hij wat te maken, net als in Nederland, waar hij geniet van zijn pensioen. Van beroep was hij nachtwaker van een kantoor waar geen inbreker interesse in had. Zo zag hij Lucia maar zelden, en beiden vonden dit perfect.
Het stel heeft nooit ruzie gehad, zelfs niet als Lucia was vreemdgegaan. Dat kon Alphons geen reet schelen. Hij heeft nooit veel interesse gehad in seks, en al helemaal niet met Lucia. De keren dat ze tot de daad kwamen, stamt uit de tijd vóór hun huwelijk, en die keren zijn tussen duim en pink te tellen.
In het vliegtuig dus, stoot Lucia lachend haar man aan. ”Alphons, de vraag gaat rond in het vliegtuig, met welke BN-er jij het wel een keer zou willen doen?” Zo’n beetje de hele inhoud van de vliegende hoop dieptrieste ellende luistert met haar mee, lacht mee en kijkt mee. “Met Kabouter Plop”, zegt Alphons ongeïnteresseerd en spijt hebbend dat hij niet zweeg. “Dat is geen Nederlander”, merkt een dame op met een pruik en een verlopen kop vol groeven en rimpels. Vast geen denkrimpels.
De inhoud van het vliegtuig ligt dubbel, terwijl Alphons weer met zijn voorhoofd tegen het raampje naar buiten staart en zich afvraagt wie Kabouter Plop eigenlijk is.
Dat heb je met bekenden, veel van hen worden je via de media in de maag gesplitst, ze schieten voorbij, en voor je het goed en wel wil, weet je meer van hen,dan jij van jezelf.
Alphons gluurt even rond. Zijn vrouw zit met haar doorbakken onderkin druk anekdotes uit haar boeiende leven te vertellen. Naast haar zit een oudere, kalende kerel met zijn vrouw. Ze zien er verzorgd uit, wat bekàkt. De kalende kerel zit naar de tieten te gluren die druk heen en weer gaan tijdens mijn vrouw d’r gebral. Zijn vrouw glimlacht voor zich uit, een beetje eng. “Partnerruil?”denkt Alphons even, maar die gedachte verzuipt snel weer ergens zijn hersenen in. Stel dat het mens van seks houdt…., de rillingen lopen over de rug van Alphons. Schuin achter hen zit een donkere jongeman, hij lijkt een beetje op een Somaliër. Hij heeft glazige bruine ogen, en ziet er niet echt slim uit.Hij zit geen moment stil, lijkt wat zenuwachtig. Misschien wil de jongeman een goede daad stellen door zich  middenin alle drukke gezelligheid het paradijs in te blazen, met alle feestgangers erbij. Alphons knikt vriendelijk naar de jongeman, een gestoorde wat geforceerde glimlach krijgt hij terug. “Hij is vast alleen maar debiel”, denkt Alphons teleurgesteld. Een baby huilt vrijwel continu, wat het voor Alphons alleen maar drukkender maakt, qua vliegramp.
Hij kijkt weer naar buiten, en verbaast zich dat niemand in het klotevliegtuig vol kutmensen naar buiten kijkt, en stil geniet waar híj óók van geniet; de miljoenen wolken boven de Middellandse zee, een meer dan prachtige gloed vallend op de wolken, tussen de wolken door zie je de zee. Zo ontzettend mooi, Alphons hoort niks meer van de dronkaards om hem heen, hij is geraakt door het schoon buiten het vliegtuig.Dit is het mooiste wat hij ooit heeft aanschouwd! Een traan loopt over zijn wang, hij droogt hem snel met een zakdoekje.  Dan stoot Lucia Alphons voor een tweede maal aan. Ze vraagt normaal nooit zijn aandacht. Vermoeid kijkt Alphons met heel veel tegenzin waar de roodgelakte vinger van zijn vrouw naar wijst. Naar een dronken kerel met een krijtstreeppak aan zijn pafferige rotdonder. Waarom moet Alphons in ´s-hemelsnaam naar die irritante lamlul kijken? Al sterft hij ter plekke de geile rotmoord, wat kan hem dat schelen? Laat hem lekker naar buiten kijken. Maar nee, de kerel stelt zich voor als Pete Sandcreek, zakenman en dichter.
Title: Vliegramp naar geluk | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Hij gaat op zijn stoel staan, haalt zijn lulletje uit zijn gulp en zegt: “deze is voor jou vriend”.
Mijn lul
Mijn lul is mijn beste vriend
Nooit doet hij lullig
Mijn lul is lollig
Mijn lul is mooi
Mijn lul is niet alleen van mij
Soms zie ik hem even verdwijnen de mijne
Als mijn lul plezier heeft heb ik dat ook
Mijn lul en ik hebben nooit ruzie
Mijn lul houd net als ik niet van de kou
Mijn lul en ik zijn onafscheidelijk
Soms heel soms voel ik me net als hij een lul

