Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Anton en Zacharias Snoezepoes hebben de oude varkensstal bij hun boerderij te Punkborst laten ombouwen tot een bed & breakfast,die ze “In de aap gelogeerd” hebben genoemd.
De eerste gasten hebben hun intrek voor een dag gereserveerd: Een vierkoppig gezin uit Glijmuiden,bestaande uit vader Eduard, moeder Marie, dochter Anna en zoon Quotiënt. De ouders gaan de hele dag naar bossen in de omgeving van Punkborst, terwijl de kinderen hetzelfde doen als thuis in Glijmuiden; beetje twitteren, beetje gamen en de ijskast leeg eten en drinken. Zacharias vindt het maar niks. Die kinderen moeten de natuur in! Hij begrijpt ook wel dat de kinderen niet met die twee duffe ouders in het bos willen gaan wandelen, maar met iemand als hij willen ze dat vast wèl. Hij vat de koe bij de hoorns en klopt aan bij de bed & breakfast. Anna doet, verveeld en duidelijk gestoord in waar ze mee bezig was, de deur open. “Hai meis, hebben jullie zin om met Oom Zacharias naar het bos te gaan?”. Anna neemt de verwijfde Zacharias in zich op.Die staat met één hand op zijn smalle heup en de andere houdt hij met een slap polsje voor zich, wachtend op het antwoord van Anna.
“Quo, die nicht met dat enge loopje vraagt of je met hem naar het bos wil, hij zegt om te wandelen”.
Anton voelt zijn hoofd rood worden, wacht geen antwoord af en loopt terug naar de boerderij.
Hij altijd met zijn ijverige gedoe. Hij vergeet gewoon dat het nog eeuwen zal duren voor zijn geaardheid geaccepteerd zal worden. Verdrietig gaat hij maar stofzuigen met de muziek van Marc Allmond loeihard aan. Anton is loodgieter en vandaag aan het werk. Zacharias mist hem. Híj had die brutale kutpubers wel een lesje geleerd. Dan wordt er aangebeld. Zacharias doet de stofzuiger uit en loopt naar de deur. Daar staat Quotiënt. “Hoi knullebul, ga je toch mee wandelen in het bos?”.
“Het ventje rent, na “NOT” gezegd te hebben, terug naar de bed & breakfast en roept tegen zijn zus dat hij nu tien euro krijgt. De tranen lopen over de wangen van Zacharias. Hij werpt een blik op de keurig gesorteerde keukenmessen die boven het aanrecht aan de muur hangen. Nee, dat kan hij niet maken, maar hij zou die twee kutkinderen er maar wat graag aan vast rijgen.
Hij hoopt dat de volgende gasten wat leuker zijn en kijkt op zijn computer wie dat zal of zullen zijn: Ypsilon Utrecht. “Vreemde naam”, denkt Zacharias. Maar het zal vast een leukere gast zijn dan deze lui. Hij denkt terug aan de voorgaande nacht, hoe hij en zijn gespierde mannetje buitenaards de liefde hebben bedreven. Hij liet zelfs een variant op de kutscheet, waar hij en Anton erg om moesten lachen. Na de vrijpartij zeggen hij en Anton altijd:”Die arme hetero’s toch”, om elkander vervolgens lekker te omhelzen en in een diepe slaap te vallen. Die gedachtes vrolijken Anton weer op: In een mum van tijd poetst en lapt hij het hele huis schoon. Als hij in de keuken een heerlijke Toscaanse pasta staat te bereiden, komt Anton binnen. “Hé mokkeltje van me, ben je lekker aan het koken meid?”. Al zegt Anton dat iedere dag, Zacharias moet er erg om lachen. Na wat gekus van de twee tortelstengeltjes, vraagt Zacharias of Anton een lekker koud Arabiertje wil. Dit grapje maakt Zacharias ook iedere dag. En een biertje lust Anton wel. Het echtpaar heeft het al vijf jaar heerlijk samen. Ze zijn nog steeds verliefd.
Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Het is tien voor half 6 in de avond, als in een rood Bedford busje drie mannen zenuwachtig om zich heen en naar buiten zitten te kijken. Het zijn de drie bejaarde broers Dirk, Izaäk en Lodewijk.
Ze hebben zwarte bivakmutsen over hun grijsharige kop getrokken en zijn van plan juwelier “Ring van de Kok” om klokslag half 6 te beroven. Ze staan pal voor de juwelier geparkeerd en zitten, om niet teveel aandacht te trekken, wat voorover gebogen. De drie broers hebben genoeg van hun schamele pensioentje en willen als weduwnaars lekker naar een warm land, om te genieten van hun laatste jaartjes op deze mooie wereldbol. Op de radio zingt Grace Jones zachtjes La Vie En Rose van Edith Piaff op onnavolgbare wijze, al wil ik Liesbeth List ook niet teniet doen: Die kan er ook wat van. Achter het Bedfordbusje op de Schiedamseweg te Zotterdam staat een witte Honda Civic met vier Antilliaanse kerels met panty’s over hun dreads en gezichten getrokken. Het zijn geen volbloed-Antillianen, ze zijn half Nederlands. Op de schoot van Robert, de grootste, ligt een kapmes. Op de schoot van Rene, de kleinste, náást Robert, ligt een pistool op schoot. Op de achterbank zitten Samuel en Ricardo te blowen, zij hebben geen wapens. De kerels zijn van plan juwelier “Ring van de Kok” om klokslag half 6 te beroven. In de Honda Civic luisteren de boys naar “I shot the sherrif”, vertolkt door Bob Marley and the Domino’s. Ongeëvenaard, al wil ik Eric Clapton and the Wailers ook niet te niet doen, want die kon er ook wat van, die jongen. Ook de broers in het rode Bedfordbusje zijn bewapend: Alle drie de broers hebben een Duits pistool uit de Tweede Wereldoorlog op hun schoot liggen. Om half zes doet de oude Otto Kok zijn rolluik naar beneden, wat heel langzaam gaat, met heel veel herrie. Tot grote ergernis van mevrouw Sanne van Ham, die erboven woont.
De drie bejaarde mannen springen met veel kreunen en steunen het busje uit. Uit de Honda Civic doen Robert en Rene hetzelfde. Zo staan de overvallers vol verbazing rechttegenover elkaar. Dan kijken de overvallers om als ze een scooter de stoep op horen rijden. Het zijn twee jongens. De achteropzittende jongen springt voor de juwelier de scooter af en wil de juwelierszaak binnen rennen. Hij stopt als hij Robert hoort schreeuwen dat hij moet opdonderen. “Echt niet”, zegt Lodewijk, en hij schiet in Robert’s bovenarm. Of dat de bedoeling was zullen we nooit weten, omdat Rene Lodewijk neerschiet. Murat, die nog voor de inmiddels vergrendelde voordeur van de juwelier staat, schiet op de andere overvallers en wil bij Hakan achterop de scooter springen, maar die rijdt al weg.
Snel duikt hij in paniek achter een auto.Er breekt een schietpartij los. Al het winkelend publiek springt achter auto’s of rent in paniek winkels binnen om te schuilen voor de kogelregen.
