Jan 202013
 

Title: Zelfmoord | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Op pantykousjes doordat ik geen kousenvoetjes heb, sloop ik regelrecht wel overwogen op de portemonnee van mijn vrouw af. Ik keek schichtig om mij heen, de bankverwarming in de vorm van een zwarte oude honden dame ligt op de bank, waar ze altijd ligt. Verder is er niemand te zien. Ik haal een briefje van 5 Euro uit mijn broekzak, en stop dit voorzichtig in de leren zwarte beurs, een beurs die uit een stier is vervaardigd die bij de feesten van Pamplona drie mensen aan zijn hoorns heeft geregen, waaronder een Amerikaanse student medicijnen, die zich liet over halen voor de stieren uit te rennen door de andere twee slachtoffers. Ik ga niet schrijven dat dit zijn verdiende loon is, onzin, wie wil er nou zo uitbetaald worden…

Maar ik had het briefje van 5 Euro nog niet in de beurs gepropt, toen ik achter mij leven hoorde vragen wat ik aan het doen was. Ik keek om, wat overbodig was, omdat ik de boze stem van mijn vrouw al herkend had. Ik wilde iets zeggen, maar sloeg van angst de handen voor mijn gezicht, in de hoop dat mijn vrouw me niet zou zien. “Stuk onbenul, een beetje mijn zuur verdiende geld jatten, jij komt jezelf nog wel tegen”. Ik rende weg, en drie dorpen op veilige afstand van mijn vrouw, gilde ik,”Echt niet dat ik mezelf tegenkom”.

U begrijpt natuurlijk dat niks minder waar was. Want op een bankje zat ik zelf een kookboek te lezen. Ik vertrouwde het niet helemaal, mede omdat ik nooit kookboeken lees, en al helemaal niet op een houtenbankje aan geboden door de gemeente Dalfsen ter nagedachtenis van de Spaanseburgeroorlog. Quasi onverschillig ging ik naast mezelf zitten, mezelf keek niet op uit zijn boek. Ik deed mijn knieën een eind van elkander, alsof ik een enorme zak had die wel wat lucht kon gebruiken, zo stootte ik tegen de knie van Mezelf. Ik zei sorry ik had u niet gezien, en reikte mijn hand. Mezelf keek van het boek naar mijn hand, en ging verder met lezen. Mezelf begon mij al knap te vervelen met zijn arrogante gedrag. Ik rukte het kookboek uit de handen van mezelf, en las hard op,”cola kip”. Mezelf stond op en wandelde in de richting van een andere richting. Ik gooide het kookboek tegen mezelf zijn kale rotkop. Hij draaide zich langzaam om en keek mij aan. “Ik ben echt een zielig mannetje he, ga iemand anders vervelen”.

Mezelf had natuurlijk gelijk, ik kon de hele Wereld pesten, en wat deed ik, ik ging hem, mezelf pesten. Inmiddels nam mezelf een klassieke bokshouding aan, wat stukken stoerder is als de boekhouding die hij even daarvoor op het aangeboden bankje had aangenomen. Ik ging tergend langzaam staan, alsof ik zou gaan bezwijken onder het gewicht van mijn spiermassa. Nog langzamer nu van onzekerheid liep ik op mezelf af, met een rechtse directe doorbrak ik zijn dekking en sloeg hem hartstikke dood. Daar lag hij dan met een gebroken bril op zijn murf een beetje dood te wezen. Ik spuwde een flinke rochel op mezelf zijn lichaam, en liep terug naar mijn huis, waar ik het verhaal aan mijn vrouw vertelde. Na het verhaal aangehoord te hebben, keek ze mij doordringend aan. Ik vroeg na een uur of drie en half waarom ze mij zo doordringend aankeek. Toen zei ze met de tranen onder haar ogen, “je hebtzelfmoord gepleegd lafaard”.