Het vliegtuig gaat uit zijn dak, er word zelfs gejuicht. De stewardessen zijn de enigen die,net als Alphons, geërgerd kijken, terwijl ze drankjes inschenken. De dichter blijkt tevens multinational te zijn. Hij is directeur en oprichter van de fastfoodketen Freaky Wraps, wat hem er volgens Alphons niet leuker op maakt, al moet hij bekennen dat de wraps goed te doen zijn bij Freaky Wraps.
Alphons haat dichters. Hij moet er echt niks van hebben, de verwaande luie niets nutten moeten uit zijn buurt blijven! Al vind hij Gerrit Komrij, Jules Deelder, Arjan Doorgeest, Gerrit van Schuppen, Manuel Schiesser, Allen Ginsberg, Piet Paaltjens, Gerrit Achterberg, Benne van der Velde en nog een aantal dichters de moeite waard. Maar nu is hij chagrijnig, en dan mogen zelfs deze dichters wat hem betreft aan een wisse dood ter ziele gaan. Hij haat eigenlijk eenieder die zich interessant genoeg vindt zijn kunstjes aan anderen te laten zien of horen.Schrijvers daargelaten, maar die hoef je verder niet te zien of horen. Muziek vindt hij de meest overbodige kunstvorm die er ooit is voortgebracht, er is geen muzikant of componist die hem ooit heeft kunnen boeien. Door dit alles wordt hij uit zijn wereldje getrokken. Hij heeft ook niks met liefde, en daar gaan toch de meeste liedjes over.
Zuchtend kijkt Alphons weer naar buiten, vastbesloten om, als zijn vrouw hem weer aanstoot, haar de dubbele onderkin af te bijten, naar de piloten  te rennen, ze dood te slaan met de dikke kop van Lucia, die hij er af heeft gebeten. Dan zou hij de stuurknuppel pakken en met de punt van de Boeing rechtstreeks naar beneden vliegen. Dat zou een mooi einde zijn van zijn ingetogen leven.
Tussen de wolken ziet hij een boot varen, een sloep, met aan de achterzijde een kerel. Hij ziet alleen het zwarte silhouet. “Vreemd, wie vaart daar nu zover uit de kust voor zich uitkijkend in een sloep?” denkt Alphons.
In werkelijkheid vaart er een kleine Franse vissersboot. Vader en zoon halen de netten binnen terwijl opa de boot bestuurt. Ze heten alle drie Claude, genoemd naar de vader van de opa aan het stuur, die dan waarschijnlijk Claude heette. De vangst van vrolijk-zilveren sardientjes is goed. De vissers zijn tevreden en kunnen langzaam terug naar huis varen. Ze zijn al een week op zee, dan heb je het wel een beetje gehad. Zeker de jongste Claude heeft het wel gehad. Zijn stijle blonde manen deinen vrolijk mee op de wind. Hij draagt alleen een korte broek, is pezig gespierd en poepbruin.
Hij zal vanavond de plaatselijke discotheek weer bezoeken. Hij is populair bij de charmante Franse meisjes. Wat minder bij de jongens, die jaloers op hem zijn maar hem te vriend houden.
Alle mooie meisjes van het Le Barcarés hebben al kennis gemaakt met de neukgrage Claude.
Hij neukt niet alleen voor zijn plezier, hij is er erg goed in. Ieder meisje in het dorp heeft het erover. Eenmaal met de jonge visser de koffer of een andere vrijplaats en je bent betoverd. De meisjes willen dan geen ander meer dan Claude. De jongens noemen Claude de gouden lul.Iedere maandag- ochtend weer bidden ze in de kapel dat het flink zal gaan stormen en spoken op zee, zodat de vissersboot, met Claude en zijn gouden lul, zal breken en voor eeuwig naar de Middellandse Zeebodem zal zinken. De jongens  zullen afzijn van die Claude, die alle vrouwen gek maakt. Claude is een hele hartelijke jongen, die evenzogoed een beroemd voetballer had kunnen worden. Olympique Marseilleis in hem geïnteresseerd, maar de liefde voor de zee wint het van het malse gras en de roem van een glorierijke carrière als voetballer. Hij houdt niet van reizen, dus dan zou hij het als voetballer niet treffen. Hij zou dan maar ongelukkig worden, en vast en zeker de zee en het vissen met zijn opa en vader heel erg missen. Iets mooiers dan de opkomende en ondergaande zon aan de horizon kan hij zich niet indenken. Of, zoals vandaag, de goudgele gloed van de avond zon. Het is alsof je in de hemel vaart. Soms denkt Claude stiekem dat hij de gelukkigste man op aarde is, en dan moet je niet teveel willen veranderen. Hou het maar simpel, dan haal je het mooiste uit het leven, dat is zijn motto.
Claude zou nog lang en gelukkig leven. Hij zou nooit trouwen, omdat hij dacht dat die verandering zijn gelukkige bestaan erg zou kunnen bedreigen.
Alphons geniet nog steeds van hetzelfde uitzicht als Claude daar beneden hem op zee.
Alphons vindt de wereld erg mooi. Het is erg jammer van de mensen, vindt hij, díe maken er een rotzooitje van, met al hun regeltjes. Alphons merkt dat zijn vrouw eindelijk uitgepraat is. Zou ze met haar drankkegel in slaap zijn gevallen? Als hij zich omdraait, ziet hij dat de hand van de man naast zijn vrouw onder de vrolijke bloemetjesjurk van zijn vrouw bezig is, terwijl zij met haar ogen dicht geniet. De vrouw van de man zit nog altijd glimlachend voor zich uit te staren.
Voorin in het vliegtuig hebben twee kerels ruzie. Waarover kan Alphons niet horen, maar er breekt een gevecht los. Vrouwen gillen, terwijl de kerels op elkaar inslaan en schoppen. “Wordt het toch nog gezellig”, denkt Alphons. De stewardessen proberen de mannen uit elkaar te halen, wat ze moeten bezuren met een paar ordinaire klappen. Andere mannen komen er nu bij en het gevecht wordt er alleen maar heftiger door. Zeker de helft van de mensen in het vliegtuig zijn betrokken bij de vechtpartij. Alphons wordt er buitengewoon opgewonden door, hij wil vechten. Voor het eerst in zijn leven heeft hij zin om iemand op zijn muil te slaan. Hij kijkt naar de man die nog steeds schijnheilig zijn vrouw de hemel in zit te vingeren. “Wat doe jij daar nou bij mijn vrouw? vraagt Alphons zo gemeend als hij de woorden kan uitspreken. Lucia opent haar ogen, en vraagt wat hem opeens mankeert. Alphons geeft haar een elleboog tegen haar kin en haalt uit op de uitgestreken muil van de kerel. Dan ziet Alphons waarom dat gekke wijf van die vent zo zat te glimlachen, hij was haar ook aan het vingeren. Alphons slaat de glimlach van haar muil en gaat weer zitten alsof er niks is gebeurd. De vechtpartij voorin het vliegtuig houdt ook op, nadat de piloot daarvia de intercom om heeft gevraagd. Dan schrikt Alphons, als Lucia haar hoofd op zijn borst legt, hem met een bloedende wond op haar kin aankijkt en zegt;”ik hou van je, mijn held”.
Alphons is verward. Hij heeft iets niet goed gedaan.

