Jan 262013
 

Title: De Papiergrijper | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza In het vroege ochtendgloren liep ik vrolijk, althans niet chagrijnig in ieder geval, naar mijn fysiotherapeut. Wat is de Gorzen toch mooi zo vroeg in de morgen dacht ik, terwijl ik tevreden als een oud baasje naar de arbeiders huisjes keek. Geen grote gebeurtenissen die de geschiedenis boeken in gingen, maar verder gebeurt er elke minuut wel iets in deze huisjes in de Gorzen van Schiedam. Een bevoorrecht mens ben ik, dat ik hier mag wonen, en dat zonder dat ik het vroeg.

Op de stoep zie ik krijt tekeningen, die ik van jaloezie wat probeer weg te vegen met mijn schoenzolen, nee hoor dat lieg ik, al had ik het graag gedaan, als dat oude mens niet even verder op haar zwart witte stoep schijtertje aan het uit laten was. Op de plaats waar twee jaar geleden ene Joop met twintig messteken om het leven kwam, hebben de kindertjes met krijt RIP neergezet, wat lief denk ik ietwat sneller door wandelend.
Beetje morbide is het wel.

De fysiotherapie gaat klote, maar goed morgen op vakantie naar Barcelona, dus ik moet het nog wel even uithouden die dodelijke schouder en rug pijnen. Op de terug weg zie ik een man met een rond brilletje en een papier grijper in zijn knuist, de naam van de papier grijper eer aan doend, hij grijpt namelijk papier. En mijn God mensen lief, dat doet deze man niet zomaar, een beetje papier grijpen, nee mij valt op dat deze man in dat afzichtelijk felle overal dit papier grijpen met een grote grijns doet, een prachtige grijns, die bij elk papiertje dat hij grijpt groter wordt. Fascinerend gewoon die kerel, ik stop om naar dit tafereel te kijken, hopend dat hij mij opmerkt, en misschien in het uiterste geval mij groet, of misschien geïrriteerd toe roept, “sta je soms naar mijn reet te kijken flikker”, in ieder geval iets, maar nee, de man is verzonken in het schoonhouden van de Gorzen, die dus zo mooi is dankzij deze geheimzinnige papier grijper.

Na een tijdje stopt de grijns met groter worden, omdat de papiertjes op zijn, die hij gretig kan grijpen.Ik voel in mijn zakken of ik nog wat kan vinden om neer te gooien, maar nee, echt helemaal niks. Het mannetje loopt door, met een grijns op zoek naar meer papier, mij achter latend vol respect voor deze grijnzende papier zoeker. Eén ding staat voor mij vast, een papier zoeker als deze, zal ik in Barcelona echt never nooit niet vinden.

 January 26, 2013  Posted by at 13:12 Pieters Proza No Responses »
Jan 252013
 

Title: Weledelgestrenge Heer Jan Willem Pieter Zandvliet :) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza 21 jaar was ik, alles wat kon mislukken tot een gedegen normaal rendabel man met een gouden toekomst had ik achter de rug, en nog veel meer zou volgen. Maar dat schept wel leuke situaties voor mijn trouwe lezers, alle drie.
Ik had net een wilde en korte romance achter de rug, hij was echter niet uit mijn hoofd, maar ik besloot te solliciteren op een baan, als post jongen op de postkamer van een Rotterdams advocatenkantoor. Een dag eerder had ik op dezelfde enerverende baan gesolliciteerd in de Van Nelle Fabriek, en ik had het onlangs mijn warrige voorkomen net niet gered, zo vertelde een vriendelijke man mij per telefoon.

Stront zenuwachtig ging ik met tramlijn 6 naar het Centrum van Rotterdam, waar het advocaten kantoor zich bevond. Op een stoeltje moest ik wachten tot mijn naam werd omgeroepen, ik heb tachtig keer in tien minuten gedacht weer wegtelopen, net toen ik besloot aan mijn gedachte gehoor te geven werd mijn naam omgeroepen, en leek het alsof ik al dol enthousiast was om naar de sollicitatie te rennen. Een sacherijnig kijkende bril dragend mollig figuurtje gunde mij geen blikwaardbig, toen ik hem groette. Mijn haat was geboren, en alle ziektes die je kon krijgen zou ik gelijk aan Sinterklaas zo aan de man toebedelen, en dan zonder eten naar bed.
Hij gemaande mij met een hand gebaar voor hem te gaan zitten. Daar stopt het, ik weet niet waar ik het verder met de kerel over gehad heb, of met mij. Tot hij zei dat ik was aangenomen, en dat hij mijn baas was. Laat ik hem Lex Goudsmit noemen, om da ik liever geen echtte namen van de personen in dit stukje wil noemen. Al was de kerel op leeftijd, en dan nog met al die ziektes zonder pepernoten, nee die zal mij niet meer aanklagen, en hij zal vast niet één van mijn drie lezers zijn. Mocht da wel zo zijn, krijg dan alsnog de pest.

De maandag op deze vrijdag stapte ik weer op tramlijn zes richting mijn baan. In de tram voelde ik de knoopjes van mijn jas op mijn borst en buik, ter inspectie keek ik even hoe dit kon, nou ik was vergeten een trui, shirt of blouse aan te doen. Ik kon niet meer terug, want dan zou ik de eerste dag al te laat om mijn werk komen. Ik kocht vlot een wit shirt bij de Hema, Obstakel opgelost.

Op de afdeling van mijn werk waar de postkamer zich bevond werd ik voorgesteld door Lex Goudsmit aan al mijn vriendelijke collegae, op e´en vriendelijke na, degene die mij in moest werken, Albert mol. Deze verwijfde kerel was erg populair bij alle secretaresses, hij viel ze nooit lastig denk ik. Het duurde een week voor alles wat ik moest doen een beetje liep, toen kwam er een afscheidsfeestje van Albert Mol, ik werd dronken, geen goede zet. Ik vergeet het veelal als ik dronken ben geweest, dus werd ik door Lex Goudsmit tot de orde geroepen, ik weet niet wat ik gedaan had, maar het leek hem beter als ik op personeels- feestjes geen drank meer dronk. Even later zat ik achter mijn bureau, de faxen liepen binnen uit heel de Wereld, terwijl ik eens bekeek wat er in de kast stond, kantoormaterialen en sigaren die de advocaten soms kwamen kopen, de secretaresses kochten de kantoormaterialen, en het geld ging naar Lex Goudsmit, maar ik bracht natuurlijk de nodige zelf verzonnen procentjes in rekening. Ik ging de post en faxen rond brengen, bij iedere secretaresse werd ik steeds verliefder, een buik vol vlinders, wat een baan. Na twee weken kreeg ik een collega op de postkamer, met de naam Kuttschreuter, ja die naam is dan weer wel echt. Steeds als hij zijn naam noemde schoot ik in de lach. Dit deed een vriendschap geen goede, hij werd dan ook al snel ziek, en kon ik weer alles alleen doen. Met pijn in mijn hoofd omdat ik die ochtend tegen een pilaar was aan gelopen toen ik mijn collega’s vrolijk groette, besloot ik het archief in de kelder een beetje op orde te gaan brengen. Twee uur later wekte een secretaresse mij daar, ik lag in een archief kast siësta te houden. Gelukkig was de vrouw mij goed gezind, en zou niks verklappen. Ze liep weg, ik bekeek haar eens goed, en dacht eraan haar ten huwelijk te vragen….

