Jan 232013
 

Title: Action painting | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Mijn eerste ervaring met muurschilderen stamt uit mijn pubertijd. Toen reden er al fietsen, zelfs autoś waren een algemeen goed, en andere straat en beeld bepalers van toen zijn er nu helaas nog steeds. Ik tekende mezelf op een schaal van één op één met krijt op mijn muur, zodat er nauwelijks nog over heen te schilderen viel, dan wel te behangen. Misschien zijn door die actie de huizen uiteindelijk gesloopt, wie zal het zeggen, wie zal het weten, lekker belangrijk. Ik was zwaar tevreden met mijn even beeld, in mijn enthousiasme, stormde ik de trap af naar al mijn ouders, twee als ik het goed heb. Ik was even vergeten dat ik niet had gevraagd op de muur te tekenen aan mijn ouders. Mijn vader begon nog met zijn kunst kritiek voor hij mijn schepping had mogen aanschouwen, mijn moeder moeder stortte pas ten gronde toen ze mijn werk zag. Je moet het er maar mee doen, je kunt je ouders niet uitzoeken, was dat maar waar.

Op naar de tweede ervaring, 1991. Ik stond in de wijk Delfshaven een beetje bekend als striptekenaar, overal zou je daar trots op zijn, en mee kunnen pronken, maar in Delfshaven was je dan een flikker die niet van voetbal hield. Ik hield wel van voetbal, maar had geen zin mij hier tegen te verzetten. Ik ben gek op het werk van de Amerikaanse kunstenaar Keith Haring, die overigens wel een flikker was, of hij van voetbal hield heb ik in geen van zijn biografie of dagboeken terug kunnen vinden, het zal waarschijnlijk dus niet het geval zijn, en bovendien is in Noord Amerika voetbal voor meisjes. Op onze Jeugdsoos vroeg Jan Walters, de jongerenwerker in die tijd, of ik een muurschildering wilde ontwerpen voor boven de ingang van de Helling. Nog voor hij zich had omgedraaid, om koffie te zetten was mijn ontwerp bij wijze van schrijven al af. Drie breakdansers, afgeleid van mijn held Keith Haring, maar dan wel een heel beroerde versie, die hij gelukkig niet meer heeft gezien, doordat de goede man in hetzelfde jaar als mijn grote doorbraak (wacht ik nog dagelijks op) aan AIDS overleed. Hans vond het ontwerp wel aardig, en de volgende dag ging ik naar De Kroon verfhandel, waar het altijd zo heerlijk rook, verf en kwasten kopen.

Weer een dag later begon ik met mijn schildering. Probleem 1 ik had nog nooit geschilderd, probleem 2 het waren over elkaar liggende latten hout die mijn breakdansers tot spasmen zouden doen veranderen, en probleem drie, het jeugdcentrum was gewoon open, en tussen de blowende mede jongeren moest ik mijn ding doen. Voortdurend werd mijn werk afgezeken, en helemaal onterecht was dit niet, maar beter werd het er ook niet van. Bij breakdancer twee gooide ik verf over een zeikerd heen, en brak er een vechtpartij los. Zo is het bij twee figuren gebleven. Hans moet medelijden met mij hebben gehad, want ik kon door hem mee met een jongeren uitwisseling naar Praag (zie stukje Praag), waar dien ten gevolge ik mijn vrouw Xandra door ontmoette.

Het duurde jaren voor ik mij weer liet verleiden tot een muurschildering. Dit was in 1996 toen ik eigenlijk alleen bezig was met het vervaardigen van Smeltkunst, melt art. Een goede vriendin Erik de Paal vroeg mij om mee te doen aan een live painting bij een groot jaarlijks terug kerend popfestival in het Beatrixpark te Schiedem (was het laatste jaar nog lang voor de Crisis). Kunstenaar Boris van Berkum hielp mij aan etalage benen, om te smelten. De beste graffiti spuiters van Rotterdam waren al druk bezig toen ik met Boris bij de muur verscheen, met de armen en benen in mijn armen. Het zag er eigenlijk al geweldig uit, Boris ging meteen los, terwijl ik daar wezenloos van emoties stond met de ontlede etalage poppen. Ik probeerde er vanaf te komen, door te zeggen dat mijn werk het geheel zouden ontkrachten, dit loog ik niet trouwens. Maar mijn goede vriendin Erik maande mij mee te gaan om de benen en armen te gaan smelten.

Tussen wat stekkerdozen zette hij mij en mijn verfbrandertje neer, en liep weer druk doende weg. Ik zette de brander aan. Het zat niet mee, de benen en armen waren keihard en wilde niet smelten, de stekkerdoos daarentegen wel, in een enorme zwarte rook sloeg de stroom met een knal uit. Niet alleen bij mij, maar in half Schiedam. Het Punkbandje I against I, had geen stroom meer, dan wel de nodige fantasie om akoestisch verder te spelen. Een groot met lucht opgepompt blikje cola zakte in elkaar over het publiek, en al snel stond ik tussen allerlei horeca werknemers, die woest op mij scholden, één frietboer raakte mij zelfs aan, begrijpelijk, maar weer ging het uit de hand lopen. Mijn goede vriendin Erik sprong ertussen. Ik besloot naar huis te gaan.

In 1999 heb ik ten tijden van de groepstentoonstelling in het Stedenlijkmuseum van Schiedam dan eindelijk de grote muurschildring gemaakt die ik altijd heb willen maken, wel afgeschermd van andere kunstenaars, en in 2001 beschilderde ik het rolluik van het Artotheek te Schiedam, wel afgeschermd door hekken. Dus u begrijpt ik ben niet bepaald een kunstenaar die top presteert met publiek om zich heen, en het besef dat er geen reet aan is om mij tergend langzaam lijntjes te zien zetten maakt het er voor mij nog veel minder interessant op, mij publiekelijk uitsteloven, en bij iedere ervaring ringelen de belletjes uit het verleden in mijn hoofd. En drank of drugs om mij hier van af te zetten heb ik geen zin in, laat ik dit verhaal dus afsluiten met de legendarische Roy Orbisson (hield niet van voetbal en was ook geen flikker), ¨Only the lonely¨…..

 January 23, 2013  Posted by at 14:08 Pieters Proza No Responses »
Jan 222013
 

Title: Held | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Net toen men er in deze Wereld uit was, “helden zijn allemaal de pijp uit, of de grond in”, dook er een kerel op. Op zijn fiets van het merk, “Scrotumbeurs” rijd de man met gebogen rug tegen de Hollandse wind in, met zijn snotterige neus snijd hij door de wind, een stevige neus, de wind had geen kans deze massieve neus te ontwijken. Een zwarte jeans omsluit zijn benen, Zijn jas is van het zelfde zwart als de jeans, eigenlijk ziet de man er goed uit, zo in het zelfde zwart als van zijn jeans en jas. Ondanks zijn knieen bijna afbreken, door de weerstand die hij moet leveren tegen de wind, zingt hij een liedje, vergezeld van een glimlach achter zijn bril. Hij zingt, “ik heb een tuintje in mijn hart”, van onze Jan Smit en hun Damaru. Voor wie hij het tuintje in zijn hart heeft, is niet helemaal duidelijk, onduidelijk eigenlijk. Hij stopt even met zingen, om met zijn linkerarm een zwaai beweging voort te brengen, vergezeld met de legendarische woorden, ” Hey Piet”, de groet is voor een kerel die zijn hondje uitlaat in het Hagendoornpark te Schiedam. De kerel, “Piet”, zwaait terug, en zegt, Zet hem op Peet, ze schelen blijkbaar maar één letter. Piet de man met de hond die hij Elvis heeft genoemd, en uit Mallaga afkomstig is, was op het moment dat de goed geklede Peet hem passeerde aan het nadenken. Over de stelling,”mensen gaan steeds meer op hun hond lijken”. Een achterlijke stelling, heel onbelangrijk ook, volgens Piet. Hij lijkt helemaal niet op Elvis, en het zit er al helemaal niet aan te komen. Mocht hij wensen, dat hij van die prachtige licht bruine ogen in zijn schedel had als de nu heerlijk scheitende Elvis, dan zou hij de al het levende op de Wereld van zich af moeten slaan. En zijn hond is veel kleiner, heeft ondanks de huidziekte die Piet rijk is, veel meer vlekjes, en veel mooiere ook. En Elvis heeft ongeveer vijfentwintig uur per dag een erectie van niet geringe omvang, en dat kan van Piet niet gezegd worden. Wat moet ik eigenlijk met deze kerel, en zijn gedachtes, snel verder naar Peet.

