Feb 082013
 

Pieters Quotes uit interviews etc

Title: Pieters Quotes uit interviews etc | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza “Kunst heeft een stoffig imago. Zelfs het woord kunst is al kut.” zegt Pieter. “Dit schrikt jongeren af, waardoor ze alleen de kunst zien die bijvoorbeeld op tv wordt gepresenteerd. Hierdoor gaan ze zich minder verdiepen in kunst en missen ze juist de dingen die echt interessant zijn, zeker voor jongeren.”

Een goede kunstenaar wordt gemaakt door mensen die dat heel goed kunnen. Die zetten die kunstenaar neer en die kunnen er dan ook hele goede prijzen voor vragen.

,,Je kunt me gerust een fantast noemen”,vervolgt de kunstenaar. ,,Ik leef in een fantasiewereldje. Als ik niet kon fantaseren zou ik niet weten waarom ik leef.

Op mijn vraag wat hij in de 21e eeuw gerealiseerd zou willen zien als ‘de grote verandering’, antwoordt hij dat hij hoopt ”dat de mensen eindelijk respectvol met elkaar om zullen gaan, zonder vooroordelen en echte belangstelling zullen hebben voor elkaar.”

”Sommige vinden het net graffiti, omdat ik diklijnig werk en felle kleuren gebruik. Het hangt ook wel tegen het Autistische aan

Bij het zien van zijn schilderkunst en het horen van zijn muziek lijkt het erop dat hij zichzelf weinig serieus neemt. ,,Als er iets in me opkomt, moet ik het maken, al is het onzin. Of dat nu muziek is of een tijdschrift. Spontaniteit is voor mij erg belangrijk en wil ik behouden, daar ben ik heel serieus in.

Title: Pieters Quotes uit interviews etc | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Ik teken vanaf mijn derde. Toen ik drie was tekende ik gelukkig anders dan nu, maar de vormpjes en de ideeën hou ik nog steeds heel erg puur. Ik heb vroeger altijd getekend, soms wel zes uur per dag, en daar heb ik niets mee gedaan. Dat heb ik allemaal weggegooid. Niet eens omdat ik er een hekel aan had, maar het was een soort verwerking. Ik praatte met papier.

“Mijn naam is Pieter Zandvliet. Vroeger wilde ik graag striptekenaar worden, maar de grappen in mijn strips begreep ik alleen zelf en om eerlijk te zijn: zelfs ik kon er niet om lachen.

Striptekenaars die mij het meest hebben beïnvloed zijn: Eric Schreurs, S Clay Wilson en Robert Crumb.

Zo nu en dan word ik ervan beschuldigd dat ik altijd geslachtsdelen schilder, of dat die in, bijna elk werk wel naar voren komen. Zelf hou ik mij daar niet mee bezig, het zal mijn onderbewuste wel zijn….”

Zandvliet zelf én zijn werk roepen meer vragen op dan een kudde wijzen zou kunnen beantwoorden.

Pieter durft zichzelf geen kunstenaar te noemen: ‘Ík voel me eigenlijk wel een kunstenaar, maar als je dat zegt klinkt het zo arrogant. Ik ben gewoon bezig met dingen die ik leuk vind.” En dat is de hele dag schilderen, tekenen, dichten en teksten schrijven.

Pieter geeft toe dat hij liever observeert dan participeert in het dagelijks leven. Tot diep in de nacht werkt hij aan zijn tekeningen en verwerkt hij de dingen die hij op de dag heeft meegemaakt. Soms vervat in een logisch, maar ook wel eens een absurd verhaal.

De aantrekkingskracht van Pantani zit volgens Zandvliet ook gedeeltelijk in zijn uiterlijk. ,,Dat kleine mannetje met die kale kop en donkere, dromerige oogjes. Hij zag er altijd uit alsof hij er eigenlijk niet bijhoorde. Het was alsof er iets om hem heen hing…” Vandaar dat de Schiedammer zijn kunstwerk heeft ondertekend met ‘A Grande per Questo Mundo’, ofwel ‘te groot voor deze wereld’.

Title: Pieters Quotes uit interviews etc | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Maar eigenlijk wil de Schiedamse kunstenaar helemaal niet uitleggen waar zijn werk over gaat. ,,Laat iedereen z’n eigen fantasie maar lekker gebruiken.”

Als De Krimpo’s maken ze ‘spontane’ muziek, van jazz tot noise: Itam speelt gitaar, Pieter zingt (,,Arie is de derde man, die danst, maar hij is nooit geboren.”).

,,De wereld is supervreemd,” zegt Pieter. ,,Maar omdat iedereen er zo serieus mee bezig is, wordt het zo saai

Pieter ‘Ik heb een cursus Photoshop/Illustrator gevolgd. De hele tijd zag ik onze leraar zijn lippen op en neer bewegen. Daar raak ik door geobsedeerd. Op een gegeven moment ben ik dan zover dat ik niet meer hoor wat hij zegt. Dan zie alleen nog maar die bewegende lippen en kom met een hoofd vol vreemde vormen thuis.

‘Mijn nieuwe lijn is het schilderen van een model, waarbij ik het oorspronkelijke model ook zichtbaar deel van het geheel laat uitmaken. Meestal plaats ik het op een plankje voor het schilderij. Ik schilder dat model niet tot in de perfectie na, maar ik vervorm het. Ik vind het namelijk vreselijk saai om iemand precies zo na te tekenen als in de werkelijkheid. Ik kan het wel, maar als ik realistisch zou schilderen, zou ik er net zo goed een foto van kunnen maken. Daar ben ik te speels voor

Title: Pieters Quotes uit interviews etc | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Wat betreft zijn manier van werken vergelijkt Pieter zich een beetje met de zogenaamde Outsider artists. Dat zijn kunstenaars die iets mankeren (‘van mongolen tot autisten’), maar wel heel mooie dingen maken. Hun kunst wordt Art Brut genoemd. ‘Deze mensen worden in staat gesteld hun werk te doen zonder zij beperkingen van buitenaf opgelegd krijgen. Zij kunnen schaamteloos hun gang gaan. Zoals bijvoorbeeld Paulus die zich Homogool noemt. Hij is homo, mongool en schildert alleen maar lullen. Zo iemand mag in zijn kunst ook gewoon gek zijn. De meeste outsider artists zijn zo geobsedeerd, dat ze geen grenzen kennen. Of ze zijn extreem verlegen. Of ze schilderen steeds hetzelfde. Maar ze worden tenminste beschermd. Het is een kunstwereld buiten de gerenommeerde kunstwereld om. Er zijn ateliers en expositieruimtes over de hele Wereld. Dat is goed geregeld. Dat is natuurlijk ook de oplossing. Die artiesten kunnen doen waar ze goed in zijn zonder opgesloten te hoeven worden. Ze zijn voor mij een inspiratiebron. Dat explosieve, obsessieve tekenen heb ik ook, alleen mankeer ik niets.

Uit armoe ben ik toen maar naar de LTS gegaan. Dat was ook een volslagen miskleun. Die technische Wereld was helemaal de mijne niet. Ik ben een tijdje timmerknecht geweest, maar er is niemand die met een gerust hart op van mijn stoelen gaat zitten.

Title: Pieters Quotes uit interviews etc | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Zijn leven lang tekende Pieter puur voor zichzelf. Hij wist niet beter dan dat zijn tekeningen een middel waren om zichzelf uit te drukken. Maar zo’n jaar of vier geleden kreeg hij opeens de behoefte om zijn tekeningen uit te werken, begrijpelijk e maken voor anderen. ‘Mijn werk is altijd heel chaotisch. Toen ik mijn ouderlijk huis had verlaten tekende ik niet alleen op papier, maar ook op muren en meubels. Achteraf, als ik eenmaal uit mijn tekenroes was ontwaakt, bekeek ik mijn creatieve uitspattingen net als iedereen. Wat een wierdo! Sinds ik mijn tekeningen ben gaan schilderen is dat gevoel heel anders. De basis ligt nog steeds in die hoeveelheid impressies die ik op een dag krijg. Maar ik heb nu de beheersing daar wat mee te doen. In mijn schilderijen structureer ik die tekeningen. Dat geeft me een veel bevredigender gevoel. Het is net of die tekeningen nu pas echt af zijn. Zeg maar dat de tekening het orgasme is, en het schilderij de baby!

,,Mijn eerste aanraking met kunst was vroeger, tijdens de vakanties met mijn ouders in Spanje. Wij gingen toen veel naar musea, waar ik onder andere Dali en Picasso zag. Picasso is zeker om zijn werk een grote inspiratiebron geweest, Dali meer als persoon denk ik. Hij deed waar hij zin in had.
Het surrealisme zelf heeft mij nooit zo geboeid. Het gaat bij het surrealisme toch meer om het tafereeltje denk ik. Dat vind ik vooral het saaie van surrealisme, het moet toch altijd wat zijn, en bij mijn werk hoeft het niet altijd wat te zijn, of voor te stellen.
Ik ben daar ook erg naar toe aan het werken. Ik ben me er vooral de laatste tijd heel erg van bewust dat het verhaaltje dat ik perse moest vertellen, dat ik daar eigenlijk geen zin meer in heb. Soms doe ik dat nog wel tussendoor, als ik teken vooral, maar bij schilderen probeer ik dat toch zoveel mogelijk te voorkomen. Soms is het gewoon een vreemd figuur dat ik schilder, met een bepaalde emotie. Het gaat me ook heel erg om de lijnen.

Title: Pieters Quotes uit interviews etc | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Mijn karakter speelt in zekere zin wel een grote rol in mijn werk. Hierbij kan mijn naaste omgeving mij ook erg beïnvloeden, terwijl ik naar de buitenwereld soms bijna autistisch kan zijn. De buitenwereld doet mij dan weer niet zoveel dus. Ik had vroeger het idee dat ik mijn inspiratie veel uit de buitenwereld haalde, maar het is vooral de sfeer die ik uit dingen haal die mij beïnvloedt. Dit kan dus net zo goed uit een bepaald boek zijn. Sferen zijn dus zeer belangrijk in mijn werk.

Ik denk trouwens wel dat ik graag de kluts kwijt ben hoor. Een “hobby” van me is ook om de structuur in dingen kwijt te zijn. Ik ben er wel naar op zoek, maar dan heb ik het bijna en dan draai ik me om. Het is misschien ook een soort van spanning creëren. Als ik bijvoorbeeld bepaalde omgevingen of situaties saai vind, dan wordt ik sarcastisch en vervelend en gooi de boel om. Misschien dat deze vorm van spanning ook in mijn werk terug te vinden is.

Tuurlijk, iedereen die een werk van mij gekocht heeft, heeft dat niet voor niets gedaan. Maar elk werk dat je maakt is een stapje dichter bij wat je uiteindelijk wil maken.
Goya, om maar even een voorbeeld te noemen, was een ambachtsman totdat ie een beetje geflipt werd van de oorlog die hij gezien had. Mensen die vermoord werden enzo. En toen zag je werken, waarin je echt Goya zag, in tegenstelling tot bij de portretten die hij moest maken van het Spaanse koningshuis. Hij moest daar toch de mensen wat mooier schilderen dan dat ze waren, want ja, dat was toch veel inteelt.

Title: Pieters Quotes uit interviews etc | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Zonder kunst in mijn leven zou ik allang dood zijn. In ieder geval zou mijn leven er niet rooskleurig uit hebben gezien. Het dreigde ook zo te gaan hoor; ik liep bij het RIAGG, ik was altijd aan het vechten. Totdat ik de liefde van mijn leven ontmoette, mijn huidige vrouw. Zij heeft me wel een duwtje in de rug gegeven wat kunst betreft. Ze is mijn houvast, waardoor ik mijn kunst kan ontplooien. Haar aanwezigheid geeft me meer kracht.

Door het maken van kunst vergeet ik mijn verdriet, maar ook de afwas.

Als ik terug aan mijn tijd in Schiedam denk, doe ik dat met een glimlach, want voor zoń kleine stad wonen en woonde er toch geweldige kunstenaars. Het heeft mij altijd verbaasd dat de kunstenaars uit Schiedam allemaal een hele eigenstijl hebben, zelfs op de diverse kunstbeurzen die ik heb bezocht is de stijl variatie niet zo groot als bijvoorbeeld bij een groepsexpositie van Schiedamse kunstenaars in de prchtig mooie jeneverstad.

Delfshaven staat voor mijn jeugd, waar een volkse no nosense mentaiteit toendertijd de toon voerde. Er hing altijd een rotte geur van de Akzo fabriek die er meer als honderdjaar stond, en ongeveer verdween toen ik er verdween. Er woonde veel culturen doorelkaar, en iedereen ging met elkaar om.
Natuurlijk was er racisme, bij schering en inslag. Dat was er van alle kanten, uit alle hoeken, zoveel dat de mensen het normaal vonden en er niks mee deden. Ons ouderlijk huis zat boven een dumpzaak op de Havenstraat, tussen nachtclub Lucky Luke en een sexclub in. Dus ik ben nog redelijk op mijn pootjes terecht gekomen.

 February 8, 2013  Posted by at 16:00 Pieters Proza No Responses »
Feb 082013
 

Title: Super Gurbanguly | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza

Muziek van Abdel Halim Hafez klinkt luid uit een goedkope ghettoblaster. Jammer, want eigenlijk zou de prachtige muziek van Hafez alleen uit de meest geavanceerde geluidsapparatuur mogen klinken.Het vrolijke buikdansen van Hafez’ fan Gurbanguly maakt veel goed. De vijftiger heeft net gedoucht en danst uitbundig door zijn, op twee witte camping stoelen, een televisie en computer na, ongemeubileerde huiskamer. De muziek van Hafez doet de man denken aan zijn onbezorgde jeugd in Turkmenistan. Onbezorgd maar arm, wat hem op jonge leeftijd deed besluiten naar het Westen te verhuizen, om aan de slag te gaan als slachter bij een vleescentrale in Den haag. Tussen de bedrijven door is Gurbanguly getrouwd met Maya,die hem drie dochters schonk. Het is alleen jammer dat moeder en dochters alle vier in Turkmenistan wonen. Maar tot voor kort hadden ze het goed. Maandelijks maakte Gurbanguly geld over, waarvan ze royaal konden leven. Nu zijn er moeilijkheden, doordat Gurbanguly na tweeëntwintig jaar trouwe dienst is ontslagen. Het is nu drie weken geleden, en er gaat geen dag voorbij, of Gurbanguly gaat ijverig op zoek naar een baan, bij het arbeidsbureau. Het duurde even voor hij door had dat het arbeidsbureau in het weekend gesloten is, maar dat daargelaten. Ook zoekt Gurbanguly tevergeefs naar banen op het internet. Met hetzelfde internet houdt Gurbanguly tevens contact via Skype met vrouw en kinderen. Vaak is de verbinding slecht, waardoor de beelden op zijn scherm schokkerig overkomen. Het dansen van Gurbanguly is niet alleen omdat hij een groot bewonderaar is van de Egyptische grootheid Abdel Halim Hafez, die na zijn overlijden in 1977 nog altijd zeer populair is. Nee, Gurbanguly danst ook omdat hij zijn missie heeft gevonden. Hij was namelijk gisteren bij zijn Algerijnse vriend Ahmad, met wie hij naar een film van Superman keek. Gurbanguly sprong op, en riep, met zijn glimmende bruine oogjes, onder zijn dikke zwart grijze snor vandaan dat hij de stad Den Haag zou gaan verschonen van het kwaad. Hij zou “Super Gurbanguly” worden. De schrik bij de broodmagere kettingroker Ahmad maakte plaats voor een vette lach waarmee hij pas stopte, toen hij de buitendeur hoorde dichtklappen. Super Gurbanguly had het gebouw, woest om het domme lachen van Ahmad, verlaten. Maar de woede van Gurbanguly had al snel plaats gemaakt voor intense vreugde. Als hij het schorem van de straat zou verdrijven, en men er achter zou komen dat Gurbanguly van Arabische afkomst was, dan zouden de Nederlanders van hem en de hele Arabische Wereld gaan houden, dat wist hij wel zeker.

Vandaag ging hij naar zijn Turkse vriend Hakan die met zijn vrouw al vele jaren een naaiwinkeltje runt. Even later stapt Gurbanguly het kleine winkeltje, onder het vrolijke geluid van aan de deur bevestigde belletjes, binnen. Na een innige omhelzing met Hakan, vraagt Gurbanguly of Hakan een groen Supermanpak voor hem wil maken, het groen van de vlag van zijn vaderland Turkmenistan, met op de rug de halve maan en vijf sterretjes. Hakan vraagt zich af of het voor carnaval is. Gurbanguly, antwoordt dat hij inderdaad zal afreizen naar Oeteldonk om flink carnaval te gaan vieren. Hakan meet het pak op, en vraagt of Gurbanguly een cape wil.Gurbanguly beantwoordt de vraag met dat hij niet kan vliegen, dus een cape heeft hij niet nodig. Wel een wit masker, zoals Mexicaanse worstelaars die dragen. De stof moet dezelfde zijn als die waar men de onverwoestbare rugbytruien van maakt. Hakan rekent uit dat het pak over een week klaar zal zijn. Tevreden verlaat Gurbanguly de winkel weer. Na een kopje thee in het Turks koffiehuis, gaat Gurbanguly terug naar huis. Hij doet zijn computer aan, om zijn vrouw te vertellen over zijn plannen om “Gurbanguly ” te worden. Zijn vrouw schiet hard in de lach. Ze roept haar dochters, en die lachen mee.Gurbanguly laat zich nu niet meer boos maken, en zegt dat ze stom zijn en wel zullen zien tot wat Super Gurbanguly in staat zal zijn. Zijn vrouw zegt dat Super Gurbanguly al twee weken niet in staat is geld over te maken, waardoor ze geld heeft moeten lenen van buurman Berker. “Berker, die gluiperige klootzak”, denkt Gurbanguly . Nu is hij wel boos en sluit zonder zijn gezin te groeten de computer af. Berker, Berker herhaalt Gurbanguly keer op keer terwijl hij door zijn lege woonkamer ijsbeert. Wat haat hij die kuttenkop! Die vent is niet te vertrouwen, hij leent zijn vrouw dat geld niet voor niets, daar wil hij wat voor terug. Als hij maar geld had, dan had hij afgereisd naar Turkmenistan en Berker zijn strot afgebeten. Maar geld had hij niet. Met wat hij nog had, heeft hij zijn Super Gurbanguly-pak betaald.