Lucia is hierna nooit meer vreemd gegaan, en toen ze overleed is Alphons tot aan zijn eigen overlijden ieder jaar naar de Canarische eilanden afgereisd, omdat hij zijn vrouw toch wel erg miste.

 February 20, 2013  Posted by at 18:25 Pieters Proza No Responses »
Feb 202013
 

Title: Pooier van de Volmarijnstraat | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Net terug van een heerlijke vakantie bij mijn familie in Barcelona zat ik op mijn kamertje in het ouderlijk huis te jammeren over mijn vakantie liefde Angeles, in een volgend verhaal meer over deze Spaanse schone.Mijn vriend Ricardo belde mij dronken op, of ik meteen naar de kroeg wilde komen, hij had een verassing voor me.Verveeld vertelde ik dat hij die maar in zijn reet moest stoppen, zijn verassingen waren nooit echt bijzonder.Maar hij bleef aandringen.Met de vlinders nog in mijn buik liep ik de Havenstraat uit naar cafe Axum.Ricardo gebaarde mij naar hem toe te komen, hij zat aan een tafeltje met twee dames.Hola zei hij enthousiast, dit zijn Maria en Elda uit Costa Rica.Voor ik het wist werd ik door de meiden omhelsd alsof of ik als verloren soldaat net uit de loopgraven kwam.Ze willen met je praten Pieter, zei Ricardo de omhelzingen onderbrekend.Waarom in Godsnaam, wat heb je ze over mij verteld, vroeg ik hem, glimlachend naar de toch wel erg mooie vrouwen.Nou dat je Spaans spreekt.En het gesprek brak los, Maria de oudste en kleinste van de twee woonde al een tijdje in Schiemond een wijk aan de Maas, zeg maar de Bijlmer maar dan anders.Elda haar zus was net in Nederland aangekomen.Ze vertelde op de zangerige Zuid Amerikaanse toon hoe mooi Costa Rica was, en dat ik er welkom was.Ricardo bralde er iedere keer doorheen dat hij Elda zo geil vond.Of ze geil was liet ze niet merken, ze sprak over haar opgegeven baan in een museum en haar arme familie.Dus dat was niet echt geil, ze was wel heel erg mooi.Zwarte krullen vielen op haar schouder, en ze praatte erg zacht, zwoel zo gezegd.De vlinders voor Angeles hadden in mijn buik plaats gemaakt oor de vlinders van Elda.Ik luisterde braaf en zei eigenlijk niet veel.Het werd laat, en ze vroegen of we mee gingen naar hun huisje, Ricardo moest de volgende dag vroeg op en excuseerde zich.En niet veel later liep ik gearmd tussen de twee druk babbelende zussen.In de galerij flat aangekomen drukte ze tot mijn schrik op een deurbel.Voor ik kon vragen bij wie ze woonde deed een dikke jongen in alleen zijn onderbroek open.Ik wilde een hand geven, maar hij draaide zich om en liep de huiskamer in.Ik werd een klein kamertje ingeduwd, en wat ik hoopte gebeurde niet.Wat ik hoopte was een heel erg flink portie Zuid Amerikaanse seks, maar nee de dames gingen klagen over de jongen die Ton hete en inmiddels loeiharde hardrock muziek had opgezet, hij wilde ze alleen maar neuken zo zeiden ze, de schoft zei ik schijnheilig.Ze wilde zo snel mogelijk op zich zelf wonen.Nou zei ik, ik heb een huisje waar ik toch nooit ben, misschien kunnen jullie daar wonen.Nou ze gilde het uit van vreugde, en ik kreeg volop kusjes, meer niet.De volgende dag gingen we naar de Volmarijnstraat, een straat bij de Nieuwe Binnenweg.Ze vonden het een prachtig huis, vooral de door mij gemaakte muurschildering.En mijn kikker collectie vonden ze ook prachtig.Ik zei dat ze alleen de huur en het gas en licht aan me moesten te