Die inmiddels al een stuk verder is gefietst. Het tuintje in zijn hart heeft plaatsgemaakt voor, “Like a hurricane” een prachtig liedje van de Canadese muzikant Neil Young. Peet zingt het liedje met heel zijn tuintje, sorry hart. Hij zingt het alsof de hurricane uit zijn tenen komt, en hij een volle zaal met Neil Young fan’s er van moet overtuigen dat Peet eigenlijk Neil is, en de Canadees Peet. Ik nam even de tijd naar Peet te luisteren, heel erg mooi. Peet is een niet erkent zanger, een man met vele talenten, en zingen is er daar zeker één van. Er zijn zoveel talentloze sterren, daar mag er toch best één van doodgeschoten , opgehangen, voor de trein gegooid en lekker ouderwets gevierendeeld worden, om plaats te maken voor dit fietsend kroon juweel. Maar de Wereld is er niet om oprecht te zijn, misschien de Wereld, maar zeker niet wat er op rond dartelt. zo blijkt uit een ruzie tussen een man en een vrouw, van wie hun autos tegen elkaar staan geparkeerd, men noemt dit ook wel een botsing.

Midden op een kruising, de kruissing Hagendoornsingel, Hagendoornweg, Hagendoornlaan en de Hagenndoornstraat. De vrouw schreeuwt dat de man een grote lul is, terwijl haar enorme borsten op het ritme van deze woorden vervaarlijk heen en weer schudden. De man knijpt in zijn edele delen, en zegt dat , je bedoeld, “grote loel heeft, en niet grote loel is”, de man is Murat geboren te Ankara, hij kan nog altijd geen lul zeggen, maar het, kanker hoer wat hij de vrouw toeschreeuwd spreekt hij perfect uit, het is alleen lul waar hij loel van brouwt. Peet fiets langs de kemphanen en roept, zijn “Like a hurricane” onderbrekend”, “lief zijn mensen, lief zijn voor elkaar”. En fietst vrolijk verder, maar hij heeft gelijk, door lief te zijn voor elkander komen wij echt verder. Maar zijn geroep ten spijt, op Murat en Ria Schubbelipjes, heeft het geen effect, ze schelden gewoon door.

Murat werd in zijn jeugd trouwens ontmaagd door zijn buurvrouw Truus Vangnet. Een ordinair wijf van toen al in de zestig, ze rookte de ene Caballero sigaret voor de andere, ze zoop koffie bij liters, en met de slaapmutsjes in de vorm van Port begon ze al ver voor het naar bed gaan. Ze werd nog negentig, is gestorven aan een hersenbloeding die vergezeld was van een hartstilstand, wat er eerder optrad is nog steeds niet helemaal duidelijk, maar het was één van de twee. Toen ze nog niet dood was, ontmaagde deze kanjer Murat, toen zij zijn besneden proppenschieter in haar mond had, en haar blond geverfde hoofd netjes op en neer bewoog, als was haar mond haar vagina, ze deed trouwens ook op haar schaamlippen lippenstift, waarom is nog steeds onduidelijk. Maar toen zei dus Murat de hemel in aan het pijpen was, zag Murat kans nog wat natedenken over dat dit dus zoals de kaaskopppen dat zeggen in de Volksmond moest zijn, om vervolgens zijn opknappen staande zak in de volksmond van Truus te legen. Maar genoeg Murat, we gaan verder naar Peet, die al bijna uit ons beeld is gereden. Hij is eindelijk op de plaats van zijn bestemming aan de Hagendoornsteeg. Vrolijk als altijd stalt hij zijn fiets tegen de al eeuwen be-urineerde gevel belt aan. Een oude dame doet de deur open, Peet groet haar uitbundig, en de oude vrouw die wel wat weg heeft van de zangeres zonder stem groet Peet hartelijk. De deur gaat dicht. Peet gaat de oude vrouw wassen en verzorgen, hij is namelijk werkzaam voor de thuiszorg. Peet heeft al heel wat oudjes gewassen in zijn leven, wat trilplassers en druipgrotjes flink onder handen genomen, zonder deze Peet, zo goed gekleed, zou zwart Nazareth beter bekend als Schiedam heel anders geuren, en de oudjes zouden uitsterven, okay dat doen ze nu ook, maar dan veel sneller. U zult denken, daar krijgt Peet toch geld voor, en dat is natuurlijk zo, en heel wat geld, zakken vol, maar hij zou het integenstelling tot ministers bijvoorbeeld net zo lief voor minder geld doen. Hij zegt altijd, nou ja altijd, heel vaak,”Laat de bezuinigen maar komen, laat de oorlog maar beginnen, ik ga gewoon door met wat ik graag doe, oudjes verzorgen”. Ja, lieve mensen zijn werk is zijn leven. Peet is gelijk een kunstenaar die ploetert met zijn verf, Peet doet dat als een plastisch chirurg met rimpels. Peet is een held, maar daar wil de man niks van horen, het is zijn plicht zegt hij altijd, als ik tegen hem zeg dat hij een held is.

Nou dan krijgt hij toch lekker de tering…..

 January 22, 2013  Posted by at 12:41 Pieters Proza No Responses »
Jan 212013
 

Title: Vlieg tuig | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Vorige week donderdag was het programma, ¨De hokjesman¨ op televisie, na mijn favoriete programma Metropolis. Nou de hokjesman was een lekker toetje, hij bezocht kamp Vught waar nog altijd Molukse mensen wonen. Een van de Molukkers werkte in het Moluksmuseum te Utrecht, hij werd net opgepakt voor hij en zijn handlangers onze toenmalige Koningin Juliana konden gijzelen in de jaren zeventig. Helaas vertelde de man dat het Molluksmuseum gesloten moet worden, een schande. Ik hoop dat het museum een doorstart zal maken, ze kunnen beter het Binnenhof opheffen, dan blijven er veel meer leuke dingen bestaan.

Lieve lezers en luisteraars die dit stukje niet kunnen lezen, dit stukje schreef ik eergisteren, en werd tijdens het schrijven pisnijdig, weer een museum weg, en weer pakt men iets van de Molukkers af, ik sprong op. En begon een plan te bedenken. Je moet toch wat als je boos bent, net als als je bedroefd of blij bent, je moet godverdomme altijd maar weer wat, kan nooit eens rustig niks doen, het is altijd liggen, lopen, staan of zitten, en in extreme gevallen rennen of klimmen.