Gurbanguly plaatst een cd van Roy Orbison in zijn ghettoblaster, en het nummer Ooby dooby vult de lege kamer met het geluid van het leuke, maar tevens één van de meest stompzinnige liedjes ooit geschreven. Meteen wordt Gurbanguly vrolijk, het liedje is het liefdesliedje van hem en zijn vrouw. Wat heeft hij vaak met haar in de oude danszaal van Ashgabat gedanst. Hij is nog altijd verliefd op zijn mooie Maya. Hij ziet haar dan ook maar drie weken per jaar, dus kan hij moeilijk op haar uitgekeken raken. Uren later vat Gurbanguly pas de slaap, om na veel te weinig slaap wakker te worden door het gezoem van de wekker. Na de ochtendplas haast hij zich naar de televisie: De begin- tune van ”Nederland in beweging” vult de kamer. Gurbanguly is klaar voor zijn eerste training tot superheld. Al snel begint hij te zweten als een Otter. Die beestjes zijn trouwens niet nat van het zweet, dus deze uitdrukking berust op een groot misverstand. Het ritme dat de gespierde opgewekte man op televisie aangeeft, is erg verwarrend voor Gurbanguly, maar hij zet door. Afgemat gaat onze held douchen. Hij was eigenlijk van plan nog een rondje te gaan hardlopen, maar zijn hart zou het dan op zeker begeven. Zo gaat er een week vol “Nederland in beweging”, gezond eten, schaduw-boksen en zelfs een vorm van hardlopen voorbij. Eindelijk is de dag aangebroken dat Gurbanguly zijn pak kan ophalen bij zijn vriend Hakan. Het pak zit hem als gegoten: Strak om zijn 103 kilogram zware vleesmassa heen. Als je Gurbanguly niet met andere superhelden zou vergelijken, die trouwens van papier zijn en niet echt zoals Gurbanguly, maar met vette varkens, dan ziet hij er goed uit. Onder het pak draagt Gurbanguly afgetrapte sneakers, waardoor zijn behaarde kuiten tot de helft van zijn onderbenen zichtbaar zijn. Het maakt Gurbanguly niet uit Hij is klaar voor zijn missie: Super Gurbanguly uithangen in Den Haag. Maar eerst wil hij Maya via de computer zijn pak laten zien. Maya probeert haar lach in te houden, wat averechts werkt: Ze barst uit in een helse lachbui. Haar dochters komen op hun lachende moeder af, zien hun vader, sip kijkend in zijn groene pak, en lachen mee met hun moeder. Dan valt de verbinding weg, zo denkt Gurbanguly. In werkelijkheid heeft Maya de verbinding verbroken, en ze is niet van plan ooit nog contact met haar waanzinnig geworden echtgenoot te maken.

De eerste dag van onze Superheld is aangebroken. Wat hij niet had verwacht gebeurt: heel veel mensen staren hem na en lachen hem uit. Heel veel kinderen lopen achter super Gurbanguly aan door de Haagse binnenstad, waardoor hij zich niet verdekt kan opstellen. Hij vraagt of de kinderen weg willen gaan, maar het helpt niet, de optocht word steeds groter. Zelfs volwassenen lopen nu mee.Tot overmaat van ramp loopt Gurbanguly ook Ahmad tegen het lijf, die verbaasd is. Eerst wil hij wat vragen aan Gurbanguly, maar hij besluit door te lopen. Er is wat gerommel omtrent zijn verblijfsvergunning, en zo’n populaire vriend zou hier vast niet bij helpen. Gurbanguly ziet hoe een oude dame van haar tasje wordt beroofd door een puisterig bleek ventje. Hij bedenkt zich geen moment en gaat achter het ventje aan. Niet alleen, ongeveer half Den Haag rent met hem mee. Het is alsof de mensen het beeldscherm van een bioscoop zijn ingekropen, om met hun held mee te rennen. Het ventje gooit, angstig voor de mensenmassa achter hem, het tasje op de grond. Het tasje belandt op de weg, waar Gurbanguly het opraapt en onder luid gejuich van de Hagenezen in de lucht houdt. Het juichen gaat over in een angstig,”kijk uit”. Lijn 5 rijdt het verhaal met een doffe klap binnen tegen onze held aan. Aan de overzijde van de straat komt het lichaam van Gurbanguly uit de lucht vallen, een vrachtwagen van een postorderbedrijf kan hem niet ontwijken en knalt op het lichaam van onze held. Hartstikke dood blijft hij liggen. Het lijkt alsof Gurbanguly tevreden lacht, maar Den Haag huilt: Hun held is dood.Terwijl het levenloze lichaam van Gurbanguly wordt afgedekt met een wit laken, ligt Berker op al even witte lakens Maya met eeuwenoude heupbewegingen te nemen.Triest, maar Gurbanguly heeft het voor elkaar: Hij is bekend geworden en een groot voorbeeld geworden. In Den Haag lopen de stadswachten er nu bij zoals super Gurbanguly er bij liep: Als superhelden. Dikke pens of niet….

 February 8, 2013  Posted by at 13:31 Pieters Proza No Responses »
Feb 072013
 

Title:  We zijn in oorlog | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Heerlijk zit ik aan onze eettafel onze eettafel na te tekenen, niet op een velletje boom, maar gewoon zo op onze eettafel.

Doe ik altijd op 1 september 2004.
Met naast mij een gezondheid drankje, genaamd Kefir.
Een drankje waarmee je de weg naar de eeuwenoude weg naar een lang leven kunt vinden.
Handig drankje dat Kefir want dan hebben mijn vakanties een doel, ik ga daar iedere keer met een krat Kefir op zoek naar die eeuwenoude weg.
Niemand heeft hem tot dusver gevonden, tenzij u honderd en twintig jaar een lange tijd vind.
Ja tijd is betrekkelijk, als je aan je kloten (indien bij u voorradig) een touwtje vastmaakt en die weer aan een rijdende fiets, ja dan is honderd en twintig jaar een lange tijd.
Tien seconden is dan allang.
Maar om niet teveel tijd te verliezen aan mijn gezondheid drankje, ga ik verder met de intro waar ik altijd zo’n moeite mee heb.
Ik was dus onze eettafel aan het vol tekenen, toen ik achter mij de TV hoorde praten.
Hij/zij zei “WE ZIJN IN OORLOG” hij/zij zei het niet in hoofdletters trouwens, maar dat sterkt deze zin nog wat aan.
Ik draaide me verschrikt om.
Het bleek dat niet mijn TV deze zin uitbraakte, maar een bebaard slecht opgedroogd manneke.
Zijn naam heb ik gelukkig verdrongen.
Laat ik hem dus Dokter andersom Schaambaard noemen en het verder niet meer over hem hebben.
Ik was flink van slag.
Wat was ik in hemelsnaam toch voor onbelangrijks aan het doen.
Terwijl we in staat van oorlog waren, zat ik lekker onze eettafels te tekenen, stoephoer die ik was, of graag wilde zijn.
Ik rende door mijn kamer heen, gilde we zijn in oorlog.
Ik remde even, we, ik was toch alleen.
Maar er zouden vast nog wel meer mensen in oorlog zijn.
Voorzichtig sloop ik naar het raam, nee nog niemand lag dood op straat.
Jammer, want dit had het verhaal er een stuk spannender op gemaakt.
Waar ik normaal het gestommel uit de haven hoorde komen, hoorde ik nu bommen vallen.
Misschien was dit altijd al zo, en was er geen haven.
We waren misschien wel mijn hele leven in oorlog, en ik maar vrolijk mijn leven leiden.
Maar goed ik was nog in leven, en besloot mijn maatregelen te treffen.
Naar buiten kon ik niet gaan, dus ging ik naar mijn slaapkamer.
Daar trok ik een sexy pantypak aan.
Geheel naakt dook ik in dit nylon.
Van onder tot boven was ik nu gekleed.
Uit een oude doos pakte ik een enorme dubbele dildo (dildo met aan weerskanten en plasbolletje) als wapenstok.
Ja ik heb een nogal gevarieerde garderobe.
Trok mijn gouden glitter gympies aan, deed een roze vergiet op mijn hoofd en was paraat.
Er was een klein probleem, nee ik schrijf hier niet over mijn geslachtsdeel.
Maar over onze vijand, ik wist in met wie we in oorlog waren.
Toch rende ik naar buiten.
De buurvrouw groette mij vriendelijk, nog voor het goede mens zich kon verbazen sloeg ik haar keihard neer met mijn dubbele dildo.
Iedereen kon immers de vijand zijn.
Op mijn weg naar de Passage waar Schiedam zijn winkeltjes heeft, zoveel dat ze het maar het centrum hebben genoemd.
Sloeg ik achtereen volgens buiten oosten, de postbode, een tasjes dief, de dominee en ongeveer dertig volslagen onbekende.
In de Passage bleef ik rammen, mijn pantypak zat vol ladders.
Dit maakte mijn outfit nog enigszins stoer.
Ik voelde me een echte held.
Onder het meppen ontwaarde ik zelfs een trotse erectie.
Net toen ik die groette, liep ik tegen een vuist aan.
Het werd grijs voor mijn ogen, mijn benen werden zwaar en ik viel neer.
Ik ontwaakte alleen even uit staat van bewusteloosheid om au te zeggen, omdat ik bij het vallen mijn erectie had gekneusd.
Voor de tweede keer ontwaakte ik uit mijn bewusteloosheid in een politiebusje.

Nu zit ik in een inrichting onder de medicijnen op hun eettafel soldaatjes te tekenen.
Moraal van dit verhaal “laat je niet gek maken door de TV en zijn vriendjes”

 February 7, 2013  Posted by at 15:26 Pieters Proza No Responses »
Feb 062013
 

Title: De Scooter Reus (Detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Abdel, door zijn vrienden Appie genoemd, waar ik niet aan meedoe,. ìk noem Appie gewoon Abdel, rijdt door de straten van Zotterdam Zuid. Op een racefiets. Net terug uit de polder voor zijn dagelijkse training op zijn gifgroene Colnago racefiets. Abdel is weg van wielrennen, en hij is er bovendien goed in. Hij won voor wielerclub Ahoy al heel wat wedstrijden. Abdel is net zeventien en van plan een groot wielrenner te worden. De beste Marokkaan op een racefiets hoeft hij niet meer te worden, dat is hij namelijk al. Wielrennen zit niet echt in de Marokkaanse cultuur. De oudere broers van Abdel zijn getalenteerde hardlopers. Daar zijn Marokkanen wel erg goed in. (zoals velen generaliseer ik een beetje erg)
Abdel heeft het ook geprobeerd, maar hij was erg blessure-gevoelig. Tijdens een revalidatie moest hij fietsen, en dat beviel zo goed, dat hij is gaan wielrennen. Wielrenner Robert Gesink is het grote voorbeeld voor Abdel. Of hij daarom zijn korte haar blond heeft geverfd, weet zelfs ik de schrijver van dit avontuur niet. Abdel zakt meestal na een training even af naar zijn vrienden op het trapveldje aan het Blinderziendeplein. Zo ook nu. Zijn vrienden zien Abdel al aankomen en roepen hem toe: ”Hé, daar is Appie in zijn ballenknijper”. Zoals eigenlijk iedere dag liggen de jongens in een deuk om hun grap.Ondanks het gepest, hebben ze respect voor Abdel. Ze hebben met elkaar afgesproken dat als Abdel de Tour de France zal rijden, dat ze er ook zullen zijn, om te juichen op een Franse berg met Marokkaanse vlaggen. Jusuf, een grote kerel, omhelst Appie en vraagt of hij een goede training heeft genoten. “Perfect”, antwoordt Abdel al zijn tanden bloot.
Abdel wisselt zijn wielrenschoenen in voor een paar sneakers en trapt een balletje mee met zijn vrienden.
Hij is er niet goed in, een Houten Klaas zogezegd. Al snel speelt Roberto, een Antilliaanse jongen, hem door de benen.”Panna”, zegt Roberto, wat betekent dat hij Abdel door de benen heeft gepoort.
Na een tijdje moet Abdel plassen en excuseert zich. Hij loopt naar de bosjes om zijn blaas vol sportdrank te legen. “Er bestaan maar weinig dingen die zo lekker zijn als het ontladen van een op knappen staande blaas”, denkt de nog maagd zijnde Abdel, als zijn gedachtes worden verstoord door het geluid van een opgevoerde scooter. Niemand van zijn vrienden heeft een scooter. Hij hoort zijn vrienden ook gillen, het “rot op kankerdikke” gaat al snel over in angstaanjagend gekerm. Dan hoort hij een vreemde stem zeggen: “Dit is wat jullie verdienen, vuil vies tuig”, en hij hoort de scooter vertrekken. Snel propt hij zijn pik weer in zijn koersbroek en rent naar het trapveldje terug.
Wat hij dan ziet is verschrikkelijk. Pure horror. Alle vijf zijn vrienden gillen het uit, ze zijn verminkt, hun gezicht zit onder het bloed. Abdel belt 112, en roept zenuwachtig dat er iets verschrikkelijks is gebeurd op het trapveldje bij het Blinderziendeplein. Gelukkig is de agent aan de andere kant van de lijn snel van begrip en stuurt er ambulance en politiewagens naar toe.
Abdel weet zich geen raad: Hij wil zijn vrienden helpen maar weet niet hoe.
Roberto gilt dat hij waarschijnlijk zoutzuur in zijn gezicht heeft gekregen.
De tranen staan in de ogen van Abdel. Welke idioot doet nou zoiets? “Kom op jongens, volhouden, de ambulance komt er al aan”. Kamel jammert van de pijn, maar opeens houdt hij op en blijft doodstil liggen. Abdel schudt aan zijn lichaam, maar hij lijkt overleden.
Even later constateert de ambulancebroeder dat Kamel inderdaad overleden is.
Abdel wordt meegenomen naar het bureau voor een ondervraging.
Naar waarheid vertelt hij, dat hij stond te plassen toen het gebeurde, en dat hij niemand gezien heeft. Dat hij alleen een scooter hoorde en iemand die riep: ”Dit is wat jullie verdienen, vuil vies tuig”.
Abdel huilt, hij is radeloos.

De weken na deze gebeurtenis, die het nieuws haalt, rijdt hij langs alle trapveldjes die er in Rotterdam te vinden zijn zijn trainingrondjes, maar de Zoutzuurgooier komt hij niet tegen.
Zijn vrienden zijn voor het leven verminkt. Het waren misschien geen lieverdjes, wie zijn dat wèl in de stad, denkt Abdel, maar dit verdienen ze niet.
Buiten het trainen gaat Abdel ook weer naar de Moskee, om troost te vinden in zijn geloof, de Islam.

Title: De Scooter Reus (Detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza De rest van Nederland vergeet de gebeurtenis weer, tot er een soortgelijke zaak in Smalmeren gebeurt. Drie jongeren worden op een basketbalveldje gevonden met zoutzuurwonden in hun gezicht. Drie dagen later worden zes jongeren op de hoek van een straat in Maaslicht aan de andere kant van het land, met zoutzuur in het gezicht gegooid.
Steeds wordt een dikke man op een scooter gesignaleerd.
Nederland staat onder stress. Zoals altijd is iedereen aan het gissen en heeft Nederland opeens achttien miljoen rechercheurs die denken dat ze wel weten hoe je de dader kunt opsporen.
Buiten het journaal houdt de verdere media zich afzijdig, simpelweg omdat men niet weet hoe men deze vreemde, gruwelijke zaak in beeld moet brengen zonder op zijn bek te gaan door een heel dom verslag.
Een oude vrouw laat in Jijtrecht haar witte poedel Kaka uit, vernoemd naar de Braziliaanse spits met de zelfde naam. Als Kaka lekker zit te kakken, spuwt Gerda Vredeloos, zoals de vrouw door haar ouders genoemd is, haar gal over een woonwagenkamp waar ze naast staat. Dittegen Yuriaan Pietjes, een student geneeskunde, totaal ongeïnteresseerd in het gezeik van Gerda. Maar zijn klote-ouders, die gelukkig bij een verkeersongeval zijn omgekomen en nu als bottenpakket samen op een begraafplaats liggen, hebben hem geleerd beleefd te zijn. En dat doet hij, uit beleefdheid naar het gezeik van een verbitterde oude vrouw luisteren. Terwijl hij met verbazing kijkt naar de stevige drol die uit het kleine poepertje van Kaka ter wereld komt, gaat Gerda verder. “Ja, die kampers stelen als de raven, dealen alleen maar en hebben ontlastingschulden”. Gerda bedoelt belastingschulden, maar ze is niet voor niks nooit naar school geweest. Dan rijdt een groene Mini Cooper door een grote, wat modderige, regenwaterplas, die in een prachtige golf verandert en terechtkomt op Gerda, Yuriaan en Kaka. Ze zijn drijf- en drijf- en drijf- en drijfnat. Met gebalde vuist scheldt Gerda naar de idioot in de Mini Cooper. Als ze uitgeraasd is, kijkt ze Yuriaan aan. Die zegt: ”Sorry mevrouw”, en haalt vriendelijk uit boven op de kromme neus van Gerda. Zij reageert meteen door knock-out in de plas die net nog zo’n mooie golf was te vallen. Yuriaan rent naar rechts het zicht uit, en Kaka doet hetzelfde naar links. Het zou nog uren duren voor Gerda gevonden werd. In het ziekenhuis vertelde ze aan de politie dat Yuriaan, een vuile rotkamper, haar op de neus had geslagen.

Title: De Scooter Reus (Detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza We schakelen even in zijn vier door naar de idioot in de Mini Cooper, waarin onze helden Ardianto en Leo zitten te praten, zich niet bewust van de plas waar ze een moment ervoor door zijn gereden. Leo vertelt dat hij een nieuwe relatie heeft na het scheiden van zijn echtgenoot Ben. Hij heeft nu een vriendin, Lia Prop, een stewardess uit Mutsdam.
Hij ziet haar niet vaak, maar als ze elkaar zien kunnen ze niet van elkaar afblijven, vertelt Leo met de vlindertjes in zijn buik. Dit in tegenstelling tot de buik van Ardianto. Daarin ontwikkelt zich een misselijkheid door het weeïge verhaal vol romantiek van Leo. Ardianto kent de gevoelens van liefde niet, en al helemaal niet voor seks. Hij zet de autoradio wat harder. Het nummer “Marihuana Maria” van Rika Jansen klinkt door de Mini Cooper. Leo kijkt naar Ardianto, denkt “sterf” en houdt verder zijn mond over zijn nieuwe liefde Lia Prop. Adianto is blij dat Rika Jansen Leo de mond heeft gesnoerd. Hij luistert verder niet naar het liedje uit 1969 maar denkt aan de zoutzuurgek. Er ontbreekt ieder spoor, en omdat het gebied waar hij in opereert heel Nederland is, is het verdomd moeilijk hem te pakken. Ardianto en Leo zijn op weg naar Zotterdam voor een gesprek met Abdel.
Wie weet kan die zich nu wat meer herinneren.
Rick James swingt via de radio de Mini Cooper door met zijn hit “Super freak”. “Toepasselijk”, denkt Ardianto, “zij zijn ook op zoek naar een Super Freak. Rick James wist het al”.