betalen.En vervolgens liet ik ze achter.Thuis belde ik Ricardo, die woest op mij was, hij had van Ton gehoord dat ik de Costa Ricaanse vrouwen geneukt had.Dan wist Ton toch echt meer als ik, maar Ricardo was niet voor rede vatbaar en hing op.Die avond ging ik bij Elda en Maria eten, ik had ook Jan een vriend van mij gebeld, hij zou er zijn.Door mijn huisje klonk vrolijke salsa muziek.Ze hadden flink huis gehouden, de door hun zo aanbeden muurschildering was licht blauw over geschilderd, ik deed maar of ik het niet zag.De bel ging en Jan kwam binnen, hij vroeg zich af waar ik die meiden vandaan had.

Binnen een half uur zat hij al druk te tongen met Maria, ze schuurde met haar kont over zijn kruis, terwijl Elda en ik achter ons lege bord naar het tafereel keken.Toen gingen de lovers de slaapkamer in, Elda was stil en zei niet veel.Ik probeerde de pijnlijke stilte te doorbreken en vroeg of ze fotos van Costa Rica had.En wat betreft die pijnlijke stilte, die werd eigenlijk al doorbroken door het heftige kreunen van Maria, die blijkbaar aan de studenten lul van Jan werd geregen.En dan dat hij niet eens Spaans sprak, wat het allemaal extra knap van hem maakte.De fotos waren prachtig, witte stranden met daar achter een oerwoud, ik kon zachte gepraat bijna niet verstaan door haar kreunende zus.Maar ondanks dat versette ik mij naar de witte stranden van Costa Rica, en daar liep ik in alleen een witte broek achter Elda in, als in de meest romantische kut films.Maar de klaarkom kreten van Maria deden mij weer beseffen dat ik naast Elda naar de fotos van Costa Rica stond te kijken.

Na deze avond hielden Elda en Maria de boot af, en zag ik ze alleen maar als ik maandelijks mijn geld aan de deur kwam ophalen.Maar de liefde voor Elda was nog niet over.Na drie maanden hield een buurman met vet haar op een ongelofelijke verlopen kop mij aan, hij zei, je boert goed he maatje met die hoertjes van je.Zonder te antwoorden diep gekrenkt liep ik door, wat me op begon te vallen was dat steeds meer lui mij vanuit auto’s begonnen te groeten, waar ik ze van kende was mij niet duidelijk.Twee dagen later vroeg ik dat aan een andere buurman, die vertelde dat de dames aan hun klanten vertelde dat ik hun pooier was.Ik geloofde mijn oren niet, en wilde het met eigen ogen aanschouwen.En dezelfde avond zag ik inderdaad om het half uur iemand uitstappen en mijn huisje naar binnen gaan.Ze gingen doen wat ik zo graag gedaan had met Elda mijn Costa Ricaanse prinsesje.Een maand later was ik verliefd op Xandra, een veel lievere en mooiere Indonesische princes, en ik besloot haar mijn huisje te laten zien.Ik belde netjes aan, maar de dames deden niet open, ik deed de deur open en liep met Xandra naar binnen door het gangetje, ik klopte voor alle zekerheid op de kamerdeur maar er werd niet open gedaan.Toen gingen we maar naar binnen, mijn mond viel open, alles, echt alles wat er stond hadden ze meegenomen, zelfs mijn kikker collectie.Ik keek rond en slaakte een gil, er lag een hele berg vuile kleren van ongeveer anderhalve meter hoog met daarboven op een rubberenkut.Daar stond ik dan met mijn vriendin die mij niet in de verlegenheid wilde brengen, en zei leuk huisje hier kunnen we wat van maken.De dames heb ik gelukkig nooit meer iets van gehoord.Maar die rubberenkut blijft me een raadsel, Baantjer maar eens benaderen.