Op een kwade dag was ik een fax vergeten te brengen bij advocaat Leen Jongewaard. Ik zag dat ik drie uur te laat was en de fax Urgent was. Ik maakte er een mooie prop van en wierp die sierlijk in de prullenbak. Toen kwam de Secretaresse van Leen Jongewaard binnen, ze vroeg naar de fax, ik zei dat die niet binnen was. Ze geloofde mij niet en begon in de fax apparaten te kijken, maar vond niks. Toen liep ze pissig weg. De dame was nog niet weg, toen die weer open werd gedaan door een woedende Leen Jongewaard, die mij de huid vol schold, ik bleef ontkennen, terwijl Leen voor de prullenbak stond waarop de prop fax waar urgent duidelijk op te zien was stond te schelden.
Na een kwartier hopen op zijn hartaanval, ging hij weg. Toen ik dacht dat ik ervan afwas kwam Lex Goudsmit ook nog even vloeken. Toen die weg was, pakte ik een sigaar, die ik op een bankje aan het stadhuisplein genietend oprookte. Daar besloot ik geen striptekenaar te worden maar advocaat of notaris. Op het gerechtsgebouw aan de Noordsingel had ik eerder die week al stiekem pruiken van de rechters staan passen in hun kleedkamer, waar ik post moest brengen, en die stonden mij goed, zo vond ik. Mijn moeder was blij verheugd met mijn nieuws, van mijn vader kreeg ik een oud pak die ik drie weken aanhield. Als ik in het veel te grote pak de post rond bracht hoorde ik de secretaresses achter mij giechelen, maar dat boeide mij niet, ooit zouden die mij gehoorzamen.
Toch bleef ik het tekenen trouw, ik maakte namelijk onder werktijd karikaturen van de secretaresses. Lex Goudsmit schrok zich een ongeluk toen ze zagen dat ik de tekeningen in mijn kantoor had opgehangen, met mijn naam overal groot op. Ik moest ze weghalen van de lamzak zonder leven.
Ik besloot de winst van de sigaren niet meer met hem te delen, en rookte inmiddels al meer sigaren als alle advocaten tezamen. Na zes weken ontsloeg ik mezelf, het was genoeg geweest….

 January 25, 2013  Posted by at 16:38 Pieters Proza 2 Responses »
Jan 242013
 

Title: Ballen op de Wallen | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Vrolijk, uitermate uitgelaten en mij voelend als gangster zat ik tegenover mijn vriend Ricardo.Terwijl de Golf oorlog net was uitgebroken en men nog niet wist of de Amerikaanse soldaten in hun eigen bloed zouden verdrinken, zo als Sadam Hoessein had gezegd, zaten wij quasi gevaarlijk ons geld te tellen, we hadden voor het eerst in ons achttien jarige leven ingebroken.Twee en twintig honderd gulden was de buit, die zouden we flink gaan aanbreken in Amsterdam. Jawel we zouden naar de Wallen gaan, nu  eens niet om langs de ramen te lopen, en te fantaseren wat men in zo’n pees kamertje allemaal wel kon doen.Neuken dat was duidelijk, maar gelijk ook erg vaag.Er hing immers altijd een spanning rond het seks hebben met een hoer, en die gingen wij maar even mooi doorbreken.

Koortsig liepen we even later over de Wallen.Het gangster gevoel had plaats gemaakt voor een vreemd soort huppelkut gegiechel.Wat waren wij zenuwachtig, niet normaal meer.Een hele dikke negerin deed haar deur open, en wenkte naar ons.Gatver zei Ricardo, voordat ik hem een duwtje naar de vleesmassa in de rug gaf.Hij werd aan zijn arm naar binnen getrokken, angstig naar mij omkijkend.Ik zwaaide met een vette grijns op mijn gezicht, en liep door opzoek naar mijn betaalde liefde.Een mooie Aziatische dame zat poedelnaakt mooi te wezen op een krukje.Ze lachte naar mij, achteraf denk ik dat ze mij eigenlijk uit lachte.Ik deed haar deurtje open, heel zelf verzekerd, tot ik daar dus binnen stond, ze bleek niet de enige horizontaal werkster te zijn.Er kwam een hele lelijke donkere dame op mij af, een mix van Samuel Jackson en Micheal Jackson, ik wees dom naar de Aziatische vrouw en wist niet wat ik moest zeggen.Al mijn zelf zekerheid van zo even lag blijkbaar nog buiten.Moest ik nu zeggen ik wil neuken met haar, die daar op dat krukje, en niet met jou griezel.Nee dat had niet aardig geweest, misschien wel dodelijk zelfs.Dus ik liet mij maar begeleiden door de donkere dame, die bij een fonteintje mijn trots waste.Nou trots, hij was inmiddels niet veel groter als een Hollandse garnaal.Ik wilde maar één ding, heel erg graag weer weg.Buiten mijn zekerheid was nu ook mijn geilheid verdwenen.DE donkere dame had een enorm grote mond, en het leek alsof ze heel veel tanden had.En waar haar borsten hoorde te zitten, waren ze in ieder geval niet.Naakt ging ik op een smoezelig bed liggen.In het Engels vroeg de dame waar ik vandaan kwam, ik zei Holland zonder enige vorm van trots.Zei kwam van Jamaica,”Bob Marley”, zei ik bij gebrek aan beter.Ze moest lachen en kwam naast mij liggen.Ze pakte mijn zielig hoopje plas vlees, en probeerde hem neuk klaar te maken.Ik keek rond, ik was beland in een honk waar zoveel mannen voormij deze dame geneukt hadden, bedacht ik mij opeens.Een gedachte die mijn penis niet harder deed worden.Opeens rook ik een enorme strontlucht, ik moest bijna kotsen terwijl Miss Jamaica allerlei geilen dingen tot vervelends toe in mijn oor bralde.De strontlucht bleek van haar af te komen, nee niet uit de plaats waar die normaal gezien uit zou moeten komen, nee uit haar enome mond kwam die mij misselijk makende lucht.Ik draaide mijn hoofd van haar weg.Ik begon mezelf maar af te rukken, en dat hielp, eindelijk ging ze weg om op mijn in condoom verpakte half slappe piemel plaats te nemen.Meteen begon ze overdreven te kreunen, ik was beland in de zieligste pornofilm ooit.En door haar gekreun werd de stront lucht niet te harden, en mijn pik floepte onwelwillend uit haar roze werkplaats.Ze moest lachen, de trut.Voor vijftig gulden meer zou ze mij wel even pijpen, zo gezegd zo gedaan.Haar enorme mond nam mijn Kleinduimpje te grazen, het zag er angst aanwekkend uit.K durfde er net als bij een dokters ingreep niet naar te kijken.Na een tijdje duwde ik haar weg, en ze kwam weer naast me hijgen.Daar lag ik dan naast Miss poepbek mezelf klaar te maken, de zieligste vorm van aftrekken was een feit.Met mijn andere hand greep ik naar een grote donkere tepel die eigenlijk op een borst hoorde te zitten, ze sloeg op mijn hand alsof ik een koekje wilde pikken.Hoe ik het deed weet ik niet maar ik perste er wat sperma uit.Ik waste mijn geslacht in deze vernedering en nam vlug de benen.Buiten stond Ricardo op mij te wachten.En hoe was het vroeg hij nieuwsgierig, goed hoor, loog ik.En hoe was jou dikkerdje vroeg ik ook maar.Heerlijk zei hij, ze zag er niet uit, maar ze deed het ongelofelijk goed, ik kwam alleen erg snel klaar klaagde hij.Ik baalde verschrikkelijk van mijn ervaring in de betaalde liefde.We brachten de nacht door in Hotel Admiraal, in een twee persoonsbed, Ricardo rolde continu snurkend door het ingedeukte matras tegen mij aan.Ik stapte uit bed en ging net als de hoertjes voor het raam zitten.De gracht deed mij alleen nog maar meer aan mijn seksuele afgang denken.Uiteindelijk viel ik in slaap, op de grond naast het bed.Bij het wakker worden wilde ik meteen weer naar de Wallen, ik zou mijn slechte ervaring gaan weg neuken.Tegen de verbaasde Ricardo zei ik dat ik weer zin had.Hij niet, zei hij, wat ik zogenaamd verdacht vond.Hoezo niet, plaagde ik meer mijn geweten als Ricardo, was het niet lekker dan.

Wat later wandelde wij weer over de Wallen, nu nam ik de tij voor een goede keuze.Pas toen het donker werd liep ik naar een raam waar een mooie vrouw weer naar mij lachte.Ik zwaaide naar Ricardo, en deed de deur open.Zwoel kwam de toch wel erg kleine dame op mij aflopen.HI zei ze in het Engels.En even later lag ik met de langharige dwerg in bed, ze vertelde dat ze half Spaans, half Indiaas.Toen ze op mij plaats nam, zei ik iets in het Spaans, waarop een Spaans gesprek tijdens het neuken volgde.Het was lekker, maar heel erg namaak allemaal.Wat de erotische sfeer ook niet ten goed kwam was de radio die aanstond.Toen ik bijna klaar kwam begon ze hysterisch te gillen, nee niet van mijn acties, maar van de aanval op Bagdad die door de nieuwslezer op de radio bekend werd gemaakt.Terwijl het lucht alarm de pees kamer door loeide, vroeg ik of het wel ging met haar.Ze was inmiddels van mij afgestapt en zat naast mij te huilen.IK aaide over haar rug, om zo een soort troost te bieden.Het was mij allemaal veel te bizar, ik zei dat ik niet zo nodig hoefde te neuken.Ze vertelde dat ze het zo erg voor mij vond terwijl Bagdad in brand stond.Ik kwam er vast wel overheen.Toen ik weg wilde lopen riep de mooie dwerg mij terug,”hier een appel voor lieve jongen”, zei ze in het Nederlands.Tot de appel weg rotte heeft hij op mijn nacht kastje gestaan.Tot zover de eerste en laatste ervaringen van een loser op de Wallen.