Uit een alleenstaand huis in Broek van Holland klinkt de opera “Carmina Burana”, het favoriete nummer van Snorretje Hakenkruis toen hij nog een lévende legende was.
In het huis staat een grote dikke kerel voor een spiegel de Snorretje Hakenkruis-groet te doen.Een beetje dom dan wel onwetend is de vetbaal wel, want hij groet met zijn linkerarm. Zijn peenhaar zit in een scheiding en heeft eenzelfde snorretje als Snorretje Hakenkruis had. Qua gewicht zou Snorretje Hakenkruis wel drie keer in de vette hoop ellende kunnen. Het groeten met de arm gaat steeds sneller, alsof de kerel aan het trainen is op vliegen doodslaan. Zo nu en dan ontsnapt er,door de inspanning, ook een scheet Aan de wand van de krappe huiskamer hangt veel Nazi-merchandise; een overbekende vlag met hakenkruis, foto’s van Snorretje en tussen deze troep ook krantenknipsels met artikelen over de zoutzuurgek. U had het waarschijnlijk al eerder door dan ik: De idioot, druk doende voor zijn spiegel,ìs de zoutzuurgek. Ik ben maar wat trots dat ik zulke slimme lezers heb. Snel ook. Sneller dan Ardianto onze detective. Het is me toch wat: Als wij niet in de huiskamer van die dikke vetklep waren, had het nog gezellig kunnen worden met ons; u, de lezer, en ik, de schrijver.
De vetklep heet eigenlijk Daniel Pruttelkoorts. Hij is helemaal weg van de Nazi’s.
Zijn missie is: Al het jongerentuig aanpakken met zoutzuur. Maar daar hadden wij al het één en ander van begrepen.
Daniel stopt eindelijk met zijn belachelijke gegroet. Alsof Snorretje daar nu nog op zit te wachten…
Hij eindigt met de woorden ”zeer geil vuren”. Zijn Duits is mijlenver af van je-dat.
Hij steekt een sigaret in de fik en loopt naar buiten, waar hij uitkijkt over een deze dag slapende Moordzee. Tevreden blaast Daniel een wolkje uit over zijn te kleine lippen. Hij straalt, kijkt alsof hij er toe doet, alsof hij de hele tijd door een mensenmassa gegroet wordt.
Het stuk verdriet piekt zijn peuk de lucht in en, voor wie het wil weten: Het peukje landt in het zand net naast een blauw-grijs schelpje, waarvan de inhoud in achttienhonderdvijfentwintig is overleden aan ouderdom. Ja, het is allemaal ongelofelijk.

Title: De Scooter Reus (Detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Inmiddels zijn Ardianto en Leo in Zotterdam-Zuid aangekomen. Leo loopt mank, door het schot in zijn bovenbeen door wijlen presentatrice Fokelien Smeersma in het avontuur “Verf met bloed”.
De wond in de schouder van Ardianto die ook híj cadeau kreeg van Fokelien doet nog pijn. Er wil maar geen korstje op komen. Het ene lichaam is nu eenmaal eigenwijzer dan het ander, dat hoeft een arts Ardianto echt niet te vertellen. Leo belt aan bij het ouderlijk huis van Abdel.
Abdel doet open, en stelt zich voor. Ook vraagt hij of de heren hun schoenen uit willen doen, wat ze meteen doen. De moeder van Abdel,Esma geheten, heeft heerlijke mintthee gezet, met tal van honingzoete lekkernijen. Fatih, de vader van Abdel, zit naast Leo en Ardianto op de bank. Hij lacht vriendelijk, alsof hij bij het gesprek betrokken is. In werkelijkheid heeft de goede man wel iets anders aan zijn hoofd danweer dezelfde vragen die gesteld worden aan zijn zoon Abdel. Wàt hij aan zijn hoofd heeft blijft voor mij een raadsel, de man is één en al vage onduidelijkheid, maar verder geen kwaad woord over Fatih. Abdel vertelt hetzelfde verhaal dat hij inmiddels al keer op keer heeft verteld: Dat hij de dader niet gezien heeft. Inmiddels is Abdel al meerdere malen op TV en radio geweest. Hij heeft er zelfs een sponsor aan overgehouden; een bedrijf in universele stofzuigerzakken. Er gaan zelfs geruchten de ronde dat Abdel in een TV reclame komt, samen met zijn idool Robert Gesink, maar dat is nog niet in kannen en kruiken. Ardianto heeft het idee dat hij en Leo een beetje voor lul naar Zotterdam zijn gereden: Wat Abdel vertelt wisten ze al.
Opeens breekt Abdel door de gedachten van Ardianto heen: Hij herinnert zich iets. Op de avond van de zoutzuuraanval op zijn vrienden, is hij in de polder net voor Zotterdam ingehaald door een kerel: Een hele grote dikke kerel in een strak zwart lederen overall op een zwarte scooter. Jje kon zijn gezicht niet zien door een zwarte kap. Abdel heeft nog een tijdje uit de wind achter de scooter gereden, maar moest na een paar kilometer afhaken, omdat de scooter èrg hard reed. Abdel probeert zich de cijfers en letters op de nummerplaat van de scooter te herinneren, maar dat is teveel gevraagd. Of dit de dader is weet Ardianto niet, maar het zou zo maar kunnen. ”Leo, geef zijn signalement door aan de politie, ze moeten naar hem uitkijken. Als hij de dader níet is meldt de man zich vanzelf. Zoniet, dan is dit de dader, althans de kans is dan groot. Abdel komt enthousiast met een plan, waar hij lang over heeft na lopen denken. Ardianto en Leo zijn één en al oor, terwijl vader Fatih glimlachend zijn hoofd schudt en zegt: “Die domme jongen van mij altijd grote mond, en veel fantasie”.
Abdel negeert zijn vader en vertelt: ”Het is ons wel duidelijk dat die morbide scooteridioot het gemunt heeft op jongeren. Hij moet vol haat zitten. Als ik mij nou eens bij een TV programma als Netpanty, ik bedoel Netwerk, uitspreek over hoe ik over die dwaas denk, en hem min of meer probeer uit de tent te lokken?”. Verwachtingsvol kijkt het wielertalent Ardianto aan. Die zegt: ”En hoe denk je hem uit de tent te lokken, Abdel?”. “Door te zeggen waar ik altijd mijn trainingsronde doe, en dat ik niet bang voor hem ben, iets van dien aard”. Ardianto kijkt Leo aan, die een schaal vol zoetigheid in gelijkmatig tempo leeg eet. “Ik zal er over nadenken Abdel, je hoort snel van mij, en heel veel beterschap voor je vrienden in het ziekenhuis. Weet je trouwens of die de dader hebben gezien?”. “Jusuf vertelde dat de dader heel dik was, ongeveer twee meter lang. Op zijn scooter zat aan de voorkant zo’n rood lampje, die van links naar rechts beweegt. “Zoals die in de Knightrider, je weet toch?”. Ardianto zet zijn zwarte hoed schuin, omdat die de neiging heeft steeds recht op zijn schedel te rusten, en merkt op: ”Dat moet haast wel de kerel zijn waarachter jij uit de wind reed dus”.

In de Mini Cooper (het wordt toch tijd dat ik wat geld krijg voor de reclame die ik maak voor de Mini) vraagt Ardianto zich af waarom zo’n opvallend figuur als de scooterreus nog niet gepakt is.
Leo heeft een enorm harde pik in zijn broek. Dat krijgt hij altijd als hij heel veel zoetigheid eet en van sportdrankjes. Hij hoeft er niet eens geil voor te zijn, het zit, zoals nu naast de Ardianto die de zaken hardop overdenkt, alleen maar in de weg. Het zou zomaar kunnen dat Leo in een vorig leven Sultan was. Die aten veel zoetige lekkernijen om de potentie hoog te houden, en hun harem rustig. Zo ziet u maar: Soms kun je maar beter niet van het ene leven naar het andere overstappen.
Wie zou dat geintje eigenlijk bedacht hebben, dat reïncarneren? Ben je eindelijk een beetje aan je leven gewend, ga je hartstikke de pijp uit, en kan je opnieuw beginnen. Wat een gedoe. En ervaring heb je ook niets aan, want je bent alles vergeten, nou, bijna alles. Ik weet bijvoorbeeld nog dat ik in mijn vagina aardappelen de grens over heb gesmokkeld uit België, ten tijde van de Hongerwinter. Dat was echt geen pretje; die Belgische boeren stonden je Goddomme gewoon uit te lachen, als ik moeilijk onder mijn rok stond te doen met een zelf uit de klei getrokken Eigenheimer.En helpen ho maar.Misschien dat ik om deze reden de Vlaamse frieten laat voor wat ze zijn. Dus het is niet zo dat ik niet in reïncarnatie geloof. Zeker niet. Ik geloof er juist heel erg in. Misschien ben ik er wel het meest van overtuigd dat mens en dier reïncarneren. Wat ik nu ga opschrijven is eigenlijk het harde bewijs dat wij allen reïncarneren. Let goed op, want het is echt het laatstedat ik kwijt wil over reïncarneren. Op deze manier haalt het alle spanning uit dit verhaal. Maar goed,als je als een ouder iemand terugkomt, we noemen ze ook wel opa of oma, dan is dat veelal vervelend.Als het niet vervelend is dan heeft u geluk gehad. Ze zijn dan rimpelig en hebben iets aandoenlijks. Als een baby geboren wordt heeft die dat ook: Langzaam gaat de baby er jonger uit zien. Later in diens leven gaat ie er weer ouder uit zien. Ja, een cirkel, leuk en bovendien onzinnig. Ik ga snel verder met ons verhaal.
Ardianto zet het raampje op een kiertje. Er hangt een vreemde geur in de auto. Hij is niet voor niks detective en denkt de geur van een lul te ruiken, maar hij vind het beschamend zijn collega te vragen of die het ook niet een heel klein beetje naar lul vindt ruiken. Het maakt de rit er wat minder aangenaam door.

Title: De Scooter Reus (Detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Evert Zatzaad zit, zoals eigenlijk bijna iedere dag na het avondeten, op zolder in zijn huis te Broek van Holland op zijn dwarsfluit te oefenen.Hij doet dit al jaren en, het moet gezegd, hij is een talent in het volhouden. De klanken die hij de wereld in fluit zijn ronduit beroerd en niet te nassen.
Hij heeft dezelfde zwarte bos haar als Frank Zappa in de tijd dat hij tegen heilige huisjes aantrapte met zijn Mothers. Ook heeft Evert een even mooie snor vergezeld van een sik, zoals Zappa die ook aan zijn bek had hangen. Andere overeenkomsten tussen de gitaarlegende en Evert zijn, dat ze het- zelfde postuur en lengte het leven doordragen dan wel droegen, de prachtige grote neus is identiek, de volle lippen en de ogen zijn gelijk en de kinderen van Evert lijken als drie druppels water op elkander. Dan heb je de overeenkomsten wel zo’n beetje gehad. Je kan wel stellen dat ze verder totaal niet op elkaar lijken, Frank en Evert, Zaadgraat en Zappa. Als Evert net lekker in zijn rotgeluid zit, klopt diens oudste zoon op de deur en doet open. Evert stopt met het verkrachten van zijn dwarsfluit en zegt geïrriteerd: ”Wat moet je Dweezle, stuk gemalen poppenstront, onbelangrijk rot wezen dat je d’r bent”. “Mama vraagt of u beneden wilt komen”, zegt de sullige jongen. “Pleuris hoer”, zegt Evert terwijl hij achter Dweezle aan de trap afloopt. Beneden vraagt Adelaide, de mooiste vrouw van het Westelijk halfrond, of hij er bezwaar tegen heeft, als ze hem, mèt de kinderen, verlaat. Evert denkt na. Hij beseft dat hij de mooiste vrouw van het Westelijk halfrond heeft, die bovendien heerlijk kan koken, altijd zin heeft in
seks, waar ze ook nog erg bedreven in is. Tijdens de seks denkt ze ook aan hem, en niet alleen aan zichzelf. Ze heeft keurige kinderen grootgebracht zonder Evert daar teveel bij te betrekken. Haar ouders zijn vriendelijke mensen die op sterven na dood en steenrijk geworden zijn,dit laatste door hun gezamenlijke uitvinding van het stomazakje-zonder-condens. Evert kijkt zijn vrouw aan en zegt, kortweg,”nee” . Vervolgens gaat Adelaide de keuken weer in, om een heerlijke bak koffie te zetten. Als Evert al weer half de veel te stijle houten trap op is gelopen, roept Adelaide hem weer. Woest loopt hij weer naar beneden en schreeuwt, daar aangekomen: ”Wat is er nou weer? Je kunt nog niet pissen zonder mij, nutteloos gevaarte”. Met een rood blosje op haar prachtig mooie wangen, vraagt Adelaide of Evert zijn lul wil laten zien. Evert haalt zijn lul uit zijn broek en vraagt, geïrriteerd tot op het bot, of ze plannen heeft een coltrui te gaan breien voor het opperwezen tussen zijn dijen. Zijn vrouw antwoordt niet, neemt zijn ongewassen snikkel tussen haar lippen en vult de tijd die ze op de koffie moet wachten nuttig in. Na het oud-nederlandse zaklegen, met enorm gekreun en krampjes in zijn wenkbrauwen van het lekkere klaarkomen, gaat Evert de Nigeriaanse herdershond uitlaten. Hij moet wat voor de kost doen. En de hond in de zilte zeelucht uitlaten is dan zo gek nog niet. Dat hij vergeten is zijn kop leut leeg te drinken, is wel weer een beetje een smet op zijn verder goede leventje.

Title: De Scooter Reus (Detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Aan de horizon ziet Evert een groot Iraans marineschip varen. Hij ziet natuurlijk niet dat het een marineschip is van Iran, maar hij ziet wel dat het geen drijvend luchtbed is met daarop een verdwaalde toeriste. Vandaar ook dat hij naar het schip wuift. Dat zou hij naar een schip uit Iran nooit en te nimmer doen. Op het schip staat de jonge marinier Memed door zijn verrekijker naar de kust van Libië te kijken, althans, dat denkt de goede man. Als hij wist dat het de kust van Nederland was, zou hij naar de kapitein gaan en aan de dronkaard melden dat ze uit koers lagen. “Bij Allah, daar loopt Frank Zappa, die was toch gestorven aan prostaat kanker?”. Hij schudt zijn hoofd en zegt tegen de overvliegende meeuwen: ”Die Amerikanen nemen ook altijd iedereen in het ootje, je krijgt een hangzak van die gasten”. Hij loopt naar zijn hut dit verhaal uit.

Evert denkt aan een interview dat hij die ochtend op de radio heeft beluisterd met een duo dat geen furore maakte omtrent de eeuwwisseling, de Krimpo’s geheten. Wat dat woord betekent weet hij ook niet, en kan hem ook geen reet schelen. De Krimpo’s maakte de muziek die het wilde; elektronisch, noise, gitaar en soms een mix van deze ellende.Ze brachten wat tapes en Cd’s uit.De laatste, bijna dansbare, cd had zelfs een oplage van tien, vertelde één der Krimpos trots aan DJ Rotvervelend. Het bleek dat de Krimpo’s tijdens het interview paddo’s hadden gebruikt, wat hun antwoorden er niet beter opmaakte. Evert haat muzikanten die drugs gebruiken. Dat is de reden waarom hij met Adelaide is getrouwd, die bleek ook niet van muzikanten te houden die drugs gebruiken. Maar op piloten die stijf onder de chemische genotmiddelen zitten is het echtpaar verzot. Dan passeert Evert, zijn plasser lostrekkend van zijn gulp doordat die plakt van de blow-job een stukje naar boven in dit verhaal, het huis van Daniel Pruttelkoorts. Evert heeft wel zin in een verzetje. Hij haat die dikke vette randdebiel als zijn schoonzoon. Niet dat zijn dochter al een vriendje heeft, maar hij weet zeker dat hij die verdomde schoonzoon even veel zal haten als die dikke klootzak.
“Hé, ranzige vetzak, lig je weer aan dat zielige piemeltje van je te trekken?”, vraagt Evert, lachend om zichzelf, wat blijk geeft van een goeie grap want als je zelf niet om de door jou gebrouwen grap kan lachen zal hij wel niet leuk zijn en moet je al helemaal niet van andere mensen verlangen dat die wel om je grap kunnen lachen. Laat staan in een deuk liggen. Daniel schrikt op van die stomme Turk. Hij is in de veronderstelling dat Evert een Turk is, een stomme. Hij stond net weer te oefenen op zijn groet voor Snorretje Hakenkruis. Zo hebben wij allemaal onze boeiende bezigheden.
Daniel, die voor de Duvel en zijn ouwe moer niet bang is, loopt naar de voordeur aan de achterkant van zijn huis. “Wat mot je,uitkeringstrekker?”, vraagt Daniel, die zelf nog nooit gewerkt heeft en leeft op het geld van de staat. De spottende blik van Evert verandert in een geschrokken blik: “Die leren overall, daar hadden ze het over op televisie, Daniel die dikke mafketel is de Scooter reus”.
Verbaasd kijkt Daniel naar Evert, die de benen neemt. Hij gaat de politie bellen. Dan krijgt Daniel door waarom Evert de benen neemt en gaat in de achtervolging. De strakke broek die Evert aan heeft helpt niet bij het rennen, en zijn teenslippers al helemaal niet. Er leuk uit zien heeft zo zijn nadelen, ervaart Evert als een grote klauw hem bij zijn col pakt en hem naar achteren trekt.
“Pak hem”, gilt Evert angstig naar zijn Nigeriaanse herder, die omkijkt en er verder niet over wil nadenken wat zijn baas aan het doen is. Zijn baas rukt zich los van Daniel, maar die grijpt de enkel van Evert, waardoor die met zijn kin op het trottoir belandt. “Ik trek je ruggengraat aan barrels, etterbak”, schreeuwt Daniel met een rood hoofd terwijl hij op de rug van Evert aan diens hoofd aan het trekken is, alsof hij de dop niet van de fles afkrijgt. Terwijl Evert haast de moord steekt denkt Daniel na wat hij eventueel met het lijk van Evert gaat doen. Ja dames, zo ziet u maar, er zijn mannen die twee dingen tegelijk kunnen doen. Langzaam verliest Evert zijn bewustzijn.
Een krakerige stem komt uit het donker: ”Wat bent u aan het doen meneer?”. Daniel kijkt verschrikt om. Een oude kerel staat verbaasd te kijken. Snel gaat Daniel van de rug af van Evert, draait diens lichaam op de rug en doet alsof hij mond-op-mondbeademing toepast, hopend dat het oude mannetje een eind opmietert. Maar het mannetje komt er bij staan. “Ik ben blij dat er mensen zijn die elkaar helpen in deze ruwe tijden”, zegt het oude mannetje vriendelijk. “Hij word niet echt wakker he? Ik zal de ziekenwagen even gaan bellen”, zegt het mannetje. “Wat moet ik nu doen?” denkt Daniel, en breekt per ongeluk de nek van Evert. Nu heeft hij echt een groot probleem, het staat hem tegen het oude mannetje dood te slaan. Hij kijkt naar het oude mannetje dat langzaam op weg is naar zijn huisje. “Misschien zat die oude kerel wel in het verzet tegen de Duitsers”, denkt Daniel. Woest laat hij het dode hoofd van de arme Evert los en rent op het kereltje af en tilt hem op.
Hij werpt het mannetje hard tegen een muur aan. Het blijft levenloos liggen. Nu moet Daniel wegwezen, de politie zal er zo aankomen en achter zijn identiteit komen. Hij is zeer slecht bezig geweest. Even later rijdt Daniel weg op zijn zwarte scooter, met in een rugzak glazen flesjes, gevuld met zoutzuur. De oorlog kan beginnen.