Juwelier  Otto Kok ligt dubbel van het lachen om de situatie en hoopt dat ze elkaar zullen afknallen. Hij is in de loop der jaren al vaak genoeg overvallen. Mevrouw Sanne van Ham heeft het schieten gehoord en gooit nu planten waar de potten nog aanzitten haar raam uit naar de overvallers. En dat doet ze goed, want ze schakelt alle overvallers uit voor ze elkaar kunnen doodschieten. Ik schrijf àlle overvallers, maar Samuel en Ricardo zitten nog altijd in de Honda Civic, lekker te blowen en te genieten van Bob Marley. Ze krijgen pas wat in de gaten, als ze wat later in de loop van politiepistolen kijken.
Ja mensen, het is Godgeklaagd in het Nederland van 2018. Situaties als deze overval zijn aan de orde van de dag. Het komt steeds vaker voor dat meerdere overvallers tegelijk één juwelier willen overvallen. Sigarenzaken zijn er niet meer omdat tabak verboden is, dus die brengen het er goed vanaf. Politici worden nog maar zelden vermoord om wat ze in de Tweede Kamer zeggen. Ze worden nu veel vaker in huiselijke kring vermoord, omdat ze daar de verkeerde beslissingen hebben genomen. Niet alleen ons kikkerlandje is in het Wilde Westen veranderd. Nee, heel de wereld is in de war. Sport- merken die uniformen voor legers fabriceren. Er zijn al legers die met reclame op de uniformen oorlogvoeren. Alle dierentuinen zijn ontruimd vanwege het drastisch cellentekort. Zo kan ik wel even doorgaan, maar daar zit u niet op te wachten want waar u op wacht is een nieuw avontuur van detective Ardianto en zijn trouwe maat Leo Zonderhart.
Ardianto zit lekker thuis voor de buis.
Op het politiebericht wordt vermeld dat er een man wordt vermist uit Rouwbeen, ene Ypsilon Utrecht. Sinds wannéér hij precies vermist wordt weet de politie niet, omdat zijn vrouw hem nooit echt miste. Er volgt meteen op deze een andere vermissing. Een man uit Koekblik, ene Xantippe Zwendeldarm. Maar Ardianto heeft daar geen aandacht meer voor. Koekblik is een dorpje dat grenst aan Zaadgraad, waar onze held woont.
Hij belt zijn collega Leo Zonderhart, die net de liefde bedrijft met zijn lieftallige vrouw.
“Het is de baas schat, even opnemen”, onderbreekt Leo het meest natuurlijke wat twee mensen kunnen doen buiten eten, slapen en tv kijken. “Met Ardianto, heb je tijd om mij thuis op te pikken Leo?”. Natuurlijk kan Leo geen nee zeggen tegen zijn baas, dat weet ook zijn vrouw.
Dus wat later rijdt Leo, met gespannen ballen die niet hebben kunnen doen waar ze door Onze Lieve Heer voor zijn uitgevonden, naar Ardianto. Gelukkig kan Leo zich er geestelijk van afzetten: Hìj is de baas, en niet zijn ballen. Hij denkt aan het optreden waar hij de voorgaande avond is geweest met zijn vrouw. Het was een vreemd concert: Figuren in zwarte gewaden maakten tergend-langzame muziek, die hem liet nadenken. Er moest een bóódschap achter de performance van die band zitten, maar wèlke, dat is niet duidelijk. En misschien ook wel helemaal niet belangrijk. De band, die zich Masonic Youth noemt, heeft hem er toe aangezet op youtube naar hun filmpjes te kijken. Zo ver had een band Leo nog nooit gekregen, en hij gaat toch zo vaak als het kan naar optredens van verschillende bands toe.

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Ardianto komt al naar buiten als hij de auto van Leo ziet aankomen. De Mini Cooper is nu een gloednieuwe zilvergrijze Mercedes Cyberwidow uit de zoveel serie.
Het populaire duo gaat op weg naar een nieuwe zaak in Koekblik. Leo vraagt hoe het met Donny, de jongere broer van Ardianto, gaat.
Donny zit in voormalig diergaarde Blijdorp zijn driejarige straf uit voor een dubbele moord.
Donny was aan zo’n beetje alles verslaafd waar je verslaafd aan kan raken, behalve werken.
Hij woonde in Den Vaag, waar hij op een kwade dag over straat slenterde en aan een groepje van vijf jongens een paar euro vroeg voor een slaapplaats bij het Leger des Heils. “Rot op, vuile vieze teringjunk, ga je moeder neuken”, kreeg hij van de grootste jongen te horen, vergezeld van een flinke rochel in Donny’s zwarte, lange haar. Een tweede jongen trapte Donny in zijn rug en de anderen vielen hem ook aan. Donny schermde met zijn armen het hoofd af. Het was niet de eerste keer dat hij in elkaar geslagen werd. De grootste jongen schreeuwde, op Donny inslaand, dat diens leven geen reet waard was omdat hij toch maar een junk was. Dit raakte Donny,ondanks dat hij door de drugs zijn emoties een beetje kwijt was geraakt. Hij was een junk, op zeker, maar wèl een mens!
Woest sprong Donny omhoog, sloeg zijn hoofd naar achteren tegen de kaak van de grootste jongen, die meteen uitgeschakeld op de grond viel. Ook de andere jongens kregen het pak slaag van hun leven. Ze hadden de pech dat de oud Thai-kickbokskampioen juist vandaag had besloten zich te verdedigen. Met als gevolg: Twee dooien, één blijvende hersenbeschadiging en twee bij wie zo’n beetje elk botje in hetlichaam gebroken was.
“Het gaat veel beter met Donny, hij is clean en begonnen aan een studie voor sportleraar”, beantwoordt Ardianto de vraag van Leo. De Mercedes wordt netjes geparkeerd bij het rijtjeshuis waar de vermiste Xantippe Zwendeldarm woont.
“Zou er iemand thuis zijn Chef?
“Dat weten we alleen als jij op de bel hebt gedrukt, Leo”.
De deur wordt opengedaan door een kerel met lang, bruin, krullend haar en een snor die langs zijn lippen naar beneden loopt, een zogenaamde “pornosnor” uit de jaren zeventig. Zijn strakke beige pak stamt uit dezelfde tijd als de snor. De hippe man is Cedric, de zoon van de vermiste Xantippe. Cedric is in tranen en vertelt dat hij niet zou weten waar zijn vader is. Hij gebruikte geen medicijnen, zelfs geen Viagra, en had absoluut geen vijanden. Kortom, aan Cedric hadden Leo en Ardianto geen klote.
Ontevreden gingen ze weer op huis aa

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Na de ondervraging van Leo en Ardianto rijdt Cedric Zwendeldarm naar zijn stamkroeg Het Lepe Lever. Hij kan wel een borrel gebruiken.
Na de barman verteld te hebben dat ze nog niks weten over waar zijn vader is, neemt Cedric plaats aan een tafeltje met een wollen kleedje erop.
Aan het tafeltje zit de oude Harrie.
Na een tijdje was Cedric de volgens hem geïnteresseerde Harrie  druk aan het vertellen over waarom men toch steeds nieuwe kantoorpanden neerzet, terwijl andere leegstaan en wegrotten, soms zelfs ongebruikt. Misschien dacht Harrie: “Ja, pik-omhoog, dat doen ze voor de poen”, maar dat is gissen, want hij onderbrak Cedric’s boeiende verhaal met: “Ik heb zin in kut!”. Even was Cedric verbouwereerd.  Hij is best iemand die zo nu en dan, misschien meer “dan” dan “nu”, mensen een handje helpt. Meestal het graf in, maar het blijft helpen. Een kut heeft Cedric echter niet, dus daar kon hij ketting- roker Harrie niet aan helpen. Wat moest hij hier nou op antwoorden? Misschien met: “Ja, ik ook Harrie, ik ga snel naar huis, tot ziens”, of: “Nee, doe mij nog maar een fluitje”. Harrie keek erg ongemakkelijk, hij meende het oprecht, van die kut.Wat het niet minder gênant maakte, hiermee Cedric’s verhaal over leegstaande kantoorpanden naar de klote te hebben geholpen.