 January 24, 2013  Posted by at 18:44 Pieters Proza No Responses »
Jan 242013
 

Title: De Dode lijn (2006) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Wilt u op de Dode lijn komen, dan kan dat, nee het kost u niks. Enige moeite misschien om beroemd te worden en te overlijden. Want alleen dan maakt u kans om op de dode lijn van Itam mijn stiefzoon en mij te komen. We bellen elkaar niet vaak, maar als we elkaar bellen is er meestal iemand dood, een beroemdheid zal ik maar zeggen. Met mijn moeder heb ik een soort gelijke minder vrijwillige dode lijn.

Ik bel haar namelijk nooit om van iemands dood te berichten. Nee zij belt mij altijd met het slechte nieuws dat er een oude bekende, of een familielid is overleden. Deze lijn valt me meestal een stuk zwaarder. Soms mopper ik ook op haar, als ze bijvoorbeeld verteld dat een buurman dood is, waarvan ik niet eens besefte dat hij geboren was. Dat kan dan knap vervelend zijn, ik had dan toch gehoopt dat ik die dode kende. Maar je moeder sla je niet, en al helemaal niet door de telefoon. De dead reports beginnen allemaal met dezelfde zin,”weet je wie er dood is”, zonder die opener geen serieuze kandidaat voor de dode lijn. Soms hebben we het nog even over het verleden van de spiksplinternieuw nieuwe Hemelganger, maar vaak was zijn/haar naam voldoende en zijn we daar tevreden mee. De Paus zagen we aankomen, die was dus alles behalve spannend. Wally Tax die gisteren overleed, vond ik niet eens het vermelden waard, ik betwijfel namelijk of Itam hem kent. Ik zou hem er hoogstens nog even zijn bed voor uit kunnen bellen. Prins Rainer van Monaco was ook al een schot voor open goal, maar toch net de moeite van het bellen wel waard.

Een top dag is als er twee doden op een dag gaan. Bijvoorbeeld 2 November 2005, was als het Theo van Gogh en Gerrie Knetemann niet waren geweest een feestdag voor onze geliefde dode lijn. Geweldig zou zijn als er bijvoorbeeld een gebouw in zou storten met een flink aantal beroemdheden, bij voorkeur een zooi etterbakken natuurlijk. Dan konden we zeggen,’’Er is een gebouw in gestort, weet je wie er allemaal in zaten en dood zijn”, maar dat zal wel nooit gebeuren. Eer gisteren kreeg ik van Itam het bericht dat kunstenaar Anton Heyboer was overleden, die man met de vijf vrouwen. 81 was hij gestorven in zijn slaap. Ja daar ga je niet om treuren, maar toch vond ik het jammer. Hoewel er geen hoogtepunten van Anton meer te verwachten vielen op zijn leeftijd, had hij er toch maar een hoop gehad. Geweldig hoe hij met de ogen dicht, in zijn knuist tal van kwasten een hele zooi werken schilderde. Of hoe hij achterlijk op een gitaar zat te rammen en zat te schreeuwen. De journalist hoopte waarschijnlijk dat Anton toen al dood zou blijven. Dat had een primeur van heb ik jou daar opgeleverd. De musea vonden niet dat het kon, een werk van Anton die twee duizend gulden koste, naast een werk van 60000 gulden van een andere kunstenaar, vertelde hij ooit. Wat een lompe arrogantie, fijn toch als een kunstenaar zijn werken betaalbaar houd? De galeries hebben totaal geen probleem met dit fenomeen, ze verkopen Anton’s werken bij bosjes, en die bosjes zullen nu wel onbetaalbaar worden.* Stiekem hoop ik al op een mooie biografie, of misschien zelfs een speelfilm over Anton Heyboer. Dat was hij meer als waard. Hij maakte misschien niet altijd kunst, maar daar gaat het niet om, Anton was kunst en dat kan maar van weinig mensen gezegd worden. Misschien was Anton zelfs wel een beetje te groot voor onze dode lijn, Itam had het nieuws van zijn overlijden mij persoonlijk moeten berichten. Het ga je goed Anton, wij zorgen wel voor je vrouwen. Ik ben trouwens bang dat ze dat zelf wel kunnen. Natuurlijk ben ik samen met mijn vrouw richting Landsmeer in Noord Holland gereden, waar het huis en de galerie van Anton zich bevinden. Het hele huis is fel beschilderd, waarschijnlijk door zijn meest beschilderde vrouw, die ook de galerie rund. We hadden ons er erg op verheugd, maar het was een afknapper als een peuk in een asbak met een laagje water. Een stel stond een werk voor de kinderen uit te zoeken, en deden dit zo luid dat iedereen van de aankoop moest weten. één werk vond ik erg goed, bij de rest keek ik eigenlijk meer naar hoe de handtekening iedere keer hetzelfde was. Toch wil ik hier niet gaan zeggen dat een bezoek aan de boerderij van de vrouwen zonder Anton niet meer als waard is. Want ik weet inmiddels wel dat je in de mood moet zijn, en dat waren wij niet. We hadden onze hele dag erop ingesteld, en dat is al fout. Net als in een lange rij voor een museum staan, dan kan je er donder op zeggen dat het tenminste minder impact zou hebben dan als u vrolijk naar binnen wandelt, prachtige kunst ziet, terwijl u eigenlijk boodschappen had moeten doen.

Auw mijn wijsneus prikt………….

 

* het is nu gebleken dat de werken van Anton niet duurder zijn geworden, maar nog steeds betaalbaar zijn.

 January 24, 2013  Posted by at 13:45 Pieters Proza No Responses »
Jan 232013
 

Title: Praag | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Door gezang werd ik uit mijn slaap gewekt. Toen ik een oog kon openen zag ik een geheel kinderkoor naast mijn bed staan. Dit is toch de meest bijzondere wekker die je, je maar kan indenken. Nog bijzonderder was het geweest als de Bulgaarse meisjes voor mij hadden gezongen. Maar de meisjes stonden met hun rug naar mijn bed toegekeerd. Ze zongen voor James, de Amerikaanse breakdancer die trots op de punt van zijn bed naar zijn jonge fans luisterde. Je zult wel denken wat die lui allemaal in mijn kamer kwamen doen. Zingen dus. Maar niet in mijn slaapkamer, nee dit was een grote slaapzaal. Waar de Nederlandse delegatie van een internationale culturele uitwisseling verbleef. Dit was mijn tweede dag in Praag.

De avond ervoor was het laat geworden, ons breakdance team had op getreden, onze Surinaamse zangeres en onze Kaapverdiaanse Bubbling danseressen. Vanavond zou het mijn beurt worden. Laat ik eerst vertellen hoe ik in dit rare verhaal was belandt.

In de wijk Delfshaven waar ik woonde mocht ik de muur van het jeugdcentrum beschilderen. Leuk zou je denken, nee dus een ramp. Iedere bezoeker van het jeugd centrum kraakte mijn schildering af, zelfs mijn beste vrienden. Gelukkig was Hans de jongerenwerker wel enthousiast. ( zie het stukje Action painting ) Hij beloofde me dus de reis naar Praag. Te gek dacht ik, tot ik dus in Praag aankwam en niet wist wat ik er eigenlijk moest doen. Mijn dagen vulde ik met tekenen, werkeloos zijn en mijn vriendinnetje neuken. Niet echt bijzonder eigenlijk. Het had misschien een optie geweest als mijn vriendinnetje mee was gegaan en we in het prachtige theater tussen de Bulgaarse kinderkoren, breakdansers en weet ik veel wat allemaal meer op het eikenhouten podium hadden liggen vrijen, maar ze mocht niet mee. En om nou voor een gevulde zaal te gaan zitten tekenen was ook een afgang. Daar lag ik dus in mijn bed met het koor naast me over te piekeren. Terwijl James adressen van de meisjes in ontvangst nam, ging ik maar douchen. Harold onze begeleider in Praag vertelde dat ik met James het busje moest schoonmaken, omdat we die middag een bezoek zouden brengen aan het centrum van Praag. Het zou allemaal niet zo ongelofelijk vervelend zijn geweest, als het niet vroor. Onze handen lagen er zowat af, ik hoop dat Harold zijn penis tenminste voor Een nacht niet omhoog zal krijgen bij zijn geliefde.Verder was hij een fijne gozer hoor die Harold, mocht hem graag maar toen even helemaal niet.