Nu moest ik ook huilen, ik schrijf moest maar er was niemand die mij beval te gaan janken. Na het huilen knuffelde ik mijn vrouw, die mij geruststellend over de brede door trainde rug wreef en zei,”rustig maar ventje het is al goed”

 January 20, 2013  Posted by at 15:22 Pieters Proza No Responses »
Jan 202013
 

Title: De Zeemeerplus | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Maanden van te voren verheugde ik mij al op de “Open Ateliers”. Mensen mogen dan geheel gratis even in de kunstenaar zijn hol kijken, ik bedoel in het kunstenaarshol, met desgewenst een kopje thee, koffie of iets anders waar het lichaam een dampende urine van kan brouwen. U vraagt, wij draaien. Gisteren zat ik handenwrijvend te wachten op de eerste bezoekers. Een lichte erectie kon ik niet onderdrukken. Niet door de opwinding, want die heb ik namelijk altíjd, hihi. Na een uurtje hield ik op met wrijven omdat ik mij bedacht dat het met brandwonden in de handpalmen náár handen geven is, en dan krijg ik ze vaak nog terug ook.

Ik begon wat door de kamer te ijsberen met Elvis, mijn viervoetertje, hangend met  zijn gebit in mijn zak met ballen. Het beestje moet namelijk niks van ijsberen hebben, en geef de rakker eens ongelijk.

Heeft u het gegeven? Dan kan ik verder nu. Of tóen, het ligt er natuurlijk maar aan wanneer u dit stukje leest.

Ik rukte de hond los, deed mijn ballen terug in de zak en liep de tuin in, waar ik keer op keer maar weer verdwaal. Dat is het nadeel van een tuin zo groot als een stadspark.

Na een tijdje zag ik een vrouw zitten op ons witte klassieke schommelbankje, tevreden in het zonnetje een boek lezend van Elvis Presley, die gedacht moet hebben: “Ik heb zoveel platen gemaakt, in films gespeeld en er zijn zoveel boeken over mij geschreven, laat ik eens gek doen en ook een boek schrijven”. Met de garantie op een bestseller, want elke fan moet dat boek natuurlijk lezen, al had The King aan elke pagina zijn schijtorgaan afgeveegd. Maar het boek, met de titel ”Het is helemaal niet fijn om Elvis te zijn”, is geen bestseller geworden, er is maar één boek van verkocht, door waarschijnlijk de dame in mijn klassieke schommelbankje, maar het kan evengoed een tweedehands boek zijn dat de vrouw heeft gekrégen. Ik besloot om de vrouw, die er goed uitzag, te verblijden met een goede opener. Ik boog, nam symbolisch mijn hoed af met een parmante zwaai, trok hiermee de vrouw haar aandacht en zei: ”Dag mejuffrouw, kent u misschien Abiodun Ovewole, frontman van de Last Poets?” Dit is echt een aanrader voor elke potentiëleversierder. De vrouw keek mij wat geïrriteerd aan, een zacht zuchtje van opwinding glipte over mijn volle lippen. Toen zei ze, tot mijn kleine verbazing, dat ze de Last Poets kende, die “had ze tot vervelens toe moeten aanhoren”. Maar gelukkig wist ze niet dat de frontman Abiodun Ovewole heet. Ik hou niet van wijsneuzen.

“U heeft de Last Poets tot vervelens toe moeten aanhoren zegt u, vanwaar eigenlijk?”.

De vrouw wendde met een zeer geïrriteerd aura haar hoofd af om verder te lezen in haar boek. Met een pijnlijke klap viel het kwartje: Dit was mijn vrouw! Snel maakte ik mij uit de voeten, in de hoop dat ze mij verder niet zou gaan verdenken van avances. Dit was namelijk al de derde keer deze week dat ik mijn eigen vrouw per abuis het hof wilde maken met mijn opener Abiodun Ovewole van de Last Poets.