Title: De Scooter Reus (Detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Terwijl Daniel die nacht een spoor achterlaat van mensen die verminkt worden door zijn zoutzuur, is hij het spoor nu helemaal bijster en gooit zijn flesjes zoutzuur tegen zo’n beetje iedereen aan die hij passeert. In zijn lelijke kop is er iets geknakt; hij is nu in de volle overtuiging dat iedereen die hij tegenkomt goed was in de Tweede Wereldoorlog. De politie is overal net te laat bij.
Na een tijdje loopt er niemand meer op straat, iedereen zit voor de buis.Niemand durft meer naar buiten. Daniel besluit in een Duitse bunker te schuilen. Ik zei dat er niemand meer de straat op durft, maar dat geldt voor wandelaars en fietsen. Hele hordes auto’s met gewapende mensen rijden wel rond, door heel Nederland, op zoek naar de scooterreus. Abdel is waarschijnlijk de enige fíetser, die rondrijdt met een mes in zijn koersshirt. Dat zal waarschijnlijk voor niks zijn, maar dat weet Abdel natuurlijk niet.
Ardianto en Leo zijn inmiddels aangekomen in nachtelijk Broek van Holland. Ze zijn zenuwachtig. Overal zijn er verminkte, en hier twee dóde mensen gevonden. Ze zouden dolgraag de dader vinden, maar ze zijn helaas geen superhelden. Die zouden de scooterreus allang in het gevang hebben, nog voor hij iemand verminkt zou hebben. Nederland is al veranderd in een onoverzichtelijk zooitje, maar tot de dag van vandaag had niemand kunnen denken dat Nederland nòg onoverzichtelijker kon worden.
Al snel leidt het spoor naar het huis van Daniel. Ardianto en Leo hebben de identiteit van de scooterman te pakken, en mèt de speurneuzen heel Nederland. Ardianto besluit een stukje langs het strand te gaan wandelen. Even zijn hoofd op orde brengen. Leo gaat bij de buren van Daniel wat vragen stellen.
Ardianto houdt van de zee. Zeker als, zoals nu, de zon langzaam uit de horizon tevoorschijn komt. Voor het eerst in zijn leven voelt hij zich eenzaam. Zou die enorme plas golvend water dat bij hem naar boven halen? vraagt Ardianto zich af, zich verbazend over zijn eigen gevoelens. Hij staart naar een vuurtoren. Maar wacht eens even, dat is geen vuurtoren, die heeft geen rood licht.
Het is het lampje in de scooter van Daniel, die voor een Duitse bunker staat. Ardianto realiseert zich dat de scooterreus daar in die bunker zit. Hij zet zijn eenzaamheid opzij en sluipt op de bunker af, met zijn revolver in de aanslag. In de bunker zit Daniel tegen een muur aan te slapen, naast een kaarsje dat deels zijn enorme lichaam verlicht. In zijn hand heeft hij een flesje zoutzuur zonder dopje in de aanslag voor mogelijke indringers. Ardianto ziet Daniel zitten. Als hij de kolos wakker maakt, weet hij dat ie meteen zoutzuur zal gooien, dus hij moet het flesje zien te pakken. Heel voorzichtig, op kousenvoeten met schoenen aan, sluipt hij op Daniel af. Ardianto is voor het eerst in zijn leven bang. Nog even en hij weet hoe het is om emoties te hebben!… Vrij makkelijk haalt hij het flesje zoutzuur uit de hand van Daniel, die diep lijkt te slapen. Ardianto zet het flesje op de betonnen grond neer en zet zijn revolver op de slaap van Daniel. Het allerliefst zou hij schieten, en daarná vragen aan Daniel zich over te geven, maar hij kiest ervoor heel hard te schreeuwen, met een door de angst net te hoog stemmetje. ”Politie, handen omhoog”. Daniel is niet onder de indruk. Daniel is namelijk hartstikke dood door een herseninfarct. Ardianto zucht, en is erg blij dat niemand zijn hoge stemmetje heeft gehoord. Hij gaat naast de dode Daniel zitten en denkt na. Echt spannend was dit niet. Althans, voor het einde van een film of een goed boek zou dit niks zijn. En als verhaal voor de pers komt hij er als held ook niet echt sterk uit. Ardianto gaat weer staan en trekt zwartleren, beetje verwijfde handschoen aan. Dan haalt hij wat flesjes uit de rugtas van Daniel en gooit die één voor één tegen de muur bij de ingang van de bunker. Dan loopt hij daar naar toe, pakt zijn revolver en schiet een aantal keer op Daniel’s lichaam. Nu is het net of Daniel hem heeft aangevallen en Ardianto de flesjes heeft ontweken. Niet helemaal eerlijk, maar wie heeft gezegd dat de wereld oprecht is?

Ardianto komt er weer uit als de grote held, en daar doet hij alles voor…..Title: De Scooter Reus (Detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza

 February 6, 2013  Posted by at 18:37 Pieters Proza 1 Response »
Feb 052013
 

Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza “Als je haar maar goed zit baby, dan zit alles oké”, klinkt de hit van Spargo door de Vaagse villa.
Eigenaar van de villa Cliff Lee word wakker in zijn waterbed van de muziek.
Geïrriteerd stapt Cliff zijn bed uit, en loopt naar de huiskamer met open keuken.
In de keuken staat een mooie vrouw vrolijk een uitgebreid ontbijt te bereiden.
“Wie ben jij”, schreeuwt Cliff tegen de geschrokken vrouw.
Ze laat de koekenpan met eieren op de plavuizen vallen.
De vrouw weet niet wat ze moet zeggen, en begint te huilen, ze dacht de man van haar leven gevonden te hebben , maar de Cliff die haar nu verwilderd aankijkt, is niet de Cliff die haar gisteren zo galant versierde in Grand Café Petit, en daarna de Hemel in bevredigde.
“Pak je kleren en wegwezen, ik moet aan het werk”.
De vrouw pakt haar kleren, en verdwijnt huilend Den Vaag in.
Na een deel van het heerlijk ontbijt opgegeten te hebben, loopt Cliff naar zijn atelier, die aan zijn huis grenst. Cliff is een internationaal gewaardeerd kunstenaar.
Hij schildert sokken, altijd zwarte sokken, een hit.
De zwarte verf vermengd hij met zijn zaad, iedere ochtend spuit hij zijn spul een pot zwarte verf in, niet dat je enig effect in zijn werk van de mengelmoes terug ziet, maar Cliff heeft het idee dat het hem geluk brengt. Deze ochtend duurt de bereiding wat langer, door de wilde nacht waarschijnlijk.
Onverschillig komt Cliff klaar in de pot zwarte verf, en zet de lijnen voor weer een sok op een groot doek.
Drie doeken later, ruikt Cliff een enorme urine lucht, hij moet bijna kotsen.
Als hij zich omdraait, schrikt hij zich bijna een hartverlamming.
Er staat een dikke, niet al te grote kerel in kleding die in de tijd van Rembrandt van Rijn modieus was. Sterker nog, Rembrandt staat daar, vergezeld van heel veel vliegen, hij stinkt zo naar de zeik.
“Dag heer Cliff, het leek mij leuk eens te kijken hoe men schildert in deze tijd”.
Cliff wordt rood, in de eerste plaats om zijn werk, waarvan hij weet dat het slecht is, maar het verkoopt en maakt hem rijk, en in de tweede plaats omdat hij naakt voor de grootmeester Rembrandt van Rijn staat. Zou hij gezien hebben hoe ik mij aftrok, denkt Cliff, die echt niet weet wat hij moet zeggen.
Rembrandt bekijkt wat doeken, en kijkt van de schilderijen naar Cliff.
“Wilt u iets drinken meneer van Rijn”, vraagt Cliff, mede om de aandacht van Rembrandt af te leiden van zijn werk.
“Nee dank u hartelijk, als geest hoef je niet te drinken en eten, je figuur blijft altijd hetzelfde, het is best vreemd waarom ik nog een anus heb, want daar komt ook niks meer uit”.
“Maar verdiend het een beetje, die sokken van u”.
“Ja hoor, ik kan alles kopen wat mijn hartje begeert, Meneer Rembrandt”.
De oude grootmeester kijkt Cliff bedenkelijk aan, en vraagt dan, “kunt u ook schilderen wat uw hartje begeert”.
Hierop heeft Cliff niet direct een antwoord, de vraagstelling komt nogal hooghartig over, maar goed het is wel Rembrandt die de vraag stelt, zeker niet de eerste de beste lamlul.
Inmiddels heeft Cliff een shawl omgedaan, die hij tot over zijn neus heeft getrokken, de zeik lucht is niet harden. Cliff kijkt naar Rembrandt die wat aan zijn zak krabbelt en verveeld door wat tekeningen kijkt. Cliff zou wel eens een slaatje kunnen slaan uit dit geestelijk bezoek van de grootmeester, als hij hem nou eens vraagt om wat schilderijen in zijn atelier te maken, die kan hij dan voor heel veel geld verkopen, hij zou dan zelf wat minder commercieel werk kunnen gaan maken, werken die hij echt wil maken. “Meneer van Rijn als u wilt mag u wel wat schilderen”.
De schilder draait zich om naar Cliff en zegt,”en ik ben gekke Eppie zeker”. Ik ben van alles op de hoogte hoor, en ik geniet ervan, met volle teugen, voor kapitalen gaan zelfs mijn mindere doeken de Aarde over, hangen overal, wat wil ik nog meer, dit had ik niet kunnen dromen”, maar ik ga hier geen werk staan maken, wat denk je wel”.
“Ik ben hier om eens lekker wat te praten”zonder bijbedoelingen, met een schilder van deze tijd”.
“Zo kwam ik ook geregeld bij Vincent van Gogh langs, toen hij nog in leven was”.
“Nu kom ik hem niet zo vaak meer tegen, hij schijnt veel in het naar hem vernoemde museum rond te dolen”.
Cliff is niet echt een man van gezelligheid, alles doet hij uit strategie, hij wil zijn sokken verkopen.
Veel geld verdienen, met mooie vrouwen vrijen, die dumpen, hij moet ergens zijn onvrede kwijt, dat haalt hij uit het dumpen van vrouwen, waar zijn verdriet vandaan komt weet hij niet, en dat hoeft hij ook niet te weten. Maar de gezelligheid die de naar zeik stinkende dikkerd hem schenkt hoeft wat Cliff betreft niet zo nodig. Stel dat Rembrandt van plan is iedere dag op bezoek te komen, hij zou niet meer kunnen schilderen van de stank die de man met zich mee draagt.
En dat af kraken van zijn werk, kan hij niet echt waarderen.

Alsof Rembrandt de gedachten van Cliff heeft kunnen lezen, verdwijnt hij weer in het niets.
Nu maar hopen dat hij weg blijft, denkt Cliff.
Hij kijkt op zijn Rolex, en ziet dat hij zich moet douchen, die avond is hij te gast bij het televisie programma,”Zeggen niet Praten”.

Ardianto AKA De zwarte hond geniet van een vrije dag, na de zaak met het roestige spook, en de hectiek omtrent zijn Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza persoon en dat van zijn collega Leo Zonderhart is er nu weer wat tijd voor zijn hobby, zijn postzegel verzameling. Hij heeft stapels zorgvuldig gesorteerde postzegel boeken in zijn boekenkast staan, met daarin alleen rode postzegels. Een zaak van vertrouwen, want Ardianto is kleurenblind, dus moet hij erop vertrouwen dat de postzegels die hij aanschaft wel rood zijn.
Hij heeft contact met postzegelhandels over heel de Wereld, iedere dag komt er wel een pakketje rode postzegels binnen, nu is Ardianto de pakketjes aan het uitpakken, en de postzegels sorteren, een aangenamer bezigheid kan hij zich niet wensen.
Wat hem betreft mogen ze nog wel even wachten met moorden.

Leo Zonderhart geniet ook van zijn vrije dag, dan luistert hij het liefst naar de muziek van de Belgische grootheid Guido Belcanto. Leo heeft zijn echtgenoot Ben op boodschappen gestuurd, die heeft een hekel aan de heteroseksuele liedjes van de Vlaamse chansonnier.
Die luistert naar de Toppers, en in de oren van Leo naar andere doffe ellende zonder klasse.
Nee doe hem maar de goeie liedjes en de prachtige stem van Belcanto.
“Het is soms goed jezelf te vergrijpen, er is maar een ding dat er aan schort, ik kan mezelf helaas niet pijpen, ik kom vijf centimeter te krot”, zingt Belcanto de kamer vol.
Wat Leo betreft mogen ze nog wel even wachten met moorden.

Die avond zit Dirck Pintjespis in zijn caravan op camping Het benenbos, in de bossen van Mannenborst naar televisie te kijken.
Dirkck is kunstenaar, maar al een tijdje maakt hij geen schilderijen meer, sinds hij door huurachterstand zijn huis uitgezet, heeft hij geen ruimte meer om te schilderen, en hij heeft overigens nog nooit een doek verkocht.
Het programma, Zeggen niet praten, begint.
Fokelien Smeerstra kondigt aan wie de gasten voor vanavond zijn.
Ze heeft een stel stevige borsten denkt Dirck.
Als hij hoort dat zijn oud kunstacademie genoot Cliff Lee te gast is, rochelt hij op zijn beeldbuis, een vlijm loopt over het beeld. Wat haat hij die verwaande klote schilder van een Cliff Lee.

“Welkom Cliff Lee, wat kunnen wij verwachten in uw aankomende expositie, in Museum Neem de tijd te Den Vaag”.Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza
“Sokken natuurlijk dom wijf, die oetlul kan niet anders dan sokken schilderen, het lamlendig schlemiel”, antwoord Dirck net even voor Cliff.
“Ik ga een hele serie nieuwe werken van sokken exposeren”, antwoord Cliff.
“Zie je wel die kut kan niet anders, dat deed hij op de academie al”, tiert Dirck voor de buis, alsof hij ook een rol speelt op de buis.
Terwijl Fokelien haar vragen stelt, en Cliff ze beantwoord, wordt Dirck steeds bozer, zijn hele televisie zit inmiddels onder de rochels.
Dan komen twee andere kunstenaars uit Schiedam aan het woord, een man en een vrouw, ze noemen zich SAGE, ze vertellen over hun werk. Ze maken onder anderen experimentele beelden met letters. Dirck veegt met een mouw de beeldbuis wat schoon, hij vind het werk dat SAGE maakt erg interessant.
Cliff lijkt niet echt te luisteren naar zijn Schiedamse collega’s, hij denkt wat aan de ontmoeting met Rembrandt van Rijn, en hij geilt wat op de borsten van Fokelien.
“Ja klootzak nu moet je opletten, dan kun je wat leren met je sokken en je wezenloze zaadbek, vuile zonnebank hoer die je der bent”,schreeuwt Dirck Pintjespis verfijnd als een blinde chirurg.
Dirck gaat nu voor zijn televisie staan, alsof hij de aandacht van de mensen op zijn televisie wil trekken. “kom dan kuttekop, ik sla je voor je murf vuile tyfuslijder, hier een uppercut en een leverstoot op de koop toe”. De strijdkreten van Dirck gaan vergezeld van boksbewegingen.
Dan zakt hij door de benen, hij heeft per ongeluk op zijn zaad reservaat gestoten. Zijn hoofd loopt rood aan, hij vergaat van de pijn, terwijl Fokelien Smeersma het programma afkondigt, en alle kijkers een fijne avond wenst. “Sterf maar, kreunt Dirck.
Als hij weer normaal kan ademen zonder sterretjes voor zijn ogen, loopt hij naar de stereo, en zet een CD op van DJ FFF die Nederlands meest heftige breakcore maakt, zijn hit, The Smell Of Urine After Eating Asparagus, beukt met de harde snelle beats door de caravan. Dirck is gek op de muziek van DJ FFF, en bezoekt regelmatig diens optredens, al voelt hij zich meestal een pedofiel, omdat hij minstens de vader van de meeste bezoekers kan zijn, maar je moet er wat voorover hebben, ja toch.
In alleen een ooit witte slip danst Dirck door zijn caravan, en zingt op de maat van de beats,”Cliff ik ga je kop verbouwen”.

Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Cliff Lee is inmiddels weer thuis, terug van een vruchtbaar televisie optreden.
Hij ligt in bed, niet alleen, maar met Fokelien. Hij ligt met haar tieten te spelen.
Onderwijl denkt hij al aan de volgende morgen, deze dame kan hij niet zo op straat dumpen, dan kost hem dat de kop, met de populaire diva haar contacten zou hij mooi de lul zijn.
Dat gaat hij subtiel doen, hij gaat tieten Marie lekker gebruiken, om nog bekender te worden.
En ze heeft het druk, dus hij zal hij niet zoveel zien, zo kan hij veel lekkere wijven blijven neuken, en geeft hij Fokelien af en toe een beurt.
Fokelien geniet van de ervarenheid die haar lichaam betast, een waar kunstenaar met handen en tong, ze is nu al benieuwd wat hij met zijn lul kan.

Ardianto heeft zijn postzegels opgeborgen en leest een dikke biografie over het leven van de in 1975 vermoorde regisseur Pier Paolo Passolini. Ardianto heeft al diens films in de kast staan, en werd geïnteresseerd in Passolini’s werk, nadat hij las dat de regisseur het had opgenomen bij stakingen voor de politie. Passolini nam het voor de politie op, omdat zo zei hij, de politieagenten kinderen van arme arbeiders waren, dat raakte Ardianto. Passolini werd vermoord door een mannenhoer , Giuseppe Pelosi, en volgens Pelosi zaten er meer mensen achter de moord. Hij werd vermoord aan het strand van Ostia nabij Rome. Ardianto heeft plannen gehad uit te zoeken wie er nog meer achter de moord zaten, maar hij heeft het druk genoeg in Nederland.
Onder het lezen heeft Ardianto die gek is op elektronische muziek van Listentomerijn opgezet, het is erg bijzonder dat Ardianto van deze naar het schijnt Nederlandse artiest op vinyl heeft, er is namelijk verdomd moeilijk aan diens muziek te komen, daarbij maakt Listentomerijn ook niet veel muziek, althans hij brengt maar zelden wat uit. Volgens Ardianto zal hij wel een perfectionist zijn, net als hij zelf is, bescheiden is Ardianto dan weer helemaal niet, wat nog altijd hoger op de lijst staat dan vals bescheiden.

Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Leo is in tranen, Ben is niet terug gekomen van het boodschappen doen, wel heeft hij gebeld, dat hij
wil scheiden van Leo, omdat hij een ander heeft.
Leo ging door het lint, schold Ben verrot, en noemde hem een lafbek, hij verdiende het toch minstens dit allemaal niet door de telefoon te vernemen. Maar Ben verbrak beledigd de verbinding.
Nu luistert hij weer verder naar Guido Belcanto,”Meneer de psychiater zeg mij eens eerlijk uw gedacht, is er nog hoop of ben ik verloren voor het andere geslacht”, luidkeels zingt Leo deze woorden met Guido mee. Hij denkt erover de mannen voor de mannen te laten, en een vrouw te zoeken. Hij was altijd al het mannetje, heeft er nooit aan gedacht zich te laten nemen, wat overigens de reden kan zijn dat Ben die hem vaak heeft gevraagd even achter langs te komen, hem heeft verlaten. Hij had buiten dat hij er niks van moest hebben zich te laten nemen, ook last van aambeien die er al helemaal geen pleziertje van zouden maken, een beetje roeren in zijn kiertje.
Dus wat dat betreft moet het toch lukken met een vrouw, in zijn jeugd heeft hij buiten een flink aantal boerenknechten, ook heel wat meiden in het dorp gepakt .
Ja dat zou hij gaan doen, een vrouw zoeken, en dan samen met haar genieten van de romantische muziek van Guido Belcanto, dat zou prachtig zijn, en verplicht, als ze er niet van houdt, komt ze er niet in of op.