Na diep nadenken kwam Cedric tot het volgende weloverwogen antwoord: “Harrie, zet hem op de automaat”.
Harrie zuchtte, en ging nog moeilijker kijken.
“Dat gaat ook vervelen toch, dat gesjor aan je jongeheer?”
Cedric wilde nòg iets stompzinnigs zeggen, maar dit keer was hij blij dat Harrie hem onderbrak.
“Ik heb gewoon zin in een kut. Godverdomme man, ik heb al jaren niet geneukt”.
Mensen keken naar het tafeltje. Cedric probeerde een blik te bedenken die de mensen zou laten denken: “Nou, die gast neukt iedere dag zijn  ruggengraat aan barrels”, maar hij kon hem niet vinden.
Kon die lul niet naar het slachthuis gaan?  Daar dwaalde vast nog wel ergens een arm diertje met weelderige geboorte-uitgang rond.
“Ga naar de hoeren, Harrie”.
“Gadverdamme man, daar moet ik niks van hebben hoor”.
“Nee de hoeren van jou ook niet. Maar daar gaat het nu niet om. Je smacht naar een kut, en die hebben ze hoor, zoveel kutten kan jij in je eentje niet vullen”.
Cedric hoopte niet dat zijn woorden Harrie opwonden, want hij stond op en liep regelrecht naar het toilet.
Net toen Cedric de benen wilde nemen kwam de lange magere slungel terug.
“ Cedric, weet jij geen leuke meid ?“.
Cedric werd er wat melig van en zei,” Ja, een hele leuke, maar die heeft geen kut”.
Hij verslikte zich in het lachen om zijn eigen grap toen hij naar Harrie’s droevige gelaat keek.
“Nee Harrie, ik zou je daar zo een-twee-drie niet aan kunnen helpen”.
“Kutzooi”, zei Harrie gepast.
“Van wat voor soort vrouwen hou je eigenlijk, Harrie?”  lulde Cedric stompzinnig de rook van het café in.
“Ach, ik hoef er verder niks van of mee. Alleen een wippie maken, meer niet eigenlijk”.
Als je de zin zo terugleest zou je denken: “Die Harrie is niet zo moeilijk”, maar eigenlijk is hij een enorme egoïstische oetlul, die geen kut op aarde verdient.
Maar, het moet gezegd, wel een éérlijke egoïstische oetlul.
“Apart hangen”, zou mijn vader zeggen.
“Hoe lang is het geleden dat je geneukt hebt, Harrie?” vroeg Cedric, omdat hij het niet kon laten.
Harrie fronste zijn door de zware shag uitgedroogde krentensmoel.
“Ik weet het niet, te lang geleden in ieder geval”.
“Heb je eigenlijk wel eens geneukt Harrie”? Nu begon Cedric gemeen te worden, en begaf hij zich op glad ijs.
Harrie liep, zoals Cedric al verwacht had, rood aan, mommelde wat, maar kwam niet uit zijn woorden. Dus sloeg hij maar met zijn vuist op tafel.
Zou hij bekennen dat hij maar wat had geluld en helemaal niet wist hoe een kut voelde, en in huilen uitbarsten,of Cedric aanvliegen?
Het werd het laatste: Hij wilde Cedric afmaken.
Een beetje terecht is dat wel.
De tafel en alles viel om.
De barman kwam tussenbeide en flikkerde Harrie de straat op.
Met gebogen rug liep de arme Harrie het leven van Cedric uit, waarschijnlijk op zoek naar zijn kut.
Cedric keek lachend op zijn imitatie-Cartier, en concludeerde dat het tijd was om te gaan bowlen.

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Anton en Zacharias liggen vroeg onder hun dekbed, ze hebben geen zin in tv.
Het is voorleesavond. Dan leest Zacharias altijd een kort verhaal voor van een schrijver des vaderlands: De helaas te vroeg overreden 骯髒的老鼠. U ziet het goed, de schrijver deed graag interessant en liet zijn naam in Chinese tekens omzetten.
Zonnesteek
In mijn bed werd ik gewekt door een warme straal over mijn gelaat.
Met mijn ogen nog dicht dacht ik al:”Nee hè, een zenuw naar de vaantjes”.
Maar nee, het was een zonnestraal die de vrijheid had genomen via een kier het gordijn langs te glippen.
Meteen sprong ik naast mijn bed, trok mijn zwembroekje flink mijn reet in, pakte een witte badjas, mijn meest trendy teenslippers, sloeg een badhanddoek met daarop een afbeelding van de overleden pornoster Jeff Stryker over mijn breedste schouder en liep via de havens Schiedam uit, richting het strandje bij de Erasmus brug.
Het was er al gezellig en druk, toen ik mijn melkwitte lichaam insmeerde met een zonnebeschermer faktor heel veel.
Vermoeid van de wandeling viel ik in een diepe, welverdiende slaap.
Opeens schrok ik wakker: Mijn lichaam brandde als de hel.
Ik zag mensen naar mij wijzen en hoorde hier en daar giechelen. Kon mij wat schelen, ze moesten lachen op hun begrafenis.
Het was al laat, want de zon, die mijn huid zo had aangepakt, wilde net òndergaan.
Op blote voeten rende ik naar het midden van de Erasmusbrug, om zo dicht mogelijk bij de zon te komen.
Daar aangekomen, ging ik los.
“Ik heb je eindelijk door, zogenaamde zon, al eeuwenlang neem jij de boel in de maling, heetgebakerd figuurtje dat je daar bent.
Ik ben de eerste die het weet. Die het zéker weet: Jij bent niet de zon. Dat heb je ook nooit beweerd, dat moet ik toegeven, maar jij bent God, en niet minder dan hem. Ze zeggen niet voor niks: “Ik heb het licht gezien”, ja daar sta je van te kijken hè rakker?.
Heb ik nu een prijs gewonnen, of straal je mij hier op de Erasmusbrug even hartstikke dood?”

Even nam ik de tijd om te kijken wat God zou doen, maar nee hoor.Niks.
Dus ging ik door: “Je bent God, je kunt alles zien. Straks ga je de mensen aan de andere kant van deze aardschroot bespieden met je zonnestralen. Ben je daar klaar dan komt meneer gewoon weer terug, of houdt zich kalm achter een pak dikke grijze wolken.Wat zeg je?  Wat ik met deze informatie ga doen?  Schreeuwen tot de hele Wereld zal weten dat jíj God bent, en niemand anders……
Dit stukje is het enige dat 骯髒的老鼠 in zijn leven schreef. Het meeste deed de goede man daarvóór.