Hijgend kwam ik veel later aan bij een vijver, ònze vijver. Mijn blaas zat behoorlijk vol vloeibare afvalstoffen, dus haalde ik de Reus van Rotterdam uit mijn broek, en stond weldra heerlijk te plassen in devijver. Onze vijver. Ik plas altijd met mijn ogen dicht, dus schrok ik mij het apezuur toen ik een zware stem hoorde roepen: “Vind je het normaal over iemand zijn kop te plassen?”. Mijn hele broek was nat door mijn urine. Gelukkig is mijn broek van leer, zodat ik hem met de mouw van mijn Italiaanse overhemd kon droogdeppen. Ik keek naar het grijs behaarde hoofd in de vijver, ònze vijver, die mij woest aankeek. “Pardon meneer, ik had u niet gezien”. “Dat plast maar overal tegenwoordig”. “Dat deed ik vroeger ook al meneer, niet alleen tegenwoordig”. De kerel schudde zijn hoofd waarbij zijn lange haren en volle baard meedeinden. Wat moeten ze anders?

“Mijn naam is Pieter, met wie heb ik de eer?”. “U heeft over het hoofd van Harm staan zeiken, aangenaam”. De man zwom naar de kant en kroop het water uit. Tot mij verbazing zag ik dat Harm een vissenstaart had!Ik had te maken met een zeemeerplus! Ik was altijd in de veronderstelling geweest dat alleen Neptunes een zeemeerplus was. Ik ging naast Harm in het malse gras zitten. We zeiden niks, maar keken des te meer voor ons uit over het water heen. Ik ervoer dit moment als zeer aangenaam, een heel klein beetje geil zelfs, al zou ik niet weten waar ik mijn plasser zou moeten laten bij Harm, bedacht ik mij toen ik de prachtige vissenstaart van Harm stiekem inspecteerde.

“En Harm, hoe is het om geslachtsloos tussen de zeemeerminnen te vertoeven?” doorbrak ik de stilte. “Prima, de zeemeerminnen zijn ook geslachtsloos”. “Hoe planten jullie je dan voort Harm?”.

“Wij planten ons niet voort, we zijn gecreëerd door Neptunes”.  “Ja, tuurlijk, en ik kan op mijn lul het Wilhelmus fluiten ”, zei ik lachend. Harm keek mij weer woest aan, de vervelende klootzak. Ik haalde hard uit, heel hard, bovenop zijn neus. Harm ging knock out, het watje.

Ik sprong op en sloeg met een zeis zijn lichaam in twee stukken. Het bovenlichaam wierp ik in de vijver, de enorme vissenstaart nam ik mee naar mijn vrouw. Ze zal verbaasd zijn over mijn vangst. Ze zat nog altijd in het boek van Elvis te lezen toen ik haar toeriep dat ik een vis had gevangen voor het avondeten. Ze keek op en begon te huilen. Ze riep de naam van Harm.

De twee bleken elkaar te kennen zonder dat ik ervan wist! Dit wilde ik niet weten. Ik wierp de vis voor haar muiltjes neer, schreeuwde dat ze haar geslachtsloze vissenstaart in haar holle kies kon duwen en liep weg, trillend van woede, op zoek naar de vergetelheid….

 January 20, 2013  Posted by at 13:02 Pieters Proza No Responses »
Jan 192013
 

Title: Zeg maar niets meer (De dag dat Andre ons verliet) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Acht uur in de morgen, mijn wekkerradio neemt de ordinaire gewoonte mij te wekken met allerlei mogelijke rampen. Een orkaan (Henkie zal ik hem maar noemen) die Werelds armste mensen weg blaast, een Moslim terrorist die Amerika niet in mag, omdat hij wel goed bij zijn hoofd is en eigenlijk geen terrorist is, en zo kan ik deze om te huilen berichten die mijn radio als een stompzinnige tegen mijn slaperige rotkop uitkotst, nog wel even doorgaan. Maar dan hoor ik iets opbeurend, Andre H6 blijkt niet dood, hij blijkt alleen maar opgenomen met een zware longontsteking.,Meteen zit ik recht op in mijn bed, waarop mijn vrouw me met een elleboog mijn kussen weer in stoot.