De bus was weer schoon, en James en ik zaten met opgezwollen vingers in het druk kletsende gezelschap richting Praag centrum, waar ooit groot schrijver Franz Kafka tal van prachtige boeken schreef zonder de stad ooit te noemen, dan moet ik dat maar doen. We waren nog geen vijf minuten aan het wandelen toen ik een mooie etalage bekeek. Toen ik uitgekeken was merkte ik dat de groep verdwenen was. Geen paniek dacht ik nog, en rende een flink blokje om, op dezelfde plaats weer aangekomen hield ik twee agenten aan, en vroeg in zei in het Engels dat ik bij een groep uit Nederland hoorde, en dat ik die kwijt was. Ze verstonden mij niet zeiden ze in het Duits, en zeiden dat ik maar moest wachten, dan zouden ze wel terug komen. Dit deed ik een uurtje starend naar de oude gebouwen die nog onder het kolen roet zaten. Maar toen ging ik ze toch maar zoeken, verkleumd van de gure kou. Nergens kon ik ze vinden, en ik begon wat angstig te worden, ik stapte op de Metro die vol zat met alleen maar chagrijnig kijkende mensen. Misschien lag dit aan de Russische muts met communistisch embleem die vrolijk op mijn onwetende hoofd stond. Die mensen waren nog niet zo lang geleden namelijk bevrijd van de Russische bezetters. (zie foto) Maar ik had die muts toch echt van een Tsjech gekocht, wat verder ook niks zegt. Na een tijdje stapte ik uit, helemaal niet wetende waar ik uitstapte, overal stonden saaie flats, die mij deprimeerde net als de kou. Opeens leek het alsof mijn naam omgeroepen werd door de luidsprekers, iedereen zou erop afgaan, ik niet hoor, nee ik dacht dat ik begon te hallucineren en stapte geschrokken de Metro weer in terug richting het Centrum van Praag. Daar liep ik tot het donker begon te worden, net toen ik beelden van mijzelf als Praagse zwerver begon te zien, zag ik een bolle agent. Ik hield hem aan en ging paniekerig tegen de man praten. Hij maakte een gebaar, wat erop duidde dat hij dacht dat ik teveel gedronken had. Niet zo raar, want ik sprak niet alleen paniekerig tegen hem, in mijn verstrooidheid sprak ik ook Spaans tegen de diender. Toch was hij de rotste niet, en wenkte me met hem mee te lopen. We liepen langs gebouwen met een rijk verleden, hij vertelde er trots over in het Tsjechisch, ik vroeg maar niet of hij dronken was. We kwamen aan op een heel oud bureau, waar hij over me met een andere agent stond te babbelen. Die lachte en bood mij thee aan. Hij zei dat mijn vrienden me weldra kwamen ophalen in het Engels, gelukkig. Harold was blij me weer te zien, al had ik hem een rot dag bezorgt, dan had hij mijn dag nog niet meegemaakt. Die avond gingen we stappen.

In een discotheek die meer leek op een oude balzaal ging ik helemaal los met James op de dansvloer. Opeens duwde een gast met een gezicht wat het meest op een borst deed denken, mij ruw in de rug. Ik ramde er zonder iets te vragen op los, dit bleek de begeleider van de Belgische culturele delegatie te zijn. Harold en James haalde mij van de man af.Hij zei dat ik zijn knip probeerde te stelen, waarop ik kans zag te antwoorden met een trap in zijn maag. Harold had het niet meer, en duwde mij op een stoel. Ik baalde flink, en had het al flink gehad in Praag. De Belg kwam op mij af, en zei dat hij zich vergist had, en hij bood me een biertje aan. Ik zei dat ik dat niet lusten en dat het verder wel okay was. Even later kwam er een dame naast mij zitten, ze was denk drie keer zo oud als ik en heel slecht opgedroogd na haar geboorte. Ik negeerde haar zwoele blikken. Maar na een tijdje vroeg ik haar ten dans. Dat had ik dus niet moeten doen, ze begon heftig tegen mij aan te rijen op muziek van de Guys en Dolls. Ik duwde haar van me af, en liep aar het toilet. Ik stond lekker te wateren, toen ik een hand die niet van mij was mijn geslachtsdeel zag pakken. Ik slaakte een gil, en duwde mevrouw wil wel, ruw tegen de plavuizen aan. Ze begon te krijsen, dus kwamen er weer mensen op mij af, ik had het helemaal gehad. Gelukkig had Harold het allemaal wel gezien, op de WC scène na dan, gelukkig en hij redde ons eruit.

Toen we weer in ons appartement aankwamen, vroeg iemand van de organisatie waar ik die avond was gebleven als tekenaar. Harold handelde dit verder af, en de volgende dag moest ik dus mijn ding gaan doen. De zaal zat vol mensen uit allerlei landen, na een concert van een groot orkest uit Sofia Bulgarije, werd mijn naam omgeroepen. Onder het geklap liep ik naar het podium. Het had zoveel makkelijker geweest als ik wist was ik daar ging doen. Een vrolijke dame, vroeg dan ook wat ik ging tekenen. Mezelf aan een touw bungelend dacht ik diep bedroefd. Ik kon niks meer zeggen, anders zou ik vast gaan huilen. Weer kwam Harold als de redder in nood, en hij regelde dat ik kinderen van een Zuid Koreaans gezelschap mocht na tekenen. Nou ze waren echt leuk die kinderen dan, mijn tekeningen sloegen echt kant nog wal, maar kind na kind liep er juichend mee weg. Na drie uurtjes was ik zo dacht ik er wel klaar mee, maar nee ik moest met weer een andere dame naar een kleuterschool om Tsjechische peuters na te tekenen. In een klein klasje werd ik achter het bureau van de blonde juf neergezet. Terwijl ik begon te tekenen liep zij de klas uit. Ik was verdiept in het tekenen en hoorde van alles om mij heen vallen en janken. Toen er geen peuter meer voor mij kwam zitten, ging ik staan en keek om mij heen, ze hadden het lokaal totaal vernield. Sommige van de portretten lagen in proppen op de grond. Kasten omgegooid weet ik veel wat ze allemaal niet hadden uitgevreten. Ik liep de klas uit de blonde jus liep in de gang terug naar haar rampjes, ik groette haar. Achter mij hoorde ik gillen, de juf ging uit haar naad.

Ik werd netjes terug gebracht en had mijn ding gedaan in Praag, ik wilde maar één ding, terug naar Rotterdam.

 January 23, 2013  Posted by at 17:47 Pieters Proza Tagged with:  No Responses »
Jan 232013
 

Title: Action painting | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Mijn eerste ervaring met muurschilderen stamt uit mijn pubertijd. Toen reden er al fietsen, zelfs autoś waren een algemeen goed, en andere straat en beeld bepalers van toen zijn er nu helaas nog steeds. Ik tekende mezelf op een schaal van één op één met krijt op mijn muur, zodat er nauwelijks nog over heen te schilderen viel, dan wel te behangen. Misschien zijn door die actie de huizen uiteindelijk gesloopt, wie zal het zeggen, wie zal het weten, lekker belangrijk. Ik was zwaar tevreden met mijn even beeld, in mijn enthousiasme, stormde ik de trap af naar al mijn ouders, twee als ik het goed heb. Ik was even vergeten dat ik niet had gevraagd op de muur te tekenen aan mijn ouders. Mijn vader begon nog met zijn kunst kritiek voor hij mijn schepping had mogen aanschouwen, mijn moeder moeder stortte pas ten gronde toen ze mijn werk zag. Je moet het er maar mee doen, je kunt je ouders niet uitzoeken, was dat maar waar.