Nou dat laatste deed ik drie uur later, ik klom namelijk over een hoog hek bij vlieghaven Schiphol. Met de miniverrekijker van mijn vrouw keek ik of niemand mij over het hek kon zien, ik deed dit twee maal, één maal met de dopjes nog op de lenzen, en een tweede maal zonder de dopjes op de lenzen. In beide gevallen kon ik niet waarnemen of iemand mij over het hek had zien klimmen, dit omdat de mini verrekijker nachtblind is, en er zit geen geheugen op. Ik besloot naar een grote Boeing te sluipen, deed mijn schoenen uit, doodsbang dat iemand mij zou horen, en wat later deed ik ook mijn sokken uit voor meer grip op het asfalt, waarom gaat het de gemeneriken in films toch altijd zo makkelijk af, voordat ze aan het einde van de film doormidden worden geschoten, vroeg ik mij zachtop af. Ongeveer op tien meter afstand van de Boeing, ging ik even zitten, haalde een thermoskan uit mijn rugzak, en schonk mij een kop dampende koffie in. Even tot mezelf komen kon geen kwaad, de druk was al groot zat, je kaapt niet iedere dag een vliegtuig. Mijn rust werd verstoord door een andere Boeing die recht op mij afkwam, ik besloot weg te springen, net op tijd, wat natuurlijk voor zich spreekt, anders was het stukje hier opgehouden. Onder de koffie liep ik de laatste twee meter naar het vliegtuig, Via de vleugel klom ik omhoog, een onverlaat had de trap voor de ingang weggehaald, grapjas. Het Vliegtuig kwam uit Mexico, mooi dacht ik, dan komt mijn Spaans goed van pas bij het kapen. De lichten in het vliegtuig waren uit, ze lagen vast nog te slapen, des te beter. Ik sloeg een ruitje in met een dik boek van Dick Laan, dat nu eens niet over zijn Pinkeltje ging. Toen kroop ik door het kleine raampje, Het lukte mij om binnen te komen, onder de kleerscheuren, met een beperkt gezichts- vermogen, omdat er een stuk glas in het oog naast mijn linker ook stak, en een oor was in het raam blijven zitten, no spang, daar laat deze jongen zich niet door weerhouden. Door mijn minst gewonde oog kon ik zien dat er niemand te zien was, ze hadden zich dus verstopt de Mexicaanse mietjes. Die zijn dat geweld natuurlijk niet gewend. Ik haalde diep adem, uit mijn onderbuik, voor wie het wil weten, en schreeuwde dit is een kaping, vrees voor uw leven als u niet tegen het Binnenhof bent, beter bekend als het Politieke netwerk der Nederlanden. Ik zwaaide vervaarlijk met mijn hand in pistoolvorm in de lucht, nee geen echt pistool, ik ben en blijf tegen wapens die geen brood kunnen snijden. Nog altijd niemand kwam te voorschijn. Ik doorzocht het vliegtuig, in alle hoeken en gaten, hoeken vond ik, maar gaten op het raampje waar mijn oor vrolijk in hing waren er niet te vinden, en al helemaal geen Mexicanen of ander vlieg tuig. Het maakte mijn actie behoorlijk zinloos.. Ik besloot de Kaping te staken, ontgrendelde de deur van het vliegtuig, en stapte op de trap die er niet stond.

Nu lig ik dus in het AMC dit stukje met een middelvinger die als enige van mijn lichaam niet is gebroken. Als ik ooit beter wordt zal ik wel het nieuws gaan halen, dat staat vast!

 January 21, 2013  Posted by at 19:49 Pieters Proza No Responses »
Jan 212013
 

Title: Snelle jongens | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Snelle jongens. Hiermee bedoel ik geen sprinters, nee, meer een soort natte scheten in mensvorm. Als kunstenaar heb ik er al veel, heel veel, teveel ontmoet. Ze hebben overal verstand van en hebben allerlei gouden tips achter de hand. Als snelle jongens snel leven en hopelijk snel sterven heb ik daar geen enkel probleem mee. Maar helaas is dat niet aan mij. Dit omdat ik nog altijd geen God ben, en mijn staart is te kort om me voor de Duivel uit te geven. Als ik er weer eens één tegenkom (of moet ik schrijven “als zo’n snelle jongen me weer eens inhaalt?”, hmmm dat maakt de zin er niet leuker op), springt er weer eens een snelle jongen mijn leven in, dan heb ik eigenlijk altijd een sterk déja vu- gevoel. Zo sterk, dat ik op den duur alleen nog de lippen van de snelle jongen heen en weer zie gaan en eigenlijk, in zijn voordeel,als een halve zachte overkom.

Laat ik maar eens een snelle jongen uit mijn geheugen vissen om hem aan u voor te stellen. We beginnen bij de bel.“TRINNNGGGGG”. Wetend dat er iemand uit Breda voor de deur staat, loop ik naar de buitendeur. Vóór mij staat een man, net uit zijn mid-life crisis, met zwart,waarschijnlijk gevèrfd haar. Een soort Zwarte Pietencoupe, met daaronder een vette snor. Zijn lippen zal ik dus niet zien, een goeie zet. Hij geeft me een stevige hand, wat zéker overkomt, vernam ik eens op een sollicitatiecursus. Net als ik denk: “Wat een wijvengeurtje heeft dit wezen op”, zie ik een geblondeerde opmaakpop achter de snelle jongen staan. Ze geeft mij een slap handje. Ik walg van het idee, dat ze daarmee wel eens de snelle jongen aan zijn gerief heeft kunnen brengen. Ik ruik nog net niet aan mijn hand. Ze heet Betty en net als zijzelfdoet haar achternaam er niet toe. De snelle jongen heet Wil en ook zíjn achternaam zal me mijn reet roesten. “Leuk huissie” zegt Wil, niet gemeend. Ik wil Wil net vertellen dat ik het niet met hem eens ben, als hij me passeert en op een werk van 3 bij 6 op mijn huiskamermuur afloopt. Hij kan het nauwelijks gezien hebben, als hij zich omdraait en tegen Betty schreeuwt: “Kijk Betty, deze jongenheeft het gewoon, die gaan we groot maken!” Ik hoop dat Betty dit groot maken niet verkeerd begrijpt. Ze piept iets, maar Wil hoort alleen zichzelf. Ik knipoog uit verkeerd medelijden naar Betty, die mij volkomen onbelangrijk vindt en haar gezicht nog maar even plamuurt. Dan staat Wil voor mijn muziekcollectie en zegt: ”Zo, jij hebt alles van Elvis Presley. Walgelijk. Doe mij maar de Red Hot ChilliPeppers”. Hij spreekt dit uit alsof hij de Chilli Peppers zelf heeft uitgevonden.”Elvis is dood man, out of time”. Alsof ik dat niet zou weten. De rest van mijn collectie gunt hij geen blik waardig. Om te narren zet ik de Butthole Surfers op, waarop hij verder maar niet reageert. Net als ik me afvraag of hij zich wel eens door een enorme voorbindlul heeft laten dekken staat hij al druk te doen voor een ander werk. Ik ga er maar niet op in en vraag of men iets wil drinken. Betty kijkt mijn keuken in en zegt vervolgens nee. Wil wil wel iets sterks. ”Dat heb ik niet”, lieg ik.Dan maar iets fris. Ik schenk een glas sinas in, waar ik al lekker aan gelurkt heb. Achter mij hoor ik giechelen: Als ik me omdraai, zie ik dat het enge stel elkaar staat op te geilen. Zittend aan de eettafel vertelt Wil dat hij op internet mijn werk  al goed vond. “Van jou kan ik een nieuwe Herman Brood maken”. Ik heb niks tegen Herman Brood, sterker nog, ik ben een bewonderaar van zijn oeuvre; zijn schilderijen, muziek en vooral van zijn gedichten. Maar ik ben toch het liefst mezelf.