Ik besluit het H6pad te nemen, en peer hem naar beneden. Ik vergeet de douche en rijd vrolijk naar onze sigarenboerin, waar het altijd naar natte hond meurt. Ik loop meteen naar de tijdschriften, hoe laat is het vraag ik aan ze, maar de tijdschriften zwijgen , waarschijnlijk omdat ze een hekel aan flauwe grappen hebben. Op een van deze bullebakken staat een verlepte blondine mij glimlachend als iemand die net onthersend is, aan te kijken. Ik staar naar haar enorme melk reservaten die haar navel afschermen voor geile oogjes. Achter mij praat een dame met een stem zo laag als die van drie mijnwerkers (ze praat met een laag echo gehalte), over onderzoeken naar borstkanker.

Bij het weg gaan zegt ze terwijl ze een gratis stadsblad pakt, “ja meid, en dan is Andre ook nog dood”. Quasi stoer vraag ik aan de geblondeerde sigarenboerin dochter of ik net vernam dat Andre H6 overleden is? Ja zegt ze die is niet meer. Spottend zeg ik, en dat terwijl hij zo gezond leefde. Dat zal het zijn hoor ik bits de sigarenboerin achter mij zeggen. Ik kijk lachend om, alsof ik net een geslaagde One man show achter de rug had. Maar het lachen vergaat mij als ik de verwilderde blik van onze hoog geblondeerde sigarenboerin in de blauwe ogen kijk. Ik speurt de winkel uit voor ze mij een vrouwtje maakt, door mijn trots, van mijn middel te bijten.

Buiten vergeet ik verward van angst bijna mijn fiets Thuis realiseer ik mij dat H6 echt weg is. Nee dit is geen brief voor zijn moeder, hij is morsdood.

In een discotheek zat ik van de week, nou en lekker belangrijk.

Naast een lege kruk, vindt je het gek?

Ik mis hem wat moet ik doen. Ik bel mijn bel tegoed weg aan het al mijn vrienden het erge nieuws te verkondigen. Ik heb nu ook geen vrienden meer.

 Hoi vriend 

He Pieter hoe gaat tie man?

Slecht, kreun ik zielig alsof iemand net een vrachtwagen in mijn achterste parkeert.

Wat is er dan zegt vriend bezorgt.

Heb je dan nog niet gehoord wie er dood is?

Nee, zegt vriend nu wel erg bezorgd en duidelijk geschrokken.

Andre H6

Na een scheld ritueel van tien minuten van vriend, zegt hij voor hij mij de vergetelheid indrukt.

Ik wil je nooit meer zien, je lijkt mijn moeder wel.

Dit gesprek voerde ik met veertig verschillende vrienden, die nu van een gelukkig leven zonder mij genieten, Allemaal dankzij H6. Die nu eindelijk geen eenzame kerst meer hoeft te vieren. Ik wel, nu ik geen vrienden meer heb. Ik besluit naar de condoleance in de Arena te gaan, Niet voor H6 die het geen reet kan schelen dat ik daar ook zal zijn. Nee ik kom daarvoor vrienden, die allemaal voor een moment een zullen zijn. In een keer weet ik veel, hoeveel vrienden. Dat kan allemaal als H6 dood gaat. Blij zet ik een plaatje op van Sjonnie Cash, en verheug me al op de Arenana.