Het is ochtend, Fokelin Smeersma is net vertrokken, als Cliff weer aan het werk is in zijn atelier, alle ramen heeft hij open gezet, om de urine lucht die Rembrandt heeft achtergelaten uit zijn atelier te verdrijven. En het is echt niet warm, Cliff draagt zijn winterjas, en schildert rustig aan een paar roze sokken. De telefoon gaat. Cliff neemt op,” met Cliff Lee, roept u maar”, zegt hij vlot en goed gehumd.
“Goedemorgen, u spreekt met Joep Joris Stengelstra, ik ben een groot liefhebber van uw oeuvre, en wil graag langskomen om een aantal werken aan te schaffen”, zegt een onzekere edoch vriendelijke stem.
“Dat is altijd fijn om te horen Meneer Stengelstra, ik weet niet of het u schikt, en of u in de buurt woont, maar ik ben vandaag de gehele dag in mijn atelier”. “Dan ziet u mij over pak hem beet twee uurtjes verschijnen”, zegt de man opgelucht.
Als meneer Stengelstra de telefoon heeft opgehangen, wrijft Cliff in zijn handen,”zo die ga ik mooi een oor aan naaien die boerenlul” zegt Cliff hardop tegen zichzelf.
“Ik hoop maar dat die zeik lucht over twee uur verdwenen is”, mompelt Cliff.

Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Twee uur en tien minuten later gaat de bel.
Opgewekt loopt Cliff naar de bel, de urine lucht is verdreven, mede door wierook die Cliff aan heeft gestoken.
De ramen zijn weer dicht, zodat Cliff zijn winterjas verruild heeft voor een overal., snel smeert de schilder er nog wat verf aan, het overal was smetteloos wit, hij morst nooit, maar de klanten vinden het nu eenmaal interessant als een kunstenaar er als een kunstenaar uit ziet.
Hij zwaait de deur open, hij kent die norse kop, dat is….
Voor Cliff zich realiseert wie er voor hem staat, krijgt hij een klap tegen zijn kaak, met een aluminium honkbal knuppel, en gaat knock out.

Een paar uur later word hij met enorme pijn in zijn kaak wakker, zijn handen zijn op zijn rug gebonden, en zijn voeten zitten vastgebonden aan een zware kast. In zijn mond zit een vuile geitenwollen sok gepropt. Het lijkt erop dat hij in een caravan is.
Dan hoort hij zeggen,”zo lekker geslapen grote kunstenaar, hoe smaakt de sok, dat vind je toch zo bijzonder sokken”. Dan komt er een groot figuur voor hem staan,”Cliff kijkt omhoog, en ziet nu wie
hem ontvoerd heeft, het is dat stuk stront van de academie, Dirck Pintjespis.
Dirck trekt de vuile sok uit de mond van Cliff. Meteen wil Cliff vloeken, maar waarschijnlijk is zijn kaak gebroken, hij kan niet praten van de pijn, en zo te voelen liggen er ook tanden los in zijn bebloede mond.
Dirck kijkt grijnzend naar Cliff, “ik zit een beetje te dubben wat ik met je ga doen, je kop eraf hakken, verzuipen in het meertje verderop, of misschien gewoon in brand steken, heb ij misschien een origineler idee Cliff, misschien iets met sokken”, zegt Dirck treiterig op de dag waar hij van gedroomd heeft, de dag dat hij Cliff kan tarten, inplaats van andersom .
“Ik heb je gisteren op televisie gezien, bij hoe heet ze ook alweer met die dikke tieten, die zou ik wel een keertje willen douwen dat wijf”.
Ondanks de pijn in zijn mond, zegt Cliff met moeite,”Ik bheb haar geleukt”.
Dirck kan het niet goed verstaan, maar hij verstaat het net genoeg om boos te worden.
“Vuile klootzak, hier deze is voor jou en je neuk gerei”, en een trap beland tussen de benen van Cliff, die verkrampt van de pijn. Dirck spuwt net zo rochels in de weelderige rode krullenbos van Cliff tot hij geen speeksel meer in zijn mond heeft. “Wat zal ik blij zijn als ik je lijk kan gaan begraven, je bent een vuile vlek op de kunstwereld”, gromt Dirck.
Cliff denkt, dat is nog altijd meer, als helemaal niets betekenen in de kunstwereld.
Dirck zet een plaat op van DJ FFF, en plaatst de boksen naast Cliff, en draait de volume knop op tien, de beats dreunen door het lichaam van de kreunende Cliff, zijn zenuwen worden getergd.
Dirck zit op de bank, te kijken naar de contacten van Cliff in diens mobile telefoontje.
Heel veel vrouwen namen komen voorbij, bij iedere dame staat haar specialiteit in bed beschreven.
Dirck gruwelt ervan, dan komt hij op de naam van TV presentatrice Fokelien Smeersma.
Die kan heel goed rimmen (anus likken) staat erbij haar omschrijving. Dat is makkelijk als je de reet niet afveegt denkt Dirck. Hij drukt haar nummer in.
“Met Fokelien, dag lieverd wil je iets met mij afspreken”, klinkt een stem vrolijk aan de andere kant van de lijn. Dirck beeld zich in dat Fokelien dit met het stront van Cliff nog aan haar tong uitspreekt, er loopt een rilling over zijn rug. “Dag mevrouw Smeersma, u spreekt met Kobus landjuweel de assistent van de heer Lee, hij vroeg mij u te vragen om vanavond naar Het benenbos te komen, waar hij bezig is aan een muurschildering die hij aan u heeft opgedragen”.
“Wat enig, zeg hem maar dat ik er zo snel mogelijk aan kom”, zegt Fokelien opgewonden.
Na het adres door gegeven te hebben verbreekt Dirck grijnzend de verbinding.
Hij loopt naar de stereo en zet de muziek uit.
Trekt zijn broek naar beneden, schut zijn dikke plasser wat voor het walgend gezicht van Cliff, en zeikt hem helemaal onder.
Dan doet hij lachend zijn broek weer op hoogte waar hij het lekkerst zit, en zegt,”Zo jongen je moet wel lekker ruiken als je vriendinnetje straks langskomt”.
“Ik ga televisie kijken, hou jij je een beetje bezig Cliff, ik wil niet dat je anders doorverteld dat ik een ongezellige man ben”, na een knipoog klikt Dirck in zijn sas de TV aan.
Het NOS journaal begint net.
“De brandweer van Den Vaag is uren bezig geweest met het blussen van de Vila met atelier van beeldend kunstenaar Cliff Lee, het is onzeker of de kunstenaar is omgekomen bij de brand”, verkondigd een nazaat van Fred Emmer het nieuwsbericht.
Cliff Lee barst in tranen uit, alle zijn sokken in de brand.
Dirck lacht hartelijk.

Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Fokelien rijd in haar rode Porsche het erf op waar de caravan van Dirck staat.
Het nieuws van de brand is langs haar heen gegaan.
Ze loopt op hoge rode pumps en heeft een dikke bontmantel van wat ooit een vrolijke zwarte beer was naar de caravan, ze vraagt zich af waar Cliff de muur schildering maakt.
Als ze wil aankloppen zwaait de de open tegen haar hand aan, en land de vuist van Dirck op haar keurig opgemaakte gezicht.
“Welkom”, zegt Dirck terwijl Fokelien naar haar gebroken neus grijpt en klootzak schreeuwt.
Dirck trapt in de buik van Fokelien, die vergaat van de pijn en in haar string plast door de druk op haar blaas in combinatie met een ongezond portie angst. “Dirck trekt haar, aan haar arm de caravan in, en bind haar vast op zijn bed.
“Het wordt hier verdikkeme nog eens gezellig”, zegt hij.
Hij doet de slaapkamer deur dicht, en gaat wat eten.
Tot zover is hij dik tevreden, hij moet eerst maar eens de tijd nemen uit te denken wat hij met de tortelduifjes gaat doen. Eerst wil hij nog genieten van de gezelligheid in zijn caravan.

Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Drie dagen later is het land in rep en roer, de verdwijning van Fokelien Smeersma en Cliff Lee worden met elkaar in verband gebracht. Men denkt aan een ontvoering, maar er is nog geen losgeld gevraagd, en van de mogelijke dader ontbreekt elk spoor.
Adianto is opgeroepen, dit moet een zaak voor hem en zijn collega Leo zijn.
De Mini Cooper van Leo komt net bij het huis van Fokelien Smeersma vandaan.
Daar vonden ze niet veel bijzonders, buiten een collectie van polaroid foto’s gemaakt van mannen anussen. Zelfs Leo werd er misselijk van, maar ze vonden wel de behaarde anus van Cliff Lee, zijn naam stond er met marker op geschreven. Een spoor via een anus, mag redelijk uniek gevonden worden, in ieder geval kent het duo elkaar, wel een hele gore manier, maar en spoor is een spoor, nog net geen remspoor grapt Leo tevergeefs, want u weet, Ardianto lacht niet om grappen.
“Waarom zou Fokelien die vieze anus foto’s maken”, vraagt Leo zich bedenkelijk door zijn haar wrijvent af. “Al sla je mij dood Leo, het is dat we het moeten weten, maar eerlijkheid halve zou ik het liever niet weten”. Na onderzoek op het bureau in Den Vaag blijkt dat de meeste van de anus bezitters op de foto’s nog in leven zijn, of aan een natuurlijke dood zijn overleden, dus niet vermoord. Het was een naar onderzoek, omdat de meeste mannen getrouwd waren, en er nu heel wat huwelijkten op het spel staan, dat stopt niet met driehonderd, en er zaten heel wat bekende mensen uit de politiek en televisiewereld bij, dus carrières staan ook op het spel. De Nederlandse roddelbladen vieren hoogtij, en geven extra dikke specials uit met de ellende omtrent Fokkelien Smeersma en haar anus foto’s. Inmiddels is er ook nog aan het licht gekomen dat Fokkelien een voorliefde had voor rimmen, dus overal gaat ze over de tong als die hoerige stront likster.
En echt hoor, Fokkelien Smeersma was een gewaardeerd TV presentatrice, een beetje saai soms, maar altijd correct. Ook Ardianto en Leo waren bewonderaars van Fokkelien, en vinden het maar wat Jammer dat haar naam nu de stront in is gezakt door deze kwestie. Volgens Leo zou je haast gaan hopen dat Fokkelien dood gevonden word, het mens zou deze schande niet kunnen verdragen.

Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza En inderdaad, Fokkelien schreeuwt en jankt de hele caravan bij elkaar, als ze de nieuwsberichten hoort. “Maak mij af, alstublieft, schiet mij door mijn kop”, smeekt ze Dirck.
“Meisje toch, ik wil jou niet vermoorden, dan heb ik er allemaal geen plezier meer aan”, zegt Dirck als een vader die zijn kroost gerust stelt. Hij kijkt naar de lange benen van Fokkelien, haar tieten en haar bebloede gezicht, dat hem het meest opwind. Hij is in dubio of hij zich aan haar moet vergrijpen. Hij besluit van niet, hij kan haar altijd nog gebruiken als toilet papier, lacht Dirck om zijn morbide gedachten. Ïk ga even kijken hoe het met jou geliefde kunstenaar is”, tot strakjes.
Cliff Lee kijkt angstig naar Dirck, die met zijn armen over elkaar voor hem is komen staan.
Wat zou die psychopaat nu weer gaan doen.

Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Pippo Vulvani laat zijn oude Jack Russel Max uit over de camping.
Zoals iedere dag vier keer, voor de caravan van die verwilderde kerel die daar onlangs zijn intrek heeft genomen, staat naast de blauwe Chevrolet El Camino die er altijd staat een rode Porsche.
Zou dat de Porsche zijn van die ontvoerde Presentatrice, vraagt Pippo zich af, terwijl hij aan een uiteinde van zijn krulsnor draait. Hij onthoud het kenteken en gaat naar zijn caravan.
Zijn vrouw Nita wil iets tegen hem zeggen, maar Pippo zegt dat ze even haar muil een moment moet houden, hij wil het kenteken niet vergeten natuurlijk.
Hij schrijft het op, en zoekt op interview de pagina van Opsporing verzocht, hij vind het kenteken, het is die van Fokkelien.
Hij denkt na, met de telefoon in zijn hand. Maar legt de telefoon weer op de haak.
Zal hij die vrouw zelf bevrijden, het zou zijn stoffige leven glans kunnen geven. Een held heeft de Italiaan die als gastarbeider in de jaren zestig naar Nederland kwam altijd willen zijn. Misschien likt Fokkelien zijn poepertje nog wel even uit dan, hij moet lachen.
Zijn Nederlandse vrouw ziet haar man lachen en zegt,”zit je weer seks op internet te kijken, oude viespeuk, mij zal je nooit eens een keer een beurt geven, lamzak.
Pippo doet wat hij al vele jaren doet, hij negeert Nita volkomen.
Hij moet er niet aan denken op zijn vrouw te kruipen, het is inmiddels net of hij het met zijn moeder zou doen, en die is al jaren onder de Siciliaansegrond. Ze gaat maar spelen met de plastic leuter die hij haar op Valentijnsdag heeft gegeven, het stomme rund was er nog blij mee ook.
Hij heeft die klootzak die waarschijnlijk Fokkelien ligt te duwen, altijd al een keer een pak rammel willen geven. Toen Pippo een keer een praatje met hem wilde maken, negeerde de lul hem, en liep gewoon weg. Het stond vast, vannacht zou hij Pippo Vulvani een held worden, net voor zijn zeventigste verjaardag. Als het zou lukken, wat wel vast stond, zou hij terug naar zijn geboortegrond op Sicilië gaan, met een lekker wijf, misschien wel Fokkelien, die wil maar wat graag uit de publiciteit.

Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Dirck kijkt naar buiten vanuit zijn caravan, en schrikt, hij is helemaal de auto van Fokkelien vergeten.
Uit haar tasje grist hij de Porsche sleutels, en rijd de auto even later de camping af.
Hij zet de wagen een eindje verder langs de weg, stapt uit, na dat hij heeft gekeken of hij gezien is.
En loopt via het bos terug naar zijn caravan.
Hij maakt in de caravan de rechterhand van Cliff los, en zegt dat hij diens hand gaat lezen, omdat hij wil weten hoe diens leven af gaat lopen.
Cliff bibbert van angst, en smeekt of Dirck hem vrij wil laten, die TV hoer mag hij houden, niemand zal er iets van af weten, hij kan ook nog geld krijgen”.
Dirck kijkt Cliff aan,”Als jij zo kletst Cliffje kan ik jou hand toch niet lezen”en met zijn klomp gaat hij op de hand van Cliff staan en verbrijzeld hem zo. Cliff schreeuwt het uit van de pijn..
“Niet zo schreeuwen Cliff dat is nergens goed voor” , en met een knie op de neus van Cliff brengt hij hem dromenland weer in.
“Die zal geen sokjes meer kunnen schilderen, ik ben me er eentje”, zegt Dirck terwijl hij naar de kunstenaar kijkt.
Op de bank valt Dirck in slaap. Hij word wakker van geritsel, hij kijkt naar buiten, en ziet die Italiaanse klootzak aan zijn slot rommelen.
Dirck sluipt naar de deur, om vervolgens de deur ontzettend hard tegen het hoofd van Pippo te rammen.
Het bloed spuit uit de man zijn hoofd.
Maar hij blijft bij bewustzijn, en valt Dirck aan, er ontstaat een worsteling. Al snel komt Dirck bovenop te liggen, en mept in het gezicht van Pippo.
“Ik heb een hekel aan helden, helemaal als die oud en impotent zijn”. Schreeuwt Dirck.
Pippo zegt,”ik ben niet impotent”.
Dirck geeft Pippo nog een klap met een kei op diens hoofd en zegt,”nu ben je wel impotent”.
Aan de benen van de dode Pippo sleept hij hem de caravan in, en sluit de deur.

Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Nita die met haar Valentijns geschenk aan het spelen is, hoort geschreeuw dat van buiten komt.
Wat kan dat zijn, zou dat Pippo zijn die weer eens met iemand ruzie aan het maken is. Die denkt dat hij van de Maffia is. Ze haalt de plastic reserve penis van haar ontevreden clitoris, doet haar duster aan, en loopt naar buiten. Max het hondje ligt in zijn mandje, wat vreemd denkt ze, Pippo heeft Max altijd bij zich. Met een zaklamp loopt ze over de camping, na een tijdje ruikt ze een adembenemend urine lucht. Ze kijkt om zich heen, dan schrikt ze, een mollige vent met kleding uit het jaar nul, lacht haar vriendelijk toe. Als Nita van de schrik is bekomen vraagt ze, “wie hij is”.
“Ik ben Rembrandt van Rijn, en met welke schone dame heb ik de eer” antwoord Rembrandt.
“Ja natuurlijk, en ik ben de verlepte vagina van Marylin Monroe zeker”, zegt Nita.
Rembrandt negeert Nita, zoals Pippo dat  altijd deed.
“Mevrouw het is niet pluis in die caravan daar, u moet snel de politie verwittigen” en Rembrandt wijst naar de caravan van Dirck. Nita kijkt naar de caravan, daar woont toch die lekkere ruwe vent, Dirck heet hij geloof ik, die kleed haar altijd met zijn geile ogen uit”. Ze kijkt weer naar Rembrandt en zegt,”Politie dat lost Nita zelf wel op, en nou weg wezen vies urinoir”. Rembrandt wil Nita tegenhouden, maar bedenkt zich, niemand noemt hem urinoir.
Ze loopt op de caravan van Dirck af, en stopt even, op de tegels ligt bloed, vreemd.
Ze klopt aan. Dirck schrikt, hij is net bezig Pippo via de caravan vloer het lijk van Pippo op te bergen. Hij kijkt door het raampje, en ziet die blonde stoot van verderop staan.
Ze ziet hem ook, dus loopt hij maar naar de deur en doet open.
Nita bedenkt zich geen moment en grijpt in het kruis van Dirck, al knijppende loopt ze met Dirck die hier even niks op heeft in te brengen de caravan in.
Zo kerel jij gaat tante Nita mooi opbiechten wat jij hier aan het doen bent.
Dirck kan niks zeggen, van de pijn in zijn klote. Door de tranen die zijn zicht wazig maken, meent hij Rembrandt van Rijn te zien staan, die naar hem wuift. Zou hij gek aan het worden zijn.
Dan laat Nita met open mond de klootzak van Dirck los, als ze het lijk van Pippo ziet.
Iets dat ze beter niet had kunnen doen, want Dirck grijpt haar hals, en wurgt haar.
“Eeuwig zonde van zo’n mooie vrouw” mompelt hij hoofdschuddend.
Het begint aardig uit de hand te lopen, denkt Dirck als hij naar het dode echtpaar kijkt.