Wil raast maar door. In zijn te grote grijze pak zit de drol druk te gebaren. Op zijn voorhoofd staan zweetdruppeltjes. Mijn God, wat kan ik toch hopen dat iemand dood blijft. Ik heb een EHBO-cursus gedaan, maar zou hem op zo’n Goddelijk moment vergeten. Terwijl Wil verder zijn bek leegschijt, droom ik weg. Ik zie Wil naar zijn vette borst grijpen. Zijn ogen worden groot. Hij kreunt en steunt, verstijfd en valt voor- over met zijn gezicht in het glas. Morsdood, weg van deze wereld. Betty geeft de vleeshomp een klap op zijn rug en jammert dat er nu sinas op haar rode glitterjurkje is gekomen. Ik twijfel geen moment en knijp Betty enorm hard in beide tepels. Ze kermt. Ik brul van het lachen. “Hou op idioot” schreeuwt ze terecht. Dan laat ik eindelijk los en trek de bolle kop van Wil aan zijn haar uit het glas. Hij bloedt. “Dat ziet er slecht uit Wil” en ik geef hem hem laf een kopstoot en trap als een bezetene op zijn liggende lijk in. Betty schreeuwt, ze blijkt eindelijk door te hebben dat Wil dood is. Ik stop met schoppen en draai me om naar het kermende gedrocht op hoge hakken. Angstig, met doorgelopen mascara, kijkt Betty me aan. Dan zegt ze zacht: “Doe met me wat je wil, maar vermoord me niet”. “Dat is het enige wat ik wil trut, jou vermoorden”. Ik ren op haar af, pak haar arm en draai haar heel snel rond. Terwijl ze haar enkels breekt laat ik los. Ik val op de grond, bovenop Wil. Als ik opkijk zie ik dat Betty door mijn raam heen is gevallen. Drie hoog naar beneden. Als ik door het raam kijk zie ik de bezorgde (ziekelijk nieuwsgierige)buren om het lijk van Betty heen staan. Ze kijken omhoog. Dan hijs ik mijn armen als een winnaar omhoog. Op dit moment ontwaak ik uit mijn dagdroom, en kijk recht in de ogen van de doortetterende Wil. Ik doe alsof ik mij uitrek bij het gapen.“Sorry hoor, maar ik heb vannacht slecht geslapen”. Wil lacht, grijpt Betty in haar zij, en terwijl hij haar tegen zich aandrukt, bluft hij dat hij ook veel slaap te kort komt. “Nou Pieter, we moeten ervandoor, je hoort nog van mij”. “Ja natuurlijk, erg fijn gesprek”, verzin ik ter plekke en neem afscheid van mijn nieuwe vrienden. Vreemde kerels die snelle jongens. Keer op keer vervelen ze mensen met hun verhaal en vervolgens verdwijnen ze in het niets. Misschien zijn het kunstenaars die andere kunstenaars vrijblijvend een soort oervervelende performance voor-schotelen. Voor mij hoeft het in ieder geval niet….

 January 21, 2013  Posted by at 13:58 Pieters Proza No Responses »
Jan 202013
 

Title: Sint Pieter | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Met een flink portie gezonde tegenzin ging ik op de bagage drager van mijn voor oorlogse bakkersfiets zitten. Na een tijdje floot ik op mijn vingers, en kwam mijn chauffeur Rinus Pienus aan gerend.”Sorry baas ik was de tijd vergeten”. “Dat geeft niet Rinus, zolang de tijd jouw niet vergeet is er niks aan het jatje”. “En nu op naar mijn huisarts”. En weldra reden wij door de de dorpsstraat terwijl ik nog wat brieven doornam, om precies te zijn twee brieven waar ik al mijn leven lang niet doorkom, een pijn in de kont, dat zijn ze die brieven. Wat later zette Rinus mij af voor de deur van mijn huisarts. In de wachtkamer danste ik wat met andere patiënten in afwachting van de dokter. Een wat mollige dame met onder haar meerdere kinnen een replica van het Andesgebergte, brak haar enkel. De andere patiënten en ik schrokken ons een ernstig ongeluk met meerdere doden. Maar de dappere dame zei kreunend van de pijn dat wij ons geen zorgen hoefde te maken, ze vertelde dat ze blij was dat ze de dokter nu eens kon bezoeken zonder kut smoesje waar hij toch nooit intrapte.

Gelukkig liep ik het dokterskabinet binnen, eerst groette ik een oude schedel die vrolijk vanuit een boekenkast naar mij grijnsde, alvorens ik de oude dokter een slaphandje gaf. “En wat zijn de klachten”, opende de dokter zoals hij dat eigenlijk altijd doet, die opener moest ik maar eens onthouden als ik een mooie vrouw zou aanspreken. “Ik ben overspannen dokter. De dokter keek over het zware montuur van zijn bril heen naar mij, nooit begrepen waarom hij een bril opheeft en er nooit door heen kijkt, duidelijk geen oogarts. “U kunt gaan meneer Zandvliet” “Hoezo u kunt gaan, dokter” “Als u al weet dat u overspannen bent, wie ben ik dan dit tegen te spreken”. “Daar had mijn dokter een punt”.Ik gaf de dokter een hand, en nam afscheid, pakte de schedel van de boekenplank en hield hem tegen mijn kruis en zei”zuigen kreng”. Ik keek om of de dokter moest lachen om mijn grapje”. Toen ik zag dat hij niet lachte, maar het stuk verdriet mij met een handgebaar maakte het vertrek te verlaten, zette ik de schedel terug op zijn plaats. Mensen kunnen nergens meer om lachen tegenwoordig. De eerst volgende keer als ik mijn dokter bezoek, zal ik zeggen dat ik een zeer besmettelijke dodelijke ziekte onder de leden heb, dat zal het kreng leren.

Rinus stond de bakkersfiets wat te poetsen in een voorjaarszonnetje, die er dit jaar snel bij was, het was namelijk hoog zomer. “Rinus op naar Sint Pieter”. “Maar baas dat is tweehonderd kilometer fietsen”. “Als lopen korter is, doen we dat wel Rinus, en nu vort”. Rinus stapte wat geïrriteerd op de fiets, en weldra reden wij naar mijn vakantiehuis in Sint Pieter, een eilandje voor Texel. Ik besloot tijdens de rit, dat als we zouden aankomen dat ik Rinus de laan uit zou sturen, het stuk stront had mij al twee maanden niet betaald, het ging een beetje uit de hand lopen. Het was al bijzonder dat ik mijn werknemer niet betaalde, het moest niet gekker gaan worden. Ik begon mij te vervelen achterop de fiets, en begon de plattereet van mijn driftig fietsende chauffeur te masseren en hoorde als gevolg van mijn onnavolgbare handelingen Rinus weldra tevreden fluiten. Mijn vader zei altijd, maak je nuttig, en dat deed ik dus door het masseren van Rinus zijn billen. Ondanks mijn overspannenheid was ik nu erg tevreden, gelukkig wil ik het niet noemen, ik weet ook niet waarop ik het zo niet wil noemen, maar iets diep in mijn donder zegt,”Pieter brave borst die gij der zijd, noem het alles behalve gelukkig” en mijn geweten die van Belgische komaf is, heeft altijd gelijk. Aan de kade van en Oever ontsloeg ik Rinus zoals beloofd, hij was natuurlijk verontwaardigd na twee dagen trouwe dienst, maar mijn besluit stond alvast voor ik hem aannam. Hij stond op de rand van massale zelfmoord, wat hij na twintig rot jaren dan ook deed op zijn sterfwaterbed, pal voor hij zijn laatste stinkende adem de Wereld over blies, de mislukkeling, hij had dat beter voor onze eerste ontmoeting kunnen doen, dat vleselijk gedrocht en zijn kromme penis.