 February 20, 2013  Posted by at 11:35 Pieters Proza 1 Response »
Feb 192013
 

Bokito zoveel

Title: Twee Blijdorp ZOO verhaaltjes, Bokito zoveel en Berenvriend | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Allereerst wil ik even kwijt hoe mooi en machtig ik dit beest vind.
Ik zie hem al staan op het strand tussen zijn soort genoten, net een baantje getrokken in onze Moordzee, staat hij net iets te lang zijn rug te drogen met een niet al te zacht gewassen handdoek, anders hoort men het niet.
Zijn spieren glimmen in de zon.
Bokito heeft alle aandacht van het al even naakte vrouwelijk schoon.
Hij heeft het naar zijn zin, zo wil hij het hebben, alle mensen in kooien, waar ze horen.
Hem een beetje gek maken met al hun zogenaamde intelligentie,’’pleurt nou gauw op”.
En dan doe je er wat aan, je zit verdomme al je hele leven lang vast terwijl je nog nooit een koe in brand hebt gestoken, je hebt vergrepen aan een kind, gaan advocaat die je wilt helpen, er überhaupt niet eens aan denkt, nee over jouw en je soort genoten en tal van andere dieren wordt alleen gesproken over hoe ze jouw het best vast kunnen houden.
Nou niet met Bokito, hij is een held, en verdient een standbeeld op ware grote.
Hoe vriendelijk was het wel niet dat hij geen dood en verderf heeft gezaaid in onze prachtige dierentuin, dat was een makkie geweest.
Maar nee Bokito was beheerst als een grootmeester in de schaaksport.
Dit bewijst maar weer eens dat hij niet thuis hoort achter de tralies, hij is geen moordenaar.
En tja het liep wat slecht af met die dame, maar ze stond hem al jaren te zieken, ze kwam er speciaal uit Zoetermeer voor naar Blijdorp, wie is er nou ziek.
Er zijn boeken vol geschreven over de gedrachts codes van apen, maar die bleek de geïnteresseerde dame niet te lezen.
Zij wist wel beter, moge zij haar lesje geleerd hebben.
Je gaat toch ook niet stom staan grijnzen voor de cel van Meneer Willem Holeder, wedden dat hij zijn hand op een andere plaats laat terecht komen als op jouw hand.
In één klap is Bokito nu populairder als de wijle witte aap uit de ZOO van Barcelona , wijle King kong en Chita het vriendje van Tarzan bijelkaar.
Rotterdam heeft weer een troef in handen, wat zeg ik Nederland heeft een troef in handen met Bokito.
En ik ben zijn fan, die hem voorlopig niet gaat opzoeken, daar houden sterren niet van……

Berenvriend

Title: Twee Blijdorp ZOO verhaaltjes, Bokito zoveel en Berenvriend | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Door alles omtrent Bokito, sloegen mijn gedachten terug de dierentuin in.
Ik heb gemengde gevoelens bij Dierentuinen.
Zo decadent kijken hoe een dier zijn behoeftes doet, en zijn leventje slijt in gevangenschap.
Word ik altijd droevig van, maar aan de andere kant begrijp ik heel goed dat het voor veel mensen een mogelijkheid is om een prachtig dier in het echt te zien.

Ik heb er overigens niet altijd moeite mee gehad.

Ik was er eens in dat prachtige door Ravenstein ontworpen Blijdorp (leuke naam trouwens), toen ik naar een slapende beer stond te kijken, net toen ik er genoeg van kreeg, stond een kerel naast mij met een koekje in zijn handen vreemde bewegingen te maken, ik werd zelfs een beetje bang van die man zonder kooi om hem heen.
Toen ik weer naar de net nog slapende beer keek stond die op zijn achterpoten de kerel naast mij na te doen.
En ja hoor hij kreeg een koekje als beloning toegeworpen, de beer kreeg het koekje van de man dus.
Ik haalde met moeite een snoepje uit mijn schoolreisjes tas, en probeerde het ook toen de man weg was, en ja hoor hij deed me na.
Ik twijfelde nog even of ik het snoepje wel zou gooien, maar streek me over het gierige kinderhart.
Vervolgens trommelde ik al mijn school vriendjes die overal door de dierentuin verspreidt liepen bij elkaar, met de lokroep (had toen al iets van een kinderlokker),”komen jullie kijken naar hoe ik een beer tem”.
Nou dat wilde ze wel eens zien, en zo geschied, voor even was ik samen met de beer de held van de dag.
Meteen wilde ik in het circus werken, waar de beer hoogst waarschijnlijk al gewerkt had, voor de kolos met pension in Blijdorp kwam.
Heel vaak heb ik het truckje aan mensen laten zien, tot op een dag hij er niet meer was.
Waarschijnlijk was hij overleden aan suikerziekte van de zoetigheden, het arme beest.
De beer is natuurlijk nooit zo populair geworden als Bokito, maar dankzij die schrijfseltje krijgt hij dan toch nog een bescheiden rolletje, de behaarde Rotterdammer.