Title: Verf met bloed (weer zo´n zieke, sorry spannende detective) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Wat Dirck niet weet is dat de Porsche van Fokkelien gevonden is, en dat Ardianto en Leo op weg zijn naar de auto, die omringt is door politie.
Als Ardianto bij de Porsche is gearriveerd ontdekt hij dat er takjes gebroken zijn in wat struikjes aan de bosrand. Tegen Leo zegt hij dat die zijn zaklamp moet pakken, en hij mag niks tegen de politieagenten zeggen, die kunnen ze er niet bij hebben.
En even later lopen Ardianto en Leo in de richting van camping het Benenbos, waar de caravan van Dirck staat.
Als ze vlakbij de caravan van Dirck aankomen, vraagt Ardianto of Leo de zaklamp uit wil doen.
Ze pakken hun revolver, en sluipen naar de caravan.

In de caravan heeft Dirck, Pippo en Nita onder de caravan gegooid. Hij kijkt naar buiten, waar Rembrandt nog steeds staat. Als hij naar buiten wil gaan, om een praatje te maken met de door hem zo bewonderde grootmeester, ziet hij twee figuren met revolvers dwars door Rembrandt heen lopen, die zien de Middeleeuwer blijkbaar niet. Wat kan hij beginnen tegen twee kerels met een pistool.
Hij kijkt naar Cliff, die hem aan kijkt en moet braken.
“Viespeuk gilt Dirck tegen Cliff”.
In de slaapkamer heeft Fokkelien zich weten los te maken.
Ze zoekt in de kastjes naar iets om zich zelf van kant te maken, maar buiten onzedelijke blaadjes kan ze niks vinden.
Dan trapt ze de slaapkamerdeur uit zijn moeren, en rent de kamer in op de geschrokken Dirck af, onder haar aanval, weet ze de honkbal knuppel te pakken, waar mee ze loeihard uithaald op het voorhoofd van Dirck. Leo trapt gelijktijdig de deur van de caravan in.
Hij zegt tegen de meppende Fokkelien dat ze haar knuppel moet laten vallen. Verwilderd kijkt ze Leo aan, ze gooit de knuppel tegen diens hand, waar de revolver in zit, die door de knuppel afgaat, de verdwaalde kogel beland in de nek van Cliff.
Ardianto denkt er niet over Fokkelien neer te schieten, en probeert haar tegen te houden, maar struikelt over Leo. Fokkelien weet het revolver van in handen te krijgen. Ze schiet eerst op Ardianto, dan op Leo, en zegt,”vuile honden jullie zijn veel te laat, duwt dan de revolver in haar mond en schiet zich de getergde hersens uit het hoofd. Dirck komt bij uit zijn bewusteloosheid, met hoofdpijn waggelt hij over iedereen op de grond heen, en loopt naar buiten. “Aha daar ben je,”zegt Dirck s hij Rembrandt ziet staan, de zeiklucht maakt zijn koppijn er niet minder op.
“Vindt u die Cliff ook zo’n kut kunstenaar”, vraagt hij dan.
“Of hij een kut kunstenaar is weet ik niet, maar zijn werk was niet bijzonder”, antwoord Rembrandt dan. Ardianto die in zijn schouder is geraakt, bekijkt Leo, die gelukkig alleen in zijn bovenbeen is geraakt. Hij pakt zijn revolver en sluipt naar de buitendeur. Waar hij Dirck met een bebloede kop, in zichzelf ziet lullen. “Op de grond liggen met je handen op je rug” zegt Ardianto verbeten van de pijn in zijn schouder. Dirck kijk niet op of om, hij luistert naar Rembrandt die verteld waar een meesterwerk volgens hem aan dient te voldoen. Ardianto vraagt nogmaals of Dirck op de grond wil gaan liggen. Dan kijkt Dirck om, en slaat een arm over de schouder van Rembrandt van Rijn. Ardianto denkt dat hij een wapen wil pakken, en schiet Dirck neer. Rembrandt schrikt en maakt de benen, voor hem hoeft het allemaal niet meer op Aarde. Ardianto kan Rembrandt niet zien, en loopt op Dirck af, die zwaar gewond op de grond ligt. Hij roept ambulances op, en gaat terug naar de caravan, de urine lucht is niet te harden. Hij spreekt Leo toe, dat de ambulance eraan komt.

Weer een zaak opgelost, het had wat netter gekund, maar al oende leert men, dit geld zelfs voor onze held Ardianto.

 February 5, 2013  Posted by at 17:41 Pieters Proza No Responses »
Feb 042013
 

Title: Het roestige spook ( Voor ieder die van Detectives houdt, maar nog het meest voor degene die ze haat) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Bij de bekende fastfoodketen ”Freaky Wraps” begint dit nieuwe avontuur van detective De Zwarte wolf. Freaky Wraps is binnen drie jaar in elke Nederlandse stad in veelvoud aanwezig, sterker nog, Freaky Wraps heeft zich gelijk een dodelijk virus over Europa verspreid.Het grappige is dat bedenker en tevens eigenaar van Freaky Wraps een Nederlander is. Hij noemt zich Pete Sandcreek, maar in zijn paspoort staat de naam Jan Willem Pieter Zandvliet. (Lees ook Sint Pieter als u belieft)

Hij heeft het nu voor elkaar gekregen in Noord Amerika een paar Freaky Wraps van de bodem te krijgen en u zult het vast met mij eens zijn: de wraps bij Freaky Wraps zijn heerlijk.
Uit Mexico de Taco, Burrito en Enchilada, uit India de Chappati, uit Suriname de Roti-kip, uit Turkije de Durum, en de Hollandse pannenkoek. Elke wrap kan ook vegetarisch klaargemaakt worden. Een succesformule dus, waar Ot en Sien zitten te eten. Ot Navelhaar ziet er in zijn roze polo met opstaande kraag, gebruinde huid, en zijn haar vet achterovergekamd uit als een rijke student.
Beide is Ot niet. Hij is geen student maar een sjoemelaar die mensen oplicht, en het moet worden gezegd, de gladjakker is er een meester in. Zijn vader, naar wie hij is vernoemd, was een boer uit Drenthe, Hij is aardig bedeeld, maar moet niks van zijn zoon hebben, die hij steevast holtor noemt. Hij is er van overtuigd dat zijn zoon een poot is. De opa van Ot heet ook Ot en heeft model gestaan voor Ot, uit de beroemde verhalen van Hendricus Scheepstra en Jan Ligthart. Het buurmeisje van opa Ot was genaamd Sientje en stond model voor Sien,het vriendinnetje van Ot. Opa heeft er nooit een lieve duit voor mogen vangen, wel was hij verliefd tot aan zijn dood in de Tweede Wereldoorlog.
Hij,Ot de sjoemelaar, was verliefd op Sien, zijn buurmeisje, maar die viel op vrouwen. Opa kwam om toen hij een handgranaat in een Duitse bunker wilde gooien. Hij wierp de granaat in de bunker, maar verloor zijn evenwicht en viel van het trappetje door de deur de bunker in. Opa Ot kwam om, samen met zes jonge Duitse soldaten, die op dat moment plannen maakten om met een boot naar Ibiza te varen, om daar een vredig bestaan op te bouwen. Helaas. Opa Ot werd gezien als een zelfmoordterrorist, een verzetsheld. Jammer dat hij snel weer vergeten is. Met een beetje gevoel voor slechte romantiek kan het erg mooi gevonden worden dat kleinzoon Ot nu met een Sien aan een tafeltje in Freaky Wraps zit te eten.
Sien, die haar Chappati semi-sexy opeet: de wrap zit onder de vuurrode lipstick. Ot gluurt geil naar Sien en hoopt dat Sien geen maagaandoening krijgt van de lipstick die ze samen met de Chappati haar darmen in propt. Sien is een ordinair wijf. Haar vagina heeft meer lullen gegeten dan er in tien jaar tijd doelpunten worden gemaakt in de Spaanse primera division. Ze heeft zwartgeverfd haar, in een coupe uit de jaren tachtig. Haar tietshirt, waar poesje Hello Kitty op prijkt, zit strak om haar enorme borsten. Verder heeft ze een zwartleren mini-rokje aan, een zwarte panty met naad aan de achterzijde en een slechte smaak. Sien is niet genoemd naar haar vader. Wel bijna, de man heet namelijk Rien en zit levenslang in FPC Veldzicht, een inrichting te Balkbrug, omdat hij niet van kleine jongetjes kon afblijven. Sien weet niet van zijn bestaan af. Haar moeder Riek kwam er voor de geboorte van Sien achter dat haar man op kleine jongetjes viel en heeft zijn bestaan altijd verzwegen voor Sien en de rest van Hamsterdam, waar ze vandaag de dag woont.
Sien vermaakt Ot onder het eten met haar voet in zijn kruis en schunnige verhalen, die voor een gerespecteerd schrijver als mijn persoon te ver gaan.
Ot fluistert, geil geworden door de voet van Sien, of ze haar Chappati snel wil opeten, dan kunnen ze neuken in de auto.
Meteen heeft hij spijt en gaat zijn plasser weer naar halfstok als Sien schreeuwt, in het overvolle restaurant:”Wat, wil je met mij neuken in de auto?”.
Ot lacht als een Clown op zijn sterfbed.
De personeelschef, Hubert van Mietechem, komt aan het tafeltje bij Ot en Sien staan, vraagt of ze iets rustiger willen zijn en biedt ze een gratis drankje van het huis aan, onderdeel van het slimme beleid van Freaky Wraps.
Sien ziet op zijn naamplaatje dat Hubert Hubert heet en schreeuwt: “Zeg Hubert, volgens mij heb jij een heel klein piemeltje in die goedkope bedrijfs- pantalon van je”, ze grijpt in zijn kruis om haar woorden te illustreren.
Hubert loopt rood aan van schaamte. Hoe kon die zwaar opgemaakte zuigslet nou zien dat hij een klein piemeltje had?
Ot wil een daad stellen om indruk te maken op zijn geliefde en zet een zakmes, die aan zijn sleutelhanger hangt, in de borst van Hubert.De arme jongen stort inéén.
Hij zou het overleven, maar is nooit meer over het incident heengekomen.
Ot en Sien rennen lachend Freaky Wraps uit, naar de witte Ford Mustang.
Maar de autosleutels hangen nog aan de borst van Hubert……… .
Ot snelt het restaurant weer in, pakt een stoeltje, en slaat daarmee de hulpvaardige mensen om Hubert heen weg.
Hij trekt zijn zakmes en de sleutels uit de borst van Hubert en rent naar zijn auto.
De wagen rijdt met piepende banden de rijksweg op.
Onderwijl geeft het dolle stel elkaar een zoen.
Het is al laat als de Mustang op de rijksweg in de richting van Aarsgestel rijd.
Sex machine van James Brown knallen luid uit de speakers.
Het is verder rustig op de rijksweg. Geen auto te zien.
Dan rijdt er iets tegen de achterkant van de Mustang. Niet hard, maar net hard genoeg om Ot en Sien te laten schrikken.
“Wat is dat nou, welke klootzak rijdt er zonder zijn lichten aan tegen mijn Mustang?”, schreeuwt Ot met een rood hoofd van opwinding.
Ot kijkt in zijn spiegel, en ziet alleen een silhouet dat op een truck lijkt.
Woest gaat hij half uit zijn raam hangen, en kijkt naar achteren. Hij maakt de Wereld beroemde Fuck-off beweging met zijn middelvinger, en roept dat de klootzak zijn kutvrachtwagen maar eens langs de kant moest zetten. Dan kreeg hij een pak slaag.
Deze woorden zijn nog niet uitgesproken of, ergens in het woord slaag, rijdt de vrachtwagen met razende gang langszij, het bovenlichaam van Ot eraf.
Sien zit nu naast de benen van haar geliefde. De ruggengraat hangt als een slappe lul uit wat er van Ot overbleef. Ze zit onder het bloed.Het laatste dat ze voor zich ziet, is de achterkant van een truck, zonder nummerplaat, helemaal verroest, alsof hij is uitgebrand. Ze gilt dat ze dood wil.
En alsof Onze Lieve Heer haar gehoord heeft, rijdt de witte Mustang tegen de grijze vangrail, slaat door de botsing over de kop, en cremeert het jonge stel kosteloos.

Title: Het roestige spook ( Voor ieder die van Detectives houdt, maar nog het meest voor degene die ze haat) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Dit is niet de eerste keer dat er een uitgebrande of volledig in elkaar gebotste auto of vrachtwagen op de rijkswegen van Nederland en België gevonden wordt.
Vlak voor Bandwerpen werd de Saab gevonden met de verminkte lijken van Theofiel Blokkendoos en zijn maitresse Lieke Nattegaet. Rechercheur Sjefke Zwakzaad wilde promotie maken door de frigide (dit wist Sjefke niet) vrouw Ria van Rubberlippe te verdenken van de moord op haar man en zijn wippie. Ria hing zich een dag later op in haar cel aan haar borstenhouder.
En zo kan ik nog wel even doorgaan. In totaal zijn er vijftien van soortgelijke gevallen gebeurd.
De zwarte hond geniet van zijn avond vrij. Hij kijkt half om half naar de film”In the curse of a nazi ring” van de Amerikaanse underground-regisseur John Mason. Volgens De zwarte hond heeft Mason met deze film de plank volledig misgeslagen, en zou hij voor straf zijn camera’s heel moeten doorslikken. (deze film is ook te vinden op www.pieterzandvliet.com)
De muziek van Micro-phobic kan er nog mee door, is eigenlijk best goed, maar dit kan zijn doordat de film heel erg saai is. Het gaat over een serie- moordenaar genaamd Skippy die totaal de weg kwijt is, en blijkbaar ook de draad van het verhaal waar hij in speelt. Maar de film is goed te doen, als je er niet naar kijkt, zoals De zwarte hond nu doet. Hij strijkt zijn zwarte kousen. Dit omdat hij gevoelige voeten heeft;elke plooi in een kous is een blaar voor onze held.
De zwarte hond weet dat hij de volgende dag met zijn collega Leo Zonderhart hard aan de slag moet.
Na het succesvol oplossen van de moord op de dode spits van Domdam, is hij gevraagd mee te werken aan het onderzoek naar de Rijkswegmoorden.
Als hij die kan oplossen, kan hij weg uit het klotedorp van een Zaadgraat waar hij nu woont en werkt. Dan wordt hij bekend in minstens heel Nederland en België.

De volgende morgen haalt Leo De zwarte hond vroeg op, om naar Zotterdamp af te reizen.
Daar liggen de dossiers over de rijkswegmoorden namelijk.
Na een tijdje doorbreekt De zwarte hond de sublieme muziek van BZN met de vraag hoe het met Ben, de vriend van Leo, gaat.
“Ben is mijn man, we zijn getrouwd, het gaat goed met hem”, antwoordt Leo.
“Joh, Leo, zijn jullie getrouwd? Straks kunnen apen ook nog trouwen in dit gekke landje”.
Leo begrijpt dat dit geen grap is van zijn baas, want die maakt hij nooit. Deze opmerking valt onder de rotopmerkingen die De zwarte hond wel meer maakt.
Het houvast van Leo om met De zwarte hond te blijven werken, is de hoop dat deze een langzame en zeer pijnlijke dood zal sterven. Zo hebben wij allemaal een strohalm.
“Mag er iets anders op?”, vraagt De zwarte hond terwijl hij op de radio naar andere muziek zoekt.
Na veel zoeken vindt De zwarte hond op zijn lievelingszender, Radio WORM. De hit van Pornologic, “Man of steel”, vult de Mini Cooper met vrolijke elektronische muziek. Zowaar deint het norse hoofd van De zwarte hond een beetje mee op de muziek van deze Nederlandse sensatie.

In Zotterdam doorspit De zwarte hond de dossiers, terwijl Leo met een agent staat te flirten die, met een grote zwarte Title: Het roestige spook ( Voor ieder die van Detectives houdt, maar nog het meest voor degene die ze haat) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza snor, de tradities van de politie nieuw leven in probeert te blazen.
Na een tijdje wordt De zwarte hond een beetje flink beroerd van het gegiechel van de kerels, en maakt met een bekend rot-een-eind-op gebaar duidelijk dat de mannen hem met rust moeten laten.
De zwarte hond noteert een aantal punten; de doden zijn allemaal stelletjes; oud of jong, heteroseksueel of homoseksueel,het zit er allemaal bij; op elk wrak zitten roestsporen die niet van de wagen zelf zijn; alle moorden zijn rond middernacht gebeurd.
Aardig wat punten die er op duiden dat we hier te maken hebben met een seriemoordenaar in een hele oude auto. En waarschijnlijk een gróte, want je duwt niet zomaar een vrachtwagen van de weg af.
De zwarte hond laat Leo doorgeven dat hij alle politiecorpsen van Nederland en België bij transportbedrijven laat onderzoeken of er roestige vrachtwagens bij staan. Mocht dit zo zijn dan komt hij er direct aan voor verder onderzoek.
Leo regelt het snel. Op hem kan je wat dat betreft bouwen. Dat weet ook De zwarte hond, die daarom erg blij is met Leo Zonderhart. Wat De zwarte hond niet weet is dat Leo ook nog de tijd vond om de Zotterdampse agent een beurt te geven. Ook daar draait Leo zijn hand niet voor om. Een moordgozer.
Na de wip op het toilet van het Zotterdampse politiebureau komt Leo het kantoor ingelopen waar De zwarte hond in de dossiers zit te kijken.
“Zwarte hond, wilt u iets drinken?”, vraagt Leo vriendelijk.
De zwarte hond kijkt Leo vernietigend aan. Leo denkt dat zijn baas weet dat hij aan het reetsteken is geweest, maar het is om iets geheel anders dat zijn baas hem boos aankijkt.
“Ik wil vanaf nu niet meer De zwarte hond genoemd worden, dat klinkt veel te spannend, en dat ben ik niet. Ik weet niet wie die kutnaam bedacht heeft, maar diegene mag ter plekke sterven. Mijn naam is Ardianto, en mijn achternaam doet er niet toe. Doe mij maar een bak koffie, lekker”.
“komt voor elkaar Ardianto”, knipoogt Leo, die allang blij is dat Ardianto niet weet dat hij stront aan zijn lul heeft. Dat zijn, zíjn zaken niet.
Ooit vroeg Leo of Ardianto geen lief had. Nou, dat heeft hij geweten: Dagen lang kon hij klote-klusjes opknappen. Ben, de man van Leo,denkt dat Ardianto pedofiel is, maar te beschaafd om zijn behoeften te verzadigen. In werkelijkheid moet Ardianto niks van lichamelijk contact hebben. Wat misschien nog vreemder is dan welke seksuele voorkeur ook.

Na een week krijgt Ardianto de rapporten binnen van de onderzoeken naar de roestige wagens bij de transportbedrijven. Geen van de wagens zat onder de roest, allemaal keurig verzorgd en in de lak. Als ze dat niet waren, dan werd er niet in die wagens gereden
De wegen van Nederland en België zijn bezaaid met politie. Vooral tegen middernacht ziet het blauw. Er zijn ook controles, maar de vrachtwagen wordt niet gevonden door onze trouwe dienders.