 

 

 

 

 January 19, 2013  Posted by at 10:26 Pieters Proza No Responses »
Jan 182013
 

Title: Mooie dag | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Het is een dag, een mooie dag, Hollands weer, de zon schijnt, helaas altijd aan de andere kant van de Wereld. Ach dat zijn mijn zorgen niet, zorgen mijn witte billen, ik besluit dit een mooie dag te vinden, ongeacht wat Marc Trutten hier nu wel of niet van vindt. Ik geniet van mijn uitzicht over de Weilanden, met veel fantasie en de onnodige inspanningen kan ik de hekken en prikkeldraad, die daar door ijverig door aan de ziekte van ¨territorium drift¨, lijdende boeren zijn geplaatst, wisten die veel dat ik ze met veel pijn en moeite moest weg fantaseren. Als ik mij omdraai zie ik mijn mooie vrouw naar de Televisie kijken, die tot mijn niet geringe verbazing aanstaat, een Engelse advocaat, van wie zijn grote hoofd maar net in onze breedbeeld televisie past, ik denk dat mijn mooie vrouw het ook een mooie dag vindt. Ging deze dag maar nooit voorbij, bedenk ik mij, terwijl ik naar onze klok kijk. Even verderop ligt mijn horloge, die altijd een beetje jaloers kijkt als ik teveel aandacht aan de klok besteed. Hij kan mijn zak opblazen, het tuitje hangt erbij. De Cavias piepen vrolijk in hun hok, door mijn mooie vrouw vervaardigd en ontworpen, ze boffen maar met mijn mooie vrouw, die kleine kloothommeltjes dat ze der zijn. Dan besef ik dat er gewerkt moet worden, zoals iedere dag moet er keihard gewerkt worden, gelukkig geef ik mezelf die dagelijkse opdracht, want de opdrachten van andere kunnen er echt niet meer bij. Cypress Hill sluipen uit de boxen, ¨Legalize it¨, rappen ze prachtig mooi, zouden ze ook zoń mooie vrouw hebben, waarschijnlijk wel, maar die bouwen echt geen caviahokken en kijken niet naar Advocate met een waterhoofd, mooi niet, nooit niet. Die trekken vast wat aan de hendel als ze een nieuw jurkje willen hebben, dat zijn onaardige gedachten van mij, ik zinspeel op bitches, maar dat slaat nergens op, ¨sorry¨, zou Marc trutten zich verontschuldigen. Wat hij echter nooit zegt, is ¨het zal niet meer gebeuren¨, en daar hebben wij Medelanders meer aan als het woordje sorry, kut woordje.

Ik ga werken, keihard op deze mooie dag, dag.

 January 18, 2013  Posted by at 16:21 Pieters Proza No Responses »
Jan 312012
 

Title: Column Playhouse comix NR 73 2006 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter Pieters Proza

Title: Column Playhouse comix NR 73 2006 | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Media about Pieter Pieters Proza

Voorwoord van Hoofdredactrice Roxana

Op pagina 19 staat de column van Pieter Zandvliet. Hij zet die gewoonlijk op zijn website, maar aangezien het dit keer over de Playhouse gaat, mochten wij het ook afdrukken. Pieter, stel je even voor!

“Mijn naam is Pieter Zandvliet. Vroeger wilde ik graag striptekenaar worden, maar de grappen in mij n strips begreep ik alleen zelf en om eerlijk te zijn: zelfs ik kon er niet om lachen. En het ging mij teveel om het tekenen. Dus dan is het maken van schilderijen een logisch gevolg, aangevuld door mijn korte schrijfsels soms waargebeurd zoals de onderstaande, dan weer fictief.  Maar zoals u aan mijn werk kunt zien is mijn liefde voor strips altijd blijven hangen. Striptekenaars die mij het meest hebben beïnvloed zijn: Eric Schreurs en Robert Crumb. Zo nu en dan word ik ervan beschuldigd dat ik altijd geslachtsdelen schilder, of dat die in, bijna elk werk wel naar voren komen. Zelf hou ik mij daar biet ee bezig, het zal mijn onderbewuste wel zijn….”