Anton vindt er geen reet aan,aan het stukje, en graait naar het “stukje” van Zacharias onder het dekbed. De man is onverzadigbaar. Hij is altijd in voor een wippie, en niet alleen met Zacharias. Hij paalt een ieder die zijn gunsten belieft. Zacharias is natuurlijk in de veronderstelling dat hij de enige ware voor zijn Antonnepon is en waarom zouden we het hem verklappen? Het zou hem ongelukkig maken, en daar is Zacharias toch veel te aardig voor. Verder is Anton ook geen kwaaie pief. De goede man doet geen vlieg kwaad, en heus niet alleen omdat zijn leuter daar niet in past. Een flinke portie in- veel-landen-bedreven-maar-toch-verboden seks breekt los.
In de bed & breakfast is het gezin nog wakker. Vader en zoon brengen tassen naar de auto en gaan alvast zitten. Wat later komen moeder en dochter eraan met bestek, servies en wat goedverzorgde planten.Ook de dames stappen in en de auto rijdt rustig weg. Ze zouden de volgende morgen, na het ontbijt, bed & breakfast “In de aap gelogeerd” verlaten, maar nu is het wat makkelijker: Als ze nu gaan hoeven ze niet te betalen. In de vorm van het bestek, servies en de goedverzorgde planten nemen ze ook nog wat als aandenken mee. Het gezin komt ook niet uit Glijmuiden, maar het zijn moderne nomaden, die overal dit soort rot geintjes uithalen. Geen inkomsten voor het nu nog het liefde-bedrijvende paartje dus.
Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Ardianto kijkt nog wat naar de televisie voor hij naar bed gaat. Zoals bij mijn trouwe lezers bekend, ga ik nu vertellen wáár Ardianto naar kijkt. Want de tv staat gewoon áán, zoals het hoort. Sinds twee dagen worden er door het hele land met zwarte verf geschreven leuzen op muren, auto’s en ramen gekladderd. Waarschijnlijk door een gek, want aan de spreuken en leuzen is geen touw vast te knopen. Om er enkele te noemen: Als een lul stinkt is het geen lollie. Smurfen doen het met geweten. De boer laat wat hij is. Alleen in een kut kom je nooit te laat. Waarom zou God niet bestaan als zoveel mensen geloven van wel?. Het is duidelijk niet de reguliere graffiti, maar de schade loopt al in de miljoenen vrolijke euro’s en er zijn al heel wat politie-eenheden op de been om de spreukenman, zoals de dader genoemd wordt, te stoppen. Wat vreemd, want het zou net zo goed een vrouw kunnen zijn. Ardianto slaakt een zucht, klikt zijn tv uit en gaat onder een mooie gekleurde sprei liggen, gebreid door Ardianto’s grootmoeder Nancy die nog altijd in leven is en tot op de dag van vandaag van die mooie spreien vervaardigt. Het is een dekselse creatieveling, de grootmoeder van Ardianto. Nou, we laten Ardianto en de rest van de mensen in dit verhaal slapen, en wachten samen even tot de volgende morgen. Gezellig.
Met een harde klap valt een groot dienblad met daarop een uitgebreid ontbijt voor op zijn minst vier personen op de Italiaanse plavuizen. Het roosje in een glazen vaasje valt als laatste kapot op de grond, omdat Zacharias die nog even in zijn handen hield tot hij zag dat het gezin zijn “In de aap gelogeerd” had leeggehaald. Zacharias gilt de naam van zijn geliefde, die nog op bed ligt. Zacharias loopt door de bed & breakfast, de tranen lopen als zo vaak over zijn goedgesoigneerde wangen. Dan komt Anton aan in zijn ochtendjas. Hij ziet meteen wat er scheelt, en omhelst Zacharias. “Kom wijffie, we rijden even naar Middenleusen om nieuwe spulletjes te kopen. Alles komt op zijn pootjes terecht”. “Pootjes”, herhaalt Zacharias giechelend. Na een vluggertje en een frisse douche in “In de aap gelogeerd” rijden de twee zielsverwanten naar Middenleusen voor de nieuwe spulletjes, want de volgende gast is in aantocht.
Leo Zonderhart zit met een ontbijtje, gemaakt door zijn lieve vrouw en steun en toeverlaat Lia Prop, naar de televisie te kijken. In Zotterdam is een galeriehouder gearresteerd. Gekleed in een fel-oranje badpak stond de kerel in zijn galerie alsof het de gewoonste zaak van de wereld was er zo bij te lopen. Een bezoeker voelde zich geïntimideerd door de galeriehouder en heeft de politie gebeld. Tv-beelden op het journaal tonen de man, die, woest om zich heen slaand en trappelend, uiteindelijk door een flink aantal agenten een busje in wordt geduwd. De arme man schreeuwt dat hij er bij mag lopen hoe hij dat wil en dat, wat betreft de verkoop van de kunst, het er sinds zijn nieuwe outfit op vooruit was gegaan. “Wie noemt zijn galerie dan ook Slaphanger? Dat is vragen om problemen”, merkt Lia op terwijl ze een heerlijke lasagne met kippenlever de oven induwt. Leo moet lachen: Zijn vrouw heeft humor, is een lekker wijf en kan goed koken. Hij is, sinds hij met haar getrouwd is, ook weer in zijn katholieke geloof getreden. Tijdens zijn huwelijk met Ben was hij uitgetreden. Hij bidt nu iedere dag dat het plezier wat hij met Lia beleeft nog lang mag duren. Ze denken al aan kinderen. Wat een geluk daar in huize Zonderhart!
Ardianto heeft het daarentegen een beetje zwaar. Zijn moeder Quendelynn heeft hem net gebeld. Ze vertelde dat haar ex-man, de vader van Ardianto, zelfmoord heeft gepleegd. Ardianto heeft zijn vader al heel lang niet gezien. Quendelynn vertelt dat ze de man aan een boom hangend gevonden hebben: Met een zwart badpak (hij ook al) aan, daaronder een zwarte nylon, twee kattenoortjes op zijn kalende hoofd, handschoenen aan met daarop nageltjes geplakt en zwarte balletschoentjes aan met dezelfde nageltjes. Wat Quendelynn en Ardianto niet weten en ook niet wìllen weten, is dat vader Lonny een liefde voor katten had opgebouwd na zijn scheiding met Quendelynn. In zijn huis vond men meer dan tachtig katten. Hij viel geregeld in zijn poezenpak boeren uit de omgeving aan die de katten van hun land joegen. Menig boer kreeg de schrik van hun leven als de poezenman hen wild- krijsend besprong: Velen hebben er littekens aan overgehouden. Als ze van de schrik bekomen waren en iets terug wilden doen, was de poezenman al weer gevlogen. Zijn baan als hoogleraar aan de Universiteit van Geeuwarden had de poezenman opgegeven, om zich geheel in te zetten voor de katten. Hij onderhield ook contacten met andere kattenliefhebbers, waaronder Jos Brink, die bekend stond als een groot kattenliefhebber, maar die schreef Lonny nooit terug, mede omdat Jos al drie jaar was overleden. De uiteindelijke zelfmoord pleegde de arme poezenman omdat hij zelf, op één van zijn vluchten na een aanval op een boer, een kat het leven uit reed. Dit kon de poezenman man niet verwerken. Als Ardianto van zijn moeder hoort dat ze niet naar de crematie van haar ex man gaat, is Ardianto allang blij: Dan gaat híj ook niet. In zijn ogen is er niks zinlozer dan het bezoeken van begrafenissen en crematies. Medeleven hoeft hij niet te tonen: Dat staat nergens in de wet. Nu gaat het er misschien een beetje op lijken dat onze held geen hart heeft: Waarschijnlijk zitten we dan ergens in het midden.