Title: Het roestige spook ( Voor ieder die van Detectives houdt, maar nog het meest voor degene die ze haat) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza In een Politiebusje, dat langs de weg ter hoogte van Rottenaad staat, hebben agent Luuk Schoonwoord en agente Mathilde Trilvinger het over Gilbert O’ Sullivan, een geweldig componist, en waarschijnlijk s-werelds meest romantische zanger. De man treedt nog altijd op, maar ziet er volgens agent Luuk niet meer uit. Een kop die al jaren over de houdbaarheids datum is. Dat is agente Mathilde niet met haar collega eens, ze zou willen dat ze er op de leeftijd die de vrolijke zanger heeft nog zo uit mocht zien.
Luuk kijkt haar aan, en zegt grappig, dat een baard haar misschien best zou staan.
De twee donkerblauw geklede dienders moeten erg lachen, Ze lachen veel als ze samen dienst hebben, Mathilde en Luuk. Dit is echter een hele bijzondere keer, namelijk de laatste keer, want met een enorme klap tegen de achterkant van de arme politiebus ramt de roestige vrachtwagen beide lachebekjes het leven uit. De Politiebus gaat dwars door de vangrail en een gele ANWB-meldpaal heen het weiland van boer Drikus Leeggraf in. Het hoofd van Leo zat vast in zijn stuur. De brandweer is uren bezig geweest zijn hoofd los te krijgen. Uiteindelijk heeft men het hoofd eraf gehaald. De brandweer wil ook wel een keer op tijd thuis zijn en heeft het hoofd er weer opgezet met Duck tape.
Stukjes Mathilde lagen overal door het busje heen. Het was vreselijk. En bewees dat agenten ook maar mensen zijn.

Deze laffe moord bracht Ardianto op een plan. Het weekend na de moord liet hij een politiebus langs de weg zetten, ter hoogte van Tulpendaal. In de politiebus werden twee poppen neergezet in politie-uniform, verkleed als agente en agent.
In het weiland ernaast stonden camera’s opgesteld, en Ardianto en Leo stonden wat verderop met de Mini Cooper langs de kant van de weg.
De eerste twee weken gebeurde er niks.
Nou ja, éénmaal werd de pop van de agente uit het busje gestolen door Mannes Zeurstra, de dorpsgek van het agrarisch dorp Hemelherrie.De pop dient nu als zijn liefje. Niemand die er verder mee zit als hij met zijn geliefde boodschappen doet.

Title: Het roestige spook ( Voor ieder die van Detectives houdt, maar nog het meest voor degene die ze haat) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Ardianto en Leo zitten wat in te dutten, als ze opschrikken door een hele harde knal. In de achteruitkijkspiegel zien ze een steekvlam op de plek van het busje verschijnen,en een moment later rijdt de roestige vrachtwagen langs.
“Er achteraan”, schreeuwt Ardianto, terwijl hij een zwaailicht op het dak van de Mini Cooper plaatst.
Door het bakkie meldt Ardianto naar de politie die verderop staat dat ze achter het roestige spook aan zitten. Al snel rijden achter de Mini Cooper een flink aantal politieautos.
Over de politiezender wordt gemeld dat er een barricade is gevormd over tien kilometer.
Ardianto vraagt wie dit meldt. “Agent Yoghurt Lul van het politiecorps Stampersgat”, denkt Ardianto te verstaan. In werkelijkheid zei de man Jochem Mul.
“Agent Yogurt, ik heb niet het idee dat de barricade doet afschrikken, u kunt levens besparen door de barricade snel op te heffen, over” zegt Ardianto zenuwachtig. “Komt voor elkaar, over”.
“Leo, probeer die verdomde idioot eens in te halen”.
Leo kijkt zijn baas aan, maar tegen zijn verstandige verstand in geeft hij meer gas en komt naast het roestige spook te rijden.
Leo en Ardianto kijken de cabine in van de vrachtwagen, maar zien geen bestuurder.
Het is alsof ze in een griezelsprookje zijn beland.
Maar daar gelooft Ardianto niet in. Hij haalt zijn revolver van onder zijn zwarte regenjas vandaan, richt op de voorband van het roestige gevaarte en haalt de trekker over.
De band klapt. Meteen neemt Leo gas terug.
Net op tijd, want het roestige spook slingert vlak langs de Mini Cooper.
Maar het roestige spook neemt geen gas terug.
“De klootzak”, zegt Ardianto, om nogmaals te schieten op een achterband.
Helaas was hij even vergeten dat er nog een voorruit tussen de Mini en het roestige spook zat.
Leo, een geweldig coureur, neemt meteen gas terug. De politiewagens kunnen de Mini slechts op een neushaar na ontwijken. Als de Mini stilstaat wordt er over de politiezender gemeld dat de vrachtwagen tegen de vangrail tot stilstand is gekomen.
Leo en Ardianto springen meteen uit de Mini, en worden beiden ternauwernood niet geschept door twee langsscheurende politiewagens. Met het hart achter in hun keel van schrik, zetten ze het op een rennen.
“Maar goed dat ik mijn sokken kreukvrij heb gestreken”, denkt Ardianto.
Even verderop staan de politiewagens met zwaailichten stil, op vijftig meter afstand van het roestige spook.
Ardianto gaat tussen de agenten staan, met vlak achter hem Leo.
“Leo wil je achter mij vandaan gaan”, snauwt Ardianto zijn collega toe.
Leo duwt Ardianto in zijn rug, die daardoor zijn evenwicht verliest en op de grond valt.
Leo is woest. “Nou is het genoeg, vuile klootzak, altijd dat denigrerende gedoe naar mijn geaardheid. Ik ben het meer dan zat, ik maak je kapot”.
Verschrikt kijkt Ardianto naar zijn razende collega, die hij dacht nooit boos te krijgen.
“Als je denkt dat ik op je val, heb je het mooi mis, ik kots van je”, gaat Leo verder.
De agenten om Leo en Ardianto heen kijken verbaasd naar deze twee idioten “Dit ga je toch niet doen met een serie moordenaar vlak voor je”, denken ze zwijgend.
Dan gaat Ardianto staan en loopt op Leo af, die een bokshouding aanneemt.
Ardianto pakt Leo’s vuisten, en zegt “ rustig maar, ik ben inderdaad een klootzak, en wil je hierbij mijn excuses aanbieden, en ik val ook niet op jou trouwens”.
Leo schiet in de lach, en op het gelaat van Ardianto plooit iets wat lijkt op een glimlach.
“Geef mij een megafoon”, zegt Ardianto tegen een jonge agent.
Ardianto gilt door de megafoon, “zeg klootzak, kom uit die wagen en ga op de grond liggen”.
Er gebeurt niks.
Dan schreeuwt Ardianto weer,”Ik schiet je kloten eraf, als je tenminste ballen hebt”.
Er springt een man uit de vrachtwagen met een pistool. Hij schiet de jonge agent, die de megafoon aanreikte, tussen zijn mooie olijfgroene ogen, die nu nog zeldzamer zijn.
“Schuil achter de autos” schreeuwt Leo.
Na zijn pistool leeggeschoten te hebben op de politiewagen, gooit de kerel zijn pistool op het asfalt en rent weg. Ardianto en Leo gaan achter hem aan, met een heel peloton agenten die meerennen.
Op de jonge agent na.
De kerel wordt al snel ingehaald door Leo, die hem tegen de vlakte slaat.
Het is een lelijke lilliputter.
“Breng dat stuk ongedierte naar het bureau”,schreeuwt Ardianto tegen wat agenten.
“Kom Leo, wij gaan een kijkje nemen in de vrachtwagen”
Een kabel loopt van het stuur naar het dak van de cabine. Het dak heeft een dubbele bodem.
In de dubbele bodem, achter het plafond, dus eigenlijk een dubbel plafond, zit een ruimte. Er ligt een naar urine geurend matras, en aan de voorzijde zit een klein raam, die de weg opkijkt,zoals bij campers ongeveer. “Goed gevonden”, stelt Ardianto.
Op het bureau blijkt na ondervraging, dat de dwerg de auto’s- met-stelletjes ràmde omdat hij nooit een stelletje kon vormen door zijn lelijkheid.
Ardianto en Leo hebben weer een zaak opgelost, en rijden tevreden terug naar Zaadgraat.
Met deze zaak genieten de twee landelijke bekendheid.

Het zal dus wel even duren voor er weer een schrijvenswaardig stukje over ze zal volgen.

 February 4, 2013  Posted by at 21:49 Pieters Proza No Responses »
Feb 032013
 

Title: De dode spits (Detective de Zwarte hond) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza

Een man in een lange zwarte regenjas, met zijn in zwartleren handschoen verpakte hand rustend op zijn eveneens zwarte hoed, tegen het wegwaaien hiervan. Deze moeite had hij zich kunnen besparen door de hoed in één van zijn linnen fietstassen te doen. De fiets waarop de man moeizaam door de polder tussen Zaadgraad en Domdam rijdt, is een klassieke zwarte herenfiets uit negentienhonderdzevenendertig van het helaas ter ziele gegane merk Union, de trots van het Overijsselse dorpje Nieuwleusen.
De man is detective, wat,op de televisie afgaand, in deze tijd een ander woord voor rechercheur is, want dat is deze man, net als zijn beroepsgenoten op televisie, eigenlijk. Mopperend stopt de man om zijn neus in een zwarte zakdoek te snuiten, net op het moment dat een zilvergrijze Audi 80 door een plas vers regenwater rijdt, die de snuiter vol over hem heen krijgt. Ondankbaar scheldt de man een aantal ziektes de wereld in.
Natuurlijk goed om te ontladen, maar de bestuurder van de Audi 80 zal ze vast niet horen.
Zeiknat vervolgt de man zijn weg over het prachtige bochtvolle dijkje langs de IJssel.
Zomers is dat goed te doen, maar middenin de winter is het hel op aarde.
Zo ervaart onze hoofdrol speler, die men vanwege zijn zwarte kleding de “Zwarte Hond” noemt, het.
En ik voor het gemak dan ook maar.

De Zwarte Hond, met een getinte huidskleur door zijn Indische roots, is in de dertig en wat mager.
De Zwarte Hond is op weg naar een dode voetballer, die zich liggend in de douches van Hoofdklasser Domdam bevindt.
Eindelijk aangekomen komt een agent op de Zwarte Hond afgelopen. Hij reikt de Zwarte Hond zijn hand en zegt,”slecht weer he?”. De Zwarte Hond komt duidelijk niet om het weer te bespreken en gromt, de toegestoken hand ontwijkend, dat hij het lijk wil zien.
De agent loopt voor de Zwarte Hond uit naar de kleedkamers.
Onder de nog steeds áán staande douches ligt het naakte lichaam van een jonge blonde man. De Zwarte Hond draait de douches uit en snauwt de agent toe, dat de eventuele sporen nu in ieder geval gewist zijn. De Zwarte Hond knielt neer voor de op zijn rug liggende voetballer, grijpt naar diens hals, merkt op dat hij zijn nek heeft gebroken en dat aan de striemen te zien dit niet is gebeurd door een valpartij.
“Zonde van zo’n jonge kerel, hij was een geweldige spits”, jammert de agent hoofdschuddend.
De Zwarte Hond pakt het geslacht van de voetballer beet, kijkt de agent aan en zegt: ”Ja, en hij had ook zo’n mooie dikke lul”. Wil je alstublieft weggaan meneer agent, je irriteert mij”.
Rood aangelopen loopt de agent naar buiten.

De Zwarte Hond kijkt op zijn horloge. Op dit moment komt zijn collega, of beter gezegd húlpje Leo Zonderhart binnengelopen. De Zwarte Hond gaat staan. Leo verontschuldigt zich. Hij had eerst nog een boodschap moeten doen.
“Leo, bespaar mij je kutsmoesjes maar, ik wil helemaal niet weten waardoor jij te laat bent. Je hele léven interesseert mij geen reet. Het enige wat ik wil, is dat jij op tijd bent, al maakt het niet zoveel uit, deze man heeft niks meer aan mond-op-mond beademing”.
Even later vertrekt het duo naar buiten. “Moet ik u naar het bureau brengen?”, vraagt Leo aan de Zwarte Hond.
“Dat zou ik erg op prijs stellen Leo. Past mijn vehicle in je auto?”
Even later rijden ze in een oude legerjeep in de richting van het bureau te Zaadgraat
Op het bureau neemt de Zwarte Hond een warme kop koffie en gaat aan zijn bureau zitten, met zijn voeten op het bureau.
Alvorens hij begint na te denken over de moord op de spits, breekt de leuning van zijn bureaustoel en valt hij op de grond. De hete koffie maakt de val er niet leuker op. De Zwarte Hond zit onder de koffie en loopt tierend de douches in, waar hij met kleding en al onder de koude douche gaat staan.
Nadat Leo uitgelachen is om zijn baas met wat politie-agenten, reikt hij zijn baas een badjas en handdoek aan. Na twintig minuten neemt de Zwarte Hond in alleen een witte badjas plaats achter zijn bureau. Hij denkt na over de spits, maar buiten dat hij misselijk wordt van het beeld van het naakte mannenlichaam onder de douche, komt hij niet veel verder. Hij zal onderzoek moeten doen. Het zó oplossen had leuk geweest, maar daar heb je meer voor nodig dan een witte badjas.
Wat later komt Leo, die wat telefoontjes heeft gepleegd, met informatie over de spits.
Zijn naam is Leendert Billenman. Drieëntwintig jaar. Geboren en nog steeds woonachtig te Klithorst. Hij heeft een vriendin, Katja Rodox, een Engelse dame. Ze waren verloofd en zouden de aankomende zomer gaan trouwen.
De Zwarte Hond dacht na over de informatie, en wilde langs gaan bij Katja Rodox, die al door had gekregen dat haar vriend overleden was.

Wat later zaten in de auto De Zwarte Hond en Leo, richting Klithorst, een naar vis stinkend vissersplaatsje.
Shithorst had volgens Leo een betere naam geweest.
De Zwarte Hond lacht nooit, dus om deze grap van Leo ook niet.
Leo kent zijn collega al jaren, maar maakt toch steeds grapjes, en baalt steeds weer als de Zwarte Hond niet lacht, maar hem dood negeert.
Katja woont in een oud vissershuisje .Ze doet open en voldoet in alles aan een vrouw die sterft van verdriet; ze huilt, bibbert en rookt sigaret na sigaret.
Na de gebruikelijke beleefdheidsvormen, vraagt de Zwarte Hond of hij wat vragen mag stellen.
Ze nemen plaats op een rode bank.
“U weet dat meneer Billenman is vermoord mevrouw Rodox?”.
“Ja”, zegt Katja, om vervolgens weer in huilen uit te barsten.
Leo stelt het hoopje ellende gerust, terwijl de Zwarte Hond verveeld in het rond kijkt.
Er hangen wat teamfoto’s van de spits, wat actiefoto’s en heel vervelende foto’s van Katja en Leendert op vakantie. Het valt de Zwarte Hond op, dat Leendert op elke foto dezelfde nietszeggende glimlach heeft. Hij is blij dat híj vermoord is, en niet de nu huilende Katja, want erg snugger ziet de spits er niet bepaald uit.
Inmiddels is Katja gestopt met huilen en kan de Zwarte Hond doorgaan met zijn vragen.
“Mevrouw Rodox, had uw aanstaande vijanden?”.
Katja denkt na en zegt dan dat ze het niet zou weten. Leendert kon met iedereen goed opschieten.
Dat dacht de Zwarte Hond al; een vrolijk, meningloos rund, die Leendert.
“Had u wel eens ruzie met Leendert, mevrouw Rodox?”.
“Soms. In de slaapkamer” antwoordt Katja.
“Gênant”, denkt de Zwarte Hond.
“Een wat persoonlijke vraag misschien, maar waarover had u ruzie met Leendert, mevrouw Rodox?”.
“Leendert wilde mij soms van achterlangs nemen, maar ik weigerde dat, waardoor hij boos werd”.
“Dank u mevrouw Rodox, we laten u verder met rust en houden u op de hoogte over het onderzoek naar de moord op uw aanstaande. Sterkte”.
In de auto, op de terugweg naar het politiebureau, heerst een stilte, die onderbroken wordt door gelach van Leo.
Hij zet zijn auto aan de kant van de weg.
“Sorry baas, maar wat een bizarre situatie. Vindt u niet?”.
De Zwarte Hond begrijpt dat zijn stomme collega doelt op het achterlangs-verhaal van mevrouw Rodox en antwoordt geïrriteerd:”Leo, ìk vind het inderdaad vreemd, maar voor jou moet dit toch normaal zijn? Je bent getrouwd met een kerel!”.
Leo had het liefst de lucht uit de strot van zijn baas geknepen, maar hij zweeg en reed verder.

Bij het politiebureau aangekomen pakt de Zwarte Hond zijn fiets en rijdt naar huis.
Thuis warmt hij een kant-en-klaar menu in zijn magnetron op. Dat stinkt het minst. Van geurtjes moet onze speurneus niks hebben.
Om wat te ontspannen zet de Zwarte Hond een plaat van The Nits op. ”Omsk”, is de titel van de plaat.
Een Nederlands meesterwerk van een bescheiden band, volgens de Zwarte Hond.
Hij eet zijn opwarmprakkie op met plastic bestek, dan hoeft hij niet af te wassen.
Hij is geen drol wijzer geworden van het onderzoek. De informatie van Katja Rodox bracht zijn gedachte niet op een bepaald spoor.
De volgende dag wilde hij naar een training van Domdam om wat vragen te stellen aan medespelers en de trainer.

Na de training ontvangen Leo en de Zwarte Hond wat spelers en de trainer.
De eerste is Sacha Rots, de trainer. Een wat mollige zestiger in een rood trainingspak, die uit zijn gloriejaren moet zijn, want hij is hem inmiddels te klein.
“Meneer Rots, hoe was uw band met Leendert Billenman?”, vraagt de Zwarte Hond.
“Prima. Hij was als een zoon voor mij`.
“Had Leendert een vader nodig of u een zoon?” vraagt de Zwarte Hond dan.
Meneer Rots wil direct antwoorden, maar merkt dan dat de vraag hem verwardt.
“U kunt gaan, meneer Rots, laat de volgende maar komen”
De volgende is Jan Stomper, een rechtsback. Magere, afgetrainde kerel.
“Wat voor iemand was Leendert?”
“Een prima kerel, meneer agent. Je kon altijd met hem lachen. Het is verschrikkelijk dat hij zo aan zijn eind is gekomen”.
“U weet hoe hij aan zijn einde is gekomen, meneer Stomper?”.
“Nee, natuurlijk niet, meneer agent, maar ik hoorde dat hij is vermoord”.
“U kunt gaan, Meneer Stomper, stuur de volgende maar”.
De volgende is de langharige keeper Merijn Kaas.
“Keepers zijn homofielen, vernam ik van mijn collega hier”, opent de Zwarte Hond zijn ondervraging soepel.
Merijn springt op en vliegt de verbaasde Leo naar de keel.
Er breekt een gevecht los, dat Leo al snel wint.
Als Merijn is uitgeraasd, neemt hij met blauw oog weer plaats tegenover de Zwarte Hond.
“U stelt zich verdacht op, Meneer Kaas. Ik verwachtte een ántwoord. Geen geweld.
Bent u altijd zo gewelddadig? Kon u misschien niet tegen de grapjes van Leendert Billenman?”
Merijn kijkt de Zwarte Hond aan en weet niet wat hij moet zeggen. Verward mag hij het gesprek verlaten.
De Zwarte Hond neemt een slok van zijn chocomelk en laat Leo Sander van Ham, de linksback van Domdam, roepen.
Even later verlaat ook Sander verward het gesprek.
En alle andere spelers na hem ook.
Leo vraagt waarom de Zwarte Hond deze vreemde vragen aan de spelers stelt.
“Ik wil ze met deze vraagstelling verwarren. Ze zullen elkaar haast gaan verdenken op deze manier, en als de dader er niet bij zit hebben ze pech.
Ik heb een aversie tegen voetbal, en kan op deze manier eens zien of ik invloed kan hebben op de aankomende wedstrijd”.
En dat had hij. Die zondag verliest Domdam historisch tegen Deijenmoord met 11 tegen 0.