Op naar de tweede ervaring, 1991. Ik stond in de wijk Delfshaven een beetje bekend als striptekenaar, overal zou je daar trots op zijn, en mee kunnen pronken, maar in Delfshaven was je dan een flikker die niet van voetbal hield. Ik hield wel van voetbal, maar had geen zin mij hier tegen te verzetten. Ik ben gek op het werk van de Amerikaanse kunstenaar Keith Haring, die overigens wel een flikker was, of hij van voetbal hield heb ik in geen van zijn biografie of dagboeken terug kunnen vinden, het zal waarschijnlijk dus niet het geval zijn, en bovendien is in Noord Amerika voetbal voor meisjes. Op onze Jeugdsoos vroeg Jan Walters, de jongerenwerker in die tijd, of ik een muurschildering wilde ontwerpen voor boven de ingang van de Helling. Nog voor hij zich had omgedraaid, om koffie te zetten was mijn ontwerp bij wijze van schrijven al af. Drie breakdansers, afgeleid van mijn held Keith Haring, maar dan wel een heel beroerde versie, die hij gelukkig niet meer heeft gezien, doordat de goede man in hetzelfde jaar als mijn grote doorbraak (wacht ik nog dagelijks op) aan AIDS overleed. Hans vond het ontwerp wel aardig, en de volgende dag ging ik naar De Kroon verfhandel, waar het altijd zo heerlijk rook, verf en kwasten kopen.

Weer een dag later begon ik met mijn schildering. Probleem 1 ik had nog nooit geschilderd, probleem 2 het waren over elkaar liggende latten hout die mijn breakdansers tot spasmen zouden doen veranderen, en probleem drie, het jeugdcentrum was gewoon open, en tussen de blowende mede jongeren moest ik mijn ding doen. Voortdurend werd mijn werk afgezeken, en helemaal onterecht was dit niet, maar beter werd het er ook niet van. Bij breakdancer twee gooide ik verf over een zeikerd heen, en brak er een vechtpartij los. Zo is het bij twee figuren gebleven. Hans moet medelijden met mij hebben gehad, want ik kon door hem mee met een jongeren uitwisseling naar Praag (zie stukje Praag), waar dien ten gevolge ik mijn vrouw Xandra door ontmoette.

Het duurde jaren voor ik mij weer liet verleiden tot een muurschildering. Dit was in 1996 toen ik eigenlijk alleen bezig was met het vervaardigen van Smeltkunst, melt art. Een goede vriendin Erik de Paal vroeg mij om mee te doen aan een live painting bij een groot jaarlijks terug kerend popfestival in het Beatrixpark te Schiedem (was het laatste jaar nog lang voor de Crisis). Kunstenaar Boris van Berkum hielp mij aan etalage benen, om te smelten. De beste graffiti spuiters van Rotterdam waren al druk bezig toen ik met Boris bij de muur verscheen, met de armen en benen in mijn armen. Het zag er eigenlijk al geweldig uit, Boris ging meteen los, terwijl ik daar wezenloos van emoties stond met de ontlede etalage poppen. Ik probeerde er vanaf te komen, door te zeggen dat mijn werk het geheel zouden ontkrachten, dit loog ik niet trouwens. Maar mijn goede vriendin Erik maande mij mee te gaan om de benen en armen te gaan smelten.

Tussen wat stekkerdozen zette hij mij en mijn verfbrandertje neer, en liep weer druk doende weg. Ik zette de brander aan. Het zat niet mee, de benen en armen waren keihard en wilde niet smelten, de stekkerdoos daarentegen wel, in een enorme zwarte rook sloeg de stroom met een knal uit. Niet alleen bij mij, maar in half Schiedam. Het Punkbandje I against I, had geen stroom meer, dan wel de nodige fantasie om akoestisch verder te spelen. Een groot met lucht opgepompt blikje cola zakte in elkaar over het publiek, en al snel stond ik tussen allerlei horeca werknemers, die woest op mij scholden, één frietboer raakte mij zelfs aan, begrijpelijk, maar weer ging het uit de hand lopen. Mijn goede vriendin Erik sprong ertussen. Ik besloot naar huis te gaan.

In 1999 heb ik ten tijden van de groepstentoonstelling in het Stedenlijkmuseum van Schiedam dan eindelijk de grote muurschildring gemaakt die ik altijd heb willen maken, wel afgeschermd van andere kunstenaars, en in 2001 beschilderde ik het rolluik van het Artotheek te Schiedam, wel afgeschermd door hekken. Dus u begrijpt ik ben niet bepaald een kunstenaar die top presteert met publiek om zich heen, en het besef dat er geen reet aan is om mij tergend langzaam lijntjes te zien zetten maakt het er voor mij nog veel minder interessant op, mij publiekelijk uitsteloven, en bij iedere ervaring ringelen de belletjes uit het verleden in mijn hoofd. En drank of drugs om mij hier van af te zetten heb ik geen zin in, laat ik dit verhaal dus afsluiten met de legendarische Roy Orbisson (hield niet van voetbal en was ook geen flikker), ¨Only the lonely¨…..

 January 23, 2013  Posted by at 14:08 Pieters Proza No Responses »
Jan 222013
 

Title: Held | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Net toen men er in deze Wereld uit was, “helden zijn allemaal de pijp uit, of de grond in”, dook er een kerel op. Op zijn fiets van het merk, “Scrotumbeurs” rijd de man met gebogen rug tegen de Hollandse wind in, met zijn snotterige neus snijd hij door de wind, een stevige neus, de wind had geen kans deze massieve neus te ontwijken. Een zwarte jeans omsluit zijn benen, Zijn jas is van het zelfde zwart als de jeans, eigenlijk ziet de man er goed uit, zo in het zelfde zwart als van zijn jeans en jas. Ondanks zijn knieen bijna afbreken, door de weerstand die hij moet leveren tegen de wind, zingt hij een liedje, vergezeld van een glimlach achter zijn bril. Hij zingt, “ik heb een tuintje in mijn hart”, van onze Jan Smit en hun Damaru. Voor wie hij het tuintje in zijn hart heeft, is niet helemaal duidelijk, onduidelijk eigenlijk. Hij stopt even met zingen, om met zijn linkerarm een zwaai beweging voort te brengen, vergezeld met de legendarische woorden, ” Hey Piet”, de groet is voor een kerel die zijn hondje uitlaat in het Hagendoornpark te Schiedam. De kerel, “Piet”, zwaait terug, en zegt, Zet hem op Peet, ze schelen blijkbaar maar één letter. Piet de man met de hond die hij Elvis heeft genoemd, en uit Mallaga afkomstig is, was op het moment dat de goed geklede Peet hem passeerde aan het nadenken. Over de stelling,”mensen gaan steeds meer op hun hond lijken”. Een achterlijke stelling, heel onbelangrijk ook, volgens Piet. Hij lijkt helemaal niet op Elvis, en het zit er al helemaal niet aan te komen. Mocht hij wensen, dat hij van die prachtige licht bruine ogen in zijn schedel had als de nu heerlijk scheitende Elvis, dan zou hij de al het levende op de Wereld van zich af moeten slaan. En zijn hond is veel kleiner, heeft ondanks de huidziekte die Piet rijk is, veel meer vlekjes, en veel mooiere ook. En Elvis heeft ongeveer vijfentwintig uur per dag een erectie van niet geringe omvang, en dat kan van Piet niet gezegd worden. Wat moet ik eigenlijk met deze kerel, en zijn gedachtes, snel verder naar Peet.

Die inmiddels al een stuk verder is gefietst. Het tuintje in zijn hart heeft plaatsgemaakt voor, “Like a hurricane” een prachtig liedje van de Canadese muzikant Neil Young. Peet zingt het liedje met heel zijn tuintje, sorry hart. Hij zingt het alsof de hurricane uit zijn tenen komt, en hij een volle zaal met Neil Young fan’s er van moet overtuigen dat Peet eigenlijk Neil is, en de Canadees Peet. Ik nam even de tijd naar Peet te luisteren, heel erg mooi. Peet is een niet erkent zanger, een man met vele talenten, en zingen is er daar zeker één van. Er zijn zoveel talentloze sterren, daar mag er toch best één van doodgeschoten , opgehangen, voor de trein gegooid en lekker ouderwets gevierendeeld worden, om plaats te maken voor dit fietsend kroon juweel. Maar de Wereld is er niet om oprecht te zijn, misschien de Wereld, maar zeker niet wat er op rond dartelt. zo blijkt uit een ruzie tussen een man en een vrouw, van wie hun autos tegen elkaar staan geparkeerd, men noemt dit ook wel een botsing.