Ik besloot het water in te springen en de twintig meter naar Sint Pieter lekker te zwemmen. Pas veel later kwam ik drijfnat aan, met mijn kurk droge humor was mijn out-fit in een mum van tijd weer droog en vervolgde ik mijn weg naar mijn vakantiehuisje, die ik “Overbodig” heb gedoopt, wel in een dolle bui overigens, want in gewone doen had ik het “Mijn lever is verschrikkelijk” benoemd. Ik liep langs het eerste veld van voetbalclubSint Pieter, je vraagt je af hoe die lui op zo’n naam komen, of kwamen want de club is in 1908 opgericht. De club is de enige voetbalclub die nog nooit een wedstrijd gewonnen heeft, buiten dat ze tevens nooit een wedstrijd hebben gespeeld omdat je niet op het gras mag lopen van veldknecht Dick Middenlip, heerst er ook nog een ziekte op SintPieter die klaarblijkelijk Doelvrees is genaamd. Genoeg over de voetbalclub, want korfbal vereniging de Dikke doos zou stukken interessanter zijn, om er in dit stukje over uit te wijden. Al snel liep ik langs de Sint Pieter, de enige kerk op het gelovige eiland. Het is op twee kerkjes na de kleinste kerk van Nederland en omstreken. Alleen dominee Pete Sandcreek tevens directeur van Uitgeverij Ontploft, Fastfood restaurants Freaky wraps en hongerlijdend dichter is de enige die in de kerk past. Op Maandag wanneer hij zijn preek doet met een megafoon in bruikleen van de politie, zit iedereen op de knieën buiten de kerk, weer of geen weer. Als Pete aan het einde van de dienst schreeuwt beffen, dan likken de mensen voorover gebogen aan de grond, dit doen ze om Moeder Aarde tevreden te houden. Waar men in geloofd zou ik verder niet weten, het zou zomaar God kunnen zijn en even zo best heel iemand anders. Over God gesproken, die schijnt heel kwaad te zijn, men zegt vaak als God bestond had hij toch niet van die rampen veroorzaakt, buiten dat hij de rampen niet zelf veroorzaakt, dat soort dingen besteed hij allemaal uit aan derde, kan hij sinds het scheppen van de aarde, de gebeden van de mensen niet horen, en zeker niet als ze om half zes voor het avondmaal allemaal door elkaar lullen. Nu was daar voor dat de Duitser Alexander Graham Bell de telefoon uitvond geen andere oplossing voor, maar zo zegt God, en zoals wij allemaal wel weten, is wat hij zegt het beschrijven waard, dat als er klachten zijn, dat ze hem maar moeten bellen, en liefst niet allemaal tegelijk. Toen onze Lieve heer nog een Jongeheer was hield hij al niet van door elkaar praten, laat staan nu hij al erg oud is.

Eindelijk kwam ik aan bij mijn huisje. Het zag er even vredig uit, als toen ik het de week ervoor verlaten had, een voordeur, twee ramen, een dak en vier stenen muren, heel bijzonder. Binnen ging ik op de sofa liggen, die pal naast een verdwaalde tuin kaboutertje staat. Ik zie hem als mijn psychiater maar dan goedkoper. Hij helpt mij er altijd weer bovenop, de grijs bebaarde snoodaard, zit ik daar giechelend op zijn rode puntmust, ik ben dan net kabouter Plop. Als ik daarmee klaar ben, ga ik lekker de keuken in, en kook in een handomdraai een vier gangen opwarm menu voor een x aantal personen die ik niet heb uitgenodigd, waardoor ze dus gelukkig ook nooit komen, en ik lekker alles zelf mijn vreet snelweg in prop, heerlijk, jammer van de smaak.

Ik verblijf in de regel ongeveer vier dagen op Sint Pieter, en ben van plan ooit te gaan wonen, misschien komen wij elkaar er ooit tegen, het eten staat klaar….

 January 20, 2013  Posted by at 23:25 Pieters Proza No Responses »
Jan 202013
 

Title: Het verhaal! Marvin Gaye | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza In het mooiste atelier wat Nederland rijk is zat ik mijn prachtige haardos eens flink te borstelen, door een kier scheen de zon over precies mijn haar, die in de spiegel waar ik naar me zelf zat te kijken goud geel was, ik leek verdorie wel een mooi prinsje. Uit mijn chettoblaster schalde de nieuwe cd van de Nedernoise sensatie de FCKNG BSTRDS, ja dan ben ik mij de koning te rijk. Maar zelfs een kunstenaar heeft natuurlijk niet de hele dag de tijd om zijn haardos te kammen. Dus zette ik na de FCKNG BSTRDS een cd van Marvin Gaye op. Nog één maal wierp ik de spiegel een wulpse blik toe, ik lachte naar mijn eveneens prachtige haardos bezitter de spiegel, en pakte mijn verf, om aan een meesterwerk te beginnen. “Heard it through the grapevine” zong Marvin voor mij. Wat zong hij toch wonderschoon tot zijn vader hem in 1989 het leven uit schoot. Er gaan geruchten dat zijn vader dit deed, voor dat een blanke zijn zoon dood schoot. Klink klare lariekoek natuurlijk.

Het ging namelijk zo: Marvin lag heerlijk te dromen over hoe hij in een kleedkamer in gesprek was met Elvis Presley. Elvis keek net als ik in een spiegel terwijl hij zei tegen Marvin die zijn neus inmiddels wat poederde,’’Marvin je hebt een mooie stem”, daarover geen twijfel, maar ik de King blijft de grootste ten alle tijden. Elvis kreeg geen antwoord omdat Marvin heftig zat te snuiven. Elvis vroeg of hij verkouden was. Waarop Marvin zei, ik hoorde je wel Elvis, jij bent de grootste. Elvis keek trots en wilde net naar het podium huppelen, toen Marvin hem riep. Elvis draaide zich in een zwaai om naar Marvin terwijl zijn cape door de nonchalante draai omhoog ging. Wat hij daar zag hangen was niet misselijk, Marvin had zijn trainingsbroek tot op zijn enkels laten zakken, en zei maar ik heb de grootste, maat. Dit was trouwens het optreden waarbij Elvis meerdere malen zijn tekst vergat. Marvin moest hard lachen, maar werd uit de droom gehaald door de telefoon. Godverdomme, zoveel leuke dromen had hij nu ook weer niet de laatste jaren. Geïrriteerd nam hij op, zonder zijn naam te zeggen. Aan de andere klank hoorde hij iemand zich voorstellen als Fuck Fister uit Nederland, hij dacht even na, en zei toen begrijpend dat hij de naam niet goed verstaan had, Hey man Ad Visser, “what’s happening”. Toen Ad zijn verhaal enthousiast wilde doen, gooide Marvin de telefoon tegen de hotel muur aan diggelen. Wie dacht die idioot wel wie hij was, om hem zo vroeg te bellen. Marvin keek naar de kapotte telefoon, niet zo slim dacht hij, nu moest hij naar beneden lopen om zijn jarige moeder te bellen. Hij liep naar het toilet, en deed zijn ochtend plas. Onder het afdrogen van zijn plasser, kwam hij op het idee om zijn moeder niet te bellen, maar haar te verassen met een bezoekje.