Eigenlijk heb ik niet echt veel dierentuinen bezocht buiten Blijdorp, een keer met school naar de dierentuin in Wassenaar, die er niet meer is.
Ik weet daarvan alleen nog dat een leraar vertelde dat er een krokodil was ontsnapt, hij was denk niet de enige met deze doorsnede grap.
Die dierentuin was waarschijnlijk even saai als die grap.
(even een slok koffie nemen hmmmmmmmmmmmmmmmm)

En ik ben in de dierentuin van Barcelona geweest als kleine knul.
Ik weet nog dat ik een hok in stond te kijken waar het dier was die daar hoorde, toen ik opeens recht in de ogen keek van “Copito de Nieve”, sneeuwvlokje de albino aap, waar Ronald Koeman in zijn Fc Barcelona periode naar vernoemd is, en eerlijk is eerlijk ze hadden wel iets van elkaar weg
Maar qua charisma kon de voetballer niet tippen aan de witte versie van onze Bokito.
In 2004 is deze aap, het boegbeeld van de stad Barcelona overleden aan huidkanker.
Ja het boegbeeld, dus we moeten actie ondernemen, en Bokito tot boegbeeld van Rotterdam maken.
De Zoo van Barcelona is ook erg mooi, niet zo mooi als Blijdorp maar toch.
Ik heb mijn truckje met de koekjes bij de beren nog uitgeprobeerd bij de Catalaanse beren, maar die keken niet op of om, tot groot plezier van mijn zusje.
Ik kreeg toen van mijn vader een struisvogel ei, die ik helaas buiten de Zoo liet vallen.

Tot zover mijn dierentuin avonturen…………..

PS en dat de shirt sponsor van Feyenoord Blijdorp is maakt mij trouwens nog gelukkiger, ik moet er echt weer eens heen :)

 February 19, 2013  Posted by at 16:21 Pieters Proza No Responses »
Feb 182013
 

Title: Het jurkje van Paco | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Hoge hakken tikken ritmisch over een rood fietspad, de zwarte leren stiletto hakken dragen de lange benen van een vrouw, Parisa. Het is hoog zomer, de nacht in Rotterdam is zwoel en ruikt heerlijk. Het zou helemaal heerlijk zijn geweest als niet elke auto vol testosteron naar Parisa zou toeteren. Parisa gunt de autoś geen blik waardig, dit maakt haar alleen maar nog mooier. De autolampen doen haar jurkje verlichten, haar trots. Het is namelijk een jurkje ontworpen door Baskisch mode ontwerper wijlen Paco Rabanne. Een jurkje uit 1967, dat bestaat uit allemaal metalen plaatjes, een specialiteit van Rabanne. Er loopt dus zo verlicht door de autoś een lichtbal over de Westzeedijk te Rotterdam.
Parisa heeft het jurkje gekocht op een veiling in Leon. Kosten, maar tienduizend Euro, ze bood zelf tot en met drieduizend Euro, toen hield het voor haar op. Een fransman naast haar bleef bieden, en kocht het jurkje, dat hij haar aanbood. Parisa en haar vriendin en collega modeontwerpster Christina waren verbaasd dat de Fransman die natuurlijk Claude bleek te heten dit icoon aan Parisa schonk. Verbaasd en zeker niet achterlijk. Parisa vertelde de Fransman dat ze het jurkje wilde passen, om het hem dan te laten zien. Claude keek geil uit zijn blauwe ogen, hij had wel zin in de twee dames,¨menage a trois¨, zo gezegd. Parisa en Christina liepen naar het toilet, althans dat dacht Claude die in zijn hoofd al in het volgende bedrijf zat, maar de femmes fatale liepen regelrecht naar hun zilver blauwe Mustang, om met de buit linea recta naar Rotterdam te rijden. Of Claude ooit nog cadeautjes geschonken heeft, is mij helaas niet bekend.
Het jurkje is een inspiratiebron voor de nieuwe kleding lijn van DRK BLND, het modelabel van Parisa en Cristina wat steeds bekender aan het worden is in binnen- en buitenland. Parisa komt net van een avondje uit in Gay Pallace, waar ze graag komt, omdat ze daar lekker kan dansen zonder dat ze wordt lastig gevallen te worden door hijgerige mannen die haar een drankje aanbieden, om vervolgens tegen haar aan te schuren met weer een ander soort drankje. Nu is ze niet op weg naar huis, maar naar haar bedrijf aan de Sint Jobsweg. Ze heeft nog een idee in haar hoofd wat ze wil uitwerken, en dat doet ze het liefst in de stilte van de nacht.