Midden op een kruising, de kruissing Hagendoornsingel, Hagendoornweg, Hagendoornlaan en de Hagenndoornstraat. De vrouw schreeuwt dat de man een grote lul is, terwijl haar enorme borsten op het ritme van deze woorden vervaarlijk heen en weer schudden. De man knijpt in zijn edele delen, en zegt dat , je bedoeld, “grote loel heeft, en niet grote loel is”, de man is Murat geboren te Ankara, hij kan nog altijd geen lul zeggen, maar het, kanker hoer wat hij de vrouw toeschreeuwd spreekt hij perfect uit, het is alleen lul waar hij loel van brouwt. Peet fiets langs de kemphanen en roept, zijn “Like a hurricane” onderbrekend”, “lief zijn mensen, lief zijn voor elkaar”. En fietst vrolijk verder, maar hij heeft gelijk, door lief te zijn voor elkander komen wij echt verder. Maar zijn geroep ten spijt, op Murat en Ria Schubbelipjes, heeft het geen effect, ze schelden gewoon door.

Murat werd in zijn jeugd trouwens ontmaagd door zijn buurvrouw Truus Vangnet. Een ordinair wijf van toen al in de zestig, ze rookte de ene Caballero sigaret voor de andere, ze zoop koffie bij liters, en met de slaapmutsjes in de vorm van Port begon ze al ver voor het naar bed gaan. Ze werd nog negentig, is gestorven aan een hersenbloeding die vergezeld was van een hartstilstand, wat er eerder optrad is nog steeds niet helemaal duidelijk, maar het was één van de twee. Toen ze nog niet dood was, ontmaagde deze kanjer Murat, toen zij zijn besneden proppenschieter in haar mond had, en haar blond geverfde hoofd netjes op en neer bewoog, als was haar mond haar vagina, ze deed trouwens ook op haar schaamlippen lippenstift, waarom is nog steeds onduidelijk. Maar toen zei dus Murat de hemel in aan het pijpen was, zag Murat kans nog wat natedenken over dat dit dus zoals de kaaskopppen dat zeggen in de Volksmond moest zijn, om vervolgens zijn opknappen staande zak in de volksmond van Truus te legen. Maar genoeg Murat, we gaan verder naar Peet, die al bijna uit ons beeld is gereden. Hij is eindelijk op de plaats van zijn bestemming aan de Hagendoornsteeg. Vrolijk als altijd stalt hij zijn fiets tegen de al eeuwen be-urineerde gevel belt aan. Een oude dame doet de deur open, Peet groet haar uitbundig, en de oude vrouw die wel wat weg heeft van de zangeres zonder stem groet Peet hartelijk. De deur gaat dicht. Peet gaat de oude vrouw wassen en verzorgen, hij is namelijk werkzaam voor de thuiszorg. Peet heeft al heel wat oudjes gewassen in zijn leven, wat trilplassers en druipgrotjes flink onder handen genomen, zonder deze Peet, zo goed gekleed, zou zwart Nazareth beter bekend als Schiedam heel anders geuren, en de oudjes zouden uitsterven, okay dat doen ze nu ook, maar dan veel sneller. U zult denken, daar krijgt Peet toch geld voor, en dat is natuurlijk zo, en heel wat geld, zakken vol, maar hij zou het integenstelling tot ministers bijvoorbeeld net zo lief voor minder geld doen. Hij zegt altijd, nou ja altijd, heel vaak,”Laat de bezuinigen maar komen, laat de oorlog maar beginnen, ik ga gewoon door met wat ik graag doe, oudjes verzorgen”. Ja, lieve mensen zijn werk is zijn leven. Peet is gelijk een kunstenaar die ploetert met zijn verf, Peet doet dat als een plastisch chirurg met rimpels. Peet is een held, maar daar wil de man niks van horen, het is zijn plicht zegt hij altijd, als ik tegen hem zeg dat hij een held is.

Nou dan krijgt hij toch lekker de tering…..

 January 22, 2013  Posted by at 12:41 Pieters Proza No Responses »
Jan 212013
 

Title: Vlieg tuig | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Vorige week donderdag was het programma, ¨De hokjesman¨ op televisie, na mijn favoriete programma Metropolis. Nou de hokjesman was een lekker toetje, hij bezocht kamp Vught waar nog altijd Molukse mensen wonen. Een van de Molukkers werkte in het Moluksmuseum te Utrecht, hij werd net opgepakt voor hij en zijn handlangers onze toenmalige Koningin Juliana konden gijzelen in de jaren zeventig. Helaas vertelde de man dat het Molluksmuseum gesloten moet worden, een schande. Ik hoop dat het museum een doorstart zal maken, ze kunnen beter het Binnenhof opheffen, dan blijven er veel meer leuke dingen bestaan.

Lieve lezers en luisteraars die dit stukje niet kunnen lezen, dit stukje schreef ik eergisteren, en werd tijdens het schrijven pisnijdig, weer een museum weg, en weer pakt men iets van de Molukkers af, ik sprong op. En begon een plan te bedenken. Je moet toch wat als je boos bent, net als als je bedroefd of blij bent, je moet godverdomme altijd maar weer wat, kan nooit eens rustig niks doen, het is altijd liggen, lopen, staan of zitten, en in extreme gevallen rennen of klimmen.

Nou dat laatste deed ik drie uur later, ik klom namelijk over een hoog hek bij vlieghaven Schiphol. Met de miniverrekijker van mijn vrouw keek ik of niemand mij over het hek kon zien, ik deed dit twee maal, één maal met de dopjes nog op de lenzen, en een tweede maal zonder de dopjes op de lenzen. In beide gevallen kon ik niet waarnemen of iemand mij over het hek had zien klimmen, dit omdat de mini verrekijker nachtblind is, en er zit geen geheugen op. Ik besloot naar een grote Boeing te sluipen, deed mijn schoenen uit, doodsbang dat iemand mij zou horen, en wat later deed ik ook mijn sokken uit voor meer grip op het asfalt, waarom gaat het de gemeneriken in films toch altijd zo makkelijk af, voordat ze aan het einde van de film doormidden worden geschoten, vroeg ik mij zachtop af. Ongeveer op tien meter afstand van de Boeing, ging ik even zitten, haalde een thermoskan uit mijn rugzak, en schonk mij een kop dampende koffie in. Even tot mezelf komen kon geen kwaad, de druk was al groot zat, je kaapt niet iedere dag een vliegtuig. Mijn rust werd verstoord door een andere Boeing die recht op mij afkwam, ik besloot weg te springen, net op tijd, wat natuurlijk voor zich spreekt, anders was het stukje hier opgehouden. Onder de koffie liep ik de laatste twee meter naar het vliegtuig, Via de vleugel klom ik omhoog, een onverlaat had de trap voor de ingang weggehaald, grapjas. Het Vliegtuig kwam uit Mexico, mooi dacht ik, dan komt mijn Spaans goed van pas bij het kapen. De lichten in het vliegtuig waren uit, ze lagen vast nog te slapen, des te beter. Ik sloeg een ruitje in met een dik boek van Dick Laan, dat nu eens niet over zijn Pinkeltje ging. Toen kroop ik door het kleine raampje, Het lukte mij om binnen te komen, onder de kleerscheuren, met een beperkt gezichts- vermogen, omdat er een stuk glas in het oog naast mijn linker ook stak, en een oor was in het raam blijven zitten, no spang, daar laat deze jongen zich niet door weerhouden. Door mijn minst gewonde oog kon ik zien dat er niemand te zien was, ze hadden zich dus verstopt de Mexicaanse mietjes. Die zijn dat geweld natuurlijk niet gewend. Ik haalde diep adem, uit mijn onderbuik, voor wie het wil weten, en schreeuwde dit is een kaping, vrees voor uw leven als u niet tegen het Binnenhof bent, beter bekend als het Politieke netwerk der Nederlanden. Ik zwaaide vervaarlijk met mijn hand in pistoolvorm in de lucht, nee geen echt pistool, ik ben en blijf tegen wapens die geen brood kunnen snijden. Nog altijd niemand kwam te voorschijn. Ik doorzocht het vliegtuig, in alle hoeken en gaten, hoeken vond ik, maar gaten op het raampje waar mijn oor vrolijk in hing waren er niet te vinden, en al helemaal geen Mexicanen of ander vlieg tuig. Het maakte mijn actie behoorlijk zinloos.. Ik besloot de Kaping te staken, ontgrendelde de deur van het vliegtuig, en stapte op de trap die er niet stond.

