Title: Tante Ada | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza

Delfshaven is nu een deelgemeente, toen ik er opgroeide was het nog gewoon een wijk in Rotterdam. In de negentiende eeuw was het een plaatsje dat bij Delft hoorde, Piet Hein en kunstenaar Kees van Dongen werden er geboren en de Pelgrimvaders vertrokken er in hun schip de Speedwell om de Nieuwe Wereld te gaan stichten.

Nou dat is toch niet mis hoor ik u denken. Nee dat is niet mis, maar waar je nooit iemand over hoort lullen, is over Tante Ada onze over buurvrouw in de Havenstraat, dat ga ik dus maar doen. Ze was ongeveer 1 meter 60 klein en mollig. Haar bijnaam was olienoot al weet ik niet waarom. Mijn vader noemde haar stronttonnetje, al deed de lafaard dit nooit als Ada het hoorde. Voor haar keek hij wel uit, Ma Flodder zou er een straatje voor om lopen. Die liep op kaplaarzen, heel leuk en ordinair, maar Ada liep weer in weer uit het liefst op haar blote voeten zo zwart als roet.

Ze had een zoon en een dochter net als haar konden die niet of nauwelijks lezen. De vader van deze kinderen woonde al jaren in de kelder van hun huis, het was niet duidelijk of ze gescheiden waren. Nu ging ze met een zuiplap die ze continu vernederde en in elkaar sloeg als hij meer als drie fluitjes bier per dag dronk. Er gingen geruchten dat Ada vroeger met jonge jongens, de zogezegde nozems van Delfshaven een nummertje maakte, op een oude fiets moet je het leren, maar deze fiets zou een blinde nog afslaan. Regelmatig sloeg ze trouwens vrouwen en mannen in elkaar die haar niet bevielen. En echt hoor die kon vechten.

Als we haar hoorde gillen, verlieten we thuis de televisie zette stoelen voor de ramen, en keken hoe Ada iemand afdroog. Haar huis zat vol huisdieren, die stonken verschrikkelijk, en zaten onder de schurft en gezwellen, haar kinderen noemde ze die liefkozend. Mijn moeder onderhield een oppervlakkig buren contact met Ada, die niet oorspronkelijk uit Delfshaven kwam , maar uit Gelderland. Maar ze praten plat Rotterdams, dus ze zal hier wel als kind zijn komen wonen.

Eigenlijk was Ada een ramp op twee benen. Ze had een hekel aan buitenlanders, maar met haar scharrels had ze daar geen problemen mee. In de zomer stalde ze bijna gezellig stoeltjes uit, om vervolgens mensen die langs liepen te beledigen, dat ze arrogant waren of in het ergste geval kankerhoer. Ja veel mensen zullen haar die ziekte verwenst hebben.

Ooit maakte ik een strip over haar waarin ze de Burgermeester van Delfshaven Pueblo was. Helaas heb ik die niet meer, ik zou een schilderij aan haar kunnen wijden, maar als ik die zou maken met het oog op een slimme verkoop, dan kan ik dat beter laten. Een standbeeld zou haar meer ten goede komen, als een status symbool voor mensen uit een achterbuurt bijvoorbeeld. Maar ik ga stoppen over Ada, want mocht een omroep knakker dit stukje ter ogen komen ben ik de lul. Ik wil absoluut geen real Ada life show op Televisie, dan gaat al het pure eraf.