Bij DRK BLND aangekomen ziet ze dat er nog licht brand. Zou Christina ook nog werken, ze dacht dat die aan het Title: Het jurkje van Paco | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza stappen was in Utrecht. Ze opent de deur en doet haar pump uit om niet teveel herrie te maken. Ze hoort gerommel en wordt een beetje bang, maar loopt voorzichtig in de richtig van haar atelier. Daar ziet ze twee kerels die de boel over hoop halen. Haar angst is meteen verdwenen, gillend rent ze op de geschrokken kerels af met in haar beide handen haar pumps waarmee ze gevaarlijk in de rondte scheert. Een hak gaat langs de wang van een inbreker, een flinke snee achterlatend, het zelfde lot is de wang van de andere inbreker zijn deel. Maar het is niet genoeg, Parisa blijft op de ongewapende inbrekers inslaan. De kerels zitten onder de krassen, en gaan angstig onder wat rollen stof in een kast zitten. Dan komt Parisa tot zichzelf, en ziet dat de kerels jongens van een jaar of zestien zijn die bibberen van angst, de dikste van de twee, heeft zelfs in zijn trainingsbroek geplast. Na nog een fikse scheld partij, belt Parisa de Havenpolitie, die vlakbij DRK BLND zitten. Het duurt nog geen vijf minuten voor de trouwe dienders voor de deur staan, en de jongens inrekenen. Tot haar verbazing word Parisa ook ingerekend, vanwege het geweld dat ze de inbrekers heeft aangedaan. Ze wil haar pump weer pakken om nu op de agenten in te meppen, maar die rekenen haar razend snel in, en slaan de vloekende Parisa in de boeien. Overal in haar zwarte kousen zitten ladders. Achter in het politiebusje controleert ze of haar Rabanne jurkje nog heel is. Als ze ziet dat het okay is, slaakt ze een zucht van verlichting. Van werken zal nu vast niks meer komen….

De Illustratie bij dit verhaal is gemaakt door Edith Walraven http://www.edithwalraven.nl/

 February 18, 2013  Posted by at 12:19 Pieters Proza 2 Responses »
Feb 172013
 

Title: Klootoog het kunstzinnige konijn | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Klootoog huppelde op rustige zaterdag morgen over de Pieter de Hooghweg te Rotterdam, nu zou dit levens gevaarlijk zijn, maar in 1893 bestond de Pieter de Hooghweg nog niet, en was het voor Klootoog het konijn geen probleem door het weiland aldaar te huppelen.
Heerlijk vond het witte konijntje dat, grote vette koeien hopen over springend in het heerlijke malse gras.
Ja het leven van Klootoog klinkt paradijselijk in de oren.
Maar het was zaterdag morgen,even nadat de Boer met een ploeg zijn familie had overreden, ze waren allemaal dood.
Mama’s hoofd lag er zelfs af, vader was zo plat als een dubbeltje, even als zijn broertjes zusjes.
Nu was Klootoog dus wees, en daar was hij zo blij mee.
Raar zou een normaal denkend mens denken, maar Klootoog had een kut familie, hij had er geen leven.
Zijn vader negeerde hem volkomen vanaf de dag dat hij uit zijn moeder kwam, wel nadat hij walgend zijn afschuw over het lelijke uiterlijk van Klootoog had uitgesproken, uitgesproken, hij stond daar in dat donkere konijnenhol loeihard te schreeuwen zijn vader, moeder maakte zich onder het persen druk over het geluid wat vader maakte, er konden wel roofdieren opafkomen zo piepte ze tussen het persen door.
Waarop vader schreeuwde dat hij Klootoog dan als voer meteen naar het roofdier kon gooien.
Moeder verzorgde Klootoog zoals het hoorde, maar meer ook niet, als hij tegen haar zachte vacht aan kroop duwde ze hem kil weg, terwijl een broertje of zusje zijn plaats in nam.
En zijn broertjes en zusjes pestte hem, dat hij op een stripfiguur leek en naar stront stonk.
Als hij niet spierwit was geweest was hij het zwarte schaap van de familie geweest.
Nu was hij een ziels gelukkig konijn in de bloei van zijn leven.
De lucht boven Rotterdam was prachtig blauw, wat een dag.
Af en toe wisselde Klootoog het over koeien hopen heen springen af met wat eten van gras of drinken van melk uit de enorme uiers van de talrijke koeien in het weiland.
Hij sprong zo naar een uier, zoog er wat aan, en huppelde weer verder, terwijl de woest loeiende koe hem tevergeefs probeerde te vertrappen.