Nu lig ik dus in het AMC dit stukje met een middelvinger die als enige van mijn lichaam niet is gebroken. Als ik ooit beter wordt zal ik wel het nieuws gaan halen, dat staat vast!

 January 21, 2013  Posted by at 19:49 Pieters Proza No Responses »
Jan 212013
 

Title: Snelle jongens | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Snelle jongens. Hiermee bedoel ik geen sprinters, nee, meer een soort natte scheten in mensvorm. Als kunstenaar heb ik er al veel, heel veel, teveel ontmoet. Ze hebben overal verstand van en hebben allerlei gouden tips achter de hand. Als snelle jongens snel leven en hopelijk snel sterven heb ik daar geen enkel probleem mee. Maar helaas is dat niet aan mij. Dit omdat ik nog altijd geen God ben, en mijn staart is te kort om me voor de Duivel uit te geven. Als ik er weer eens één tegenkom (of moet ik schrijven “als zo’n snelle jongen me weer eens inhaalt?”, hmmm dat maakt de zin er niet leuker op), springt er weer eens een snelle jongen mijn leven in, dan heb ik eigenlijk altijd een sterk déja vu- gevoel. Zo sterk, dat ik op den duur alleen nog de lippen van de snelle jongen heen en weer zie gaan en eigenlijk, in zijn voordeel,als een halve zachte overkom.

Laat ik maar eens een snelle jongen uit mijn geheugen vissen om hem aan u voor te stellen. We beginnen bij de bel.“TRINNNGGGGG”. Wetend dat er iemand uit Breda voor de deur staat, loop ik naar de buitendeur. Vóór mij staat een man, net uit zijn mid-life crisis, met zwart,waarschijnlijk gevèrfd haar. Een soort Zwarte Pietencoupe, met daaronder een vette snor. Zijn lippen zal ik dus niet zien, een goeie zet. Hij geeft me een stevige hand, wat zéker overkomt, vernam ik eens op een sollicitatiecursus. Net als ik denk: “Wat een wijvengeurtje heeft dit wezen op”, zie ik een geblondeerde opmaakpop achter de snelle jongen staan. Ze geeft mij een slap handje. Ik walg van het idee, dat ze daarmee wel eens de snelle jongen aan zijn gerief heeft kunnen brengen. Ik ruik nog net niet aan mijn hand. Ze heet Betty en net als zijzelfdoet haar achternaam er niet toe. De snelle jongen heet Wil en ook zíjn achternaam zal me mijn reet roesten. “Leuk huissie” zegt Wil, niet gemeend. Ik wil Wil net vertellen dat ik het niet met hem eens ben, als hij me passeert en op een werk van 3 bij 6 op mijn huiskamermuur afloopt. Hij kan het nauwelijks gezien hebben, als hij zich omdraait en tegen Betty schreeuwt: “Kijk Betty, deze jongenheeft het gewoon, die gaan we groot maken!” Ik hoop dat Betty dit groot maken niet verkeerd begrijpt. Ze piept iets, maar Wil hoort alleen zichzelf. Ik knipoog uit verkeerd medelijden naar Betty, die mij volkomen onbelangrijk vindt en haar gezicht nog maar even plamuurt. Dan staat Wil voor mijn muziekcollectie en zegt: ”Zo, jij hebt alles van Elvis Presley. Walgelijk. Doe mij maar de Red Hot ChilliPeppers”. Hij spreekt dit uit alsof hij de Chilli Peppers zelf heeft uitgevonden.”Elvis is dood man, out of time”. Alsof ik dat niet zou weten. De rest van mijn collectie gunt hij geen blik waardig. Om te narren zet ik de Butthole Surfers op, waarop hij verder maar niet reageert. Net als ik me afvraag of hij zich wel eens door een enorme voorbindlul heeft laten dekken staat hij al druk te doen voor een ander werk. Ik ga er maar niet op in en vraag of men iets wil drinken. Betty kijkt mijn keuken in en zegt vervolgens nee. Wil wil wel iets sterks. ”Dat heb ik niet”, lieg ik.Dan maar iets fris. Ik schenk een glas sinas in, waar ik al lekker aan gelurkt heb. Achter mij hoor ik giechelen: Als ik me omdraai, zie ik dat het enge stel elkaar staat op te geilen. Zittend aan de eettafel vertelt Wil dat hij op internet mijn werk  al goed vond. “Van jou kan ik een nieuwe Herman Brood maken”. Ik heb niks tegen Herman Brood, sterker nog, ik ben een bewonderaar van zijn oeuvre; zijn schilderijen, muziek en vooral van zijn gedichten. Maar ik ben toch het liefst mezelf.

Wil raast maar door. In zijn te grote grijze pak zit de drol druk te gebaren. Op zijn voorhoofd staan zweetdruppeltjes. Mijn God, wat kan ik toch hopen dat iemand dood blijft. Ik heb een EHBO-cursus gedaan, maar zou hem op zo’n Goddelijk moment vergeten. Terwijl Wil verder zijn bek leegschijt, droom ik weg. Ik zie Wil naar zijn vette borst grijpen. Zijn ogen worden groot. Hij kreunt en steunt, verstijfd en valt voor- over met zijn gezicht in het glas. Morsdood, weg van deze wereld. Betty geeft de vleeshomp een klap op zijn rug en jammert dat er nu sinas op haar rode glitterjurkje is gekomen. Ik twijfel geen moment en knijp Betty enorm hard in beide tepels. Ze kermt. Ik brul van het lachen. “Hou op idioot” schreeuwt ze terecht. Dan laat ik eindelijk los en trek de bolle kop van Wil aan zijn haar uit het glas. Hij bloedt. “Dat ziet er slecht uit Wil” en ik geef hem hem laf een kopstoot en trap als een bezetene op zijn liggende lijk in. Betty schreeuwt, ze blijkt eindelijk door te hebben dat Wil dood is. Ik stop met schoppen en draai me om naar het kermende gedrocht op hoge hakken. Angstig, met doorgelopen mascara, kijkt Betty me aan. Dan zegt ze zacht: “Doe met me wat je wil, maar vermoord me niet”. “Dat is het enige wat ik wil trut, jou vermoorden”. Ik ren op haar af, pak haar arm en draai haar heel snel rond. Terwijl ze haar enkels breekt laat ik los. Ik val op de grond, bovenop Wil. Als ik opkijk zie ik dat Betty door mijn raam heen is gevallen. Drie hoog naar beneden. Als ik door het raam kijk zie ik de bezorgde (ziekelijk nieuwsgierige)buren om het lijk van Betty heen staan. Ze kijken omhoog. Dan hijs ik mijn armen als een winnaar omhoog. Op dit moment ontwaak ik uit mijn dagdroom, en kijk recht in de ogen van de doortetterende Wil. Ik doe alsof ik mij uitrek bij het gapen.“Sorry hoor, maar ik heb vannacht slecht geslapen”. Wil lacht, grijpt Betty in haar zij, en terwijl hij haar tegen zich aandrukt, bluft hij dat hij ook veel slaap te kort komt. “Nou Pieter, we moeten ervandoor, je hoort nog van mij”. “Ja natuurlijk, erg fijn gesprek”, verzin ik ter plekke en neem afscheid van mijn nieuwe vrienden. Vreemde kerels die snelle jongens. Keer op keer vervelen ze mensen met hun verhaal en vervolgens verdwijnen ze in het niets. Misschien zijn het kunstenaars die andere kunstenaars vrijblijvend een soort oervervelende performance voor-schotelen. Voor mij hoeft het in ieder geval niet….