Hij liet een chauffeur voorrijden, en zei tegen de deur open houdende chauffeur alleen ouders, die wist genoeg en de limousine reed naar de ouders van mogelijk één van de beste soul zangers ooit. Marvin schonk zichzelf een whisky in, en hij zette de radio aan, waarop Boney M voorbij kwam met,’Daddy cool”, lekkere wijven vond hij, die om dat magere mannetje heen kronkelde. Onderwijl speelde hij wat met zijn jongeheer, toen hij besefte wat hij aan het doen was, schoot hij in de lach. Hij de grote Marvin Gaye spelend met zijn pik, veel gekker moest het niet worden. Ik moet snel weer eens flink van bil dacht hij aan zijn Whisky nippend, door de geblindeerde ramen zag hij een bloemenstal, en riep de chauffeur te stoppen, dit deed dit abrupt, zodat het trainingspak van Marvin onder de Whisky zat. Toen de chauffeur de deur open wilde doen, was Marvin hem voor, en duwde de deur hard tegen de chauffeur zijn benen aan. Deze stond bijna te janken van de pijn, terwijl Marvin de bloemenstal in verdween, hij kwam eruit met een grote bos tulpen. Snel stapte hij de auto weer in. Tulpen vast uit Nederland, het land waar ze altijd dachten dat hij uit Suriname kwam. Nog altijd wist hij niet waar Suriname in Godsnaam lag. Na een uurtje stopte de limousine voor het wit houten huis van zijn ouders.

Marvin deed de deur open, zijn moeder keek om vanachter haar breiwerk. Ze slaakte een gil van vreugde, om vervolgens haar beroemde zoon in de armen te vliegen. Pas op voor de tulpen zei die nog tevergeefs, alle bloemkoppen lagen op de grond. Maar dat mocht de pret in huize Gaye niet drukken, zijn moeder had peertjes gekookt zijn favoriet. Waar is papa vroeg hij in het rond kijkend. Die zit op de bank. Marvin liep naar zijn vader, die niet op de bank zat maar ernaast zat van lucifers houtjes een kathedraal te maken.. “Hoi papa groette hij zijn vader”. “Hoi zoon alles goed met jou”. “Ja hoor pa, mooi bouwwerk wees Marvin naar de Kathedraal”. “Dat zal je wel zeggen om aardig over te komen”. “Nee hoor ik meen het echt, ik wil hem van je kopen”. Deze zin maakte zijn vader boos. Met een sprong stond hij op, recht voor zijn zoon,’doe maar weer stoer met je geld’, en je opgeilende liedjes voor ongelovigen’. “Ik schaam me voor jou, en bid iedere dag tot de heer dat je tot inkeer komt”. “Bedankt vader, maar dat hoeft echt niet”, en hij draaide zich af van zijn vader om naar zijn moeder in de keuken te lopen. Zijn vader schreeuwde woest dat Marvin voor hem moest zingen.Marvin schoot in de lach, die hem verging toen hij zich omdraaide en recht in de loop van een pistool keek, die zijn vader bevend vast hield. Zing, zei die weer. “rustig nou mannen ik ben vandaag jarig”, riep moeder uit de keuken. Toen klonk er een schot, Marvin zakte door zijn benen, met een kogel in zijn hoofd. Zing zei zijn vader weer, maar Marvin was al een beetje dood, nog drie maal schoot zijn vader op zijn lichaam, en riep steeds zing. Zijn moeder kwam uit de keuken, gillend zag ze haar dode zoon tussen de tulpen blaadjes liggen. Haar man was verdwenen, ze belde de politie. Die haar man vond, naakt op het dak van zijn kerk, huilend met een kruis in zijn heilige achterste.

Ja zo is het gegaan, “zeker en vast”.

 January 20, 2013  Posted by at 19:01 Pieters Proza No Responses »
Jan 202013
 

Title: Zelfmoord | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Op pantykousjes doordat ik geen kousenvoetjes heb, sloop ik regelrecht wel overwogen op de portemonnee van mijn vrouw af. Ik keek schichtig om mij heen, de bankverwarming in de vorm van een zwarte oude honden dame ligt op de bank, waar ze altijd ligt. Verder is er niemand te zien. Ik haal een briefje van 5 Euro uit mijn broekzak, en stop dit voorzichtig in de leren zwarte beurs, een beurs die uit een stier is vervaardigd die bij de feesten van Pamplona drie mensen aan zijn hoorns heeft geregen, waaronder een Amerikaanse student medicijnen, die zich liet over halen voor de stieren uit te rennen door de andere twee slachtoffers. Ik ga niet schrijven dat dit zijn verdiende loon is, onzin, wie wil er nou zo uitbetaald worden…

Maar ik had het briefje van 5 Euro nog niet in de beurs gepropt, toen ik achter mij leven hoorde vragen wat ik aan het doen was. Ik keek om, wat overbodig was, omdat ik de boze stem van mijn vrouw al herkend had. Ik wilde iets zeggen, maar sloeg van angst de handen voor mijn gezicht, in de hoop dat mijn vrouw me niet zou zien. “Stuk onbenul, een beetje mijn zuur verdiende geld jatten, jij komt jezelf nog wel tegen”. Ik rende weg, en drie dorpen op veilige afstand van mijn vrouw, gilde ik,”Echt niet dat ik mezelf tegenkom”.

U begrijpt natuurlijk dat niks minder waar was. Want op een bankje zat ik zelf een kookboek te lezen. Ik vertrouwde het niet helemaal, mede omdat ik nooit kookboeken lees, en al helemaal niet op een houtenbankje aan geboden door de gemeente Dalfsen ter nagedachtenis van de Spaanseburgeroorlog. Quasi onverschillig ging ik naast mezelf zitten, mezelf keek niet op uit zijn boek. Ik deed mijn knieën een eind van elkander, alsof ik een enorme zak had die wel wat lucht kon gebruiken, zo stootte ik tegen de knie van Mezelf. Ik zei sorry ik had u niet gezien, en reikte mijn hand. Mezelf keek van het boek naar mijn hand, en ging verder met lezen. Mezelf begon mij al knap te vervelen met zijn arrogante gedrag. Ik rukte het kookboek uit de handen van mezelf, en las hard op,”cola kip”. Mezelf stond op en wandelde in de richting van een andere richting. Ik gooide het kookboek tegen mezelf zijn kale rotkop. Hij draaide zich langzaam om en keek mij aan. “Ik ben echt een zielig mannetje he, ga iemand anders vervelen”.