Piepende zooltjes op glanzende houten vloeren, waar kan dat anders zijn dan op… jáwel, de bowlingbaan. In dit geval bowlingbaan De Drie Gaatjes te Gieren. Er is een toernooi gaande. Het team van Cedric staat zoals bijna elk toernooi breeduit aan kop. Ze zijn gekleed in gouden pakken zoals Elvis die droeg op de cover van zijn elpee: 50.000.000 Elvis-fans can’t be wrong. Niks ten nadele van the King. Ik ben een groot bewonderaar van de man en, net als velen, er een die ooit Graceland wil bezoeken om ‘s te kijken of de man daar vroeger wel leuk heeft gewoond. Maar goed, ik had het over die titel, 50.000.000 Elvis fans can’t be wrong. Er hoeft maar één iemand te denken dat zijn filosofie de goeie is en het gaat voor heel veel mensen fout, dus eigenlijk zegt die titel niks noppes nada. Dat u dat even weet. Ik moet niks hebben van misverstanden in mijn boeken. Die bewaar ik voor de werkelijkheid. Het team van Cedric doet het dus goed vanavond; er worden strikes gegooid als dat er kindjes worden geboren in Afrika. Cedric doet weer erg theatraal, maakt sexy heupbewegingen na elke gegooide strike van zijn gouden handschoen zonder vingertopjes. Na de heupbewegingen, die wat aan Tom Jones, wat aan Elvis Presley en  wat aan het begin van een stevige hartaanval doen denken, schreeuwt Cedric, op zijn magere kippenborst slaande met twee vuisten:” Who is the man?” Tot drie keer toe herhaalt hij deze woorden, waarop zijn teamleden zoals afgesproken gillen:” Cedric”. Teamleden van andere bowlingteams hebben een bloedhekel aan Cedric en zijn arrogante afgezaagde maniertjes en de teamleden van De Drie Gaatjes, het team van Cedric, doen ook maar alsof ze Cedric mogen. Er zijn maar weinig mensen in de omgeving van Cedric die hem mogen. Hij kleineert iedereen,te pas en te onpas, schept altijd op en het ergste: Hij barst van het geld. Niemand weet hoe hij aan dat geld komt, want werken komt niet in het woordenboek van Cedric voor. Ze noemen hem achter zijn rug om de Flikkerpoedel. Dit vanwege zijn lange bos krullen en omdat men hem nooit met vrouwen ziet. Het team van Cedric wint het toernooi. Tevreden rijdt Cedric in zijn Ford Mustang bouwjaar 1969, de enige oranje op de wereld die fel ros is. In de auto klinkt muziek van the Creedence Clearwater Revival, de favoriete muziek van Cedric.
De nieuwe gast van bed & breakfast In de aap gelogeerd heeft zijn intrek genomen. Een klein mannetje met een zwart bolhoedje op zijn hoofd, een geel shirt aan, een zwartleren broek en daaroverheen gelukkig een beige regenjas. Het mannetje heeft opvallend grote wenkbrauwen. Hij is minstens zeventig jaar oud, het zou net zo goed minstens tachtig jaar kunnen wezen, daar wil ik geen discussie over voeren. Zacharias en Anton vinden hun gast een beetje vreemd, maar een stuk vriendelijker dan de familie die hun bed & breakfast hebben geplunderd.
Even tussendoor, heeft verder niks met dit verhaal te maken: Ik kom er net achter dat ik het liedje “Als je huilt” van Andre van Duin helemaal uit mijn hoofd ken. En ik altijd maar denken dat ik geen liedje uit mijn hoofd ken. Leuk he?
Het mannetje met de bolhoed is niet alleen zeer vriendelijk, hij is ook hoffelijk en heeft aangeboden voor Anton en Zacharias te komen koken. Eerst stond Zacharias, die zelf graag mensen met zijn kookkunsten verwent, wat sceptisch tegenover het voorstel maar hij ging al snel overstag toen hij de vriendelijke, afwachtende blik van het mannetje zag. Anton en Zacharias maken het gezellig met theelichtjes die ze door de hele kamer neerzetten en aansteken. De open haard wordt aangedaan en lekkere sandelhoutwierook geurt door het huis. “Laat de kok maar komen” zegt Zacharias, waarna Anton een misplaatst grapje maakt door voor te stellen het kleine bolhoedje te verkrachten. “Ik moet er niet aan denken, zo’n oud kaboutertje, wat een wansmakelijk idee Antonnepon”. Anton lacht om de reactie van zijn geliefde. Dan gaat de bel. Het bolhoedmannetje is gearriveerd met tassen vol boodschappen, klaar om een heerlijk maal te maken. Terwijl het mannetje met de bolhoed driftig staat te koken doen Anton en Zacharias een dansje op de hit Disco Revivalman van De Astma Boys. Het is erg gezellig en Zacharias is de boevenfamilie alweer vergeten. Na het dansje draagt Anton een oude column van Duco Zwakheup aan Zacharias en de rustig doorkokende man met het bolhoedje voor:

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Erectiestoornissen

Wakker worden met Dries van Agt was nu niet bepaald een droom van mij, maar het gebeurde me gisterochtend.
Hij vertelde dat hij het dieptreurig vond dat de koningin niet aanwezig zou zijn bij de uitvaart van de Paus.
Nu wil ik Beatrix geen hand boven de kroon gaan houden, maar ik zou, na de begrafenissen die zij in korte tijd heeft meegemaakt, ook geen zin hebben in nog maar eens een hoop komedie.
Ik ben echter maar een gewone burger. Beatrix is koningin, ze wordt dus geacht dit te kunnen.
Blijkbaar verschillen burgers niet zoveel van koninginnen.
Als ik haar was had ik een stand-in gestuurd, net als Sadam Hussein dat altijd deed. Wie weet is er een stand-in opgehangen.
Had Dries ook weer blij geweest. Gelukkig zat hij niet naast mijn bed, maar in de wekkerradio naast mijn bed.
Opeens werd Dries opzij geduwd door een commercial. Een vrouw zei met lieve maar daardoor niet minder opdringerige stem:” BEDERF JE WEEKEND NIET DOOR ERECTIE STOORNISSEN, NEEM…” en een pikverhardende pillennaam rolde haar bek uit.
Nu hing mijn plasser inderdaad halfstok. Niet vanwege de uitvaart die dag van die populaire Pool in en nu onder het Vaticaan, maar vanwege Dries zijn geouwehoer.
Toch maakte ik me niet druk dat mijn pik mijn weekend zou gaan bederven. Die reclamedoos blijkbaar wel.
Wat moet ze met al die harde piemels????
Waar bemoeit ze zich überhaupt mee???
Mocht ze de behoefte hebben kan ze zo van lul op lul springen, waar dan ook, nee, madam maakt zich juist HARD voor de niet omhoogkomende plassers.
Arm arm mens.
Hoewel, arm, ze moet voor deze onzin toch wel een bom geld krijgen, anders zou ze dit toch nooit doen? Waarschijnlijk maakt het haar allemaal geen fuck ui, waar ze reclame voor maakt. Ze leent zich net zo makkelijk voor kinderzitjes, of stokbroodpropaganda.
Iedere dag krijg ik e-mailtjes van virtuele dames, die mij viagra aanbieden of penisvergroters.
