Oct 042019
 

Indien grondig gewassen zijn vieze spelletjes de enige spelletjes die ik leuk vind. Ik haat spelletjes in de eerste plaats door dat ik niks zo erg vind als verliezen, en in de tweede plaats het een beetje zonder van mijn tijd vind, ik bedoel er zijn voor mij teveel dingen die ik leuker vind om mijn tijd te verdoen. Bij sporten kun je ook verliezen als je aan een wedstrijd mee doet tenminste, maar dan heb ik de energie niet meer de winnaar te vermoorden. Ik kom uit een gezin waar helaas iedereen graag spelletjes doet, het gezin was goed te doen maar de spelletjes konden ze voor mij laten. Nog zit ik te rillen van woede als ik denk aan alle keren dat ik verloor, gelukkig kon ik redelijk goed vals spelen. Ooit heb ik het hele spel Valkkuil uit elkaar gehaald, en op de één of andere manier weer in elkaar gezet zodat ik werkelijk alle valkuilen kon dromen, en echt na een tijdje wilde niemand meer tegen mij spelen. Ook Vier op een rij vond ik geweldig, ik was er onverslaanbaar in. Maar dan houdt het wel op.

Op de lagere school sloot ik mij aan bij de school schaakclub. Wonderwel had ik al snel door hoe de zetten gingen, jammer dat de andere middels de zetten al een heel spelletje konden spelen en winnen, vooral van mij. Iedereen wilde tegen mij spelen. Toen ik een schaakbord bij mijn tegenstander die mij na vijf zetten schaakmat zette op zijn eitje sloeg, kreeg ik straf. De leraar vertelde dat ik wel beter zou worden maar eerst eens iets aan mijn woede aanvallen moest doen, wist de man veel dat ik daar tot mijn vijf en veertigste last van heb geleden. Nee ik was niet bepaald Bobby Fisher buiten vrijbuiter, grootmeester in de schaaksport. Wel was en ben ik veel knapper, het oog wil ook wat natuurlijk, van al dat bedenkelijk naar je schaakbord kijken word je niet knapper.Title: Schaken en niet nadenken | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza

Uiteindelijk deed de school schaakclub mee aan een toernooi, en ik mocht ook mee, nog nooit een wedstrijd gewonnen, ze hadden vast geen andere idioten genoeg voor de schaakclub. Je kon veel van mijn schaak kunsten zeggen, ik was heel snel, een soort sprinter, ik was zo mat gezet, jammer dat daar geen bekers voor waren. Het zou best kunnen dat ik daar een record mee heb behaald, men zal het nooit meer weten. De eerste partijen verloor ik in rap tempo, mijn schaakclub genootjes deden het een stuk beter, maar ze verloren allemaal van Aziatische jongen. Tot mijn grote schrik moest ik tegen hem stond op een bord met de aankomende partijen geschreven. Mijn record snel verliezen zou er zeker aangaan tegen dat arrogante pis ventje. Er kon maar net een handje af. Ik besloot een andere tactiek te gaan gebruiken. Denksport mijn reet, ik besloot helemaal niet na te gaan denken, dan zou ik mij niets te verwijten hebben dacht ik toch nog een klein beetje. Tot mijn verbazing en die van mijn steeds bozer kijkende tegenstander kreeg hij het er moeilijk mee.

Dat heb je als je in vakjes denkt, hij begreep niks van mijn zetten, logisch nadenken had totaal geen zin. Ik had echter één probleem, hoe ik nou iemand schaak kon zetten, toch een niet onhandige bezigheid bij schaken. Iedereen kwam om ons heen staan, het was blijkbaar een spannende partij. Zowel de Aziaat als ik konden geen kant meer op, het werd tot mijn verbazing remise

, tot die dag, dacht ik dat de remise bij ons op de Nieuwe Binnenweg was, waar de trammetjes stonden. Ik kreeg niet eens een hand van het jankende pis ventje. Voor even was ik een held die werkelijk dacht dat hij met zijn belachelijke niet denk sport tactiek heel wat was, die zijn sport had gevonden. Het is mij met mijn tactiek nooit meer gelukt remise te spelen of niet in record tempo schaakmat gezet te worden. Arme Aziaat.

 October 4, 2019  Posted by at 00:54 Pieters Proza  Add comments

 Leave a Reply

(required)

(required)