Mezelf had natuurlijk gelijk, ik kon de hele Wereld pesten, en wat deed ik, ik ging hem, mezelf pesten. Inmiddels nam mezelf een klassieke bokshouding aan, wat stukken stoerder is als de boekhouding die hij even daarvoor op het aangeboden bankje had aangenomen. Ik ging tergend langzaam staan, alsof ik zou gaan bezwijken onder het gewicht van mijn spiermassa. Nog langzamer nu van onzekerheid liep ik op mezelf af, met een rechtse directe doorbrak ik zijn dekking en sloeg hem hartstikke dood. Daar lag hij dan met een gebroken bril op zijn murf een beetje dood te wezen. Ik spuwde een flinke rochel op mezelf zijn lichaam, en liep terug naar mijn huis, waar ik het verhaal aan mijn vrouw vertelde. Na het verhaal aangehoord te hebben, keek ze mij doordringend aan. Ik vroeg na een uur of drie en half waarom ze mij zo doordringend aankeek. Toen zei ze met de tranen onder haar ogen, “je hebtzelfmoord gepleegd lafaard”.

Nu moest ik ook huilen, ik schrijf moest maar er was niemand die mij beval te gaan janken. Na het huilen knuffelde ik mijn vrouw, die mij geruststellend over de brede door trainde rug wreef en zei,”rustig maar ventje het is al goed”

 January 20, 2013  Posted by at 15:22 Pieters Proza No Responses »
Jan 202013
 

Title: De Zeemeerplus | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Maanden van te voren verheugde ik mij al op de “Open Ateliers”. Mensen mogen dan geheel gratis even in de kunstenaar zijn hol kijken, ik bedoel in het kunstenaarshol, met desgewenst een kopje thee, koffie of iets anders waar het lichaam een dampende urine van kan brouwen. U vraagt, wij draaien. Gisteren zat ik handenwrijvend te wachten op de eerste bezoekers. Een lichte erectie kon ik niet onderdrukken. Niet door de opwinding, want die heb ik namelijk altíjd, hihi. Na een uurtje hield ik op met wrijven omdat ik mij bedacht dat het met brandwonden in de handpalmen náár handen geven is, en dan krijg ik ze vaak nog terug ook.

Ik begon wat door de kamer te ijsberen met Elvis, mijn viervoetertje, hangend met  zijn gebit in mijn zak met ballen. Het beestje moet namelijk niks van ijsberen hebben, en geef de rakker eens ongelijk.

Heeft u het gegeven? Dan kan ik verder nu. Of tóen, het ligt er natuurlijk maar aan wanneer u dit stukje leest.

Ik rukte de hond los, deed mijn ballen terug in de zak en liep de tuin in, waar ik keer op keer maar weer verdwaal. Dat is het nadeel van een tuin zo groot als een stadspark.

Na een tijdje zag ik een vrouw zitten op ons witte klassieke schommelbankje, tevreden in het zonnetje een boek lezend van Elvis Presley, die gedacht moet hebben: “Ik heb zoveel platen gemaakt, in films gespeeld en er zijn zoveel boeken over mij geschreven, laat ik eens gek doen en ook een boek schrijven”. Met de garantie op een bestseller, want elke fan moet dat boek natuurlijk lezen, al had The King aan elke pagina zijn schijtorgaan afgeveegd. Maar het boek, met de titel ”Het is helemaal niet fijn om Elvis te zijn”, is geen bestseller geworden, er is maar één boek van verkocht, door waarschijnlijk de dame in mijn klassieke schommelbankje, maar het kan evengoed een tweedehands boek zijn dat de vrouw heeft gekrégen. Ik besloot om de vrouw, die er goed uitzag, te verblijden met een goede opener. Ik boog, nam symbolisch mijn hoed af met een parmante zwaai, trok hiermee de vrouw haar aandacht en zei: ”Dag mejuffrouw, kent u misschien Abiodun Ovewole, frontman van de Last Poets?” Dit is echt een aanrader voor elke potentiëleversierder. De vrouw keek mij wat geïrriteerd aan, een zacht zuchtje van opwinding glipte over mijn volle lippen. Toen zei ze, tot mijn kleine verbazing, dat ze de Last Poets kende, die “had ze tot vervelens toe moeten aanhoren”. Maar gelukkig wist ze niet dat de frontman Abiodun Ovewole heet. Ik hou niet van wijsneuzen.

“U heeft de Last Poets tot vervelens toe moeten aanhoren zegt u, vanwaar eigenlijk?”.

De vrouw wendde met een zeer geïrriteerd aura haar hoofd af om verder te lezen in haar boek. Met een pijnlijke klap viel het kwartje: Dit was mijn vrouw! Snel maakte ik mij uit de voeten, in de hoop dat ze mij verder niet zou gaan verdenken van avances. Dit was namelijk al de derde keer deze week dat ik mijn eigen vrouw per abuis het hof wilde maken met mijn opener Abiodun Ovewole van de Last Poets.

Hijgend kwam ik veel later aan bij een vijver, ònze vijver. Mijn blaas zat behoorlijk vol vloeibare afvalstoffen, dus haalde ik de Reus van Rotterdam uit mijn broek, en stond weldra heerlijk te plassen in devijver. Onze vijver. Ik plas altijd met mijn ogen dicht, dus schrok ik mij het apezuur toen ik een zware stem hoorde roepen: “Vind je het normaal over iemand zijn kop te plassen?”. Mijn hele broek was nat door mijn urine. Gelukkig is mijn broek van leer, zodat ik hem met de mouw van mijn Italiaanse overhemd kon droogdeppen. Ik keek naar het grijs behaarde hoofd in de vijver, ònze vijver, die mij woest aankeek. “Pardon meneer, ik had u niet gezien”. “Dat plast maar overal tegenwoordig”. “Dat deed ik vroeger ook al meneer, niet alleen tegenwoordig”. De kerel schudde zijn hoofd waarbij zijn lange haren en volle baard meedeinden. Wat moeten ze anders?

“Mijn naam is Pieter, met wie heb ik de eer?”. “U heeft over het hoofd van Harm staan zeiken, aangenaam”. De man zwom naar de kant en kroop het water uit. Tot mij verbazing zag ik dat Harm een vissenstaart had!Ik had te maken met een zeemeerplus! Ik was altijd in de veronderstelling geweest dat alleen Neptunes een zeemeerplus was. Ik ging naast Harm in het malse gras zitten. We zeiden niks, maar keken des te meer voor ons uit over het water heen. Ik ervoer dit moment als zeer aangenaam, een heel klein beetje geil zelfs, al zou ik niet weten waar ik mijn plasser zou moeten laten bij Harm, bedacht ik mij toen ik de prachtige vissenstaart van Harm stiekem inspecteerde.

“En Harm, hoe is het om geslachtsloos tussen de zeemeerminnen te vertoeven?” doorbrak ik de stilte. “Prima, de zeemeerminnen zijn ook geslachtsloos”. “Hoe planten jullie je dan voort Harm?”.

“Wij planten ons niet voort, we zijn gecreëerd door Neptunes”.  “Ja, tuurlijk, en ik kan op mijn lul het Wilhelmus fluiten ”, zei ik lachend. Harm keek mij weer woest aan, de vervelende klootzak. Ik haalde hard uit, heel hard, bovenop zijn neus. Harm ging knock out, het watje.

Ik sprong op en sloeg met een zeis zijn lichaam in twee stukken. Het bovenlichaam wierp ik in de vijver, de enorme vissenstaart nam ik mee naar mijn vrouw. Ze zal verbaasd zijn over mijn vangst. Ze zat nog altijd in het boek van Elvis te lezen toen ik haar toeriep dat ik een vis had gevangen voor het avondeten. Ze keek op en begon te huilen. Ze riep de naam van Harm.