Na zes weken ging dit luie leventje Klootoog een beetje tegenstaan, het werd een beetje saai.
Dat drollen gespring zette geen zoden aan de dijk.
Hij wilde niet herinnerd worden als Klootoog het drollenspringende konijntje uit Rotterdam.
Er moest toch iets zijn waar door hij een held zou worden, zoveel held heftige konijnen waren er hem niet voor geweest, geen één eigenlijk, er was zelfs geen mensenvolk te bedenken die een konijn als God hadden, als wapen of als logo van een bedrijf.
Nee de konijnen werden simpelweg gezien als voer, voor mens en dier.
Te triest voor worden, er lag een weg voor Klootoog open, hij kon een voorbeeld worden voor het konijnen ras, zoals Bugs Bunny, Roger Rabbit en het Bruna konijntje dat lang na de dood van Klootoog werden.
Maar daar had Klootoog deze konijnen niet als helden nemen,hij moest hun voorbeeld gaan worden.
Terwijl hij diep nadacht zat hij onbewust wat in een nog rokende koeiendrol te kneden.
Opeens had hij door wat hij daar zo hersenstormend had gedaan, hij had zichzelf nagemaakt in met als materiaal de koeiendrol.
Wat was hij trots op dit resultaat, meteen huppelde hij met een bijna volledig onder de stront zittende ooit witte pels.
Hij maakte van de volgende drol kleinere brokken, en boetseerde zo zijn dode familie tot in de perfectie.
Moe kroop hij die avond zijn holletje in bij de struikjes op het weiland.
De volgende morgen huppelde hij door het nog natte gras, waardoor hij meteen weer een beetje schoon werd.
Hij ging kijken naar zijn evenbeeld en zijn dode familie vervaardigd uit stront.
Alles was hard geworden, Klootoog sleepte alle kunstwerken naar de struiken waar de koeien niet kwamen.
Hij ging helemaal los, en binnen korte tijd stond er een museum aan drollen beelden tussen de struiken.
En al snel kwamen er konijnen van heide en verre op zijn kunstwerken af.
Diep onder de indruk waren ze van zijn kunstwerk.
Hij speelde de gevoelige kunstenaar door te vertellen hoe moeilijk het voor hem was geweest zijn dode familie na te moeten maken, diep ontroerd waren alle konijnen.
Het ging van konijn naar konijn de Wereld over, en met zeeschepen kwamen konijnen naar het Rotterdamse weiland.
Inmiddels had Klootoog een gezin en meerder vrouwen, hij had bereikt wat hij wilde, het eerste beroemde konijn worden die als held werd gezien.
Hoewel er nog één ding aan hem knaagde, de mensheid had nog altijd geen notie van zijn bestaan.
En die schreven immers alles op, waardoor men niet vergeten zou worden.
Na een banale seks avond met zijn vrouwtjes, waar de honden geen brood van lusten, vertelde Klootoog dat hij naar de boer zou gaan om hem te laten zien wat hij kon.
Je zou denken dat de vrouwtjes hem dat uit zijn gekke konijnen koppie zouden praten, maar ze stemde toe.
Als de boer zijn nekje zou omdraaien, konden zijn pronken met het Klootoog museum, een dode kunstenaar is veel meer waard zo wisten die konijnen vrouwtjes dat toen ook al.
En daarbij vonden ze Klootoog wel lief, maar zo lelijk dat ze onder het vrijen moesten kokhalzen, waardoor Klootoog dacht dat ze klaarkwamen, wat dan weer mooi meegenomen was.
De volgende morgen vroeg al, had de ijverige Klootoog een drol voor de deur van de boer neer gelegd.
Hij begon de boer hier uit te kneden.
Het resultaat was verbluffend, het was de boer als twee druppels water.
Toen de boer zijn klompen instapte viel zijn mond open van verbazing, daar stond zijn evenbeeld uit stront gebeeldhouwd door een lelijk bruin konijn die er trots naast stond.
Hij deed zijn klompen weer uit om zijn vrouw te roepen.
Ook die wist niet wat ze zag.
De boer gooide met een schep nog een flinke baal stront neer en zei,”nou maatje maak mijn vrouw maar na, wijzend naar zijn mollige vrouw”, Klootoog achterlijk was.
Meteen begon Klootoog weer te boetseren, af en toe naar zijn stralend glimlachende model kijkend.
Maar de neus van de dame was heel moeilijk, hij bleef maar kloten.
Achter zich hoorde hij het echtpaar vermoeid zuchten.
Hij stopte maar, en keek onzeker trots naar het boeren stel.
De vrouw begon te zo’n lelijke neus had ze nou ook weer niet.
De boer werd woest, klote stront konijn, mijn vrouw een beetje belachelijk maken, hij trok zijn klomp uit en gooide het schedeltje van Klootoog in puin.
Daar lag een groot kunstenaar in zijn eigen bloed.
De boer pakte het lichaampje op, en had meteen spijt van zijn daad, hij schold zijn vrouw uit, en zei dat ze niet zo stom moest janken.
Hij had verdorie heel veel geld met dit konijntje kunnen verdienen.

 February 17, 2013  Posted by at 13:06 Pieters Proza 2 Responses »