Een tijd lang maakte ik gebruik van deze diensten, tot ik buiten auto’s hoorde toeteren.Mijn penis was een meterslange hefboom geworden, die de straat versperde. Ja, toen ben ik er maar mee gestopt, je wilt immers alles, behalve een slechte naam hebben.

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza De drie mannen liggen in een deuk. “Ik stop met koken jongens, ik heb er geen zin meer in, sorry”. Verbaasd kijken Anton en Zacharias elkaar aan. Dan loopt Zacharias naar zijn keuken en maakt zonder mokken het eten;de puinhoop die het bolhoedmannetje heeft gemaakt, af. Onderwijl gaat het bolhoedmannetje op de bank zitten, naast Anton. “Zo, jullie zijn dus kontarbeiders, Anton”. “Kontarbeiders is weer een nieuwe en niet minder vervelende benaming van onzekere hetero’s om onze homofiele medemens te kleineren en ja, we zijn homofiel zover dat u nog niet duidelijk was”. Anton is overduidelijk geïrriteerd. “En u, waar doet u het mee? Kinderen, dieren, lijken misschien?”
“Mijn excuses vriend, het”kontarbeiders” schoot eruit, het is inderdaad ongepast van mij”. “Het is al goed meneer, wat is uw naam eigenlijk?”. Net als het bolhoedmannetje wil antwoorden op Antons` vraag komt Zacharias met het eten uit de keuken en gemaant de mannen plaats te nemen aan tafel. Anton zet een cd van The Art of Noise op, gaat aan tafel zitten en valt meteen de heerlijke Chili sin carne aan. Sin is Kastiliaans voor zonder, want deze Chili is vrij van dode dieren.
Bij de eerste hap begint Anton te draaien met zijn ogen en te kokhalzen.
“Wat is er schatje, schatje wat is er nou?” Zacharias slaat zijn man op de rug, terwijl het bolhoedmannetje roerloos het tafereel bekijkt. Anton loopt rood aan en snakt naar adem terwijl hij gele gal uitbraakt over de keurig verzorgde eettafel. Anton valt van zijn stoel. Zacharias buigt huilend over Anton heen. “Je hebt hem vermoord nichterige reetkever. Niet dat het wat uitmaakt”. Dan staat Zacharias op, rent naar de keuken om een vleesmes en een broodmes te pakken en rent terug de kamer in om dat kleine pestpokkenventje in stukken te snijden. Zijn stoel is  echter leeg, alleen zijn bolhoedje ligt  er nog op. Angstig zwaait Zacharias met de messen om hem heen. “Waar ben je, kom op dan klootzak, je hebt mijn man vergiftigd, vuile rat”.
Zacharias doorzoekt alle hoeken en gaten van de boerderij, maar het mannetje is nergens te bekennen. Dan schrikt Zacharias op. Hij is Anton helemaal vergeten. Snel belt hij een ambulance en meteen maar de politie. Hij raapt al de moed die hij in zijn lichaam heeft bij elkaar en loopt naar de bed & breakfast. Er brandt geen licht, misschien heeft die kleine griezel zich ergens verstopt. Met de twee messen nog altijd in zijn zweterige handen gaat Zacharias bibberend In de aap gelogeerd binnen en doet het licht aan. Dan slaakt hij een hoog gilletje. Overal op de muren staan spreuken met zwarte verf geschilderd.Zelfs over de schilderijen heen. Zacharias valt flauw.
Cedric Zwendeldarm zit lekker op de bank in zijn ruime Villa. Niemand heeft hem gevraagd naar zijn vader tijdens het bowling toernooi. De wezels durfden vast zijn bui niet te verpesten. “De politie zal hem nooit vinden” denkt Cedric met een grijns op zijn smoel. Dan staat hij op en doet een deur open die naar de kelder van de Villa leidt. Beneden doet hij een zware kelderdeur open. In een hoek zit een magere man in roodgeruite pyjama met een handboei vastgemaakt aan de centrale verwarming. Het is Xantippe Zwendeldarm. “Zo pa, beetje naar je zin hier jongen?”. “Waarom moet ik hier in de kelder zitten jongen, wat heb ik je misdaan?”. “Niks vader, u heeft mij een fijne jeugd bezorgd, eerlijk waar, maar ik neem u op deze manier in bescherming”. “Maar voor wat neem je mij in bescherming? Voor wat?”. “Lieve vader, die mij dierbaarder is dan wie dan ook, ik wil niet dat je aan kleine kinderen zit, je bent een pedofiel”. “Wat, een pedofiel, hoe kom je daar nu bij?  Heb ik jou ooit met een vinger aangeraakt?”. “Niet  met een vinger, niet met je lul, maar ik vind het niet goed om te horen van de mensen uit de buurt dat ik zo’n aardige vader heb, die altijd lief is voor kinderen. Dat vertrouw ik niet. Ik sluit je dus hier op. Je kan alles krijgen, maar wel hier in de kelder vader. Niet huilen vader, je weet dat je mij daar zeer mee doet. Zo lang hoef je hier niet te zitten. Je hebt prostaatkanker, dus zolang zal je niet meer leven”. Xantippe wil wat zeggen, maar barst in huilen uit. Hij zit hier opgesloten in de kelder van zijn gestoorde zoon. Die jongen was altijd al vreemd en op het sadistische af, maar dit slaat alles. Hij is nu in de veronderstelling dat zijn vader een pedofiel is met prostaatkanker. “Ik ga maar weer pa, je bent niet echt gezellig met dat gejammer van u. Welterusten. Gelukkig hoeft moeder dit allemaal niet meer mee te maken, vader”.
Dan sluit Cedric de deur en loopt weer fluitend de trap op naar boven. Dit omdat je een trap nooit opgaat naar beneden, dat moge duidelijk zijn. In de kamer gaat Cedric achter zijn laptop zitten en leest een verhaaltje dat hij die ochtend geschreven heef;.
Het is fijn om uniek te zijn

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Ik zat al diep in de vrijdagmiddag, toen ik besloot mijn dagelijkse sessie wolkstaren voor een keer over te slaan.
Ik was heel erg geil, vreselijk.
Op zo’n dag kan ik met geen bewegend wezen meer een normaal gesprek voeren zonder hem/haar  in mijn morbide gedachte aan mijn spuitpuist te rijgen.
Dat is moeilijk praten hoor.
Mijn eikel plakte al tegen de wand van mijn mintgroene nylon slip aan.
Gelukkig was ik al thuis, net uit mijn werk, het huis voor mij alleen.
Dit omdat ik al jaren alleen woon.
Ik liep naar mijn kamer en onderwijl deed ik mijn kleren uit.
Ik kon gewoon niet wachten.
Alle muggen in mijn slaapkamer zou ik gaan doodschieten met mijn dodelijke, lava- hete zaad.
In de slaapkamer besloot ik mijn leren slip met rits aan te doen, die ik voor mijn verjaardag gekocht had.
De reetveter trok ik wat verder mijn bilspleet in, alvorens ik op mijn bed plaats nam.
Per ongeluk drukte ik met mijn grote teen (het kan ook de teen ernaast geweest zijn) mijn TV aan.
Gadver, Frans Molenaar de mode-ontwerper deed zijn verhaal.
Mijn mannelijkheid werd opeens angstig klein.
Ik had die lul zijn pisbek wel willen volschijten.
Ik besloot hem toch maar even aan te horen.