De twee bleken elkaar te kennen zonder dat ik ervan wist! Dit wilde ik niet weten. Ik wierp de vis voor haar muiltjes neer, schreeuwde dat ze haar geslachtsloze vissenstaart in haar holle kies kon duwen en liep weg, trillend van woede, op zoek naar de vergetelheid….

 January 20, 2013  Posted by at 13:02 Pieters Proza No Responses »
Jan 192013
 

Title: Zeg maar niets meer (De dag dat Andre ons verliet) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Acht uur in de morgen, mijn wekkerradio neemt de ordinaire gewoonte mij te wekken met allerlei mogelijke rampen. Een orkaan (Henkie zal ik hem maar noemen) die Werelds armste mensen weg blaast, een Moslim terrorist die Amerika niet in mag, omdat hij wel goed bij zijn hoofd is en eigenlijk geen terrorist is, en zo kan ik deze om te huilen berichten die mijn radio als een stompzinnige tegen mijn slaperige rotkop uitkotst, nog wel even doorgaan. Maar dan hoor ik iets opbeurend, Andre H6 blijkt niet dood, hij blijkt alleen maar opgenomen met een zware longontsteking.,Meteen zit ik recht op in mijn bed, waarop mijn vrouw me met een elleboog mijn kussen weer in stoot.

Ik besluit het H6pad te nemen, en peer hem naar beneden. Ik vergeet de douche en rijd vrolijk naar onze sigarenboerin, waar het altijd naar natte hond meurt. Ik loop meteen naar de tijdschriften, hoe laat is het vraag ik aan ze, maar de tijdschriften zwijgen , waarschijnlijk omdat ze een hekel aan flauwe grappen hebben. Op een van deze bullebakken staat een verlepte blondine mij glimlachend als iemand die net onthersend is, aan te kijken. Ik staar naar haar enorme melk reservaten die haar navel afschermen voor geile oogjes. Achter mij praat een dame met een stem zo laag als die van drie mijnwerkers (ze praat met een laag echo gehalte), over onderzoeken naar borstkanker.

Bij het weg gaan zegt ze terwijl ze een gratis stadsblad pakt, “ja meid, en dan is Andre ook nog dood”. Quasi stoer vraag ik aan de geblondeerde sigarenboerin dochter of ik net vernam dat Andre H6 overleden is? Ja zegt ze die is niet meer. Spottend zeg ik, en dat terwijl hij zo gezond leefde. Dat zal het zijn hoor ik bits de sigarenboerin achter mij zeggen. Ik kijk lachend om, alsof ik net een geslaagde One man show achter de rug had. Maar het lachen vergaat mij als ik de verwilderde blik van onze hoog geblondeerde sigarenboerin in de blauwe ogen kijk. Ik speurt de winkel uit voor ze mij een vrouwtje maakt, door mijn trots, van mijn middel te bijten.

Buiten vergeet ik verward van angst bijna mijn fiets Thuis realiseer ik mij dat H6 echt weg is. Nee dit is geen brief voor zijn moeder, hij is morsdood.

In een discotheek zat ik van de week, nou en lekker belangrijk.

Naast een lege kruk, vindt je het gek?

Ik mis hem wat moet ik doen. Ik bel mijn bel tegoed weg aan het al mijn vrienden het erge nieuws te verkondigen. Ik heb nu ook geen vrienden meer.

 Hoi vriend 

He Pieter hoe gaat tie man?

Slecht, kreun ik zielig alsof iemand net een vrachtwagen in mijn achterste parkeert.

Wat is er dan zegt vriend bezorgt.

Heb je dan nog niet gehoord wie er dood is?

Nee, zegt vriend nu wel erg bezorgd en duidelijk geschrokken.

Andre H6

Na een scheld ritueel van tien minuten van vriend, zegt hij voor hij mij de vergetelheid indrukt.

Ik wil je nooit meer zien, je lijkt mijn moeder wel.

Dit gesprek voerde ik met veertig verschillende vrienden, die nu van een gelukkig leven zonder mij genieten, Allemaal dankzij H6. Die nu eindelijk geen eenzame kerst meer hoeft te vieren. Ik wel, nu ik geen vrienden meer heb. Ik besluit naar de condoleance in de Arena te gaan, Niet voor H6 die het geen reet kan schelen dat ik daar ook zal zijn. Nee ik kom daarvoor vrienden, die allemaal voor een moment een zullen zijn. In een keer weet ik veel, hoeveel vrienden. Dat kan allemaal als H6 dood gaat. Blij zet ik een plaatje op van Sjonnie Cash, en verheug me al op de Arenana.

 

 

 

 

 January 19, 2013  Posted by at 10:26 Pieters Proza No Responses »
Jan 182013
 

Title: Mooie dag | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Het is een dag, een mooie dag, Hollands weer, de zon schijnt, helaas altijd aan de andere kant van de Wereld. Ach dat zijn mijn zorgen niet, zorgen mijn witte billen, ik besluit dit een mooie dag te vinden, ongeacht wat Marc Trutten hier nu wel of niet van vindt. Ik geniet van mijn uitzicht over de Weilanden, met veel fantasie en de onnodige inspanningen kan ik de hekken en prikkeldraad, die daar door ijverig door aan de ziekte van ¨territorium drift¨, lijdende boeren zijn geplaatst, wisten die veel dat ik ze met veel pijn en moeite moest weg fantaseren. Als ik mij omdraai zie ik mijn mooie vrouw naar de Televisie kijken, die tot mijn niet geringe verbazing aanstaat, een Engelse advocaat, van wie zijn grote hoofd maar net in onze breedbeeld televisie past, ik denk dat mijn mooie vrouw het ook een mooie dag vindt. Ging deze dag maar nooit voorbij, bedenk ik mij, terwijl ik naar onze klok kijk. Even verderop ligt mijn horloge, die altijd een beetje jaloers kijkt als ik teveel aandacht aan de klok besteed. Hij kan mijn zak opblazen, het tuitje hangt erbij. De Cavias piepen vrolijk in hun hok, door mijn mooie vrouw vervaardigd en ontworpen, ze boffen maar met mijn mooie vrouw, die kleine kloothommeltjes dat ze der zijn. Dan besef ik dat er gewerkt moet worden, zoals iedere dag moet er keihard gewerkt worden, gelukkig geef ik mezelf die dagelijkse opdracht, want de opdrachten van andere kunnen er echt niet meer bij. Cypress Hill sluipen uit de boxen, ¨Legalize it¨, rappen ze prachtig mooi, zouden ze ook zoń mooie vrouw hebben, waarschijnlijk wel, maar die bouwen echt geen caviahokken en kijken niet naar Advocate met een waterhoofd, mooi niet, nooit niet. Die trekken vast wat aan de hendel als ze een nieuw jurkje willen hebben, dat zijn onaardige gedachten van mij, ik zinspeel op bitches, maar dat slaat nergens op, ¨sorry¨, zou Marc trutten zich verontschuldigen. Wat hij echter nooit zegt, is ¨het zal niet meer gebeuren¨, en daar hebben wij Medelanders meer aan als het woordje sorry, kut woordje.

Ik ga werken, keihard op deze mooie dag, dag.

 January 18, 2013  Posted by at 16:21 Pieters Proza No Responses »