De Column

PLayhouse comix

Als kunstenaar verheug ik mij meestal op een bezoekje van mensen die interesse tonen in mijn werk. Zeker als dit niet ver van te voren is afgesproken. Het was tegen half twaalf in de morgen. Toen er tegen de winkel ruit voor mijn atelier werd getikt.

Niet over enthousiast liep ik naar het winkel ruit, ik verwachte een junk of een gek. Ze zou het beide geweest kunnen zijn, maar zo zag de vriendelijk lachende dame ervoor mijn atelier niet uit. Snel deed ik de klemmende deur open. “Hallo meneer heeft u dat werk gemaakt” vroeg ze wijzend met een vuur rode nagel op een werk in de etalage. “Yes “ zei ik net iets te populair voor mijn persoon. “Ik ben er verliefd op” zei ze lyrisch”. “Heeft u nog meer” vroeg ze naar de bekende weg. “Ja hoor wilt u dat zien” kwijlde ik vriendelijk.

En ze liep op haar lak leren zwarte pumps mijn atelier in. Ze droeg een zwarte leren jas, en had lang krullend rood haar. “Mooie ruimte” piepte ze, zoals vele al voor haar zeiden. “Bedankt mevrouw”. Als een heer stelde ik mij aan haar voor. Ik gaf haar een hand, ze had lange zachte en warme vingers. Ze zei haar naam die ik zoals gewoonlijk niet hoorde. Ik durfde het niet, om weer naar haar naam te vragen. “Wilt u iets drinken, iets fris misschien”. “Nee hoor want kunstenaars drinken altijd uit de fles” gleed er over haar volle roze lippen. Ik dronk soms uit de fles, maar om daar nu direct alle kunstenaars van te beschuldigen. Net toen ik in gedachtes verzakte, over hoe ik haar in mijn tuintje kon begraven, redde ze haar eer, door weer uitzinnig voor een werk van een fantasie figuur te staan doen. Om het figuur heen wordt er eigenlijk alleen maar geneukt, maar dat is bijna niet te zien, als ik er niet op wijs.

Dat had ik zeker gedaan, maar ik kon deze dame niet inschatten. En dat kan dodelijk zijn voor de verkoop van een werk. Tenminste als je nog geen grote naam bent in de kunst Wereld. Hoewel Pablo Picasso ook voor een vieze oude man werd uitgemaakt bij de laatste expositie in levende lijven. En dat was hij, maar daar om was hij nog geen slechte schilder.

Maar goed laat ik deze open deur even dicht doen en verder gaan met mijn verhaal. “ U mag uw atelier wel eens opruimen” zei ze bits. Waar was ze eigenlijk mee bezig deze “Trut Triangel” van de bovenste plank. Het ene moment zei ze iets aardigs over mijn werk, om vervolgens een steek onder water te geven. Het voelde verdomme aan alsof ik gepijpt werd en daarna keihard in mijn bijna spuitende eikel gebeten. Ja en dan moet u al het spannende in heftige pijn omzetten. Een ramp dus. Toen sloeg ze een gilletje uit. Raar, want ze stond niet eens voor een werk. “Wat is er” vroeg ik met alle mogelijke moeite. “Leest u dat” zei ze met boze ogen kijkend naar een Playhouse comix die op mijn werk tafel lag. “Ja mevrouw ieder maand”, “dan voel ik me net als vroeger ondeugend” zei ik met een lachje, omdat ik dacht leuk te zijn. “Vieze gore vent” bulderde ze, zodat mijn vrouw boven het ook kon horen. “Boos liep ze weg met de Playhouse in haar hand” Mevrouw mijn Playhouse” vroeg ik lomp. Ze stopte en gooide hem in mijn gezicht. Nog eenmaal keek ze mij vernietigend aan, alsof ik net alle kindertjes op een kleuterschool had verkracht, en liep de vergetelheid weer in.

Snel vergat ik haar weer samen met mijn Playhouse.


 January 31, 2012  Posted by at 11:32 Media about Pieter, Pieters Proza 2 Responses »