Hij had het over zijn wens alle Zebra’s ter wereld te laten afslachten, zodat iedereen een mooi overhemd van Zebraleer aan zou kunnen.
Uniek vond hij dit.
Nou kon mij zijn idee van het begrip uniek mij zwaar niet schelen.
Maar ik projecteerde het woord uniek maar eens op mij zelf.
Was ik wel uniek? Ik rukte me al zo lang ik mij kon heugen af, ben nog nooit met een levend wezen naar bed geweest en heb er al helemaal nooit mee geneukt.
En ik ben toch alweer 39 jaartjes jong.
Ik herinner mij nog de eerste keer dat ik klaarkwam.
Ik stond naast mijn wijlen grootmoeder (165 lang), ze las op de schommelstoel voor uit Roodkapje, geloof ik.
Ik stond wat onschuldig met mijn knuistje in mijn korte broekje aan mijn piemeltje te frummelen.
Toen voelde ik een heel warm gevoel opkomen. Net toen ik mijn broekje naar beneden deed om eens te kijken wat er loos was, kwam ik klaar.
Oma vertelde rustig door. Tot mijn grote schrik zag ik een druppel zaad langs haar wang lopen.
Ze pakte een zakdoek en haalde de druppel weg.
Ze glimlachte naar me en zei dat ze van al dat vertellen ging zweten.
Maar goed, terug naar een ander verleden.
Ik lag dus te luisteren naar Frans Molenaar, en ging me af vragen of ik ergens uniek in was.
Triest moest ik concluderen dat ik echt nergens uniek in was.
Grienend viel ik in een diepe slaap.
Zwetend werd ik wakker, het was inmiddels al donker.
Ik had het, ik wist nu hoe ik uniek zou kunnen zijn.
Ik heb namelijk een erg groot plasgaatje.
U voelt hem waarschijnlijk al aankomen.
Ik stak mijn wijsvinger in mijn eikelgaatje en begon mezelf te vingeren alsof mijn leven ervan afhing.
Mijn lul werd keihard en het gaatje omsloot mijn vinger.
Al snel voelde ik mijn kolkende zaad omhoog komen. Plop, ik trok mijn vinger eruit en mijn zaad kwam er al vlak achteraan.
Ik was uniek. Gelukkig.
Ik kon eikelvingeren en nog klaarkomen ook.
Het is fijn om uniek te zijn………………..
Cedric moet lachen om zijn verhaal. Hij was van plan het naar tijdschriften te sturen, maar die zouden het vast niet plaatsen, die preutse honden. Hij zet een plaat op van The Dirtys, een heftige garageband uit Amerika, die helaas maar één plaat hebben gemaakt, maar wel van absolute wereldklasse. Dan pakt Cedric, zijn hoofd op en neer buigend op de muziek, een foto in een zilveren lijst. Zijn oudere broer staat erop. Als achttienjarige soldaat kijkt hij lachend de wereld in, een mooie toekomst in het verschiet. Een maand nadat de foto is genomen werd Hildo, zoals de broer heet, op een kerkhof gesnapt; hij lag naakt op een net begraven vrouw, die overleden was doordat ze gestikt was in een stuk harde chocolade. Zo kwam Hildo in de bak te zitten en kreeg hij TBR om van zijn necrofilie af te komen. Na twee jaar kwam hij vrij, maar al snel vergreep hij zich andermaal aan een vers lijk. Hierna is hij ontsnapt, en tot op de dag van vandaag is Hildo Zwendeldarm spoorloos voor de politie, want af en toe stuurt Hildo zijn broertje Cedric nog brieven uit, meestal, oorlogsgebieden, waar veel slachtoffers vallen, die hij dan…….
Dan heeft Cedric ook nog een jongere zuster ,Joleen Zwendeldarm. Althans, ze heet nu Joleen Edeldarm. Ze heeft haar achternaam veranderd omdat ze niks meer met haar zieke familie te maken wil hebben. Ze woont in een klooster te Lourdes en leeft daar als non. Cedric twijfelt of hij voor vanavond een call-girl moet bellen, maar de vorige keer had zo’n trut de politie op hem afgestuurd omdat hij haar klappen had gegeven. Daar had hij nu dus geen zin in. Cedric besluit nog een stukje voor zichzelf te schrijven;

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Goedemorgen

“Goedemorgen buurman” zegt mijn buurvrouw vrolijk als ze mij in haar vizier krijgt. Uit beleefdheid? Of wil ze echt weten hoe ik de koude ochtend ervaar? Wat moet ze met die informatie? Gelukkig zal het lieve mens er niet van worden. De ochtend is de ochtend maar, of hij nou goed is of slecht. Goede morgen zeggen is een beleefdheidsvorm, misschien al duizenden keren beschreven door veel betere schrijvers, realiseer ik mij, een traan de dood inpiekend. Genietend kijk ik naar de traan op het laminaat onder mij. Wat was het toch een mooie traan. Verdomme, ik ben mijn buurvrouw vergeten in dit verhaal. Van buurvrouw naar traan. Waarom eigenlijk? Ik vind mijn buurvrouw aardig. Ze praat wat veel, maar zegt ook iets, wat dan weer een groot voordeel is of mag zijn. Als ik iemand uit de grond van mijn hart een goede morgen wens, is het mijn buurvrouw wel. Op haar gezicht staat beschreven dat als iemand er niet uitkomt, mijn buurvrouw de eerste is die hulp komt bieden. Niet dat ik die hulp ooit  nodig heb gehad of misbruikt. Nee, zoals ik al schreef; dat staat op haar gezicht in de vorm van hanenpootjes, rimpeltjes en groefjes beschreven. Met zo’n buurvrouw is een boek totaal overbodig. Voor wat dikkere boeken ga ik naar het bejaardentehuis. Daar staan de bestsellers des levens op de gelaten van de bibberende oudjes volgeschreven. Daar is geen tatoeëring voor nodig. Als er iemand is die ik echt een spetterende goede morgen wens, dan is het wel alle oudjes met gezichten als bestsellers. Gingen ze maar nooit dood, dan waren geschiedeni boeken niet nodig. Sommige oudjes zien de goede morgenwens natuurlijk als een geheugensteuntje, want die weten niet of het ochtend is. Dan is het toch fijn als iemand je dat even doorgeeft. Laatst nog wenste iemand mij en de persoon naast mij een goedemorgen terwijl het al avond was. De persoon naast mij lag bijna onder haar stoel van het lachen, terwijl ik bijna bezweek van de diepe ellende die deze meest uitgescheten grap op aarde met zich meebracht. Hem wenste ik zeker geen goede morgen en de lachende persoon naast mij al helemaal niet. Een beetje goede morgen misbruiken om grappig over te komen, tief nou snel je graf in. Goede morgen misbruikt men ook vaak als iemand iets raars doet. Bijvoorbeeld iemand bevredigt zichzelf oraal, een ander ziet dat en zegt in het luchtledige; ”goede morgen”. En dan echt niet vasthoudend aan het tijdstip, nee, dat is totaal ondergeschikt. Of iemand komt de bakkerswinkel binnen, kijkt op de klok en zegt “oh, het kan nog, goedemorgen”. Volkomen kut. Het goede morgen moet uit je hart komen en niet van een klok. Wie weet loopt die wel achter, sta je daar met je goede morgen. Nou, ik ga douchen en wens een ieder een goeden dag.