 January 21, 2013  Posted by at 13:58 Pieters Proza No Responses »
Jan 202013
 

Title: Sint Pieter | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Met een flink portie gezonde tegenzin ging ik op de bagage drager van mijn voor oorlogse bakkersfiets zitten. Na een tijdje floot ik op mijn vingers, en kwam mijn chauffeur Rinus Pienus aan gerend.”Sorry baas ik was de tijd vergeten”. “Dat geeft niet Rinus, zolang de tijd jouw niet vergeet is er niks aan het jatje”. “En nu op naar mijn huisarts”. En weldra reden wij door de de dorpsstraat terwijl ik nog wat brieven doornam, om precies te zijn twee brieven waar ik al mijn leven lang niet doorkom, een pijn in de kont, dat zijn ze die brieven. Wat later zette Rinus mij af voor de deur van mijn huisarts. In de wachtkamer danste ik wat met andere patiënten in afwachting van de dokter. Een wat mollige dame met onder haar meerdere kinnen een replica van het Andesgebergte, brak haar enkel. De andere patiënten en ik schrokken ons een ernstig ongeluk met meerdere doden. Maar de dappere dame zei kreunend van de pijn dat wij ons geen zorgen hoefde te maken, ze vertelde dat ze blij was dat ze de dokter nu eens kon bezoeken zonder kut smoesje waar hij toch nooit intrapte.

Gelukkig liep ik het dokterskabinet binnen, eerst groette ik een oude schedel die vrolijk vanuit een boekenkast naar mij grijnsde, alvorens ik de oude dokter een slaphandje gaf. “En wat zijn de klachten”, opende de dokter zoals hij dat eigenlijk altijd doet, die opener moest ik maar eens onthouden als ik een mooie vrouw zou aanspreken. “Ik ben overspannen dokter. De dokter keek over het zware montuur van zijn bril heen naar mij, nooit begrepen waarom hij een bril opheeft en er nooit door heen kijkt, duidelijk geen oogarts. “U kunt gaan meneer Zandvliet” “Hoezo u kunt gaan, dokter” “Als u al weet dat u overspannen bent, wie ben ik dan dit tegen te spreken”. “Daar had mijn dokter een punt”.Ik gaf de dokter een hand, en nam afscheid, pakte de schedel van de boekenplank en hield hem tegen mijn kruis en zei”zuigen kreng”. Ik keek om of de dokter moest lachen om mijn grapje”. Toen ik zag dat hij niet lachte, maar het stuk verdriet mij met een handgebaar maakte het vertrek te verlaten, zette ik de schedel terug op zijn plaats. Mensen kunnen nergens meer om lachen tegenwoordig. De eerst volgende keer als ik mijn dokter bezoek, zal ik zeggen dat ik een zeer besmettelijke dodelijke ziekte onder de leden heb, dat zal het kreng leren.

Rinus stond de bakkersfiets wat te poetsen in een voorjaarszonnetje, die er dit jaar snel bij was, het was namelijk hoog zomer. “Rinus op naar Sint Pieter”. “Maar baas dat is tweehonderd kilometer fietsen”. “Als lopen korter is, doen we dat wel Rinus, en nu vort”. Rinus stapte wat geïrriteerd op de fiets, en weldra reden wij naar mijn vakantiehuis in Sint Pieter, een eilandje voor Texel. Ik besloot tijdens de rit, dat als we zouden aankomen dat ik Rinus de laan uit zou sturen, het stuk stront had mij al twee maanden niet betaald, het ging een beetje uit de hand lopen. Het was al bijzonder dat ik mijn werknemer niet betaalde, het moest niet gekker gaan worden. Ik begon mij te vervelen achterop de fiets, en begon de plattereet van mijn driftig fietsende chauffeur te masseren en hoorde als gevolg van mijn onnavolgbare handelingen Rinus weldra tevreden fluiten. Mijn vader zei altijd, maak je nuttig, en dat deed ik dus door het masseren van Rinus zijn billen. Ondanks mijn overspannenheid was ik nu erg tevreden, gelukkig wil ik het niet noemen, ik weet ook niet waarop ik het zo niet wil noemen, maar iets diep in mijn donder zegt,”Pieter brave borst die gij der zijd, noem het alles behalve gelukkig” en mijn geweten die van Belgische komaf is, heeft altijd gelijk. Aan de kade van en Oever ontsloeg ik Rinus zoals beloofd, hij was natuurlijk verontwaardigd na twee dagen trouwe dienst, maar mijn besluit stond alvast voor ik hem aannam. Hij stond op de rand van massale zelfmoord, wat hij na twintig rot jaren dan ook deed op zijn sterfwaterbed, pal voor hij zijn laatste stinkende adem de Wereld over blies, de mislukkeling, hij had dat beter voor onze eerste ontmoeting kunnen doen, dat vleselijk gedrocht en zijn kromme penis.

Ik besloot het water in te springen en de twintig meter naar Sint Pieter lekker te zwemmen. Pas veel later kwam ik drijfnat aan, met mijn kurk droge humor was mijn out-fit in een mum van tijd weer droog en vervolgde ik mijn weg naar mijn vakantiehuisje, die ik “Overbodig” heb gedoopt, wel in een dolle bui overigens, want in gewone doen had ik het “Mijn lever is verschrikkelijk” benoemd. Ik liep langs het eerste veld van voetbalclubSint Pieter, je vraagt je af hoe die lui op zo’n naam komen, of kwamen want de club is in 1908 opgericht. De club is de enige voetbalclub die nog nooit een wedstrijd gewonnen heeft, buiten dat ze tevens nooit een wedstrijd hebben gespeeld omdat je niet op het gras mag lopen van veldknecht Dick Middenlip, heerst er ook nog een ziekte op SintPieter die klaarblijkelijk Doelvrees is genaamd. Genoeg over de voetbalclub, want korfbal vereniging de Dikke doos zou stukken interessanter zijn, om er in dit stukje over uit te wijden. Al snel liep ik langs de Sint Pieter, de enige kerk op het gelovige eiland. Het is op twee kerkjes na de kleinste kerk van Nederland en omstreken. Alleen dominee Pete Sandcreek tevens directeur van Uitgeverij Ontploft, Fastfood restaurants Freaky wraps en hongerlijdend dichter is de enige die in de kerk past. Op Maandag wanneer hij zijn preek doet met een megafoon in bruikleen van de politie, zit iedereen op de knieën buiten de kerk, weer of geen weer. Als Pete aan het einde van de dienst schreeuwt beffen, dan likken de mensen voorover gebogen aan de grond, dit doen ze om Moeder Aarde tevreden te houden. Waar men in geloofd zou ik verder niet weten, het zou zomaar God kunnen zijn en even zo best heel iemand anders. Over God gesproken, die schijnt heel kwaad te zijn, men zegt vaak als God bestond had hij toch niet van die rampen veroorzaakt, buiten dat hij de rampen niet zelf veroorzaakt, dat soort dingen besteed hij allemaal uit aan derde, kan hij sinds het scheppen van de aarde, de gebeden van de mensen niet horen, en zeker niet als ze om half zes voor het avondmaal allemaal door elkaar lullen. Nu was daar voor dat de Duitser Alexander Graham Bell de telefoon uitvond geen andere oplossing voor, maar zo zegt God, en zoals wij allemaal wel weten, is wat hij zegt het beschrijven waard, dat als er klachten zijn, dat ze hem maar moeten bellen, en liefst niet allemaal tegelijk. Toen onze Lieve heer nog een Jongeheer was hield hij al niet van door elkaar praten, laat staan nu hij al erg oud is.

Eindelijk kwam ik aan bij mijn huisje. Het zag er even vredig uit, als toen ik het de week ervoor verlaten had, een voordeur, twee ramen, een dak en vier stenen muren, heel bijzonder. Binnen ging ik op de sofa liggen, die pal naast een verdwaalde tuin kaboutertje staat. Ik zie hem als mijn psychiater maar dan goedkoper. Hij helpt mij er altijd weer bovenop, de grijs bebaarde snoodaard, zit ik daar giechelend op zijn rode puntmust, ik ben dan net kabouter Plop. Als ik daarmee klaar ben, ga ik lekker de keuken in, en kook in een handomdraai een vier gangen opwarm menu voor een x aantal personen die ik niet heb uitgenodigd, waardoor ze dus gelukkig ook nooit komen, en ik lekker alles zelf mijn vreet snelweg in prop, heerlijk, jammer van de smaak.

Ik verblijf in de regel ongeveer vier dagen op Sint Pieter, en ben van plan ooit te gaan wonen, misschien komen wij elkaar er ooit tegen, het eten staat klaar….

 January 20, 2013  Posted by at 23:25 Pieters Proza No Responses »