Jun 052019
 

Volgende week wandelde ik heerlijk door de bossen die de gemeente Dalfsen rijk is. Het regende pijpenstelen en onweerde vreselijk aan de lopende band. Gelukkig fantaseerde ik dat ik in een laag zonnetje wandelde. Na een tijdje stopte ik even om een slokje uit mijn veldfles uit de Tweede Wereld oorlog te nemen, tevergeefs wist ik vooraf, want er zat een kogelgat in de bodem, een erfenis van mijn zalige opa. Toch neem ik de fles overal mee naartoe, ik vind het zo stoer om er een teug lucht uit te nemen. Toen ik met mijn hand mijn mond niet droog maakte, zag ik in de verte iets wat op een linnenkast leek in een weiland aan de Vecht staan. Natuurlijk kon ik de kast daar niet alleen laten staan, en deed mijn sandalen uit, om die te verwisselen voor mijn stoute schoenen en liep kordaat op de eenzame linnenkast af. De mouwen van mijn overhemd waren al op gestroopt, die heb ik op advies van zalige cabaretier Wim Kan in Rotterdam aangeschaft, daar verkopen ze overhemden met opgestroopte mouwen. Wat het allemaal iets minder stoer maakte, ondanks de peuk hangend op mijn lip, was dat ik tot mijn middel in een verse koeienvlaai wegzakte. Natuurlijk deed ik of er niks aan de hand was, zodat het groepje dikbil koeien even verderop mij niet kon uitlachen. Ik floot een deuntje, maar dacht bij mezelf dat die domme hoerige koeien inderdaad alleen gemaakt zijn om op te vreten, ja die kut koeien zijn om op te vreten.Title: Uit de kast op een mooie dag | Artist: Pieter Zandvliet | Category: Pieters Proza Voorpagina

Op een afstand leek de linnenkast mij antiek, stevig en van mooi hout. Er voorstaande zag ik meteen dat dit een kast van luciferhout was. Ik maakte mijn rits open, haalde mijn beste vriend te voorschijn, ik zag het gaatje in mijn eikel even samenknijpen, hij moest even wennen aan het felle zonlicht. Toen hij gewend was zeek ik de kast helemaal onder. Vanuit de kast hoorde ik een voor mij bekende stem mopperen. Verbaasd deed ik mijn penis weer terug naar waar hij vandaan kwam.

De kastdeuren zwaaide open, een drijfnat heerschap kwam uit de kast. Nee niet mijn broertje Bas, ga terug in de kast Bas. Hij weigerde met zijn armen over elkander gelijk een eigenwijs pest pokken ventje. Begrijp mij goed, het kan mij niet schelen met wie of wat mijn kleine broertje de liefde bedrijft zolang het geen dieren of kinderen zijn mag hij van mij neuken of geneukt worden tot hij er dood bij neervalt. Maar als hij uit de kast komt, dan wel één van kwaliteit graag. Maar hoe ik hem ook smeekte terug in die kast te gaan, de kale schaamluis bleef koppig weigeren. Als hij niet helemaal onder gezeken was, had ik hem er persoonlijk weer ingetrapt die aandacht trekker. Boos zei hij dat ik naar de stront stonk en ik tegen hem dat hij naar de zeik stonk. Toen moesten we lachen, omhelsde elkaar en doken met kleding en al de Vecht in. Wat een mooie dag!

 June 5, 2019  Posted by at 18:36 Pieters Proza, Voorpagina  Add comments

 Leave a Reply

(required)

(required)