Hierna gaat Cedric lekker slapen.

Drie dagen later rijden Leo en Ardianto naar bed & breakfast In de aap gelogeerd. Anton heeft de vergiftiging overleefd. Ypsilon Utrecht, de oplettende lezers van een goed geschreven detective konden lezen dat Ypsilon op het poltiebericht een paar bladzijde terug vermìst werd, heeft rattengif in het eten gedaan nog voor Zacharias het koken zo lief overnam. Zacharias moet bed houden, want de goede man heeft een zenuwinzinking aan alle gebeurtenissen overgehouden. Jammer, want hij gaf pit aan dit verhaal. Nu ligt hij dus in bed tegen een nachtlampje te praten met waanbeelden en vol met medicijnen waar ik liever geen reclame voor maak.
Anton maakt een lekkere cappuccino voor Ardianto en Leo. Zacharias had er vast een lekker zelfvervaardigd koekje bij aangeboden, maar Anton is niet zo’n keukenprins, althans, een loodgieter werkt natuurlijk ook vaak in de keuken, dus in dat opzicht is Anton weer wel een keukenprins. Gaap. Anton beschrijft hoe de spreukenman er uitziet en loopt vervolgens met Ardianto en Leo naar In de aap gelogeerd. Ardianto neemt wat leuzen en spreuken in zich op: Door het maken van kunst vergeet ik mijn verdriet maar tevens de afwas. Een plasser zit vaak in een klein broekje. Een dag niet geleefd maakt niet uit, want je hebt er nog een heleboel. Het verleden is net zo verrassend als de toekomst. Ook u bent een batterij. De waarheid is een leugen. Ardianto zucht en denkt over de omschrijving die Anton gaf over de spreukenman. “Meneer, vertelde u nou dat de spreukenman een bolhoed op zijn hoofd had?”. “Ja meneer, hij heeft hem hier laten liggen”. Leo snelt naar de auto. “Op de landweg hier naartoe zag ik een kereltje met een bolhoed op zijn hoofd fietsen”. Na Anton bedankt te hebben voor zijn medewerking en Zacharias beterschap te hebben gewenst rijdt de Mercedes van Leo met piepende banden het erf van In de aap gelogeerd af.

Title: Twee vliegen in één klap (Weer een spannend avontuur van detective Ardianto) | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Inmiddels rijdt de spreukenman in het plaatsje Koekblik. Hij stopt en kijkt in het rond. Hij heeft dorst, misschien kan hij wel ergens wat drinken. Er staan alleen maar Villa’s, en die rijke lui staan nou niet bekend als erg gul en hartelijk. Toch fietst de spreukenman, die een reserve-bolhoed op zijn hoofd heeft, een oprijlaan op. Hij heeft zich drie dagen verscholen in het Witte Dennenbos bij Klapborst. Heeft daar alleen wat leuzen op bomen geschilderd en is weer vertrokken op een fiets die hij van een oud boerinnetje in klederdracht heeft afgepakt. Hij belt aan bij de Villa. De deur gaat open: ”Wat moet jij, klein pikkie?”, vraagt een man in zijn zijden ochtendjas. Een man die wij beter kennen als Cedric Zwendeldarm. “Ik wil vragen of u een beetje water voor mij heeft, want ik heb dorst gekregen van het fietsen”. “Je moet ook niet fietsen, dan had je hier ook niet aan hoeven bellen. Ik zat verdomme lekker met mezelf te spelen”. De deur valt met een klap weer dicht. Beteuterd kijkt de spreukenman naar de dichtgeslagen deur. Dan gaat de deur weer open. “Geintje vriend, moet kunnen toch, kom binnen en doe dat achterlijke bolhoedje af”. De spreukenman loopt achter Cedric de Villa in. “Neem lekker plaats op de bank. Wat wil je drinken? Water en frisdranken schenk ik hier niet”. “Een glaasje melk graag”. “Dat schenk ik ook niet voor je in. Een biertje misschien?”. “Prima”, liegt de spreukenman, die geen bierdrinker is. Niet veel later staat er een glas koud bier voor de neus van de spreukenman, die hij van de dorst snel leegdrinkt. “Hartstikke bedankt meneer. Ik hou u niet langer op, ik ga maar weer eens”. “Weer eens? Je bent hier voor het eerst, en ik wil niet dat je weggaat. Ik ben erg benieuwd naar wat een vreemdeling met een belachelijk hoedje op zijn kop hier in Koekblik doet. Je verkracht toch geen jonge meisjes he?”. De spreukenman wil antwoorden. Eigenlijk wil hij het liefst de kop van Cedric inslaan, maar waarschijnlijk wint hij dat niet. “Erg spraakzaam ben je niet he, maar wat doe je hier?”. “Ik ben hier in de omgeving op vakantie”. “Alleen?”. “Ja, ik geniet dan het meest”. “Ja ja, dus een verkrachter. Die werken altijd alleen”. “Meneer, hoe komt u er toch bij dat ik een verkrachter ben, en te uwer informatie; ik ben impotent”. “Dat ook nog, een impotente verkrachter, dan hebben die meisjes er helemaal niks aan”. “Ik denk dat ik maar eens ga”. Cedric springt op en legt de spreukenman in de houtgreep. “Jij denkt inderdaad dat je gaat, want in werkelijkheid hou ik je hier vast, in de houtgreep, en jij gaat oom Cedric eens mooi uitleggen wat je hier nu werkelijk doet. “Ik ben de spreukenman”. “De wat?”. “De spreukenman, ik verf overal mijn spreuken en leuzen op muren en bomen”. “Wat voor spreuken zijn dat dan, idioot gedrocht?”. En de spreukenman begint wat spreuken op te noemen.

Ardianto en Leo rijden nu door Koekblik op zoek naar de spreukenman.” He Leo, dat is ook wat, daar woont die Cedric, van wie zijn vader vermist is”. “Ik denk dat we de spreukenman even laten voor wat hij is, ik heb nog wat vragen voor Cedric. Op het bureau kwamen er wat rare dingen over zijn broer die een ontsnapt necrofiel blijkt te zijn naar boven, dus daar wil ik het één en ander over vragen”. Leo parkeert de Mercedes, en de mannen lopen over de oprijlaan naar de voordeur van de Villa. Als Ardianto op de bel wil drukken hoort hij iemand schreeuwen. Hij kijkt via het raam in de deur de gang in en ziet het bolhoedje van de spreukenman op de grond liggen. “Leo, de spreukenman zit binnen. Trap de deur in”. Leo trapt de deur in tweeën en ze rennen met getrokken pistolen het huis binnen. Als ze de kamer binnenlopen zit Cedric te huilen op de grond met op zijn benen de spreukenman, dood naar het plafond starend. “Wat is hier gebeurd?”. “Hij schreeuwde allemaal spreuken die ik niet begreep. Het leek alsof hij tegen mij aan het schelden was. Toen werd ik erg boos en heb per ongeluk zijn nek gebroken”. “Leo, sla hem in de boeien en bel de politie dat ze die gek ophalen”. Ardianto doorzoekt het huis en vindt na een uur of twee zoeken de vader van Cedric, de oude uitgemergelde Xantippe, in de kelder.
Leo en Ardianto verbazen zich erover dat twee vermiste personen elkaar toevalligerwijs in het zelfde lijf tegenkomen. Nou ja, op een gebroken nek na dan. Twee vliegen in één klap…..