De maandag erna gaan Leo en de Zwarte Hond weer op bezoek bij de training van Domdam.
Er zijn opvallend weinig spelers op de training.
Een maand lang bezoeken Leo en de Zwarte Hond de trainingen van Domdam zonder vragen te stellen.
Inmiddels staat de club in de degradatie-zone, en verlaten spelers de club.
De trainer wordt ontslagen.
Dan zegt de Zwarte Hond, dat de moordenaar naar alle waarschijnlijkheid niet bij de voetbalclub zit.

“Laten we nog maar eens langs gaan bij mevrouw Rodox”.
Als Leo de auto uitstapt voor het vissershuisje waar Katja woont, gebaart hij de Zwarte Hond te bukken, en doet dit zelf ook.
Ze sluipen naar het raam aan de voorkamer.
Katja´s hoofd gaat op en neer. Ze heeft een stuk vlees in haar mond dat vast zit aan Sacha Rots, de ex trainer van Domdam.
Leo vraagt fluisterend of ze later terug moeten komen.
Maar de Zwarte Hond gaat voor het raam staan en tikt op het raam.
Verschrikt kijken Sacha en Katja op.
Katja opent de voordeur.
“Zo, u bent al een beetje over het overlijden van uw aanstaande heen en heeft in de vorm van die vette oude kerel een nieuwe aanstaande gevonden?”.
“Nee meneer Zwarte Hond, Sacha kwam mij troosten”
“Het leek er toch meer op dat u meneer Rots aan het troosten was”.
Katja zwijgt.
“We nemen u en meneer Geilneef maar eens gezellig mee naar het bureau om gezellig wat te kletsen, en Leo, wil je niet zo dicht achter mij staan, en meneer Sacha Geilneef er even op attenderen dat hij mee moet naar het bureau”.
“Gadverdamme”,hoort hij zijn collega Leo dan zeggen.
Hij snelt naar de kamer. Sacha zit met het zaad op zijn rode trainingsbroek nog steeds op de bank.
“Sorry, meneer Zwarte hond, ik was zo opgewonden. Het moest er uit”.
“Ja, lekker belangrijk, meneer Rots.
Kon u niet even wachten tot na het gesprek met u op het bureau?
Was uw handen, dan gaan we weg”.
Sacha loopt naar de keuken.
Snel opent hij de keukendeur en rent weg.
Leo gaat direct achter hem aan.
Maar buiten heeft Sacha het zoontje van de buren opgepakt en zegt tegen Leo, die vlak voor hem staat: ”Als je dichterbij komt breek ik het jochie zijn nek”.
“Net als je bij Leendert hebt gedaan zeker?”, vraagt de Zwarte Hond, die naast Leo is komen staan.
“Hij begon zelf. Hij kwam erachter dat ik het met Katja deed. Toen hij mij in de douche wou aanvallen, gleed de sukkel uit en was bewusteloos. Ik heb toen voor de zekerheid zijn nek gebroken”.
Dan geeft het jochie achterwaarts een trap in het kruiswerk van Sacha, en rukt zich los.
Leo slaat Sacha meteen in de boeien en de Zwarte Hond doet het zelfde bij Katja.
“Het was een makkie”, stelt de Zwarte Hond vast bij zijn collega op het bureau.

Op naar de volgende zaak.

 February 3, 2013  Posted by at 15:37 Pieters Proza No Responses »
Feb 012013
 

Title: RIAGGGGG | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Veertien jaar was ik, een kut puber van de ergste soort.Althans op de door mij zo gehate school.Iedere morgen probeerde ik er onder uit te komen.Mijn arme moeder moest er op haar beurt alles aan doen mij de trap af te schoppen.Negen van de tien keer won mama helaas.Veel, heel veel had ik er voor gedaan om niet naar school te gaan.Ik zat op de LTS of iets wat er voor door moest gaan.Simpelweg wist ik niet waar school voor nodig was.In mijn ogen deed ik toch niemand kwaad met mijn eeuwige tekenen en gesport.Ik trok de lul van de leraar toch ook niet uit de vagina van zijn geliefde om hem even te vertellen wat hij wel en niet moest doen.Maar wie was ik?Daar was ik dus niet achter.Negen van de tien keer stond ik op de gang inplaats van in het klas lokaal.Ik leerde voor timmerman, en wist toen al dat ik dat nooit zou worden.Mijn vader was ook Timmerman, dus ik besloot daar ook maar voor te gaan leren.Super dom merkte ik na een week opleiding.Mijn technisch inzicht was te vergelijken met dat van een opgezette aap.Hoewel ik denk dat zijn technisch inzicht nog beter zou zijn.Op school had ik een paar vrienden, waarschijnlijk omdat ze er plezier in hadden hoe ik iedere dag wel met iemand op de vuist ging.En echt hoor ik kreeg geregeld een flink pak slaag, maar leerde het nooit af.Het was de spanning denk.Zo werden mijn ouders dus gebeld door onze directeur Parledanus, die wij steevast “ouwe anus” noemde.Hij stelde mijn ouders de vraag of ik thuis in een hok zat.Ze waren erg verbaasd, omdat ik thuis rustig op mijn kamertje zat en nooit echt voor problemen zorgde.Maar goed ik moest naar het RIAGGGGG vanwege mijn agressieve gedrag.Mijn vraag was of dit in school tijd moest.Toe mijn moeder zei dat dit zo was, stemde ik toe.

Twee dagen later zat ik in de wachtkamer van het RIAGGGGG, te luisteren naar klassieke muziek.Die mij aan een begrafenis stoet deed denken.Na jaren kwam ik pas over dit zelf verzonnen trauma heen.Ik maakte het mezelf niet makkelijk.Net toen ik wilde vluchten kwam er een dame binnen, van hoogst waarschijnlijk Surinaamse afkomst.Ze had lange gespierde benen verpakt en een door mij zo geadoreerde zwarte nylon.Haar voeten waren gestoken in zwarte laarsjes.Wat ze verder precies droeg is mij ontschoten.Het zou mij niks verbazen als ik daar nooit naar gekeken heb.“Hallo, jij moet Pieter zijn”.Het liefst had ik gezegd “nee baby, ik ben jouw droom man”maar”.Maar ik zei verlegen van mijn geile gedachtes,”Ja mevrouw”.Ze nam mij nog eens goed in haar op.Ze moet gedacht hebben, is dit verlegen lulletje nu dat los geslagen beest.Of ik haar wilde volgen.Nou dat hoefde ze geen tweede keer te zeggen, ik kroop haast in haar prachtige billen, ja ze moet Surinaams geweest zijn.Ik had haar willen volgen, van mijn part de afgrond in, als ik haar maar mocht volgen.

In haar kamer, zei ze “dit is mijn nieuwe kamer, mooi uitzicht he Pieter”.En dat was ze een mooi uitzicht, zeker weten.Het eerste wat ik moest doen was tekenen wat me dwars zat.Een harde piemel kon ik tekenen, die zat me dwars, maar ik besloot een klasgenoot te tekenen.“Wie is dat” vroeg ze.“Ronald” zei ik.“Teken nu eens wat je het liefst met Ronald zou willen doen”.Hierop ging ik los en tekende ik een flink aantal messen in Ronald, die al in een verre staat van ontbinding was.Vol afgrijzen bekeek ze mijn creatie.Eigenlijk wilde ze haar lange rood gelakte nagels in mijn ogen steken, en mijn zieke breintje doorboren.Inplaats hiervan bood ze mij thee aan.Ze liep de kamer uit, haar kont zwaaide mij vriendelijk toe.Toen ze het stomende kopje uilenzeik voor me neer zette.Stak ik heel stom mijn vinger op.Ze moest erg lachen.“Dat hoeft hier niet hoor Pieter”.“ik moet plassen” zei ik alsof het er haar wat toe deed wat ik op de WC ging doen.Daar kun je plassen, drukken of rukken zoals ik deed.Ik hield het echt niet meer.Binnen de kortste keren kwam ik heerlijk klaar.Tot mijn schrik zag ik dat ik over mijn jeans had gemorst.Snel depte ik het zaad met water, wat de vlek zoals bekend alleen maar groter maakte.Ik kon wel huilen.Moest ik het gebouw ontglippen.Nee ik wilde terug, naar haar.Maar ik had geen zin om voor joker te staan.Als mister Bean klom ik op het fontein om met mijn vlek bij de handendroger te komen.En ja hoor de fontein brak af en ik viel tegen het WC deurtje aan.Dit maakte een enorm kabaal.Verslagen lag ik op de grond.De deur ging open, daar stond ze waar, miss Surinam.“Wat is hier gebeurd vroeg ze terecht verbaasd.“Ik leunde op het fonteintje en toen brak hij af”.Tot mijn grote verbazing geloofde ze het nog ook.Mijn hele broek was nat, zodat ze de vlek niet meer kon zien.Ik kon naar huis.

Nog twee jaar ging ik trouw naar haar toe.Het heeft me nooit echt geholpen, wat ik of zij vertelde is volkomen langs me heen gegaan, maar daar ging ik dan ook niet voor.

 February 1, 2013  Posted by at 15:45 Pieters Proza No Responses »
Jan 312013
 

Title: Pedo de clown | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Hebt u dat ook, dat gevoel als…

Nee dus u heeft dat gevoel helemaal niet, want u bent te sterk in wat voor reclame te geloven dan ook!
Dan ga ik na deze mislukte commercial beginnen aan een schrijfseltje, dat er nu eenmaal in, uit en op moet, de volgorde mag u zelf bepalen.

Mijn droom werd verstoord door het geblaf van mijn hondjes, die ondanks alle techniek nog altijd voor oude vertrouwde bewakertjes spelen, wat boeit het, dan doen ze nog wat voor hun droge hap klare brokken. In mijn droom deed ik een wedstrijdje borstcrawl met mijn Chinese schoondochter in mijn vijfentwintig meter zwembad, ze zwom mij eruit, dus zo erg was het nu ook weer niet dat ik uit de droom geblaft werd. Dit bewijst maar weer eens dat dromen, in ieder geval die van mij onzin zijn, want Ecnahc zou mij er in het echt nooit uitzwemmen…

Maar zolang mijn dromen niet zo onzinnig zijn als mijn dagelijks leven in Preteiland, ¨who the fok cares¨. Dat klonk best stoer voor een schrijver, laat staan voor een kunstenaar die zich groot schrijver waant. Waar waren wij gebleven, ik bij het honden geblaf. Met nog dichte ogen door het zand wat Klaas Weinig er de avond voor deze morgen in mijn ogen heeft gekieperd strompel ik op het geblaf van mijn trouwe schijtertjes af. ¨stil¨, mompel ik de vieze smaak in mijn mond negerend. Het helpt niet, dus loop ik naar het raam. Het oog naast mijn rechter oog doe ik langzaam omhoog, vraag mij niet hoe, maar ik kan dit zonder handen. Ik zie ballonnen in allerlei kleurtjes, een kerel in Clowns outfit heeft ze beet, hij herhaald continu het zinnetje,¨sapperdeflap er zit een piemel aan mijn zak¨, ter illustratie grijpt hij met zijn vrije hand steeds in zijn laag hangend kruis. Om hem heen huppelen kindertjes, vrolijk lachend. De nitwits beseffen niet wat ik wel langzaam begin te beseffen, ze lopen gevaar, ze zijn namelijk meegelokt door,¨Pedo de clown¨. Ik ken deze klootzak maar al tegoed, als kind heeft hij mij altijd proberen te misbruiken, steeds was ik hem te snel af, maar toen hij mij bijna te pakken had, kon ik in zijn gerimpeld gelaat schreeuwen dat ik die dag mijn verjaardag vierde, dat hij zijn ballonnen in zijn slap hangende reet kon proppen, ik was 21 geworden, in die tijd was je dan volwassen. Met de staart tussen zijn O benen droop hij af.
En nu na al die gelukkige jaren verscheen hij das weer in mijn leven om de kinderen hier uit de buurt voor het leven te verminken. U begrijpt dat een held dit niet kan laten gebeuren. Ik snelde mij naar de slaapkamer, om daar nog even de nodige rust te pakken, want ook helden hebben recht op rust.

Toen ik wakker werd gemaakt door mijn vrouw, die er de vreemde hobby op na houdt wekkerradio in alle soorten en maten na te doen, ieder zijn meug.
Ik vertelde haar over Pedo de clown, natuurlijk gooide ze dit meteen op het journaal, als wekkerradio, slimme meid die vrouw van mij, nee ik schrijf geen vrouwtje, want dat kost mij een keurig verzorgd gebit. Na een boterham met Surinaamse ei salade deed ik mijn driedelig pak aan, en ging naar buiten. Pedo de clown was in geen velden of wegen te bekennen, wel wat kinderen, die droevig voor zich uitkeken, te laat dacht ik, het stuk clown stront had toegeslagen. Ik nam de zes kinderen mee in mijn busje, en reed rechtstreeks naar het ziekenhuis, waar ze snel weer uit ontnapte toen ze een vrolijke Clinic clown zagen rond huppelen. Ik besloot opzoek te gaan naar Pedo de clown, ik zou hem pakken, voorgoed zou men hem op Brood en sterkwater zetten, weg met die gluiperige snoodaard. Maar eerst mijn trouwe vrouw ophalen, net als Batman niks meer is als een nicht in zijn Pantypak zonder de minderjarige Robin, heb ik geen enkel bewijs wat mijn geaardheid is zonder mijn vrouw Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwyllllantysiliogogogoch, mijn vrouw is naar een plaatsje genoemd in Wales dat wonderwel dezelfde naam als haar draagt, Bassie in Adriaan hebben daar ook nog eens een avontuur beleefd, dat verder niks met dit avontuur te maken heeft.

Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwyllllantysiliogogogoch was thuis weer aan het treuzelen, ik heb niks om aan te trekken zei ze met de handen in haar zij voor haar enorme kledingkast, waar ik in een dolle bui nog eens ¨Vol =lol¨ met een mengsel van Zuid Indische inkt en IJslands spuitwater op heb geschreven met een Japanse bamboe pen. Een mengsel dat zelfs Jan Steen nooit voor zijn beste werken gebruikte, de werken waar hij dit wel degelijk voor gebruikte zijn allemaal de nare vergetelheid in verdwenen, de plaats waar je moet zijn met vergetelheid. Maar Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwyllllantysiliogogogoch had dus niks om aan te trekken, ik keek naar haar kruis, en inderdaad, er was daar niet veel om aan te trekken. Moederlijk sloeg ik een arm om haar heen, en troosten haar dat ik wel iets om aan te trekken had. Een lege zak later zaten we weer in mijn busje opzoek naar Pedo de clown, het was inmiddels donker, zo kwam de nachtvertekijker van Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwyllllantysiliogogogoch ons goed uit ¨stop”schreeuwde ze opeens, toen ik de glasscherven uit mijn gezicht operatief  had laten verwijderen, die ooit gezamenlijk als mijn voorruit diende vertelde Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwyllllantysiliogogogoch, dat ze Pedo de clown zag lopen, dit was inmiddels een uur of wat geleden, hij zou daar dus niet meer lopen.

Dit verhaal wordt dus vervolgd of niet, let u onderwijl op, want Pedo de clown moet gestopt worden, hij ziet eruit als op de illustratie bij dit machtig mooie stukje letters.

 January 31, 2013  Posted by at 19:10 Pieters Proza No Responses »
Jan 312013
 

Title: Bellen over billen | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza U kent het vast wel, uren hang je aan de lijn van een groot instituut.

Zo ook ik, na dertig engeltjes die mij vriendelijk doorverwezen naar een volgend engeltje die mij dan weer door verwees, vond ik het genoeg. Ik schreeuwde dat ik na twee dagen aan de lijn met allemaal heilige engeltjes Onze lieve heer aan de lijn wou, en wel direct. Een zacht engeltjes gegrien was mijn deel, ik maakte mijn excuses voor mijn uitbarsting. En weldra kreeg ik eindelijk God aan de lijn. “waarmee kan ik Pieter van dienst zijn”, klonk een holle stem door de hoorn. “Beste God, ik hoop dat u het goed maakt en hem na al die jaren nog omhoog krijgt, maar ik wil het hebben over billen, mensen billen”. “Alweer”, antwoordde onze lieve heer die ik hier al vaker mee heb lastig gevallen. “Over het algemeen zijn de ledematen en organen perfect Onze lieve heer, maar de billen, de mensen billen hadden beter gekund”. Ietwat geïrriteerd snauwde het stuk verdomd chagrijn mij toe, “Hoezo dan”. “Nou God, als ik naar de billen van mijn hondjes kijk, hoe die lekker kunnen poepen zonder daarna hun kont af te vegen, geen poepresten achterlatend bedoel ik, bij mij moet er eerst een halve rol wc papier door de overbodige bilnaad en daarna nog een pond vochtig toilet papier, en dan die haartjes aldaar, zo zinloos, mislukt eigenlijk”. En ik weet het zo’n gapend sterretje zonder bilnaad zal ons niet opwinden, opzeker, maar u had er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat onze geile massa, sorry grijze massa er wel door opgewonden zou raken, en waarom moeten wij er door opgewonden raken, laten wij tevreden zijn met wat u daarvoor al geschapen heeft, ja toch Onze lieve heer”. Even hoorde ik alleen het zware astmatische ademen van God, hij leek wel een hitsige hijger. Opeens zakte ik tien centimeter naar beneden, en hing God op, zonder mij te groeten, het blijft een lul die Christelijke klootzak, een wonder dat ik nog in de kerel geloof. Ik besloot mezelf een gele schuimende rakker in te schenken. Ik hoorde mijn lieve vrouw een laag gilletje slaken, misschien van verbazing, dat ik een biertje inschenk en het helemaal niet lust dacht ik nog zo. “Waar zijn je billen Pieter”. Ik voelde aan de plaats waar ooit de mooiste mannenbillen van het gewestelijk halfrond hadden gezeten. Ze waren gevlogen, God had mij de billen ontnomen.

Nou ja het scheelt weer geld, geen overbodige bomen meer voor toilet papier, en het poepen gaat ook sneller nu, mij zal hij er niet mee hebben die heilige piemelpik.

 January 31, 2013  Posted by at 13:21 Pieters Proza No Responses »